Gratis openbaar onderwijs voor iedereen

Onderstaande verklaring werd aangenomen op een bijeenkomst van communistische en arbeiderspartijen op 8 en 9 april 2006 in Athene, rond het thema "De Lissabon-strategie en de herstructurering van de onderwijssystemen”. Nadien werd deze verklaring ter ondertekening voorgelegd aan politieke partijen, vakbonden, culturele en sociale verenigingen, en personaliteiten uit de wereld van de vakbonden, het onderwijs en de cultuur. OVDS (Oproep voor een democratische school) ondertekende deze oproep. Organisaties of personen die de oproep willen onderschrijven, kunnen contact nemen met de initiatiefnemer, KKE (Griekse Communistische partij) cpg@int.kke.gr

De carte scolaire in Frankrijk

In Frankrijk staat de kwestie van de “carte scolaire” de jongste tijd in het middelpunt van het onderwijsdebat. De carte scolaire of schoolkaart is een systeem waarmee, sinds 1963, de leerlingen, in functie van hun woonplaats, aan een bepaalde school worden toegewezen. Er bestaat dus geen vrije schoolkeuze voor de leerlingen (ouders) zoals in België. In tegenstelling tot België liepen (in 1963) en lopen de meeste leerlingen in Frankrijk school in het officieel (door de overheid georganiseerd) onderwijs. Het vrije (katholieke) net is er minoritair. In Frankrijk is het principe van een gemeenschappelijke stam sterker verankerd en in praktijk gebracht (o.a. via het collège unique) dan in België. Frankrijk kent ook een sterke centralistische “republikeinse” traditie, met o.a. een sterke centrale sturing en evaluatie van de leerplannen. Denk bv. aan het centrale examen op het einde van het secundair onderwijs, het baccalaureaat, dat beslist over de toegang tot het hoger onderwijs. In het onderstaande artikel schetsen Bernard Calabuig, onderwijsspecialist van de PCF (Parti Communiste français) en Daniel Rome, nationaal secretaris van het netwerk Ecole, de inzet van het huidig debat rond de carte scolaire in Frankrijk.

Leen Leemans (Klasse) en Ella Desmedt (HIVA) over onderwijs in Finland

Bij internationaal vergelijkend onderzoek, zoals de Pisa-onderzoeken van 2000 en 2003, scoort het Fins onderwijs zeer goed. Het combineert een hoog gemiddeld niveau met beperkte sociale ongelijkheid tussen de scholen en de leerlingen. Tijdens de “10 uren voor de democratische school” in november 2005 was er een werkwinkel over onderwijs in Finland. De twee sprekers waren Leen Leemans, die voor het tijdschrift Klasse van het departement onderwijs, in Finland een conferentie over het Finse onderwijs bijwoonde, en Ella Desmedt, verbonden aan het Hoger Instituut van de Arbeid van de KUL, die een stapel literatuur over het Finse onderwijs doornam en van daaruit de context van de Finse onderwijs duidde. Nadien volgde nog een interessante gedachtenwisseling.
Fig1.jpg

België – Finland : de exorbitante prijs van het schoolliberalisme

In een eerste artikel over het PISA-onderzoek 2003 hebben we aangetoond wat intussen genoegzaam bekend is: de onderwijssystemen in ons land, zowel het Nederlandstalig als het Franstalig, hebben het trieste voorrecht tot de meest ongelijke van de leden van de OESO te behoren. Tijd nu om deze vaststelling te overstijgen en er de redenen van te ontleden. Ook daar biedt het PISA-onderzoek een zeer verhelderende overvloed aan statistisch materiaal. Dit artikel wil enkele karakteristieken van het Belgisch onderwijs vergelijken met het Finse.

Rekent leerling beter dan leraar?

"Een auto van 22000 EURO wordt 20% goedkoper. De nieuwe prijs wordt daarna nog eens met 10% verlaagd. Wat is het percentage van de...

Het ontwerp van Europese grondwet en onderwijs

"Europa zegt niet wat het doet; het doet niet wat het zegt. Het zegt wat het niet doet; het doet wat het niet zegt. Dat Europa dat men voor ons opbouwt is een gezichtsbedrog" (Pierre Bourdieu). De Europese onderwijspolitiek bestaat niet, althans niet in de verdragen. En toch komt men ze voortdurend tegen in Europa. Die onderwijspolitiek is moeilijk herkenbaar maar zeer reëel aanwezig.

“Rapport Thélot”, debat over de toekomst van het onderwijs in Frankrijk

In september 2003 richt de Franse minister van nationale opvoeding, Luc Ferry, een commissie op, onder leiding van Claude Thélot, met twee opdrachten. Ten eerste een "breed debat" over het onderwijs organiseren met alle betrokkenen (leraars, ouders, verenigingen, vakbonden...).Ten tweede: "toekomstgericht nadenken teneinde de mogelijke evolutieschema's vast te leggen van ons lager en secundair onderwijssysteem". Een jaar later is Ferry vervangen door Fillon, maar de commissie Thélot heeft haar taak volbracht. Na 26.000 vergaderingen, 300 schriftelijke bijdragen van allerlei verenigingen, 1500 brieven en 15.000 e-mailberichten en na een eerste syntheserapport van de discussies in april 2004, overhandigt Claude Thélot op 16 oktober 2004 aan president Jacques Chirac zijn eindrapport, getiteld: “Pour la réussite de tous les élèves” ("Voor het welslagen van alle leerlingen”). Alle uittreksels in dit artikel komen uit dit eindrapport.

Vermindering basisvorming in Nederlands beroepsonderwijs

De Nederlandse minister van der Hoeven (CDA, Onderwijs) wil de basisvorming, het gemeenschappelijke lesprogramma voor de onderbouw van het secundair onderwijs, afschaffen. Volgens de...

Duitsland: “Een van de asociaalste onderwijssystemen ter wereld”

Het imago van de Duitse scholier is allerbelabberdst. De Jip en Janneke-taal van de sensatiekrant Bild Zeitung is vaak al te hoog gegrepen voor...

Nederland: Basisscholen bevreesd voor verzelfstandiging

Volgens de plannen moeten basisscholen in Nederland zich volgend jaar voorbereiden op een verzelfstandiging. Ze krijgen in 2005 één 'lumpsum'-budget waaruit ze alles moeten...

Recente artikels