De school in verzet tegen aanval op Irak (maart 2003)

Facebooktwittergoogle_plusmail

Met hun aanval tegen Irak, hun heilige oorlog voor olie, waarbij ze het internationaal recht misprijzen en handelen tegen de wil van hun eigen volkeren, hebben de regeringen van de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Australië, Spanje, Japan definitief het masker van de democratie afgeworpen.
Zij tonen aan de wereld de natuur van imperialistische machten die de mensheid aan een dictatuur willen onderwerpen.
Is de houding van Frankrijk, België, Duitsland beter? Ondanks hun afkeuring voor het uitbreken van deze oorlog, blijven de andere regeringen van de rijke westerse wereld fundamenteel solidair met de aanvallende landen en overwegen ze geen enkele ernstige maatregel er tegen. De voorbije 12 jaar hebben zij het moordend embargo ondersteund. In het vooruitzicht van een nakende agressie hebben ze de defensiecapaciteit van Irak helpen ondermijnen door dit land tot ontwapening te verplichten via de dictaten van de UNO. Zolang onze ministers hun ambassadeurs uit de VS en GB niet terugroepen, het gebruik van het luchtruim, de havens en de spoorwegen niet ontzeggen aan de aanvalstroepen, de militaire vertegenwoordigers en de geheime agenten van de aanvallende landen (inbegrepen zij die in het kader van de NATO werkzaam zijn) niet uitwijzen, zolang ze in de UNO geen resolutie voorleggen die de onmiddellijke terugtrekking van de vreemde troepen uit Irak vraagt en een internationaal economisch embargo tegen de agressors voorstelt, zullen we leven in landen die geallieerd en dus medeplichtig zijn met de agressors.

Vanaf nu zijn wij in oorlog, en wel in het verkeerde kamp. We zijn nu in de situatie van de Spanjaarden onder Franco of de Fransen onder Pétain: medeplichtig, onderworpen of in verzet. Wat dit verzet voor elk van ons inhoudt, zullen we hier niet ontwikkelen. We verwijzen naar de talrijke websites die de strijd en het verzet reeds organiseren (bv. www.stopusa.be, www.geenoorlog.be, www.indymedia.be)

In deze brede beweging hebben wij als leerkracht ook een specifieke opdracht te vervullen. Tegenover de immense propagandamachine van de massa-media komt het ons toe zo veel mogelijk gebruik te maken van het ideologisch apparaat dat de school is. Nu de staat de neiging heeft zich te desengageren van het onderwijs, nu de deregulering inzake structuren en programma’s de deur opent voor de ongelijke ontwikkeling, laat ons er dan op zijn minst gebruik van maken om het terrein te bezetten en aan de jonge generaties de boodschap en de intellectuele wapens van het verzet door te geven. Laat ons de lessen van aardrijkskunde gebruiken om aan de leerlingen en de studenten de natuur van het imperialisme, van het Amerikaans imperialisme in het bijzonder, uit te leggen. Laat ons in de lessen van economie de mechanismen van uitbuiting en overheersing onderwijzen en de natuur van dit economisch systeem dat elke halve eeuw de mensheid tot zelfvernietiging leidt. Laat ons in de lessen geschiedenis de oorzaken van de onderontwikkeling uitleggen om de leerlingen te laten ontdekken welke de geostrategische inzet van de olie is en wat de ideologische rol van of de historische bron van het racisme is.
Laat ons de lessen wiskunde en wetenschappen gebruiken om hen met hun eigen hoofd te leren denken en niet met dit van CNN. Laat ons de taalvakken gebruiken om de films van Mike Moore (Bowling for Columbine) te laten zien en de boeken van de doodgezwegen intellectuele oppositie in de VS te laten lezen. Laat ons de lessen van filosofie, moraal of godsdienst gebruiken om het misbruik van God in de Amerikaanse propaganda aan te klagen.
Laat ons de tijd tussen de lessen gebruiken om de leerlingen te mobiliseren, om hen op te roepen aan acties deel te nemen: manifestaties, petities, pamfletten, badges, stickers, affiches. Laat ons onze autoriteit als leraar gebruiken om de stem van de Meester te contesteren, om de toespraken van Bush te ontmaskeren, om het gebrek aan consequentie van de Europese leiders bloot te leggen.

Behalve onze plicht tot solidariteit met een aangevallen volk, onze plicht
als vredelievende burgers, onze militante wil om ons te verzetten tegen de nieuwe globale kapitalistische orde, gaat het om onze legitieme opdracht als opvoeders en onderwijzers. Hoe kunnen we beweren een pedagogische autoriteit voor onze leerlingen te zijn als we in zo’n fundamentele kwestie niet tonen dat kennis de drager is van het begrijpen van de wereld en van de capaciteit tot handelen?

