Onderwijshervorming: de onderwijsverstrekkers stonden op één lijn voor een brede eerste en een generieke tweede graad

Facebooktwittergoogle_plusmail

Begin 2017 heeft de Vlaamse regering beslist over de hervorming van het secundair. Dat weet u intussen. Onze mening daarover komt aan bod in de epiloog van dit stuk. Dit verhaal neemt een aanvang in 2016.

Proloog

De conceptnota in verband met de hervorming van het secundair die de Vlaamse regering goedkeurde in mei 2016 bestond uit twee luiken. Het eerste luik, de eerste graad, bespraken we in detail in ons septembernummer. Het tweede luik betrof de “matrix”, waarmee bedoeld wordt de ordening van studierichtingen en -domeinen in de tweede en de derde graad.

Bedoeling van de nieuwe matrix is om het aantal studierichtingen terug te brengen en de structuur van het studieaanbod eenvoudiger en overzichtelijker te maken. In de conceptnota bracht de regering het aantal studiedomeinen terug van 29 tot 8. De studierichtingen werden gerangschikt volgens hun “finaliteit”: doorstroom, dubbele finaliteit of arbeidsmarkt.

De Vlaamse regering voorzag acht toekomstige studiedomeinen: STEM, Bouwen en wonen, Land- en tuinbouw, Voeding en horeca, Sport, Zorg en welzijn, Economie en organisatie, Kunst en creatie. Merkwaardig was het ontbreken van een domein Talen.
Wat de Vlaamse regering voorstelde was in se niet veel meer dan een raamwerk. Op die manier liet de regering veel ruimte voor de onderwijsverstrekkers, de koepels en netten dus. De katholieke koepel, deel van het vrij onderwijs, is de grootste. Het GO!, POV en OVSG vertegenwoordigen het officiële onderwijs. De onderwijsverstrekkers kwamen in september 2016 met een gezamenlijk voorstel.

Dit voorstel bevatte ontegensprekelijk een aantal positieve elementen. Ze vertrokken vanuit de inclusiegedachte: ook het BuSO (Buitengewoon secundair onderwijs) en leren en werken maakten deel uit van de scope. Het aantal domeinen werd beperkt tot vijf: Economie, Kunst, Maatschappij, STEM en Talen. De onderwijsverstrekkers spraken van perspectieven in plaats van finaliteiten, omdat dit beter aansluit bij het concept van levenslang leren. Uiteraard wilden ook zij de domeinen rationaliseren, maar bij hen stond het begrip van de “getrapte studiekeuze” centraal: door middel van een brede eerste graad en voldoende brede studierichtingen in de tweede graad wilden ze het mogelijk maken (of faciliteren) om tijdig (en dus niet te vroeg) over te stappen naar een andere richting of domein.

Interview met het GO!

Omdat we nog vragen hadden bij de matrix van de onderwijsverstrekkers gingen we in december 2016 praten met  van het GO! (Gemeenschapsonderwijs). Zij waren nauw betrokken bij het uitwerken van het voorstel van de onderwijsverstrekkers en bij de onderhandelingen met de Vlaamse regering. Hieronder ons gesprek met hen. (Dit interview heb ik afgenomen samen met Tino DelabieEls Supply en Hilde De Meyer. V = vraag, A = antwoord.)

V: In tegenstelling tot de conceptnota van de Vlaamse regering verdwijnen de onderwijsvormen (ASO, TSO, BSO, KSO) in het voorstel van de onderwijsverstrekkers. Is dat een bewuste keuze?

