Het inschrijvingsrecht verfijnen en sterker maken

Naar aanleiding van het media-optreden van mevr Mieke Van Hecke, spint zich nu al de hele week een debat af in de pers omtrent de noodzaak/wenselijkheid van een betere sociale en culturele mix in scholen. Wie mevrouw Van Hecke goed beluisterd heeft, heeft ondertussen wel al begrepen dat ook zij het nastreven van een sociale mix belangrijk blijft vinden, al vindt ze het (terecht wellicht) niet realistisch om dat in alle scholen klaar te krijgen. Maar veel belangrijker dan haar standpunt over die sociale mix is haar stelling dat het inschrijvingsbeleid van de Vlaamse regering (het inschrijvingsrecht dat sedert 2002 bestaat) niet werkt. Versta: dat het inschrijvingsrecht maar beter afgevoerd kan worden. En passant dreigt daarmee ook de werking van de LOP’s onderuit gehaald te worden. Is dat ook de bedoeling?
Is het onderwijs te koop?

Is het onderwijs te koop?

Het onderricht van kinderen is altijd een edel project geweest, gericht op ontplooiing en hogere waarden. Van oudsher was onderwijs een zaak van algemeen nut, of moderner gezegd, het was een onderdeel van de non-profit sector. Hele generaties religieuzen hebben hun leven - gratis - ten dienste gesteld aan de ontplooiing van kinderen. Het was hoe dan ook ondenkbaar dat het opvoeden van kinderen ooit de inzet zou kunnen worden van winstbejag. Aan dat tijdperk lijkt nu stilaan een einde te komen. De school belandt hoe langer hoe meer op het altaar van de winst. Leidende instanties beschouwen het leerproces als een commercieel product en educatie als een business. Het onderwijs dreigt een ‘markt' te worden, met alle gevolgen van dien.

Belangrijke studie van Ides Nicaise & Emilie Franck over ongelijkheden in Vlaams onderwijs

Professor Ides Nicaise en de doctoraatsstudente Emilie Franck (KU Leuven) onderzochten op basis van de PISA-resultaten van 2003 en 2015 de evolutie van de...

Inschrijvingsrecht: de weg naar meer gelijke toegang?

Op woensdag 21 april organiseert SCHOOL+ (Platform voor een school zonder uitsluiting) een studienamiddag over het inschrijvingsrecht. Het inschrijvingsrecht, als één van de drie centrale pijlers van het GOK-beleid, stelt dat alle ouders en leerlingen het recht hebben zich in te schrijven in de school van hun keuze. Dit zou gelijke toegang moeten verzekeren, segregatie tegengaan en diversiteit op school bevorderen. Meer en meer betrokkenen beweren echter dat de segregatie op school toegenomen is ... Welke mechanismen spelen hier?

Werden zwarte scholen zwarter, witte witter?

Tom Naegels heeft groot gelijk in zijn kritiek op die blijkbaar overheersende houding in Vlaanderen om vóór alles te kijken naar wat zogezegd “mislukt” is. Ook het gelijke onderwijskansenbeleid is zogezegd mislukt. Dat was de eerste boodschap vorige dinsdag (8 februari 2011) van Mieke Van Hecke. In de navolgende discussie daarover viel mij op dat alle commentaren in de kranten die stelling zonder enige aarzeling volgden: zwarte scholen waren immers alleen maar zwarter geworden en witte alleen maar witter. Is dat ooit met feiten aangetoond? Heeft iemand daar ooit cijfers voor gegeven?

De globale, vermarkte school

Sinds een vijftiental jaar streven de geïndustrialiseerde landen ernaar de opdrachten, de structuren en de programma's van hun onderwijssystemen op één lijn te krijgen. De kennisinhouden, die de dragers zijn van gemeenschappelijke cultuur en toelaten de wereld te begrijpen, moeten stapvoets wijken voor vaardigheden die moeten instaan voor de “inzetbaarheid” en de aanpassingsmogelijkheid van de toekomstige werknemers of verbruikers. De gecentraliseerde opvoedingssystemen, die gezorgd hadden voor de massificatie van de jaren '50 tot '70, worden gaandeweg opgegeven ten gunste van netwerken van autonome instellingen, die van elkaar verschillen en mekaar intens beconcurreren. In het hoger onderwijs of het beroepsonderwijs worden nationale diploma's verdrongen door getuigschriften van modulaire vaardigheden die internationaal gelden en soms afgeleverd worden door privé-firma's. Parallel hiermee en onder impuls van het “e-learning” ontwikkelt zich de “Education business”. Een rapport van de OESO uit 1998 besloot onomwonden : “de mondialisering - economisch, politiek en cultureel - brengt met zich mee dat het instituut “School”, lokaal ingeplant et verankerd in een bepaalde cultuur en samen met haar de “leerkracht” als achterhaald afgeschreven worden” (OESO 1998). Maar wat zijn de gevolgen voor de lerenden?
Mixité : une étude scientifique démontre la faisabilité des propositions de l'Aped

Studie van Nico Hirtt (Ovds) en Bernard Delvaux (Girsef UCL) toont aan dat een...

Kan je in een sociaal gesegregeerde stad als Brussel voor alle kinderen een plaats vinden in een school die sociaal gemengd en dichtbij de...

Minister Smet trekt voorrang Nederlandstaligen in Brussel op van 45 naar 55 procent

Bij de inschrijvingen in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel (de 19 gemeenten van het Brussels Gewest) geldt nu een voorrang van 45% voor leerlingen uit Nederlandstalige gezinnen. Minister van Onderwijs Pascal Smet wil die voorrangsregeling optrekken tot 55% en bovendien de verklaring op eer (van de ouders) vervangen door een controleerbaar bewijs dat de ouder(s) Nederlands kennen. Wat sommigen misschien vanzelfsprekend vinden, roept bij anderen kritische reacties op. Hieronder vindt u de reacties van ACOD-Onderwijs (Regio Brussel) en van Johan Leman, medewerker van het Integratiecentrum “Foyer” en voormalig Commissaris voor de strijd tegen racisme.

Marktlogica hinderpaal voor sociale mix in onderwijs

Danny Wildemeersch is gewoon hoogleraar aan de KU Leuven. Hij doceert er onder meer interculturele pedagogiek. Volgens Danny Wildemeersch is marktlogica hinderpaal voor sociale mix in onderwijs. Hij schreef onderstaand artikel "De school als marktplaats" (De Morgen, 10 februari 2011) als reactie op de uitspraken van Mieke Van Hecke dat het GOK-beleid mislukt is om de sociale mix in de scholen te verbeteren.

De carte scolaire in Frankrijk

In Frankrijk staat de kwestie van de “carte scolaire” de jongste tijd in het middelpunt van het onderwijsdebat. De carte scolaire of schoolkaart is een systeem waarmee, sinds 1963, de leerlingen, in functie van hun woonplaats, aan een bepaalde school worden toegewezen. Er bestaat dus geen vrije schoolkeuze voor de leerlingen (ouders) zoals in België. In tegenstelling tot België liepen (in 1963) en lopen de meeste leerlingen in Frankrijk school in het officieel (door de overheid georganiseerd) onderwijs. Het vrije (katholieke) net is er minoritair. In Frankrijk is het principe van een gemeenschappelijke stam sterker verankerd en in praktijk gebracht (o.a. via het collège unique) dan in België. Frankrijk kent ook een sterke centralistische “republikeinse” traditie, met o.a. een sterke centrale sturing en evaluatie van de leerplannen. Denk bv. aan het centrale examen op het einde van het secundair onderwijs, het baccalaureaat, dat beslist over de toegang tot het hoger onderwijs. In het onderstaande artikel schetsen Bernard Calabuig, onderwijsspecialist van de PCF (Parti Communiste français) en Daniel Rome, nationaal secretaris van het netwerk Ecole, de inzet van het huidig debat rond de carte scolaire in Frankrijk.

Recente artikels