Tijd om het grootste taboe op tafel te leggen

Facebooktwittergoogle_plusmail

Rijke ouders, hoge punten. Hoe voller de portefeuille van papa en mama, hoe beter het schoolrapport. Zelfs anno 2017 blijft Vlaanderen een kampioen in ongelijkheid op school”. Het hoofdartikel van “De Standaard” op 1 september 2017 slaat spijkers met koppen. In een editoriaal pleit de hoofdredacteur om de vrije schoolkeuze, “het grootste taboe”, op tafel te leggen. Ook twee onderzoekers van het Itinera-instituut, niet bepaald de meest linkse denktank, pleiten voor een beperking van de schoolkeuze, “als het moet” om tot een grotere kansengelijkheid in het onderwijs te komen.

Nergens is afkomst zo’n goede voorspeller voor de schoolresultaten

De krant verwijst daarbij naar een nieuwe studie, verschenen in het boek “De geslaagde school”, van twee professoren in opdracht van het Itinera-instituut. “Een leerling van betere komaf – lees: hogeropgeleide ouders met de nodige financiële middelen – scoort systematisch beter op leesvaardigheid, wiskunde en wetenschap. Dat blijkt uit een analyse van de Pisa-resultaten door de professoren Kristof De Witte (KU Leuven) en Jean Hindriks (UCL). De 10 procent leerlingen van vijftien jaar oud met de hoogste sociaaleconomische achtergrond heeft 79 procent kans om in een aso-school re zitten. Voor de 10 procent leerlingen met de zwakste sociaaleconomische achtergrond is dat maar 22 procent. Bij zittenblijven is hetzelfde mechanisme aan het werk: slechts 8 procent van de ‘rijkste’ leerlingen heeft al een jaar overgedaan. Bij de ‘armste’ leerlingen is dat 45 procent. Vlaanderen is qua ongelijkheid een van de slechtste leerlingen van de internationale klas. Anders gesteld: haast nergens is afkomst zo’n goede voorspeller voor de schoolresultaten als in ons land. Dat moet ons zorgen baren, zeggen de onderzoekers, die hun bevindingen in een Itinera-boek gebundeld hebben. ‘Het is niet verwonderlijk dat sommige leerlingen ontmoedigd afhaken’, zegt Hindriks. ‘Ze verliezen hun geloof in het systeem omdat ze vaststellen dat achtergestelde leerlingen het slechter doen’.

Onderzoekers Itinera pleiten voor gereguleerde schoolkeuze

Het Itinera-instituut dat aan de basis ligt van de studie van de professoren Hindriks en De Witte is één van de meest bekende denktanks in ons land en kan niet verdacht worden van linkse sympathieën. Hun analyse van de Pisa-resultaten en de vaststelling dat ons Vlaams en Franstalig onderwijs tot de meest gesegregeerde onderwijssystemen behoren waar sociale afkomst in hoge mate de schoolresultaten bepalen, is niet uniek. De lezers van “De democratische school” werden daarover de voorbije twintig jaar op meerdere studies van Nico Hirtt (Ovds) vergast. Het boek “De school van de ongelijkheid” van Nico Hirtt, Ides Nicaise en Dirk De Zutter bracht in 2007 veel cijfermateriaal en inzichten in kaart. De onderzoeksgroep “Germe” van de ULB, onder leiding van professor Dirk Jacobs, heeft in opdracht van de Koning Boudewijnstichting de jongste tien jaar uitgebreide analyses gemaakt van de Pisa-onderzoeken. Het artikel van De Standaard (1 september 2017) verwijst expliciet naar de jongste editie van de studie van Germe-ULB, op basis van Pisa 2015: “Leerlingen zijn vaak tweemaal het slachtoffer: niet alleen om hun sociaaleconomische en etnische achtergrond, maar ook vanwege de school waar ze les volgen”.

