Bereiken we een tipping point in de dekolonisering en strijd tegen racisme?

Facebooktwittermail

Rachida Aziz, Naïma Charkaoui, Fikry El Azzouzi, Dalilla Hermans, Dyab Abu Jahjah, Rachida Lamrabet, Bhleri Llehsi, Nadya Nsayi, Olivia Rutazibwa, Chika Unigwe,…. Hun boeken en columns stonden de afgelopen jaren op mijn leeslijst. Auteurs, geboren en/of opgegroeid in Vlaanderen, met roots in de migratie. Auteurs die ons met hun scherpe pen een geweten schopten, die durfden zeggen: “Stop, bange witte man. Wij horen er ook bij. Luister naar ons.” Zij benoemen en ontleden vanuit verschillende invalshoeken het probleem van het structureel racisme in onze westerse maatschappij.

De moord op George Floyd duwt dit proces in een versneld tempo vooruit. Zijn dood in een lange rij politiegeweld tegen zwarten en hispanics vormde de spreekwoordelijke druppel in de emmer. De vonk die de explosieve cocktail van een ongecontroleerd politiekorps, een haatpredikende president, een moegetergde gekleurde bevolking – zwaar getroffen bovendien door de coronacrisis – nodig had om vlam te vatten. De hartverscheurende beelden van zijn laatste minuten gingen de wereld rond en lieten geen rechtschapen mens onberoerd. De vlam sloeg over, ook naar het oude continent.

En met de vlam laaien de discussies over ons eigen koloniaal verleden mee hoog op.

Arrogante superieure blanken, ijverige redders van de arme n***tjes, weldenkende ontwikkelingssamenwerkers: producten van een koloniaal verleden

Het koloniaal verleden met zijn koloniale propagandamachine heeft de geesten van de 20ste eeuw stevig gekneed en er een al dan niet bewust racisme doen nestelen. Decennia lang werd Leopold II verheerlijkt als een humanitair geïnspireerde gezant – getuigen de talrijke standbeelden die nu kop van jut zijn. Hij wou de Arabische slavendrijvers beteugelen, de islam tegenhouden en het hele gebied civiliseren, heet het. Zijn gruweldaden tegen de plaatselijke bevolking waren weliswaar reeds bij zijn leven bekend en brachten België niet weinig in verlegenheid, doch ons land wist de internationale bezorgdheid te omzeilen door Leopolds eigen “Congo Vrijstaat” – het gebied 80 keer zo groot als België was zijn privédomein – over te nemen als een “gewone” kolonie met als pijlers de koloniale administratie, het leger en de katholieke kerk. De “beschaving” moest in niets onderdoen voor het Zuidafrikaans Apartheidregime en was volledig gericht op het dienen van de kolonisator. Wegen werden aangelegd… om de grondstoffen naar de havens te voeren, om ze vervolgens naar België te verschepen. Ziekenhuizen werden gebouwd…om te vermijden dat de plaatselijke werkkrachten zouden sterven aan epidemieën. Scholen werden opgericht… om wat te leren lezen en schrijven maar vooral om zich te leren gedragen als brave, gehoorzame katholieken.

Pas in de leerboeken van eind de jaren ’70 vindt men meer kritiek op de koloniale geschiedenis, wordt het licht geworpen op het paternalisme, op de exploitatie van de bodemrijkdommen en de genadeloze uitroeiing van de bevolking.

Niettemin blijft op school het onderricht over het koloniaal verleden ook vandaag onderbelicht. Leerkrachten geschiedenis die nu voor de klas staan hebben zelf in hun opleiding aan de universiteit bitter weinig over koloniale geschiedenis gehad, sommigen zelfs geen enkel vak, en geven de materie veelal nog vanuit een westerse bril. Alleen de recente afgestudeerden maakten kennis met een veranderde mentaliteit aan de universiteiten. Zij doorprikken het eurocentrisme waardoor er plaats is voor een ander perspectief.[1]

Kolonialisme in de eintermen

De vraag om de geschiedenis van de Belgische kolonisatie van Congo als verplicht op te nemen in het curriculum van het secundair onderwijs dateert niet van vandaag. Het betreft immers een periode die bijna de helft beslaat van onze geschiedenis als natiestaat. Toch krijgen vandaag de dag in het Franstalig onderwijs alleen de leerlingen uit de technische en beroepsafdelingen systematisch les over de geschiedenis van Congo en de kolonisatie.[2] In de algemeen vormende afdelingen voorziet het competentiegericht onderwijs bijzonder vaag in “het kunnen identificeren van de componenten van een proces van kolonialisering, van neokolonialisme, van dekolonisering”.[3]

In het Nederlandstalig onderwijs voorzien de huidige eindtermen alleen welke historische tijdsperiode per graad moet behandeld worden.[4] Daarom kan het dat leerkrachten op minimale wijze over Congo onderwijzen, veelal alleen in het kader van het westers imperialisme. En het kan dat Congo of dekolonisatie onbesproken blijven.

