Burgerinitiatieven willen onderwijs van onderuit veranderen

Facebooktwittergoogle_plusmail

(Dit artikel verscheen eerder op De Wereld Morgen.)

Een nieuwe tendens in het onderwijsveld: nu de onderwijshervorming met een sisser is geëindigd, willen burgerinitiatieven het falende onderwijsbeleid van onderuit veranderen. De grote opkomst op twee recente evenementen in Antwerpen toont aan dat het thema van de onderwijsongelijkheid leeft.

600 aanwezigen in De Roma voor het onderwijsdebat op woensdag 4 oktober. In de zaal leraren, studenten en onderwijsprofessionals. Het panel bestond uit een onderwijswetenschapper, een rector en enkele vertegenwoordigers van burgerinitiatieven. Ze komen hieronder allen aan de beurt.

Op basis van de PISA-cijfers weten we dat de sociaal-economisch en etnische segregatie in het onderwijs nergens zo groot is als in Vlaanderen. Nergens zijn de resultaten van jongeren met een migratieachtergrond zo slecht als hier. Hebben we hier in Vlaanderen dan echt zulke slechte migranten, vroeg Orhan Agirdag (KU Leuven) zich af. Het antwoord is neen, er is iets anders aan de hand.

Orhan Agirdag ging eerst in op wat we als reactie hierop vooral niet moeten doen, en dat is deficitdenken. Volgens het deficitdenken ligt het probleem bij de migranten: ze spreken onze taal niet goed genoeg, hun ouders engageren zich onvoldoende voor de schoolcarrière van hun kinderen, ze laten zich teveel leiden door de islamitische cultuur. Dit is wat Agirdag “blaming the victim” noemt.

Enkele confronterende voorbeelden van deficitdenken kwamen aan bod. Er was het verhaal van het meisje dat een spreekbeurt hield en van pure zenuwachtigheid begon te stotteren. Conclusie van haar lerares: dat komt ervan als je thuis geen Nederlands spreekt. Terwijl het tegendeel waar was. Nog enkele weetjes: terwijl 72% van de leerkrachten vindt dat leerlingen op school geen vreemde taal mogen spreken, en 29% dat het OK is om leerlingen te straffen omdat ze hun moedertaal spreken op school, vindt slechts een kleine minderheid het een goed idee om de moedertaal te gebruiken in leerboeken (13%) of in de les (3%). Het geloof van Vlaamse leerkrachten in eentaligheid is sterk. “Ieder zijn verhaal, samen één taal”, is het motto van een Limburgse school. Het is niet moeilijk om hieruit te besluiten dat deze opvatting een belangrijke rol speelt in de structurele achterstelling van leerlingen met een migratieachtergrond. Taal is belangrijk, maar mag geen uitsluitingscriterium zijn, aldus Agirdag.

Wat moeten we dan wel doen, volgens Orhan Agirdag? In het kort: ons onderwijs moet multicultureler, we hebben meer gekleurde leerkrachten nodig, de meest ervaren leerkrachten moeten aan de slag in de scholen met de grootste uitdagingen, het zittenblijven moet omlaag.

Met Samira Azabar van BOEH! kreeg ook de hoofddoek een plaats in de discussie. Geen symboolkwestie, maar een mensenrecht, zoals de laatste uitspraak van de Raad van State bewijst, zei ze. De manier waarop met de hoofddoek wordt omgegaan in het onderwijs en op de arbeidsmarkt creëert een extra drempel en draagt dus bij tot de uitsluiting van minderheidsgroepen.

UA-rector Van Goethem wees (historicus zijnde) op de historische wortels van de onderwijsongelijkheid en het taalfetisjisme in Vlaanderen. De witte Vlaming lijdt aan focusvernauwing, zei hij, en die focusvernauwing leidt tot onwetendheid. De taal is een excuus om de reële problemen uit de weg te gaan en de schuld op minderheden af te schuiven. Bovendien is ons onderwijs traditioneel elitair: nog niet zo lang geleden werden op proclamaties leerlingen afgeroepen volgens de behaalde punten. Van hoog naar laag, welteverstaan.

Rihab Hajjaji, consultant bij IBM, stelde PEP voor. (De afkorting staat voor “Positive Education Psychology”.) Haar vereniging wil jongeren uit kansengroepen door middel van coaching op de juiste plaats in het onderwijs krijgen. De trigger die haar over de onderwijsongelijkheid had doen nadenken, waren de vele witte busjes van het buitengewoon onderwijs die ze in haar buurt zag rondrijden. Waarom waren dat er veel meer dan in andere wijken? Omdat je als kind met migratieachtergrond meer kans hebt om in het buitengewoon onderwijs terecht te komen, zo blijkt. Haar twee broertjes, die ei zo na door het CLB naar het buitengewoon onderwijs werden gestuurd, staan nu op het punt om naar het hoger onderwijs door te stromen. De rol van het CLB in het wegduwen van gekleurde leerlingen naar “lagere” richtingen in ons watervalsysteem kwam trouwens meer dan eens aan bod. Ook Sandrine Ekofo wist ternauwernood aan zulk een demotie te ontkomen. Ze is juriste en voorzitter van Kilalo, een vereniging die huiswerkklassen organiseert voor jongeren van Afrikaanse afkomst. Beide jonge vrouwen zeiden dat ze hun diploma in de eerste plaats te danken hebben aan de invloed van “peers”, mensen uit hun directe omgeving die het niet meer dan normaal vonden dat je verder studeert. Vandaar de aandacht voor rolmodellen in de projecten.