Opmerkelijk is dat de twee professoren van de studie in opdracht van Itinera tot een conclusie komen waarvoor sommige “progressieven” terugdeinzen: de vrije schoolkeuze is niet heilig. De Standaard schrijft: “Hindriks en De Witte bepleiten ook een beperking van de schoolkeuze, als het moet. ‘Natuurlijk vinden ouders dat niet leuk, maar het draait niet alleen om hun keuze’, zegt Hindriks. ‘Het betekent ook niet dat ouders geen preferenties meer mogen hebben. Een gereguleerde schoolkeuze probeert de ouderlijke voorkeuren te verzoenen met grotere kansengelijkheid’.

Onvermijdelijk dat de vrije keuze op tafel komt

Dit alles inspireerde de hoofdredacteur van De Standaard (1 september 2017) tot een scherp editoriaal onder de titel “tijd om het grootste taboe op tafel te leggen”. Karel Verhoeven: “De schoolsegregatie knakt het potentieel van veel kinderen. Die kansenongelijkheid is onrechtvaardig en infecteert de hele maatschappij. Studies tonen dat als ook talent uit de lagere klassen en migrantenmilieus aan de bak komt, iedereen beter presteert. De onderwijsdiscussies van de voorbije dagen komen hier samen. Vlaamse scholen genieten van uitzonderlijke autonomie. Ze krijgen de vrijheid hun pedagogisch project uit te werken, hoe uniek, buitenissig of elitair ook. (…). Het gevolg van dat alles is dat het diploma van de ene school veel minder waard is dan het diploma van een andere school. Sterke scholen trekken sterke leerlingen aan. Die komen uit sterke milieus. (…) De overheid investeert massaal middelen om scholen te ondersteunen die vooral zwakkere leerlingen aantrekken. Structureel zet dat bijna geen zoden aan de dijk, stelt ook minister Hilde Crevits ontgoocheld vast. Bij gebrek aan wondermiddel is het daarom wellicht toch onvermijdelijk dat het grootste taboe van het Vlaamse onderwijs op tafel komt: de vrije keuze. Die van koepels en scholen om hun leerlingen of project te kiezen, of die van ouders in de schoolkeuze, zoals al in grote steden gebeurt”.

De viscerale afkeer tegen alles wat naar sociale correcties ruikt

De recente studies van Itinera en van de Germe-ULB (professor Dirk Jacobs) zijn ook Paul Goossens niet ontgaan. In een vrije tribune in De Standaard (9 september 2017) schrijft hij: “Er is nog iets dat choqueert: het feit dat de onderwijskloof de leiders van het land nauwelijks nog choqueert. De analyse van de professoren Kristof De Witte (KU Leuven) en Jean Hindriks (UCL), die zopas door Itinera werd gepubliceerd, veroorzaakte geen boosheid of woede en nauwelijks debat. Iemand horen waarschuwen dat het DNA van de onderwijskoepels wordt aangetast? (…) Exemplarisch was de reactie van de zich al jaren voorbij hollende Hilde Crevits op de bevindingen van De Witte en Hindriks: niks colère, laat staan een vloek of een hoopgevend ça suffit. Nog maar eens werden versleten woorden opgewarmd: werk van lange adem, dat er geen wondermiddelen bestaan, participatie van de ouders, goede beheersing van het Nederlands … Dat het beleid fout zit en blind blijft voor de zoveel betere resultaten in zowat alle buitenlanden, is aan de minister van Onderwijs niet besteed.

Correctie, niet meer besteed. In 2009, toen de commissie-Monard enkele hervormingen, zoals het afbouwen van de vroegtijdige studiekeuze, voorstelde die de impact van de betere komaf enigszins zouden compenseren, dachten Crevits en haar partij daar nochtans anders over. De reden van de u-turn: de N-VA. Omdat de voorzitter van die partij dweept met Romeinen en Latijnse oneliners optilt tot het summum van Vlaamse wijsheid, kwam er een njet van gewapend beton tegen de voorstellen van Monard. De echte reden van zijn verzet was minder onschuldig: een viscerale afkeer voor alles wat naar sociale correcties ruikt”.