Over de financiering van het onderwijs (1998)

Facebooktwittergoogle_plusmail

Onderstaand artikel, ondertekend door de voorzitters van OVDS-APED (Oproep voor een democratische school – Appel pour une école démocratique) verscheen op 28 oktober 1998 als vrije tribune in De Standaard en in Le Soir. De standpunten liggen in de lijn van het “Memorandum voor de herfinanciering van het onderwijs” dat door Vlaamse en Franstalige personaliteiten werd ondertekend.

“Er is vandaag veel te doen over de 2,4 miljard frank die de Franse Gemeenschap zou ontvangen van de federale staat ten nadele van de Vlaamse Gemeenschap. Dit bedrag komt het Franstalig onderwijs toe als gevolg van de toepassing van de Bijzondere Wet van 16 januari 1989, die een herziening oplegt van de verdeelsleutel van de federale dotatie aan de Gemeenschappen, vanaf 1999. Volgens deze wet moet de herziening rekening houden met het “aantal leerlingen” in elke Gemeenschap op basis van objectieve criteria. Dit speelt in het voordeel van de Franse Gemeenschap, die niet bereid schijnt te zijn de 2,4 miljard waarop zij recht meent te hebben, te laten varen. De Vlaamse Gemeenschap van haar kant is niet bereid dit te laten gebeuren en stelt voor het “aantal kinderen” tussen 6 en 18 jaar te tellen, wat dan weer in haar voordeel is. Zo zijn we vertrokken voor de zoveelste communautaire twist tussen de Franstalige en Vlaamse federale ministers.

Als tweetalige organisatie willen we duidelijk zijn over dit punt. Om de budgetten tussen de Gemeenschappen te verdelen is de telling van de leerlingen de meest democratische manier. Of een leerling nu overzit of niet, of het nu een Nederlandstalige leerling is die in het Frans studeert, of een Franstalige die in het Nederlands studeert, het principe “een kind is een kind” dwingt ons ertoe de plaats waar hij school loopt, en niet de plaats waar hij woont, in rekening te brengen.

Wij willen echter twee bedenkingen naar voor brengen.

1. De communautarisering heeft geen vrede in het communautair onderwijsdebat kunnen brengen, terwijl dit juist één van de objectieven was. In tegendeel. Zolang onderwijs een federale materie was, lag het voor de hand dat de verdeling van de middelen over de scholen gebeurde volgens het aantal leerlingen en niet volgens het behoren tot een taalgemeenschap. De communautarisering is bijgevolg een bijkomende bron van conflicten.

2. De beruchte 2,4 miljard frank die de Gemeenschappen winnen of verliezen lijken ons de boom te zijn die het bos verbergt. Terwijl dit debat breed wordt uitgesmeerd in de kranten, wordt het echte debat over de herfinanciering van het onderwijs niet aangevat. De financieringswet, die het globale bedrag bepaalt dat de federale staat aan onderwijs besteedt, houdt geen rekening met de groeiende onderwijsbehoeften, bv. de evolutie van het aantal studenten in het hoger onderwijs of het aantal cursisten in het volwassenenonderwijs. Men kon perfect voorzien (en dat heeft zich trouwens bevestigd) dat dit aantal ging toenemen. Er is geen enkel mechanisme voorzien dat de onderwijsdotatie koppelt aan de evolutie van het bbp (bruto binnenlands product). Dit betekent dat het percentage van de geproduceerde rijkdom dat ons land aan onderwijs besteedt, jaarlijks afneemt.

In het begin van de tachtiger jaren werd 7% van het bbp aan onderwijsuitgaven besteed. Nu, in 1998, ligt dit bedrag rond de 5,5 %. In absolute cijfers vertegenwoordigt dit een bedrag van ongeveer 120 miljard per jaar dat minder naar onderwijs gaat. In haar Memorandum, dat ondertekend is door een 100-tal personaliteiten uit het Noorden en het Zuiden van ons land, waaronder vakbondsvertegenwoordigers, eist de Oproep voor een democratische school (OVDS) de terugkeer naar de 7 % van het bbp.

Laat ons even rekenen.
Als men het aantal leerlingen tussen 6 en 18 jaar neemt, dan is de verdeling 56,88 % voor de Vlaamse Gemeenschap en 43,12 % voor de Franse Gemeenschap. Bij een dergelijke verdeling van de dotatie, indien ze verhoogd wordt (7% van bbp) zoals door de OVDS wordt geëist, wint de Franse Gemeenschap 54,15 miljard frank (in vergelijking met de huidige 2,4 miljard) en wint de Vlaamse Gemeenschap 65,85 miljard (in plaats van 2,4 miljard te verliezen). Dit maakt duidelijk waar de belangen van de Vlaamse èn Franstalige leerlingen en leraars liggen. Namelijk in een gezamenlijke strijd om van de overheid meer middelen voor onderwijs te verkrijgen. Dit is perfect mogelijk dank zij een meer rechtvaardige en efficiënte belasting op de winsten van de ondernemingen, de grote vermogens en inkomens. Het ontbreekt enkel aan politieke wil. Door zich blind te staren op de verdeelsleutel, zonder zich vragen te stellen over de globale dotatie, wordt in het Noorden en het Zuiden van ons land de klassieke methode van ‘verdeel en heers’ in praktijk gebracht. We doen een oproep naar de vakbonden, de studentenorganisaties en ouderverenigingen over de taalgrens heen om hier tegen in te gaan en zich te verenigen om te verkrijgen waar zij recht op hebben.