Sociale ongelijkheid in het onderwijs in België
Eind 2004 werden de resultaten bekend gemaakt van PISA 2003 (Program for International Student Assessment), een vergelijkend onderzoek dat in 2003 bij 15-jarige leerlingen uit 48 landen werd uitgevoerd onder de auspiciën van de OESO. Wat bij het bredere publiek (van leerkrachten) van het PISA-onderzoek bekend is, beperkt zich meestal tot de vergelijking van de gemiddelde scores voor wiskunde of leesvaardigheid tussen verschillende landen of regio's. Zo weet men dat de jonge Vlamingen “kampioenen” in wiskunde zijn, terwijl de gemiddelde resultaten van de leerlingen van het Franstalig onderwijs tot de slechtste van de OESO behoren. Van de vele informatie die het PISA-onderzoek oplevert, zijn deze gemiddelde scores nochtans de minst betrouwbare als men wil vergelijken. Wie de moeite doet om in de gigantische gegevensbestanden van PISA te graven, vindt er heel wat andere informatie van onschatbare waarde.
Met dit artikel starten we een reeks studies die gebaseerd zijn op de statistische verwerking en op exclusieve analyses van PISA 2003. In dit eerste artikel stellen we over de sociale ongelijkheid in het Belgisch onderwijs enkele onuitgegeven cijfers voor, die gebaseerd zijn op de economisch-sociale-culturele indicator “ESCS”.
Memorandum tegen schoolmislukkingen (juni 2005)
In mei 2004 hebben zeven Franstalige organisaties, waaronder APED (OVDS), en enkele academici, verenigd in een “platform voor strijd tegen schoolmislukkingen” een Memorandum opgesteld. Intussen werd het platform verruimd met de onderwijsvakbonden CSC enseignement (ACV-onderwijs), CGSP enseignement (ACOD-onderwijs) en SEL (ABVV-onderwijscentrale in het vrij onderwijs). De tekst vertrekt van de rampzalige situatie in het Franstalig onderwijs met zijn massale schoolmislukkingen en schuift gezamenlijke eisen naar voren. De doelstelling van het platform is een diepgaand maatschappelijk debat te lanceren over de rol van de School en de manier waarop ze die kan vervullen.
De democratische school staat niet op het programma van Arena
In de Franstalige onderwijsmiddens, media en politieke wereld woedt sinds maanden een fel debat over een “strategisch contract voor het onderwijs”. Op 29 november 2004 ondertekende onderwijsminister Maria Arena (PS) met de representatieve onderwijsorganisaties (inrichtende machten, onderwijsvakbonden, ouderverenigingen en overkoepelende studentenorganisatie) en de sociale partners (patronale en syndicale organisaties) een “Déclaration commune”. Deze gemeenschappelijke verklaring moest de aanzet zijn om tot een “strategisch contract” voor het Franstalig onderwijs te komen. Op 21 januari 2005 keurde de regering van de Franse Gemeenschap een eerste versie van dit “strategisch contract” goed.
Welke [on]gelijke kansen worden er eigenlijk gecreëerd?
Frank Vandenbroucke geeft aan zijn beleidsnota van december 2004 de welluidende titel “Vandaag kampioen in wiskunde, morgen ook in gelijke kansen” mee, waarmee hij verwijst naar het recent gepubliceerde PISA 2003-onderzoek .
Hoe kan de context van het Europese economische marktdenken, dat de concurrentieslag met de Verenigde Staten en Japan wil winnen, gelijke kansen creëren?
“Rapport Thélot”, debat over de toekomst van het onderwijs in Frankrijk
In september 2003 richt de Franse minister van nationale opvoeding, Luc Ferry, een commissie op, onder leiding van Claude Thélot, met twee opdrachten. Ten eerste een "breed debat" over het onderwijs organiseren met alle betrokkenen (leraars, ouders, verenigingen, vakbonden...).Ten tweede: "toekomstgericht nadenken teneinde de mogelijke evolutieschema's vast te leggen van ons lager en secundair onderwijssysteem". Een jaar later is Ferry vervangen door Fillon, maar de commissie Thélot heeft haar taak volbracht. Na 26.000 vergaderingen, 300 schriftelijke bijdragen van allerlei verenigingen, 1500 brieven en 15.000 e-mailberichten en na een eerste syntheserapport van de discussies in april 2004, overhandigt Claude Thélot op 16 oktober 2004 aan president Jacques Chirac zijn eindrapport, getiteld: “Pour la réussite de tous les élèves” ("Voor het welslagen van alle leerlingen”). Alle uittreksels in dit artikel komen uit dit eindrapport.
Vermindering basisvorming in Nederlands beroepsonderwijs
De Nederlandse minister van der Hoeven (CDA, Onderwijs) wil de basisvorming, het gemeenschappelijke lesprogramma voor de onderbouw van het secundair onderwijs, afschaffen. Volgens de...
Regeerakkoord (2004-2009) voor het Franstalig onderwijs
Gezien onderwijs binnen de bevoegdheden van de Gemeenschappen een prominente plaats inneemt, ligt het voor de hand dat het onderwijshoofdstuk in het regeerakkoord van de Franse Gemeenschap een lijvig document is. Het is onmogelijk om in dit korte bestek alle onderwijsaspecten van dit akkoord tussen de Parti Socialiste (PS) en de Centre démocrate humaniste (Cdh) hier te behandelen (30 bladzijden).We zullen ons dus beperken tot de belangrijkste elementen. Ze illustreren vaak pertinent de onderwerping van het politieke beleid aan de economische machten.
We zetten de belangrijkse elementen uit het akkoord op een rijtje (in italiek) en voorzien ze daaronder van een (beknopte) commentaar. Andere bijdragen in dit dossier gaan meer in detail op sommige argumenten in.
“Bijna alle oud-premiers werken of werkten voor ondernemingen”
Voor Geuens zijn de media een onderdeel van een groter geheel, met als centrale stelling dat de globalisering niets wezenlijks heeft veranderd aan de oude tegenstellingen. Er is een dominante klasse waarbij staat, media, en andere instellingen gewoon instrumenten vormen voor het bestendigen van hun macht.
Memorandum tegen de schoolmislukkingen (mei 2004)
Op 5 mei 2004 hebben zeven Franstalige organisaties op een persconferentie in Brussel hun gemeenschappelijk "memorandum tegen de schoolmislukkingen" voorgesteld. Het initiatief ging uit van de Ligue des Droits de l'Enfant. De zes andere organisaties zijn APED (Appel pour une école démocratique), la Fédération Francophone des Ecoles de Devoirs, la Code (Coordination des ONG pour les Droits de l'Enfant) la CGé (Changements pour l'égalité), la Ligue des Familles en ATD-Quart Monde. De professoren Marcel Crahay (directeur van de dienst theoretische en experimentele pedagogie, Ulg) en Benoït Galand (psychologie en onderwijs, UCL) waren ook betrokken bij het opstellen van het memorandum.Hieronder volgt de tekst van het memorandum (vertaling: OVDS). Uw eventuele reacties (in het Frans of in het Nederlands) zijn welkom bij [ligue.droit.enfant@skynet.be] (0477/545.907) en [aped@ecoledemocratique.org] (02/735.21.29)
“Tussen drie en zes jaar kan men best schoolse mislukkingen vermijden”
Als reactie op het “programma voor het leerplichtonderwijs” (1) waarin het belang van het basisonderwijs wordt onderlijnd voor schoolsucces, ontvingen we deze getuigenis van...



