Wat België meer kan doen voor Gaza (Oproep van 900 Belgische academici)

Facebooktwittermail

Meer dan 900 professoren, onderzoekers, doctoraatsstudenten en andere wetenschappelijke medewerkers aan beide zijden van de taalgrens roepen regeringen van ons land op om actie te ondernemen om een einde te maken aan het bloedbad in Gaza. Dit is hun open brief.

Elke dag zijn we getuige van de menselijke tragedie die zich afspeelt in Gaza. Sinds het begin van de oorlog zijn meer dan 30.000 Gazanen gedood en 70.000 verwond. Hele wijken, ziekenhuizen en scholen werden in puin gelegd. Meer dan een miljoen vluchtelingen leven opeengepakt in geïmproviseerde tentenkampen tegen de Egyptische grens.

Omdat Israël de toegang van essentiële humanitaire hulp in de Gazastrook verhindert, is er een chronisch tekort aan voedsel, medicijnen en levensmiddelen. Meer dan een half miljoen kinderen, vrouwen en mannen balanceren op de rand van de hongersnood.

Twee maanden geleden beval het Internationaal Gerechtshof Israël om onmiddellijk effectieve maatregelen te nemen om Palestijnen te beschermen tegen het risico van genocide, onder meer door het toelaten van humanitaire hulp. Sindsdien gaat de tragedie in Gaza onverminderd door.

Internationaal recht dwingt zichzelf niet af, dat moeten staten doen. Als partij bij het Genocideverdrag en de Conventies van Genève rust op België de dwingende juridische plicht om alle mogelijke middelen aan te wenden om genocide en misdaden tegen de menselijkheid te voorkomen.

DRUPPELS OP HETE PLAAT

Hoewel België zeker reeds haar nek heeft uitgestoken, blijken de maatregelen die tot nu toe werden getroffen Israël niet aan te sporen om de essentieelste principes van het internationaal humanitair recht en de mensenrechten te respecteren. Extra steun aan het Internationaal Strafhof, het behoud van de financiering voor UNRWA of airdrops van noodhulp bleken niet meer dan druppels op een hete plaat. Om zelf niet betrokken te raken bij misdaden tegen de menselijkheid, kan, en vooral móét, België meer doen.

De mogelijke maatregelen verschillen niet van de instrumenten die België en andere westerse landen nu al treffen in andere conflicten, zoals met Rusland. We beschikken reeds over een arsenaal aan maatregelen om de politieke druk op Israël op te drijven. Als voorzitter van de Raad van de Europese Unie zit België in een geprivilegieerde positie om een ambitieuzere koers in te zetten.

Het gebrek aan een Europese consensus is geen geldig argument voor België om aan zijn eigen internationale verplichtingen te verzaken. Wanneer het om dermate ernstige schendingen van het internationale recht gaat, mag België geen genoegen nemen met de positie van kleinste gemene deler, maar streven naar een ambitieuze stellingname met andere staten die een vooruitstrevende positie hebben ingenomen, zoals Ierland en Spanje.

ACTIE IS NODIG

Om een onmiddellijk staakt-het-vuren af te dwingen, de onbeperkte doorgang van humanitaire hulp naar Gaza te garanderen, de naleving van het internationale recht te verzekeren en de weg richting vrede te openen, is actie nodig. Met het oog op de vergadering van de Europese Raad op 21 maart, vragen wij de regeringen van de federale overheid en de deelstaten om volgende maatregelen:

– economische sancties tegen Israël, zoals de herziening en opschorting van de associatieovereenkomst tussen de EU en Israël;

– diplomatieke sancties tegen Israël;

– de onmiddellijke opschorting van alle wapenhandel met Israël en een effectief verbod op de doorvoer van wapens via de Belgische en Europese havens naar Israël, zoals ook wordt gevraagd door VN-Special Rapporteurs;

