Belangrijke studie van Ides Nicaise & Emilie Franck over ongelijkheden in Vlaams onderwijs

Facebooktwittergoogle_plusmail

Professor Ides Nicaise en de doctoraatsstudente Emilie Franck (KU Leuven) onderzochten op basis van de PISA-resultaten van 2003 en 2015 de evolutie van de ongelijkheden in het Vlaams onderwijs. Deze studie,  SONO_2017_1.3_3 Franck & Nicaise PISA 2003-2015  ,  kadert binnen het Steunpunt Onderwijsonderzoek (SONO), een samenwerkingsverband van de universiteiten van Gent, Leuven, Brussel en Antwerpen en de ArteveldeHogeschool en werd in 2018 opgeleverd als Research Paper SONO. (1).

In het artikel “Vijftien jaar Gelijke Onderwijskansenbeleid: een balans”, brengen de auteurs een samenvatting van de studie. (2)

De studie werd op 29 april 2019 onder de aandacht gebracht door VTM en meerdere dagbladen.

Het GOK-beleid versterken

In vergelijking met 2003 liggen de resultaten van de Vlaamse leerlingen in 2015 lager in elk van de PISA-domeinen (leesvaardigheid, wiskundige geletterdheid, wetenschappelijke geletterdheid). De prestaties van de leerlingen uit het hoogste sociaal-economisch deciel (de tien procent rijkste leerlingen) daalden sterker dan die van het laagste deciel (de tien procent armste leerlingen). De kloof werd dus kleiner. De auteurs spreken van een grotere sociale gelijkheid die gepaard is gegaan met een neerwaartse nivellering. Zij suggereren dat dank zij het GOK-beleid de prestaties van de arme leerlingen ongeveer op hetzelfde peil zijn gebleven binnen een conjunctuur van algemene daling.

Zij vinden wel dat het GOK-beleid ontoereikend is gebleken om de sociale ongelijkheid in het Vlaamse onderwijs drastisch te verminderen. De extra-middelen (lesuren en werkingsmiddelen) van het GOK-beleid zijn immers niet altijd voldoende om de Matteüseffecten in de basisfinanciering te compenseren. Moeilijke GOK-scholen moeten het bijvoorbeeld vaker stellen met minder gekwalificeerde en minder ervaren leerkrachten en directies. Een arme concentratieschool krijgt weliswaar meer werkingsmiddelen maar wordt nog altijd sterker geconfronteerd met kinderen met een lege brooddoos en met ouders die de meerdaagse uitstap en de schoolfactuur niet kunnen betalen dan een school met weinig SES-leerlingen. Ook de infrastructuur is niet gelijk verdeeld.

De conclusie van Ides Nicaise is niet dat het GOK-beleid op de schop moet omdat het ontoereikend is gebleken. Integendeel, het moet versterkt worden. Al moet er ook nagedacht worden hoe de GOK-middelen meer efficiënt kunnen ingezet worden. “Alles bij elkaar genomen, lijkt een verdere versterking van het vGOK-ondersteuningsbeleid ons daarom aangewezen, mits bijsturingen”.

Door de sociale segregatie worden de kansarme leerlingen dubbel getroffen

Wellicht het meest spectaculaire onderdeel van de studie van Nicaise & Franck betreft de invloed van de schoolpopulatie op de individuele schoolresultaten.

“We stellen vast dat de cognitieve prestaties van leerlingen veel sterker samenhangen met het sociaal profiel van de school waarin ze zitten dan met hun eigen individuele SES. (…). Meteen valt op dat er veel grotere prestatieverschillen zijn tussen kansrijke en kansarme scholen dan tussen kansrijke en kansarme individuen. Een kansarme leerling in een kansrijke school presteert zelfs een pak beter dan een kansrijke leerling in een kansarme school. Met andere woorden: de cumulatie van segregatiemechanismen die we in het Vlaams onderwijs kennen (door het frequent gebruik van zittenblijven, te vroege oriëntering enz) vermenigvuldigt de omvang van de sociale kloof in prestaties tussen de leerlingen”. (2)

Deze vaststelling stemt overeen met de (vast)stellingen van Dirk Jacobs (ULB) en Julien Danhier in hun studie over PISA 2015 (3)