Het is dan ook niet te verwonderen dat de kennis over de kolonisatie in het algemeen en het Belgisch koloniaal verleden in het bijzonder bij leerlingen van de derde graad ondermaats is. Een enquête van Ovds (Oproep voor een democratische school)  over relevante maatschappelijke kennis bij meer dan 3000 leerlingen van de derde graad secundair onderwijs wees in 2008 uit dat één leerling op vier niet weet dat Congo een Belgische kolonie was; in het beroepsonderwijs is dat meer dan één leerling op twee. Uit diezelfde enquête bleek dat één leerling op vijf in het aso en één leerling op twee in het bso niet weet dat de Amerikaanse zwarte bevolking afstammelingen zijn van Afrikaanse slaven. Verder dat slechts één leerling op drie weet dat Mexico een Spaanse kolonie en Brazilië een Portugese kolonie was.[5]

We kunnen er ons bijgevolg alleen maar over verheugen dat kolonialisme en de Belgische kolonisatie van Congo in de eindtermen wordt opgenomen, en dit expliciet en verplicht voor iedereen.

In het Vlaams onderwijs worden binnenkort de nieuwe eindtermen voor de tweede en derde graad secundair onderwijs aan het parlement ter goedkeuring voorgelegd. De begrippen “Imperialisme, (neo)kolonialisme en dekolonisatie” zijn opgenomen in het vak geschiedenis van de derde graad, met oog voor de verhalen van het Congolese volk zelf. Zo kan ook de brug geslagen worden naar de multiculturaliteit van vandaag, en kan de link tussen het koloniale verleden en het hedendaags racisme verduidelijkt worden.

In het Franstalig onderwijs belooft minister van Onderwijs Caroline Désir werk te maken van een helder referentiekader met duidelijke eindtermen, en dit in nauwe samenwerking met universitaire onderzoekers. Leerlingen van de derde graad moeten begrijpen dat de kolonisatie een economisch project van uitbuiting was dat België heeft rijk gemaakt. Eerder dan gruweldaden is de term massamoorden op zijn plaats. En meer nog dan over Mobutu moet men over Lumumba spreken. Tenslotte zal de leraar ook de nodige opleiding moeten krijgen om om te gaan met mogelijke racistische uitlatingen tegenover leerlingen van Congolose, Rwandese of Burundese origine.[6]

Een nieuwe generatie activisten met stevige eisen

Sinds de jaren ’90, in de nasleep van het Mobutu-regime, de oorlogen in Centraal-Afrika en de volkerenmoord in Rwanda, is de Afrikaanse diaspora in ons land flink gegroeid. Binnen die groep groeien het protest en de gerechtvaardigde eisen om excuses, respect en vergoeding. Jongeren met roots in de Afrikaanse migratie stoten door naar hogescholen en universiteiten en organiseren zich: Belgian Youth Against Racism, Change, AYO, Black Speaks Black,… Het racisme- en discriminatiedebat breidt zich uit van de gemeenschappen uit de arbeidsmigratie (vooral Belgen van Turkse en Noordafrikaanse origine) naar de gemeenschap met Afrikaanse roots die lijdt onder de nalatenschap van het koloniaal verleden. Zij zien in de figuur van Leopold II het symbool van racisme dat ze vandaag aan den lijve ondervinden. Dat zijn beelden en die van andere “pioniers” zout in de wonde strooien, is meer dan begrijpelijk. De meningen over het verwijderen van de beelden zijn echter verdeeld. Afgezien van de koloniaalgezinden die met ontzetting het bekladden of van de sokkel halen volgen, pleit men vanuit diverse hoek voor het behoud van de beelden – al dan niet in de publieke ruimte – precies om de koloniale geschiedenis niet te vergeten. Beelden of plekken die aan deze zwarte bladzijde uit onze geschiedenis herinneren, kunnen bv. voorzien worden van een educatief bord. Er kan op gewezen worden dat we ons van de figuur distanciëren. Er kan een kunstwerk van of voor de onderdrukten als “tegenhanger” naast geplaatst worden. Of waarom geen koloniaal museum bouwen, een plaats van herdenking en opvoeding?