Sommigen zullen opwerpen dat dit indruist tegen onze plicht tot neutraliteit. Vandaag kan men zoals in 1940 maar neutraal zijn door medeplichtig te worden.

Nico Hirtt est physicien de formation et a fait carrière comme professeur de mathématique et de physique. En 1995, il fut l'un des fondateurs de l'Aped, il a aussi été rédacteur en chef de la revue trimestrielle L'école démocratique. Il est actuellement chargé d'étude pour l'Aped. Il est l'auteur de nombreux articles et ouvrages sur l'école.

1 REACTIE

  1. Het verzet tegen de school in verzet
    Nu de agressie-oorlog tegen Irak beslecht is in het (voorlopige?) voordeel van de agressoren lijkt het voor velen, en daaronder ook tal van leerkrachten, misschien gedateerd om nog iets over deze oorlog te verkondigen. Even snel als de hoofden van de mensen werden volgestouwd met inside informatie over de situatie in Irak, even snel hebben de media hun blik van Irak afgeworpen om die te richten op de aankomende verkiezingen. De gebeurtenissen in de wereld wisselen zich ogenschijnlijk af aan het tempo van de voetbalmatch Manchester United – Real Madrid jongstleden, waarin gemiddeld om de 12 minuten werd gescoord. Wie zich als leerkracht de taak toeeigent de gebeurtenissen in de wereld kritisch te belichten en de leerlingen een minimaal gevoel van verzet bij te brengen, moet ernstig rekening houden met deze snelheid waarmee de media te werk gaan.

    Leerkrachten dienen de aandacht van de leerlingen te houden op de feiten, en feiten zijn niet altijd wat in het journaal te zien of te horen is. Feiten moeten leerlingen trachten te ontdekken met een houding die reeds eeuwen geleden door de Atheense filosoof Plato zo knap werd beschreven in het verhaal van de grot: de mens op zoek naar de waarheid moet zich niet richten op de schaduwen tegen de wand, maar zich blijvend inspannen om op te klimmen naar het licht bovenaan dat die schaduwen produceert. Wie zich enkel tevreden stelt met de schaduwen, leeft een leven gedirigeerd door schijn en onwaarheid. Zo iemand wordt als het ware geleefd en heeft slechts de illusie van vrijheid. Het behoort daarom tot de pedagogische plicht van elke leerkracht de leerling te behoeden voor deze heteronomie en illusie. Leerlingen moeten autonoom met de feiten omgaan die in de media worden besproken door deze feiten los van deze media te analyseren om ze eventueel trachten te beïnvloeden. De oorlog in de diverse vakken aan bod laten komen op de manier zoals door Nico Hirtt wordt beschreven kan niet anders dan aangemoedigd worden.

    Ikzelf heb getracht de agressie-oorlog in bijna elk van mijn lessen aan bod te laten komen; ik heb een poging ondernomen “zo veel mogelijk gebruik te maken van het ideologisch apparaat dat de school is”: van lessen over de rol van de media, over het imperialisme van de Verenigde Staten, over de kolonisatie van Irak, tot en met de wil om vredesacties te organiseren op school. Toch ondervond ik de weerstand die de school als ideologisch apparaat van de machthebber me bood:

    1. Het merendeel van de jongeren die ik in de klas heb, hebben zich reeds de attitudes van zelfgerichtheid, pessimisme, defaitisme of desinteresse eigen gemaakt dat het niet gemakkelijk is hen een geest van concreet verzet bij te brengen. Dergelijke attitudes zijn onontbeerlijk voor de reproductie van het kapitalistisch maatschappelijk bestel: ze moeten verworven worden door de arbeidende klasse opdat die het systeem verder kan laten bestaan zonder daarbij inzicht te verwerven in de uitbuitende aard van dat systeem.

    2. Vanuit de directie werd geen actief initiatief ondernomen om de school tot verzetsinstrument om te vormen. Actievormen die door leerlingen als mogelijke daden van verzet konden beoefend worden, werden steevast afgeraden of verboden. Het gaat hier om: briefschrijfacties naar Amerikaanse, Britse, Belgische overheden, om boycotacties t.o.v. aanwezige frisdrankbedrijven die automaten op school staan hebben, om uithangen van spandoeken met vredesboodschappen, om scholierenstaking, om scholierenbetoging, om e-mailacties, enz. Het voornaamste argument vanuit de directie leek berust te zijn op de simpele vrees voor het imago van de school naar de hogere instanties toe: een school die openlijk verzet pleegt en toont tegen de imperialistische krachten valt blijkbaar niet te rijmen met de opdracht die de school van rechtswege hoeft uit te voeren. Pedagogisch inspelen op de verontwaardiging na een aanval op die imperialistische krachten (bijv. 11 september) is daarentegen wél aanvaardbaar en werd zelfs aangemoedigd tot verplicht.

Comments are closed.