“Onze analyse toonde dat de segregatie, zowel op sociaaleconomische als op academische basis, een kenmerk is van onze bijzonder zorgwekkende schoolsystemen. De academische segregatie is in de Belgische onderwijssystemen groter dan in de onderwijssystemen van de meeste andere landen. Dat betekent dat de scholen in Vlaanderen en in de Federatie Wallonië-Brussel worden bezocht door een populatie met zeer homogene prestaties, waarbij de verschillen hoofdzakelijk te situeren zijn tussen de scholen. Deze segregatie is niet neutraal aangezien ze een impact heeft op de prestaties van de leerlingen. Onze internationale vergelijkingen laten zien in welke mate gelijke kansen en sociaaleconomische segregatie gekoppeld zijn: hoe meer de systemen blijk geven van een sociaaleconomische mix binnen de scholen, hoe minder de prestaties van de leerlingen gekoppeld zijn aan hun sociaaleconomische achtergrond. Via de multi-level analyse kan de kwestie fijnmaziger worden benaderd. Bij identieke schoolafhankelijke en niet-schoolafhankelijke kenmerken behalen leerlingen die naar een school gaan met een lager sociaaleconomisch en academisch niveau, resultaten die lager liggen dan bij leerlingen die naar meer bevoorrechte scholen (sociaaleconomisch en academisch) gaan. We kunnen dus spreken over een dubbele beperking voor de meest kwetsbare leerlingen, aangezien zowel hun achtergrond als de school die ze bezoeken een negatief effect op hun prestaties hebben”.

Wat betekenen deze vaststellingen nu voor het onderwijsbeleid? Een journalist van “De Standaard” schreef: “Hebt u er zelf voor gekozen om uw kind bewust niet naar een concentratieschool te sturen? Wie de resultaten van deze studie leest, kan het u niet kwalijk nemen. Dat geeft ook hoogleraar Ides Nicaise (KU Leuven) toe. ‘Dat is net het probleem: de overheid zou in alle scholen een hoge kwaliteit en een sociale mix moeten nastreven. Door de systeemfouten in ons onderwijs komen te veel kwetsbare kinderen op dezelfde scholen terecht, met alle gevolgen van dien’” (4)

De journalist had blijkbaar niet door dat de verklaring van Ides Nicaise het tegenovergestelde suggereert dan de teneur van zijn inleiding. Nicaise was niet bepaald opgezet met de manier “hoe verschillend de boodschap in de media werd gekleurd, en soms omgedraaid”. (5)

De sociale segregatie beperken door de vrije schoolkeuze te omkaderen

Eén van de doelstellingen van het GOK-beleid (het GOK-decreet van 2002 en de latere bepalingen rond het inschrijvingsbeleid) is de sociale segregatie verminderen. “Het feit dat de sociale en etnische segregatie ook na de start van het GOK-beleid is blijven toenemen, is in het licht van deze vaststelling verontrustend: het werkt immers de inspanningen van het GOK-beleid tegen”, schrijven Nicaise en Franck in hun samenvattend artikel.(2)

In hun besluit stellen ze: “Tegelijk moet men inzien dat onderwijsongelijkheden beter voorkomen worden dan gecompenseerd door extra-middelen. Gezien de schadelijke effecten van allerlei segregatieprocessen die de kansenongelijkheid vergroten, moeten de inspanningen opgedreven worden om die tegen te gaan. (…) Maar andere segregatiemechanismen zijn diep ingebakken in het Vlaamse onderwijssysteem: we denken vooral aan de overdreven doorstroom naar het buitengewoon onderwijs, het buitensporig gebruik van zittenblijven en de veel te vroege oriëntering in het secundair onderwijs. Ten slotte vraagt ook het inschrijvingsbeleid nog om verdere hervorming. De vrije schoolkeuze mag best ‘omkaderd’ worden met mechanismen die de sociale segregatie beperken in plaats van ze in de hand te werken”. (2)

In een opiniestuk op vrtnws (5) was Ides Nicaise nog explicieter. “Onderzoek toont aan dat schoolse segregatie vele wortels heeft (waaronder bv. woonsegregatie) maar dat ze eerder aangewakkerd dan gemilderd wordt door vrije schoolkeuze. De reden is dat vrijheid in een ongelijke samenleving leidt tot ongelijke vrijheid: méér kansen voor de ene, ten koste van minder kansen voor de andere. Kansrijke ouders beschikken over meer keuzevrijheid omdat zij beter geïnformeerd zijn over kwaliteitsverschillen tussen scholen, en zich ook duurdere en verder afgelegen scholen kunnen permitteren. Zij kunnen desnoods anderen betalen om voor hen te gaan kamperen aan de poort van hun favoriete school. Kansrijke scholen hengelen op hun beurt naar die kansrijke leerlingen door meer comfort aan te bieden, taalbarrières op te werpen, zich te specialiseren in sterkere onderwijsrichtingen met hogere toegangsdrempels. Wie daar met een minder kansrijk profiel toch binnen raakt, kan desnoods met een B-attest na een tijdje buiten gewerkt worden. Kansrijke leerkrachten, die door hun stevige kwalificaties en ervaring kunnen kiezen tussen de vele vacatures, worden aangezogen door de meest kansrijke scholen waar het voor hen comfortabeler is om les te geven. En zo stapelen de ongelijkheden zich verder op. Opgelet: er zijn (gelukkig) ook kansrijke ouders, scholen en leerkrachten die er andere waarden op nahouden dan het loutere eigenbelang, maar met de vrijemarktwerking sluipen ook de harde wetten van de concurrentie in het onderwijs en wordt het maatschappelijk belang van binnenuit weg geknaagd. Het is daarom dat overheidstussenkomst noodzakelijk is. Omdat onderwijs geen marktgoed is maar een gemeenschappelijk sociaal en cultureel erfgoed. Ook het gezonde markteconomisch denken erkent de grenzen van de marktwerking. Dát is nu precies waarom overheidstussenkomst nodig is. Ze hoeft de vrije schoolkeuze – die ongetwijfeld haar goede kanten heeft – niet overboord te gooien maar moet ze binnen redelijke perken houden, door de sociale en etnische mix in scholen te bewaken. Het inschrijvingsdecreet, met de daarbij horende centrale aanmeldingssystemen, is een voorzichtige aanzet daartoe. Het moet geleidelijk verfijnd worden.”

Het voorstel van Ovds (Oproep voor een democratische school) om aan ouders een plaats voor hun kind te garanderen in een gemakkelijk bereikbare (dichtbij de woonplaats of gemakkelijk bereikbaar via schoolbus of openbaar vervoer) en sociaal gemengde school, probeert de sociale mix in alle scholen met het behoud van de vrije schoolkeuze te verzoenen. De computersimulatie die Nico Hirtt (Ovds) maakte op basis van de reële populatie van het lageronderwijs in het Brussels Gewest, toonde aan dat het met dit voorstel mogelijk is in bijna alle huidige concentratiescholen te komen tot een gezonde sociale mix zonder in te boeten op de gemiddelde afstand tussen de woonplaats en de school, integendeel.

Tino Delabie

Op de “zes uren voor de democratische school” op 16 november verzorgen Ides Nicaise en Nico Hirtt een workshop “arme scholen, rijke scholen”.

(1). Franck E. & Nicaise I. (2018). Ongelijkheden in het Vlaamse onderwijssysteem: verbetering in zicht? Een vergelijking tussen PISA 2003 en 2015, Leuven: HIVA, Gent: SONO, 60 p. SONO_2017_1.3_3 Franck & Nicaise PISA 2003-2015

(2) Het artikel “Vijftien jaar Gelijke ondewijskansenbeleid: een balans” is overgenomen uit Cahier Beleid voeren in het onderwijs. Armoede op school. Wegen voor een schoolbeleid, Maes J. & Van Camp F. (reds), 2019, Brussel, Utgeverij Politeia  Vijftien jaar Gelijke Onderwijskansenbeleid: een balans

(3) Jacobs Dirk & Danhier Julien, Segregatie in het onderwijs overstijgen. Analyse van de resultaten van het PISA 2015-onderzoek in Vlaanderen en in de Federatie Wallonië-Brussel, Koning Boudewijnstichting, 2017 (www.kbs-frb.be)

(4) Jens van Caneghem, Eenzelfde type leerling scoort veel lager op internationale tests wanneer die op een concentratieschool zit dan op een college, blijkt uit een evaluatie van de KU Leuven, De Standaard, 29 april 2019  april 2019 Persartikels studie NICAISE

(5) Ides Nicaise, De overheid moet de sociale en etnische mix in scholen bewaken door de vrije schoolkeuze in te perken, vrtnws, 9 mei 2019  april 2019 Persartikels studie NICAISE

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here