Parallel wordt de discussie gevoerd over officiële excuses voor de koloniale misdaden. De opening van het nieuw ingerichte Afrikamuseum in Tervuren in 2018 was een unieke gelegenheid, maar Koning Filip blonk uit door afwezigheid. In februari 2019 lanceerde een expertengroep van de VN een oproep voor een historisch pardon. In de huidige beweging laat de politieke arena zich opnieuw horen. Alle partijen wijzen naar de koning, waarna de regering zich kan aansluiten. De zestigste verjaardag van de onafhankelijkheid lijkt een uitgelezen moment. Een reactie van het koningshuis blijft vooralsnog uit.[7] De Belgische monarchie heeft het duidelijk moeilijk zich te verontschuldigen voor de misdaden van de voorvaders. Immers, behalve de plunderingen en massamoorden op bevel van Leopold II, is er ook de moord op Lumumba, waarbij niet meer wordt getwijfeld aan de betrokkenheid van koning Boudewijn en Belgische politici.

De meeste opiniemakers zijn het erover eens dat zowel de discussies over de standbeelden als deze over de excuses moeten opengetrokken worden naar de structurele problemen die vandaag bestaan in de sociale verhoudingen in ons eigen land én in de politieke en economische verhoudingen met de ex-kolonie.

#PraktijktestenNu

Het overgrote deel van de Afro-descendenten in ons land heeft te maken met primair racisme. Acht op tien geven aan stelselmatig beledigd, gekleineerd en vernederd te worden op grond van hun huidskleur of origine. Deze discriminatie wordt structureel doorgetrokken op de woning- en arbeidsmarkt en in het onderwijs, waar jongeren uit de migratie dubbel slachtoffer zijn van de sociale ongelijkheid. De cijfers kunnen ronduit confronterend genoemd worden: 60 % van de personen met roots in Congo, Rwanda of Burundi hebben een diploma van hoger onderwijs. Maar indien ze al werk vinden, is dat in een statuut dat ver beneden hun opleidingsgraad ligt. Vrouwen werken vaak als schoonmaakster of verpleegkundige, mannen als magazijnier of verkoper. De werkloosheidsgraad is aanzienlijk : vier keer meer dan bij de gemiddelde witte Belgen, drie keer meer dan bij migranten van de tweede generatie.[8] De eis om praktijktesten in te voeren en quota op te leggen mag dan ook niet langer weggewuifd worden indien het beleid op een dwingende manier racisme en discriminatie wil aanpakken.

Gewetenloosheid troef

Even doortastende maatregelen zijn nodig in de internationale relaties. Na de onafhankelijkheid is er fundamenteel weinig tot niets veranderd in de uitbuiting van het Congolese volk. Het land met bijna alle denkbare delfstoffen in zijn bodem en tal van mogelijkheden op het vlak van waterhuishoudkundige systemen, blijft één van de armste bevolkingen ter wereld tellen. België en het Westen mengen zich voort in de interne aangelegenheden. Na de formele onafhankelijkheid in 1960 en de moord op Lumumba, streden zijn volgelingen o.l.v. Pierre Mulele (met aan zijn zijde o.m. Che Guevara en Laurent Kabila) verder voor echte onafhankelijkheid. In 1965 maakte de tweede staatsgreep van Mobutu met de steun van België en van de CIA een einde aan wat werd gezien als een communistische dreiging. Het Zaïre van Mobutu is een troetelkind van de Koude Oorlog. Na Zuid-Afrika was hij de voornaamste pion van het westerse imperialisme in zwart Afrika. Met zijn zgn. zaïrisering van de economie werden bepaalde sectoren, veelal Libanese, Oegandese en Indiase tussenhandelaars genationaliseerd terwijl de grote internationale bedrijven verder hun gang konden gaan via vrijhandelsakkoorden ten gunste van het Westen. Westerse bedrijven en banken financierden zijn megalomane projecten die jaren later nutteloos bleken te zijn. Zijn regime staat opgetekend als de grootste kleptokratie ooit maar IMF en Wereldbank bleven hem leningen verschaffen en schuldherschikkingen toestaan.

