De school van de ongelijkheid, een merkwaardig boek

Facebooktwittergoogle_plusmail

Begin september verscheen het boek ‘School van de ongelijkheid’. Het is een toegankelijk en vlot leesbaar boek over een complexe materie: de mechanismen van de reproductie van de ongelijkheid. In vele opzichten is het een merkwaardig boek.

In de eerste plaats omwille van de helderheid waarmee de auteurs in vijf hoofdstukken de analyse maken van de uitsluitingsmechanismen voor sociaal zwakkere kinderen en jongeren in het Vlaamse onderwijs. Voor het cijfermateriaal baseren zij zich op de, volgens Nico Hirtt, onuitputtelijke bron aan gegevens van de PISA-onderzoeken. PISA staat voor ‘Programme for International Student Assesment’. Het is een peilingonderzoek naar de kennis en vaardigheden van 15 jarigen. Het onderzoek loopt in de belangrijkste geïndustrialiseerde landen. Het is ook de gegevensbron waarvan het onderwijsbeleid zich regelmatig bedient.

De vaststellingen op zich zijn niet nieuw:

  • de in Vlaanderen opvallend grote spreiding tussen de sterkst en zwakst presterende groep leerlingen;
  • de samenhang van deze spreiding met sterk en zwak scorende scholen;
  • de invloed van de socio-economische status van de leerlingen op hun schoolprestaties;
  • het bijzonder selectieve karakter van het Vlaamse onderwijs;
  • de versterkende invloed van de onderwijsvormen ASO, BSO, TSO, KSO op deze selectie.

De alternatieven die de auteurs formuleren zijn echter van een andere orde dan de beleidsmaatregelen van de huidige Vlaamse regering. Hiermee zij we bij het tweede merkwaardige aspect van het boek aanbeland. De concrete haalbare stappen om als onderwijs weerwerk te bieden aan de reproductie van de kansenongelijkheid. Het is een van de zeldzame weloverwogen pogingen om ingrijpende maar realistische voorstellen te formuleren.

Wie zich er niet kan in vinden, zal op zijn minst moeten toegeven dat de auteurs tenminste de discussie durven aangaan over vernieuwingen die de essentiële mechanismen van de uitsluiting doorbreken:

  • uitstel van studiekeuze door een gemeenschappelijke stam tot 16 jaar om het watervaleffect te stoppen;
  • het aan banden leggen van de quasimarktwerking van het onderwijs;
  • het aan banden leggen van de discriminatie en segregatie;
  • het bijsturen van de leerplannen (met het oog op een gemeenschappelijk stam tot 16 jaar);
  • een vernieuwende pedagogische praktijk zonder waardevolle pedagogische praktijken te vernielen.

De rode draad doorheen hun pleidooi is die van voorrang aan de sociale gelijkheid tegenover de (bijna) absolute vrijheid van onderwijs. Willen we daadwerkelijk streven naar een maatschappij met meer sociale gelijkheid, dan zullen we het taboe van het, neo-liberaal gekleurde, individuele belang moeten durven doorbreken. Het is een moedig boek dat, in deze door emo-cultuur gedomineerde wereld, aan de hand van rationele analyses fundamentele oplossingen durft aanreiken.

Een derde merkwaardig aspect van het boek is de samenstelling van de schrijversgroep. De achtergronden van de auteurs zijn erg verschillend: Nico Hirtt is leraar en oprichter van ‘Oproep voor een democratische school’ (OVDS); Ides Nicaise is hoofd van de HIVA-onderzoeksgroep Onderwijs en Levenslang Leren en hoofddocent aan de K.U.Leuven; Dirk De Zutter is vrijgestelde bij de Christelijke Onderwijs Centrale (COC) als begeleider van lokale inspraak organen en ex-leerkracht. De dialoog die zij hebben gevoerd heeft van hun verschillende achtergrond een duidelijke meerwaarde gemaakt.

Tot slot een bedenking. De auteurs hopen ‘de lezer te kunnen aansporen tot een debat over persoonlijke en maatschappelijke keuzes die meer gelijke onderwijskansen voor de komende generaties kunnen verzekeren’. Er blijft echter één prangende vraag onbeantwoord op tafel liggen: Wat met die leraren en scholen die nu al goed bedoelde en weloverwogen initiatieven nemen om de uitsluitingsmechanismen weerwerk te bieden, maar die daardoor hun school een aantrekkingspool zien worden voor kansarme en extra zorg behoevende kinderen en jongeren? Leerkrachten en scholen die hun school, ondanks alle inspanningen, langzaam maar zeker een restschool zien worden? Over een concrete praktijk voor deze, niet onbelangrijke groep leraren en scholen, is er dringend een even moedig als helder boek nodig.

Chico Detrez

Dit artikel verscheen in “Bevrijding” (december 2007), het tijdschrift van ACOD-Onderwijs Antwerpen