Het Franstalig onderwijs komt op straat

Facebooktwittermail

10.000 betogers in Brussel (10 februari), 6000 in Mons (29 maart), 15.000 in Luik (5 mei). Het was geleden van 5 mei 2011 dat de Franstalige leraren zo massaal op straat kwamen. Toen waren ze met 12.000, in Luik, in gemeenschappelijk vakbondsfront, om een betere cao uit de wacht te slepen. De betogingen dit voorjaar werden georganiseerd op drie dagen van algemene staking in het Franstalig onderwijs, van kleuter- tot hoger onderwijs, voor alle personeelscategorieën, door de vijf vakbonden van het onderwijzend personeel en de 4 vakbonden van het arbeiderspersoneel. Opnieuw staat een nieuwe cao op stapel. Maar de inzet is veel ruimer. De huidige beweging doet eerder denken aan de grote stakingsbewegingen in het Franstalig onderwijs van 1990 en 1996.

Welke inzet?

Aan de basis van de huidige beweging in het Franstalig onderwijs ligt een malaise, die op veel punten niet veel verschilt met de toestand in het Vlaams onderwijs: gebrek aan middelen, lerarentekort, toename van stress en burn-outs, op de spits gedreven door corona en de extra inspanningen die gevergd werden. De voorzitter van CGSP-Enseignement, Joseph Thonon, schrijft in “Tribune” (mei 2022): “Het lerarentekort moet niet meer aangetoond worden. Een recent gepubliceerde studie van onderzoekers van de Universiteit van Mons wijst uit dat op 3 studenten die afstuderen in de lerarenopleiding er vijf jaar later slechts twee nog op de klasvloer staan. In het schooljaar 2020-2021 hebben niet minder dan 34 procent van de leraren overwogen om het beroep te verlaten”.

Bovendien worden in het kader van het Pacte pour un enseignement d’excellence, een groot hervormingsplan, maatregelen doorgevoerd die door velen op de werkvloer als extra planlast en controle worden ervaren of gevreesd. Zo moeten de scholen een “plan de pilotage” uitwerken om allerlei objectieven te bereiken: x procent minder zittenblijvers, y procent meer gekwalificeerde uitstroom … Een Luikse secretaris van CGSP-Enseignement, Jorre De Witte, zegt hierover: “Op zich is de kwaliteit verbeteren een goede doelstelling. Maar die hervorming brengt heel wat paperassen met zich mee. Elke school moet namelijk plannen maken die telkens in verschillende tientallen pagina’s moeten verantwoord worden. Elke actie die een school gaat ondernemen, en dat zijn er heel wat, moet op papier staan. Als de doelstellingen niet bereikt worden, kunnen er sancties komen voor de school. Het punt is dat er voor al die verplichtingen geen extra middelen worden voorzien. Met dat vele extra werk moeten scholen maar hun plan zien te trekken”.

We moeten ook voor ogen houden dat de budgettaire situatie van de Fédération Wallonie Bruxelles (FWB) veel slechter is dan die van de Vlaamse regering. De belabberde toestand van veel schoolgebouwen en de gebrekkige uitrusting kwamen tijdens de covidcrisis nog scherper aan het licht. Het voorstel van cao (2021-2024) dat de regering van de FWB na de betoging in Luik op tafel legde voorziet 32 miljoen euro. Ter vergelijking: de Vlaamse onderwijscao (2021-2024) voorziet 175 miljoen euro per jaar.

De strijd gaat voort

Na de betoging in Luik op 5 mei kwamen minister-president Jeholet (MR) van de FWB (Fération Wallonie Bruxelles), minister van Onderwijs Désir (PS) en minister van Begroting (en schoolgebouwen) Daerden (PS) tegen 15u naar Luik om de delegatie van het gemeenschappelijk vakbondsfront te ontmoeten.

De regering deed een aantal toezeggingen. De invoering van een nieuw evaluatiesysteem van leraren waarin de mogelijkheid werd voorzien om vastbenoemde leerkrachten na twee negatieve evaluaties te ontslaan wordt uitgesteld van 1 januari 2023 naar 2024 en het sanctionerend aspect zal herbekeken worden. Enkele andere hervormingen worden uitgesteld. Er worden 8 werkgroepen opgericht. Een werkgroep zal zich buigen over de kleinere klassen. Vandaag bestaan er, per onderwijsniveau en per onderwijsvorm, normen voor het maximum aantal leerlingen per klas maar ze kunnen gemakkelijk omzeild worden. Vanaf volgend schooljaar zouden de regels strenger worden toegepast …

Een andere werkgroep moet zich buigen over de invoering van een nieuw (hoger) barema voor de (toekomstige) leraren die een opleiding van 4 in plaats van 3 jaar aan de hogeschool zullen moeten volgen.

De regering legde ook haar voorstel voor een nieuwe cao op tafel. Omdat de onderhandelingen voor de cao 2021-2022 al meer dan een jaar bezig zijn, wil de regering nu meteen een cao voor 2021-2024. De regering legt daarvoor 32 miljoen euro op tafel. De helft van dit bedrag, 17 miljoen, zou dienen om de eindejaarspremie te verhogen (5 miljoen in 2022, 10 miljoen in 2022, 17 miljoen in 2024). Als je 17 miljoen deelt door 130.000 (het aantal full-time equivalenten) kom je uit op een verhoging van de eindejaarspremie met 130 euro bruto tegen eind 2024.

De vakbonden moesten tegen 1 juli beslissen als ze de cao aanvaarden. Zowel CGSP-Enseignement (ACOD-Onderwijs), CSC-Enseignement (ACV Onderwijs),  SEL-SETCA (socialistische vakbond in het vrij onderwijs) als de twee liberale onderwijsbonden (SLFP en APPEL) hebben het voorstel van cao verworpen als onvoldoende. Zij kondigen nieuwe mobilisaties aan: op 27 september, de feestdag van de Communauté française (Franse Gemeenschap) en wellicht een nieuwe stakingsdag begin oktober.

Tino Delabie

 

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here