A: “De onderwijsverstrekkers hadden de volgende punten voor ogen: een andere ordening invoeren voor studierichtingen en -gebieden, door middel van domeinen en perspectieven, een getrapte studiekeuze faciliteren en duidelijkheid brengen in de perspectieven van de studierichtingen. De idee was dat je aan ouders en leerlingen in vijftien minuten kunt uitleggen hoe het studieaanbod secundair onderwijs in elkaar zit. De labels die we nu hebben geven een fout beeld van een richting. In de nieuwe ordening wilden we via de perspectieven de opties helderder maken voor de ouders. Bovendien wilden we de mobiliteit tussen de richtingen bevorderen, ook de opwaartse mobiliteit. Vandaar dat we in de curriculumdossiers differentiële doelen willen voorzien die daarop inspelen. Op die manier willen we de waterval ombuigen en leerlingen meer kansen op een kwalificatie bieden. Onderwijsbegeleiding is daarbij cruciaal. Wij geloven dat binnen de onderwijsloopbaanbegeleiding nog heel wat groeimarge zit, onder meer door het voeren van loopbaangesprekken.”

“De tweede graad moet generieker. Dat is de basisidee van de getrapte studiekeuze. De tweede graad mag geen te specifieke studierichtingen bevatten.”

“Wat het inrichten van het studieaanbod in domein- en campusscholen betreft, willen we dat leerlingen in meer heterogene groepen en in een sociale mix samenleven en van elkaar leren. Dit om ze voor te bereiden op een gezamenlijk toekomstig leven. Het is een manier om aan burgerschap te werken op de speelplaats. Wat we betreuren, is de vrijblijvendheid hieromtrent in masterplan en conceptnota: je kan je studieaanbod organiseren in domeinen, maar je kan ook alles behouden zoals het nu is. Vrije keuze is belangrijk, maar deze vrijblijvendheid is een probleem. Het zal geen duidelijkheid brengen voor leerlingen en ouders.”

V: De onderwijsverstrekkers zouden ook samen een curriculumdossier per studierichting opstellen. Wat is het verschil tussen eindtermen, curriculumdossier en leerplannen?

A: “Vlaanderen kent enkel eindtermen voor de vakken van de basisvorming. Dan heb je de vakoverschrijdende eindtermen, de VOETen. Voor ASO heb je nog specifieke eindtermen die per pool of studieprofiel zijn geformuleerd. Voor de andere onderwijsvormen zijn er geen specifieke eindtermen maar zijn het de beroepskwalificaties die als referentiekader gelden. Die kun je terugvinden in het decreet betreffende de kwalificatiestructuur die de einddoelen voor alle richtingen definieert. Probleem is dat die beroepskwalificaties op zich moeilijk als einddoelen kunnen fungeren. Toch is een omzetting naar een leercontext noodzakelijk. Bij de onderwijsverstrekkers is het inzicht gegroeid dat het niet wenselijk is dat elk net en elk onderwijsniveau die omzetting individueel doet. Zo is de idee ontstaan om curriculumdossiers te ontwikkelen die netten en niveaus overschrijden.”

“Het curriculumdossier beschrijft wat er in een opleiding aan bod komt: alle competenties op basis van de eindtermen en de beroepskwalificaties. Hoe de opleiding wordt vormgegeven beschrijven de onderwijsverstrekkers in hun leerplannen. Via de differentiële doelen willen we het mogelijk maken om te verdiepen, te verbreden, te exploreren. Dit moet de mobiliteit bevorderen tussen domeinen en richtingen. ”

V: Hoever staan we met de implementatie van de curriculumdossiers?

A: “Het concept curriculumdossier is nog niet decretaal verankerd en dus nog niet verworven. De gesprekken met de overheid zijn momenteel lopende. In december 2015 zijn er twee prototypes van curriculumdossiers uitgewerkt voor de 2e en de 3e graad. Intussen denken wij dat het concept curriculumdossier ook voor de 1e graad mogelijkheden inhoudt. Bedoeling is dat de Vlaamse regering dit nu decreteert, zodat de grotere transparantie in het studieaanbod komt vast te liggen.”

