De Belgische onderwijsmislukking (PISA 2000)

In 2000 hebben onderzoekers in opdracht van de OESO vele tienduizenden leerlingen (15-jarigen) in een dertigtal landen getest op vaardigheden inzake lezen, wiskunde en...

Wanneer een Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen minister van Onderwijs wordt…

Mensen zonder papieren worden voortaan uitgesloten van de lessen Nederlands voor anderstaligen (NT2) in het volwassenenonderwijs. In het Vlaams Parlement stemde enkel Groen! tegen dit onderdeel van Onderwijsdecreet XXI. Vanuit de sector van het volwassenenonderwijs en de basiseducatie, de integratiesector, de onderwijsvakbonden, inrichtende machten … kwam er veel protest. Op dinsdag 14 juni werd in Antwerpen, Brussel, Kortrijk, Gent, Sint-Niklaas en Leuven actie gevoerd: ‘Babylon in Vlaanderen? Te stom voor woorden’ !

Waarom zijn de PISA-prestaties van de Franstalige en de Vlaamse leerlingen zo verschillend?

We stellen hier een analyse voor van de factoren die (al dan niet) het grote verschil in prestaties kunnen verklaren dat reeds enkele jaren in de PISA-tests wordt waargenomen als men de leerlingen van de Vlaamse en de Franse Gemeenschap van België vergelijkt. We tonen eerst aan dat de sociale samenstelling of de etnische herkomst van de leerlingen slechts zeer gedeeltelijk deze kloof verklaren. Vervolgens analyseren we de verschillen qua selectie (oriëntering, overzitten). We zullen het kort hebben over de inzet van de leerlingen bij het afleggen van de tests. Tenslotte onderstrepen we de doorslaggevende rol van de verschillen bij de eindtermen en de leerplannen en tussen de budgettaire middelen en de omkadering in beide gemeenschappen

De carte scolaire in Frankrijk

In Frankrijk staat de kwestie van de “carte scolaire” de jongste tijd in het middelpunt van het onderwijsdebat. De carte scolaire of schoolkaart is een systeem waarmee, sinds 1963, de leerlingen, in functie van hun woonplaats, aan een bepaalde school worden toegewezen. Er bestaat dus geen vrije schoolkeuze voor de leerlingen (ouders) zoals in België. In tegenstelling tot België liepen (in 1963) en lopen de meeste leerlingen in Frankrijk school in het officieel (door de overheid georganiseerd) onderwijs. Het vrije (katholieke) net is er minoritair. In Frankrijk is het principe van een gemeenschappelijke stam sterker verankerd en in praktijk gebracht (o.a. via het collège unique) dan in België. Frankrijk kent ook een sterke centralistische “republikeinse” traditie, met o.a. een sterke centrale sturing en evaluatie van de leerplannen. Denk bv. aan het centrale examen op het einde van het secundair onderwijs, het baccalaureaat, dat beslist over de toegang tot het hoger onderwijs. In het onderstaande artikel schetsen Bernard Calabuig, onderwijsspecialist van de PCF (Parti Communiste français) en Daniel Rome, nationaal secretaris van het netwerk Ecole, de inzet van het huidig debat rond de carte scolaire in Frankrijk.

De negationisten van de ongelijkheid

De omvang en toename van de sociale ongelijkheid in het Belgisch onderwijs werd de laatste jaren in talrijke studies duidelijk gemaakt. Ovds (Oproep voor een democratische school) publiceerde recent nog een studie op basis van PISA 2012. In hun conclusies pleiten de auteurs van deze studies vaak voor maatregelen om de mechanismen van sociale segregatie in het onderwijs tegen te gaan. Vlaanderen behaalt de slechtste score in West-Europa op vlak van sociale ongelijkheid in het onderwijs. Deze vaststelling is een doorn in het oog van de fervente verdedigers van de vrije schoolmarkt en de vroegtijdige selectie en van zij die zich zelfgenoegzaam neerleggen bij de goede gemiddelde scores die de Vlaamse scholen halen op de PISA-testen. Gesteund door enkele professoren gaan zij op zoek naar een verantwoording voor deze ongelijkheid.

Als de vrijheid het recht met voeten treedt

Minister Arena wil de procedures om een school te kiezen voor een stukje reguleren.(1) Dit heeft verontwaardigde reacties losgewerkt bij sommige ouderverenigingen.(2) Nochtans maakt hun strijd minder deel uit van de legitieme verdediging van een bedreigd recht, dan van de huiverige bescherming van een klassenprivilege.

Allochtonen blijven vaak zitten omdat ze allochtoon zijn

Zuiver etnische factoren bepalen mee de achterstand van allochtonen op school. Dat zegt de Gentse onderzoeker Stijn Baert in zijn doctoraalproefschrift, waarvan resultaten werden gepubliceerd in het Amerikaanse wetenschappelijke tijdschrift 'Economics of Education Review'.

Segregatie maakt van ons land de kampioen van de sociale ongelijkheid op school

Het weekblad Knack en Le Soir pakten op 29 januari uit met een nieuwe studie op basis van de PISA-resultaten over de impact van de sociale afkomst op de schoolresultaten. De studie is het werk van de tweetalige lerarenorganisatie Ovds-Aped (Oproep voor een democratische school – Appel pour une école démocratique), meer bepaald van Nico Hirtt.

Gent kiest voor buurtschool

In Gent heeft het Lokaal Overlegplatform (LOP) voor het basisonderwijs op 22 september 2008 beslist dat kinderen uit de buurt van de school voorrang zullen krijgen als er plaatsen te kort zijn. Met deze regeling zouden kampeertoestanden voor de scholen van de baan moeten zijn. In Gent zullen alle aanmeldingen en inschrijvingen van nieuwe leerlingen in basisscholen door een centrale computer worden geregistreerd zodat dubbele inschrijvingen worden vermeden.

De school van de ongelijkheid, het debat terug op gang?

We weten het al een tijdje. Uit internationale vergelijkingen blijkt dat de Vlaamse 15-jarige scholieren op het vlak van wiskundige geletterdheid koplopers zijn in de wereld, net gevolgd door Hong-Kong en Finland. Ook op het vlak van leesvaardigheid en wetenschappelijke geletterdheid horen onze 15-jarigen bij de top drie in de wereld (na Finland en Korea). In geen enkel land halen zoveel leerlingen het hoogste leesniveau als in Vlaanderen. Daartegenover staat dat in geen enkel land het verschil tussen de sterkste en de zwakste leerlingen zo groot is als in Vlaanderen. Er is ook geen ander land waar er zo'n sterk verband is tussen de leerprestaties van de 15-jarigen en de sociaal-economische status (beroep, opleiding, enzovoort) van hun ouders. Die vaststellingen worden gemilderd door het feit dat de slechtst presterende 15-jarigen in Vlaanderen het nog altijd relatief goed doen en ongeveer dezelfde score halen als de hoogste genoteerde landen uit de middengroep. Ondanks deze relativering blijft het toch onaanvaardbaar dat we als een der rijkste regio's ter wereld er niet in slagen de sociale kloof in het onderwijs te dichten.

Recente artikels