Hajjaji had het ook over het golem-effect. Dat is een negatieve selffulfilling prophecy: gezien hun ondervertegenwoordiging in de “sterke” richtingen, liggen de verwachtingen ten opzichte van gekleurde leerlingen sowieso lager. En waar de verwachtingen lager liggen, zullen ook de prestaties minder goed zijn. Bovendien zullen ouders door een gebrek aan kennis van ons complexe onderwijssysteem de (al dan niet dwingende) aanbevelingen van leerkrachten en CLB moeilijk kunnen inschatten en er weinig weerwerk tegen bieden. Met de gekende gevolgen. Ook bottom-up informatieverstrekking over het onderwijs staat op de agenda van PEP.

De uiteindelijke en opmerkelijke conclusie van het panel was de volgende: aangezien de overheid faalt in haar onderwijsopdracht voor elkeen, mogen we niet wachten op structurele veranderingen en moeten er initiatieven komen van onderuit. We moeten, met andere woorden, het beleid bypassen. Agirdag betreurde het dat de Turkse en Marokkaanse gemeenschappen wel moskeeën oprichten, maar geen scholen. Hij pleitte voor quota voor minderheidsgroepen. En PEP? Rihad Hajjaji riep iedereen op om haar coaching-project te steunen.

Dat kon op maandag 16 oktober, toen in een alweer volgelopen Roma de kick-off van PEP plaatsvond. Het minste wat je kunt zeggen, is dat PEP weet te mobiliseren rond een thema als onderwijsongelijkheid. De massale opkomst van jongeren, ouders en leerkrachten die avond toont aan hoe het thema leeft. Opnieuw enkele sprekende cijfers: als Vlaamse jongere met een migratieachtergrond heb je vijf keer meer kans om in een sociaal gesegregeerde, arme school te zitten dan het Europees gemiddelde. De kans om te blijven zitten is twee keer zo groot.

Minister Crevits erkende de harde cijfers. Haar oplossingen voor een beter gelijkekansenbeleid waren: alle kleuters naar school, meer begrip voor diversiteit en meertaligheid in de lerarenopleiding en basisgeletterdheid als minimumniveau voor taal. Ze herinnerde aan de al lopende tutoringprojecten, die zo’n 1000 jongeren bereiken. De minister loofde de “yes we can”-mentaliteit van het project en deed PEP prompt een voltijds medewerker cadeau.

Iedereen tevreden dus. Al deed het meritocratische gehalte van de kick-off menige wenkbrauw fronsen. De rolmodellen waren immers niet min. Een topchirurg, een manager van een divisie consultants, een handelsingenieur. Allen van vreemde afkomst en geslaagd daar waar vele anderen faalden. Zoals een van hen getuigde: op het laatst was ik de enige die overbleef van een groep van twintig starters met vreemde roots. De mantra die steeds herhaald werd was: als ik dat kan, dan kunnen jullie dat ook. Met een kans van één op twintig of minder, denken wij dan. Is het vergezocht om te stellen dat zulke vergelijkingen gevoelens van machteloosheid kunnen oproepen?[1] Zo bekeken was de avond gebaat geweest met meer herkenbare en haalbare verhalen, zoals dat van schooldirecteur Samira Azeroual.

Dit als bedenking bij een initiatief dat steun en waardering verdient. Intussen is PEP ook in mijn Borgerhoutse school op bezoek geweest. Positief is dat PEP zich niet enkel richt tot jongeren uit de doorstromingsrichtingen van het secundair, maar actief leerlingen BSO aanmoedigt om het maximum uit hun opleiding te halen en indien mogelijk het hoger onderwijs aan te vatten. Via de coaching wil men ook meehelpen om de schooluitval tegen te gaan.

In afwachting van een beleid dat de structurele oorzaken van de onderwijsongelijkheid aanpakt, zijn alle initiatieven die helpen om meer jongeren met een migratieachtergrond te doen doorstromen naar het hoger onderwijs welkom.

Peter De Koning is woordvoerder van Ovds.

De 6 uren voor de democratische school

Op zaterdag 18 november 2017 organiseert Ovds zijn tweejaarlijkse “6 uren voor dedemocratische school”. Niet te missen voor wie inzicht wil in de ongelijkheid van ons onderwijs. ’s Ochtends is er o.m. een workshop i.v.m. diversiteit en gelijke kansen met de jongeren van Tumult. Meer info en inschrijvingen op www.democratischeschool.org.

[1] Hier ga ik dieper op in in dit artikel over de meritocratie: http://www.skolo.org/nl/2017/09/30/het-spook-van-de-meritocratie/