“Beschouw het curriculumdossier als een laag tussen enerzijds de eindtermen en de doelen afgeleid van de beroepskwalificaties, en anderzijds de leerplannen. Waar je nu een lessenrooster hebt dat vakgericht is, is het curriculumdossier opleidingsgericht. De volgende stap is dan om curriculumdossiers om te zetten naar opleidingsconcepten en leerplannen.”

V: Moet de eerste graad reeds oriënterend zijn, of mag het een observatiegraad zijn? Zijn basisopties in het tweede jaar wel nodig? Want zij zijn nu toch vaak een voorafname op de studierichting vanaf het derde jaar?

A: “Hier kunnen we heel formeel zijn. Voor ons zijn er in de 1e graad geen voorafnames op studiekeuzes. Wij hadden liever geen basisopties gezien in de 1e graad. Maar vanuit de politiek is er een grote druk om basisopties te behouden. Wij hebben nog voorgesteld om dan maar één enkele basisoptie te voorzien, maar ook dat is afgeketst. Wij vinden dat de 1e graad in de eerste plaats in een brede basisvorming moet voorzien. Wie weet op zijn twaalfde wat hij of zij wil studeren? Je kunt beter een keuze maken op je veertien jaar. Wij zijn tegen de aanpak van ’Kies maar in het eerste jaar’. Daarom willen wij met de andere onderwijsverstrekkers afspraken maken over de invulling van de optie-uren. Het curriculum Latijn dient voor ons in het 3e jaar te starten, niet eerder. Latijn wordt te vaak gebruikt als een selectiemiddel of als een middel tot sociale mobiliteit. Het doel van de 1e graad moet zijn: een degelijke basisvorming krijgen en kennismaken met verschillende interessegebieden. Wat ligt mij beter? Wat interesseert mij? Na de 1e graad krijgen we dan een iets generiekere 2e graad, gevolgd door meer specialisatie in de 3e graad.”

“In onze nieuwe matrix zijn er geen vierjarige studierichtingen meer. Kijk maar naar de benamingen. De onderwijsverstrekkers staan hier op één lijn. In de 2e graad bieden we generiekere opleidingen aan. Bijvoorbeeld Voeding in de tweede graad om dan in de derde graad Bakker, Slager of Kok te kiezen. In de 2e graad is er geen TSO of ASO meer, maar zijn er nieuwe richtingen. Als je de matrix bekijkt, zul je zien dat we aan de linkerkant geen onderscheid meer maken tussen Economie, Handel en Handel-talen.”

V: Bepaalde sectoren argumenteren dat twee jaar niet volstaat voor een opleiding tot goede vakman.

A: “Ook in het GO! vind je verdedigers van zes jaar Latijn, en sommige vakorganisaties pleiten inderdaad voor zes- of zevenjarige opleidingen, onder het motto: ’Je kunt er niet vroeg genoeg aan beginnen’. Maar ons standpunt is dat je algemene vorming breed genoeg moet zijn. Er is nu een te lage participatie van ex-BSO-leerlingen in het volwassenenonderwijs. Die hebben geen leergoesting meer weten we uit onderzoek, terwijl je dat wel nodig hebt in je verdere leven. Een boeiende algemene vorming is dus essentieel.”

V: Is het nieuwe duaal leren, dat ambieert een volwaardig alternatief te zijn voor het voltijds TSO of BSO, een vooruitgang?

A: “Duaal leren is een van de mogelijke paden om leerlingen te doen kennismaken met de arbeidsmarkt. Er zijn er ook nog andere, zoals de stage. De uitdaging van het duaal leren ligt voor ons in de algemene vorming. Die mag niet beperkter zijn voor leerlingen in dit stelsel. In sommige contexten, en vooral in progressieve ondernemingen, kan duaal leren echt wel een goede keuze zijn. Wij pleiten voor een overwogen invoer van het duaal leren: we moeten de conclusies van de proeftuinen afwachten vóór we het systeem uitrollen. We mogen de leerlingen die nog niet arbeidsrijp zijn niet uit het oog verliezen. Het systeem al uitrollen op 1 september 2017, een jaar vóór het einde van de proeftuinen, is voor ons niet aan de orde. Wij vinden trouwens dat alle leerlingen, ook die van het ASO, moeten kennismaken met de arbeidsmarkt en leren wat het is om in een reële arbeidssituatie terecht te komen. “
Dit interview gaf ons de hoop dat de onderwijsverstrekkers er alsnog zouden in slagen om iets uit de brand te slepen dat in de geest was van een hervorming.

