Basisonderwijs zal deel van de schoolkosten van de ouders op zich nemen

Facebooktwittergoogle_plusmail

Gemiddeld betalen ouders voor hun kind in de eerste kleuterklas jaarlijks 250 euro. Tien jaar geleden was dat 204,62 euro. Ook de tweede en derde kleuterklas zijn duurder geworden, telkens een stijging van tien procent. Gemiddeld kost een leerling lager onderwijs zijn ouders 356 euro. Dat is evenveel als in 1998. Het laatste leerjaar blijft met een gemiddelde van 454 euro het duurste van de zes jaren.

Dat blijkt uit een studie van het Hoger Instituut voor de Arbeid (Hiva).De onderzoekers hebben zowel in 1998 als in 2005 een steekproef in het Vlaamse onderwijs uitgevoerd. De recentste resultaten werden op 28 juni voorgesteld in aanwezigheid van de minister van Onderwijs, Frank Vandenbroucke (SP.A). Niet toevallig op de dag dat het Vlaams parlement het decreet ‘kosteloosheid basisonderwijs’ heeft goedgekeurd.

Vanaf het komende schooljaar moet het basisonderwijs al kosteloos worden. Het Vlaams parlement heeft een lijst goedgekeurd met zaken die de school gratis ter beschikking moet stellen. Naast handboeken en schrijfgerei zijn dat onder meer ook kinderromans, passers en rekenmachines. Het materiaal van die lijst moet volstaan om de eindtermen te behalen, en kost de ouders nu 22 euro, zo leert de nieuwe Hiva-studie. Dat bedrag moet vanaf 1 september wegvallen, in alle scholen.

Als alles goed loopt, geldt er vanaf 1 september 2008 een dubbele maximumfactuur: de scholen mogen de ouders voor eendaagse uitstappen en een verplicht tijdschrift jaarlijks niet meer dan 60 euro vragen (‘scherpe’ maximumfactuur). Voor meerdaagse uitstappen, zoals bos- en sneeuwklassen, mag over de zes leerjaren heen niet meer dan 360 euro worden gevraagd.
Wat onder de scherpe maximumfactuur valt, kost ouders nu 36 euro. De meerdaagse uitstappen kost de gemiddelde ouder 323 euro, over de zes jaar. ‘Gemiddeld is er geen probleem, en zal er ook niets veranderen’, aldus Vandenbroucke. ‘Wel gaan de excessen eruit. Scholen gaan de ouders niet overdreven veel meer kunnen vragen.’

(Bron: De Standaard, 29 juni 2007)