Na de val van de Berlijnse muur veranderde er heel wat op de internationale scène. Het Westen had in zijn geopolitieke strategie Mobutu niet langer nodig en zijn regime verzwakte zienderogen. In 1997 kon Laurent Kabila de macht grijpen maar hij werd enkele jaren later, in 2001, vermoord en opgevolgd door zijn zoon Joseph. In 2019 won Felix Tshisekedi met veel vraagtekens de verkiezingen terwijl in het parlement en de provincieraden Joseph Kabila de meerderheid behoudt. Congo is in deze kwarteeuw meer dan ooit het toneel geworden van tegen elkaar strijdende partijen midden een kluwen van een geopolitieke belangenstrijd. De opkomende industrieën van Rusland, China, Brazilië en Indië die zich inwerken in Afrika in het algemeen en Congo in het bijzonder, vormen een bedreiging voor de westerse belangen, die hun door de kolonisering verworven machtspositie zien verloren gaan. Joint ventures met Westerse bedrijven worden immers herzien. Het land is ten prooi gevallen aan verschillende milities voor wie het er op de eerste plaats om te doen is de ontginning en de export van de grondstoffen te vrijwaren. Dat de Congolese staat zelf geen baas is over de exploitatie en de handel en dus massa’s inkomsten ziet verloren gaan, laat de afnemers koud: voor hen telt alleen dat de export doorgaat.

Terug naar het onderwijs: de wereld begrijpen om hem te veranderen

Twee uur per week geschiedenisonderricht zal niet volstaan om de zo complexe materie als kolonisering, neokolonialisme en dekolonisering – en de gevolgen ervan – te vatten. Jongeren moeten naast kennis opdoen over het factuele gebeuren ook inzicht krijgen in de geschiedenis van het economisch en sociaal denken. Er is nood aan een globale visie op het verleden die focust op de economische belangen en de diverse machtsverhoudingen om te komen tot een juist inzicht en juiste verhoudingen in de hedendaagse Noord-Zuid-relaties: “ontwikkelings”samenwerking – hoe goed bedoeld ook – ontmaskeren als het verlengde van het koloniale denken, een middel om onze aanwezigheid te verzekeren; de eisen van herstelbetalingen voor het aangedane leed (moreel en materieel) inwilligen. Om de vluchtelingenproblematiek te vatten in al zijn dimensies. Niet “Europa kan het leed van de hele wereld niet dragen” maar “Europa veroorzaakte onnoemelijk veel leed”: geweld, etnische spanningen en oorlogen; extreme uitbuiting; uitputting van de bodem door intensieve landbouw, illegale houtkap en mijnontginning; schuldenlast; ontwrichting van de plaatselijke economie; braindrain, enz. … De verantwoordelijkheid van kolonialisering en neokolonialisme is verpletterend. Deze verantwoordelijkheid is waar dekolonialisering en anti-racisme om gaan. Om dit te vatten hebben we een onderwijs nodig dat én sociaal meer gelijk is én tegelijkertijd zeer ambitieus. Alle jongeren moeten de intellectuele wapens krijgen om dit systeem in al zijn dimensies te ontrafelen en te ontmaskeren – historisch en geografisch maar ook economisch, sociaal, ideologisch en politiek – om de wil aan de dag te leggen mee te werken aan de verandering ervan. Zoals Olivia Rutazibwa het zegt: “Ge kunt een project hebben van aan een samenleving bouwen, dat exciting is. Het gevoel van laten we mentaal heel deze boel eens afbreken, wat zouden we in mekaar knutselen. Dat betekent niet dat morgen alle ceo’s, alles weg moet. Maar dat we tenminste, al is het al op de schoolbanken, aan zo’n beeld beginnen denken…”[9]

  1. Zie o.m. De Standaard, In de klas is Congo nog altijd een beetje van het Westen, 10 juni 2020

  2. Compétences terminales et savoirs communs – humanités professionnelles et techniques – formation historique et géographique p. 15 (geraadpleegd op 20.6.20)
  3. Compétences terminales et savoirs requis – humanités générales et technologiques – histoire (geraadpleegd op 20 juni 2020) 
  4. Zie Onderwijsdoelen.be
  5. http://www.skolo.org/nl/2008/09/01/ovds-enquete-bij-3000-leerlingen-derde-graad-secundair-onderwijs
  6. Zie o.m. La Dernière Heure, Les cours sur la colonisation du Congo rendus obligatoires, 10 juin 2020.

  7. https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2020/06/12/excuses-koloniale-verleden-regering-of-koningshuis/
  8. Burgers met Afrikaanse roots: een portret van Congolese, Rwandese en Burundese Belgen, Koning Boudewijnstichting, 2017 – pp. 201-205.
  9. Olivia Rutazibwa, Racisme dient een doel. Podcast in Zwijgen is geen optie, november 2019. https://zwijgenisgeenoptie.be/olivia-rutazibwa/