Ides Nicaise stelt ‘Veerkracht-plan’ voor het Vlaams onderwijs in de komende jaren voor

Facebooktwittergoogle_plusmail

Ides Nicaise (hoogleraar onderwijs en samenleving, KU Leuven) stelt een urgentieplan en een veerkrachtplan (2020-2022) voor om het onderwijs door de coronacrisis te loodsen.

De corona-crisis is een ‘sociale aardbeving’, zowel voor het onderwijs als voor de samenleving als geheel. In Vlaanderen zitten 1,2 miljoen kinderen en jongeren met een gat in hun schoolloopbaan. En samen met de armoede stijgt het aantal leerlingen dat helemaal uit de onderwijs-boot dreigt te vallen. Het kabinet onderwijs is sinds maart in de weer voor noodopvang, de organisatie van afstandsleren en de verspreiding van ICT-materiaal, een veilige heropstart en zomerscholen. Maar er is nog enorm veel werk te doen. We pleiten voor een urgentieplan tot het einde van dit schooljaar. In het verlengde daarvan zetten we de krachtlijnen uit voor een ‘Veerkracht-plan’ tot (minstens) 2022: de epidemie zal immers tegen de zomer niet volledig uitgedoofd zijn, en de schade zeker nog niet hersteld.

Een uitgebreide versie van dit voorstel vindt men op de website van De Gids op Maatschappelijk Gebied: https://www.beweging.net/algemeen/nieuws/24-nieuwsberichten/4042-covid-19-en-onderwijs-van-paniek-tot-veerkracht

Urgentieplan

Voor dit Urgentieplan zien we volgende prioriteiten:

  1. Haal dringend alle leerlingen opnieuw aan boord. 40 tot 60% van de scholen meldden na de paasvakantie dat er leerlingen van de radar verdwenen waren, ook al werden zij geacht thuis te zitten. Men kan zich niet veroorloven het schip opnieuw te laten doorvaren als een deel van de passagiers overboord is. Neem ook de ouders op sleeptouw, zodat zij hun kinderen fatsoenlijk kunnen helpen.
  2. Mobiliseer alle krachten voor de ondersteuning van kwetsbare leerlingen. Duizenden buddy’s en nog meer tijdelijk werklozen zouden graag de handen uit de mouwen steken maar hebben een professionele organisatie nodig om hen aan te sturen.
  3. Investeer onmiddellijk in ICT-uitrusting voor alle betrokkenen, en in snelcursussen voor afstandsonderwijs – beginnend bij de leerkrachten.
  4. Geef bij de heropening van scholen absolute voorrang aan het lager onderwijs. Deze leerlingen zijn minder vatbaar voor het virus; ze riskeren zonder onderricht sneller achterstand op te bouwen; afstandsonderwijs is voor hen weinig geschikt; en hun ouders kunnen niet aan de slag zolang die kinderen thuis zitten.
  5. Maak in het leerplan voor de komende weken tijd vrij voor gezondheidseducatie en ICT-vaardigheden van de leerlingen. Hoe meer ervaringsgericht, hoe effectiever.
  6. Durf ‘out of the box’ denken. Organiseer bv. (niet-bindende) ijkingsproeven in plaats van examens. Het risico dat leerlingen kopje onder gaan bij slechte cijfers is te groot. Zittenblijven en B-attesten werken immers discriminerend en zijn vaak op langere termijn contra-productief, zo blijkt uit onderzoek. Nu meer dan anders.

Veerkrachtplan 2020-2022

De periode 2020-2022 belooft nog erg lastig te worden. Zolang de immuniteitsgraad van de bevolking ontoereikend blijft, kan het corona-virus op elk ogenblik opnieuw de kop opsteken, en zijn nieuwe periodes van lockdown waarschijnlijk. Dit betekent dat flexibele overgangen tussen frontaal en afstandsonderwijs moeten voorzien worden. Een tweede leidmotief voor het Veerkrachtplan zou de ambitie moeten zijn om de sociale schade van deze crisis te herstellen. Concreet zou niet alleen de gemiddelde performantie van onze leerlingen minstens het peil van 2018 moeten bereiken, maar tegelijk zou de prestatiekloof tussen kansrijk en kansarm op diverse niveaus (van de kleuterschool t.e.m. het einde van de leerplicht) in 2023 niet groter mogen zijn dan in 2018. Een derde doelstelling zou zijn dat de gedwongen invoering van afstandsleren omgeturnd wordt tot een troef voor de toekomst.

Het Veerkrachtplan zou o.i. berusten op drie pijlers:

  • Een realistisch, doordacht en gedifferentieerd inhaalplan.
    Het aanloopleren en de zomerscholen kunnen hier deel van uitmaken, maar zullen zeker niet volstaan om de schade te herstellen. Bovendien riskeren alleen de sterkste scholen en de meest ambitieuze ouders zomerscholen op te zetten. Een sterke aansturing is nodig om de meest achtergestelde doelgroepen te bereiken. En laat die initiatieven aub zo weinig mogelijk schools zijn. Noem het geen zomerscholen maar ‘zomerkampen’ – in samenwerking met lokale besturen, sociale organisaties, scholen, de cultuursector, het jeugdwerk, en de sociale economie. Via sport kan aan gezondheid en sociale vaardigheden gewerkt worden; via theater en poëzie wordt de taalvaardigheid en het zelfbeeld van jongeren opgekrikt; via kunst en muziek wordt de emotionele balans hersteld; met games, digitale krantjes of het maken van apps worden ICT-vaardigheden ontwikkeld, enz.
    Het schoolse onderwijs zal in de komende twee jaren versnelde en gedifferentieerde leertrajecten moeten toepassen (we denken aan het voorbeeld van de ‘accelerated schools’ en ‘Success for All’ in de VS). Versneld leren is mogelijk als je het leerproces meer intensief ondersteunt met extra personeel (inclusief vrijwilligers) en materialen. En tegelijk kan je de sociale ongelijkheid in onderwijsuitkomsten verkleinen als je de intensiteit van de ondersteuning afstemt op de omvang van de opgelopen achterstand. Flexibele organisatie is de boodschap.
  • Een krachtige investering in afstandsonderwijs.
    Laat ons beter voorbereid zijn bij eventuele herhalingen van het lockdown-scenario. Flexibele overgangen tussen frontaal en afstandsonderwijs stellen meer uitdagingen dan men vermoedt. Vooreerst moeten de essentiële behoeften aan uitrusting bij leerlingen (pc’s en internet) gegarandeerd en met een rechtvaardig kostenplaatje gedekt worden. Na de 10 000 laptops die momenteel door het Departement Onderwijs verdeeld worden zullen er misschien wel vele tienduizenden nodig zijn. Eén pc per gezin volstaat immers niet wanneer ouders daarmee moeten telewerken en één of meer kinderen tegelijk moeten les volgen. Dan hebben we het nog niet gehad over de financiering van leerplatformen, educatieve software, bijkomende uitrusting voor scholen en leerkrachten, en terugkerende investeringen na afschrijving van toestellen. Een infrastructuurplan is nodig, met bijhorend budget, en zonder meerkost voor lage-inkomensgezinnen. Ook gratis internet voor deze gezinnen moet haalbaar zijn.
    Een tweede luik van deze aanpak is een intensieve navorming van leerkrachten. België scoort op het vlak van ICT-gebruik door leerkrachten verrassend slecht: in het PISA-onderzoek van 2018 blijkt ons land op de 63ste plaats te staan (op een lijst van 78 landen) wat betreft de vaardigheden van leerkrachten om digitale middelen te integreren in hun lessen. Nauwelijks 55% van de leerkrachten (in het lager secundair onderwijs) zouden hier volgens de directies klaar voor zijn, en in ‘kansarme scholen’ ligt het aandeel nog lager (47%). Naast ICT-vaardigheden vergt afstandsonderwijs vooral een geëigende sociaal-pedagogische aanpak waarbij de leerkracht veel meer moet investeren in het bereiken, activeren, motiveren en betrekken van leerlingen.
    Afstandsleren brengt natuurlijk niet alleen problemen mee. Het creëert ook enorme mogelijkheden op pedagogisch en organisatorisch vlak (tot en met oplossingen voor het lerarentekort). Daarom moet de overheid niet aarzelen om die (ongetwijfeld rendabele) investering te doen.
  • Versterking zijn van de bruggen tussen school- en thuismilieu.
    De relaties tussen school en ouders komen door de corona-crisis onder druk te staan. Paradoxaal dringen leerkrachten via het afstandsleren door tot in de privésfeer van gezinnen, en stellen ze verwachtingen die sommige ouders niet kunnen inlossen. Omgekeerd kijken ouders over de schouders van hun kinderen naar het lesgebeuren, dat voorheen achter gesloten deuren plaatsvond. Zonder een goede verstandhouding leidt dit steevast tot spanningen, zeker nu beide partijen onder zware stress staan. Meer dan ooit is er behoefte aan een echt partnership, en ondersteuning van kansarme of anderstalige ouders. Heldere meertalige communicatie, ICT-ondersteuning voor ouders, regelmatig overleg kunnen hefboom-effecten realiseren. De rol van brugfiguren, schoolopbouwwerk, huiswerkklassen, buddy-projecten zal dus toenemen. Ook hier zal het Veerkracht-plan moeten in investeren, door vorming, coördinatie en (waar nodig) financiering.

Ides Nicaise

Een uitgebreide versie van dit voorstel vindt men op de website van De Gids op Maatschappelijk Gebied: https://www.beweging.net/algemeen/nieuws/24-nieuwsberichten/4042-covid-19-en-onderwijs-van-paniek-tot-veerkracht

Lees ook: Professor Nicaise pleit voor een urgentieplan 

Ides Nicaise is hoofd van de onderzoeksgroep Onderwijs en Levenslang Leren van het Hoger Instituut voor de Arbeid en hoofddocent aan de KULeuven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here