Epiloog

Vrijdag 13 januari 2017. De Vlaamse regering veegt de voorstellen van de onderwijsverstrekkers van tafel en beslist om de hervorming nog verder uit te kleden. We tellen opnieuw acht domeinen in de matrix. We spreken opnieuw van finaliteit in plaats van perspectief. Er komt geen brede eerste of verbrede tweede graad en de schotten tussen de onderwijsvormen verdwijnen niet. Raymonda Verdyck (GO!) betreurt dat de getrapte studiekeuze met een brede eerste graad er niet komt. “De leerlingen moeten nog altijd te snel een keuze maken over de richting die ze willen inslaan”, aldus Raymonda Verdyck. “Ook jammer is dat de tussenschotten tussen technisch, beroeps- en algemeen secundair onderwijs niet weggenomen zijn. De inclusie, waar we via het M-decreet op inzetten, wordt niet doorgetrokken door Buitengewoon secundair onderwijs apart te houden.” Ook Lieven Boeve van de katholieke koepel reageert negatief. Het is duidelijk dat de regering deze hervorming doorvoert tegen de onderwijsverstrekkers in.

De waterval blijft. Er komt geen opwaardering van BSO en TSO, want de enige manier om die vormen op te waarderen is er een positieve keuze van te maken. Aangezien er geen brede eerste graad komt, en ook geen verbrede tweede graad, zal de keuze voor BSO of TSO geen positieve keuze worden. Dag opwaardering. In dit onderwijssysteem blijven theorie en praktijk tegengestelden. Dit alles belet dat jongeren zichzelf beter leren kennen en een beredeneerde studiekeuze maken. Deze hervorming biedt dan ook geen antwoord op de ongekwalificeerde uitstroom.

Terwijl alles, te beginnen met wetenschappelijk onderzoek en het gezond verstand, in een andere richting wijst, blijft deze regering halsstarrig vasthouden aan het concept van homogene onderwijsgroepen. De academische segregatie blijft. De daaruit voortvloeiende sociaal-economische en etnische segregatie dus ook. Inrichtende machten hebben de vrijheid om domeinscholen op te richten, maar aangezien hier geen financiële prikkels tegenover staan (wat minister-president Bourgeois alvast beweert), wordt ieder initiatief op dit vlak a priori gesaboteerd.

De onderwijsverstrekkers betreuren de vrijblijvendheid van een aantal keuzes. Een vrijblijvendheid die onvermijdelijk zal leiden tot een verdere fragmentering en versplintering van het onderwijslandschap. Wat het voor jongeren en ouders nog moeilijker zal maken om de juiste studiekeuze te maken.

Minister Crevits beroept zich op de vrijheid van onderwijs om die vrijblijvendheid te verantwoorden. Onze boodschap aan de minister: dit is een zwak excuus en een flauwe poging om het gebrek aan beleid te camoufleren. De riedel ’Zonder ons zou het nog erger zijn’ begint nu wel heel vals te klinken.

O ja. Vlaams minister Homans is blij dat Grieks-Latijn nog steeds zo heet en niet Klassieke Talen. Het lijkt er op dat sommigen denken de beschaving te hebben gered door de onderwijshervorming tegen te houden. We zullen de komende weken en maanden uitleggen waarom dit niet het geval is.

Volledige reactie van de onderwijsverstrekkers: