Thuistaal

Mensen in het onderwijs zetten sterk in op taal. Terecht. De woordkeuze, de grammatica, de spelling, de taalrijkdom, het lezen en begrijpen en verwoorden....

Er zijn handarbeiders en intellectuelen. Of niet?

Wij publiceren hier het eerste deel van het dossier "Theorie en praktijk. Intelligentie, kennis, pedagogie ..." dat verscheen in ons tijdschrift "De democratische school" (nr. 60, december 2014). Dit dossier, van de hand van Nico Hirtt, begint met een inleiding die een overzicht geeft van de drie delen van het dossier. Daarna volgt het eerste deel "Handarbeiders en intellectuelen".

Het veiligheidsdiscours dringt door tot het onderwijs

Het onveiligheidsgevoel dat onze samenleving al een geruime tijd in zijn greep houdt, lijkt nu ook door te dringen tot in de scholen. In dit artikel wil de auteur enkele vragen stellen bij het veiligheidsbeleid dat nu maar al te vaak naar voor wordt geschoven als oplossing voor het probleem. Niet om de ogen te sluiten voor crimineel gedrag, noch voor de gevolgen ervan. Leren is niet mogelijk in een gewelddadige omgeving en geweld kan succesvol worden tegengegaan d.m.v. discipline en gezag.

Onzin in de klas: SKEPP bindt de strijd aan met pseudo-wetenschappen

"Ja, da's echt een knappe leerling. Hij heeft een knobbel voor talen." Je hoort dergelijke uitspraken zo vaak onder leerkrachten. Dat is best ergerlijk. Zulke zinswendingen gaan immers terug op de frenologie, een pseudo-wetenschappelijke discipline uit de negentiende eeuw. Daarin werd verdedigd dat aanleg en karakter bepaald worden door een uitwas van bepaalde hersendelen - wat men zou kunnen vaststellen aan de vorm van de schedel, die immers speciale knobbels zou vertonen. Hier en daar kan je nog een zonderling vinden die de frenologie beoefent, maar eigenlijk werd die discipline totaal verlaten. In ons taalgebruik zit veel pseudo-wetenschappelijke onzin vervat. Vaak zijn we ons daar niet van bewust. Met "de zon komt op in het oosten" zitten we in het lang vervlogen geocentrische wereldbeeld. En wat dacht je van "hout vasthouden!"? Bepaalde voorwetenschappelijke en pseudo-wetenschappelijke 'kennis' blijft echter wel op die manier bestaan. Ze wordt van generatie op generatie overgeleverd. En als leerkrachten al niet beter weten ...

Eerste schooldag van een onderwijzer in Projectschool

Het onderwijs moet jongeren helpen socialiseren (leren functioneren in de samenleving) maar moet de jongeren niet laten wennen aan de fundamentele onrechtvaardigheden. Het onderwijs kan bijdragen tot de persoonlijke ontplooiing maar moet vooral ook een hefboom zijn voor sociale emancipatie. Het bovenstaande onderschrijf ik ten volle, schrijft Ludo Merckx, onderwijzer van "De Buurt", een ervaringsgerichte lagere school in Gent.

Hoe zo, gelijke-kansenonderwijs…?

Lessen aanbieden in de thuistaal heeft in veel landen zijn nut bewezen: die kinderen halen betere resultaten. PIET VAN DE CRAEN, PIET VAN AVERMAET en MACHTELD VERHELST moeten dan ook verbijsterd vaststellen dat de minister van Onderwijs het proefproject schrapt.

Ervaringsgericht projectonderwijs

Om te ontwikkelen hebben kinderen kansen nodig. Kinderen hebben nood aan initiatief mogen nemen, aan uitdagende materialen en activiteiten die aangepast zijn aan hun mogelijkheden,...

Leerplannen die verdelen

De leerplannen gebaseerd op de hervorming via competenties zijn niet alleen log en bureaucratisch in hun procedures en methodologie, maar bovendien bijzonder lichtzinnig als het er op aankomt de cognitieve inhouden te preciseren. Zo wordt de deur open gezet voor de meest uiteenlopende interpretaties wat tot ongelijkheid leidt.

Het competentiegericht onderwijs en het constructivisme

Het competentiegericht onderwijs wordt soms voorgesteld als erfgenaam van de pedagogische traditie van het constructivisme. Sinds de theoretische werken van Piaget en Vygotski en door de bijdragen van praktijkmensen zoals Célestin Freinet heeft deze benadering het progressieve denken en de bijhorende pedagogische praktijk beheerst van de jaren 1950 tot 1970. En inderdaad, in de theoretische geschriften over het competentiegericht onderwijs (CGO) vindt men vele uitdrukkingen die rechtstreeks uit de werken van de constructivistische pedagogen afkomstig lijken: de wil om “de leerlingen aan het werk te zetten” op “probleemvelden”, om “zin te geven aan kennis en leren”, de aandacht die geschonken wordt aan de “activiteit van de leerling” als motor voor de “opbouw van kennis”, …excuseer van competenties. Maar bij nader onderzoek is het verband totaal ongegrond. Integendeel, het competentiegericht onderwijs situeert zich lijnrecht tegenover de constructivistische of socio-constructivistische pedagogie.

Competentiegericht onderwijs: een pedagogische mystificatie

“Competentiegericht onderwijs”, “competentiegerichte evaluatie”, “basiscompetenties”, “transversale competenties”, “socles de compétences” (de term die het Franstalig onderwijs voor “eindtermen” gebruikt), “terminale competenties”, … Het begrip “competenties” is niet meer weg te denken uit de onderwijsliteratuur. Het heeft succes op wereldvlak. Na de VS, Québec, Zwitserland, Frankrijk, Franstalig België en Nederland is de “competentie-obsessie” [Boutin et Julien, 2000], dit nieuwe “pedagogische eenheidsdenken” [Tilmant 2005], ook Vlaanderen aan het veroveren. Maar onder de dekmantel van een modernistisch klinkend discours zou zich wel eens een operatie kunnen verschuilen om het onderwijs in de pas te laten lopen en het aan de noden van een kapitalistische economie in crisis te onderwerpen.

Recente artikels