– het verbod op handel in producten geproduceerd in Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied, het aanmoedigen van de Europese Unie om haar beleid van differentiatie te verruimen en het versterken van de due diligence-plicht opgelegd aan bedrijven die actief zijn in de bezette gebieden, zoals ook wordt gevraagd door CNCD-11.11.11Don’t buy into occupation en het Call4Peace-initiatief;

– individuele sancties tegen regeringsleden, politici, officieren, kolonisten en iedereen die verantwoordelijk is voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, met inbegrip van Belgische vrijwilligers bij de Israëlische strijdkrachten, onder andere door reisbeperkingen, het bevriezen van tegoeden en/of juridische vervolgingen;

– maatregelen tegen culturele, economische of academische samenwerkingen met instellingen en universiteiten die schendingen van het internationale recht en de mensenrechten uitvoeren, faciliteren of rechtvaardigen;

– lopende procedures voor de internationale rechtbanken blijven ondersteunen, hetzij door tussen te komen als amicus curiae, te helpen bij de bewijsgaring voor mogelijke misdaden tegen de menselijkheid, of door een ruime interpretatie van het begrip genocide voor te stellen, in het bijzonder van de beginselen van bescherming en preventie;

– de onmiddellijke en onvoorwaardelijke erkenning van de Palestijnse staat;

– gemakkelijke en onmiddellijke toegang tot hulp en speciale opvangfaciliteiten voor Palestijnse vluchtelingen en hun naasten te verzekeren in België, zoals ook met Oekraïense vluchtelingen gebeurt.

Ondertekenaars: ruim 900 professoren, onderzoekers, doctorandi en faculteitsmedewerkers uit de academische wereld waaronder Céline Romainville (professor, UCLouvain), Sophie Mercier (doctoraatsonderzoeker, UCLouvain), Karel Reybrouck (postdoctoraal onderzoeker, UCLouvain), Elena Aoun (assistant professor, UCLouvain), Koenraad Bogaert (associate professor, UGent), Eva Brems (gewoon hoogleraar, UGent), Eric Corijn (hoogleraar, VUB), Olivier Corten (professor, ULB), Jan De Maeseneer (emeritus gewoon hoogleraar, UGent), Olivier De Schutter (professor, UCLouvain), Nadia Fadil (professor, KULeuven), Tomaso Ferrando (professor, UAntwerpen), Christine Frison (professor, ULiège), Idesbald Goddeeris (gewoon hoogleraar, KU Leuven), Brigitte Herremans (postdoctoraal onderzoeker, UGent), Hilde Heynen (gewoon hoogleraar, KULeuven), David Jamar (professor, UMons), Christopher Kenyon (professor, Instituut Tropische Geneeskunde), Pierre Klein (professor, ULB), Rudi Laermans (emeritus hoogleraar, KULeuven), Vincent Legrand (assistant professor, UCLouvain), Renaud Maes (professor, UMons en UCLouvain), Marco Martiniello (professor, ULiège), Geert Molenberghs (gewoon hoogleraar, KU Leuven en UHasselt), Yves Poullet (emeritus professor, UNamur), Anne-Catherine Rasson (docent en onderzoeker UNamur en UCLouvain Saint-Louis), Cécilia Rizcallah (professor, UCLouvain en Saint-Louis-Bruxelles), Hichem Sahli (professor, VUB), Petra Van Brabandt (professor en Hoofd Onderzoek, Sint Lucas School of Arts), Gert Van Hecken (associate professor, UAntwerpen), Gaëtan Vanloqueren (gastprofessor, ULiège), Geertrui Van Overwalle (hoogleraar, KULeuven), Didier Vrancken (professor en decaan, ULiège), Marieke Wyckaert (hoogleraar, KULeuven).

 

1 REACTIE

  1. Prof. Brems, die er destijds geen graten in zag samen te werken met Iraanse universiteiten. Meer zelfs: een delegatie van Iraanse professoren met alle egards aan de UGent te ontvangen. Over dubbele moraal gesproken.

Comments are closed.