Waarom dialoogscholen, als één pluralistisch openbaar net voor de hand ligt?

Facebooktwittergoogle_plusmail

Het katholiek onderwijs zoekt antwoord op de secularisatie

Het katholiek onderwijs ziet het “katholiek” karakter van haar net door de toenemende secularisatie verder verschrompelen. Zowel het personeel als de leerlingenpopulatie zijn vandaag minder “katholiek” dan ze ooit waren.

Het katholiek onderwijs vertegenwoordigt 60 % (basisonderwijs) à 75 % (secundair onderwijs) van de leerplichtige schoolbevolking. Dat marktaandeel wil het katholieke net niet zien verkleinen.

Leerlingen met een moslim-achtergrond vertegenwoordigen gemiddeld ongeveer 10 % van de leerlingenpopulatie. Wat heeft het katholiek onderwijs hen te bieden zodat ze zich binden aan het katholieke net?

De grondwettelijke vrijheid van onderwijs in te richten biedt de moslims de mogelijkheid om eigen moslim scholen op te richten. Bovendien zoeken de moslimgemeenschappen een oplossing voor sociale discriminatie die zij in het onderwijs ondervinden: vroegtijdige doorverwijzing naar tso en bso, ongekwalificeerde uitstroom, minder deelname aan het hoger onderwijs, enzovoort.

Initiatieven als de Lucerna scholen hebben onder meer als doel deze sociale discriminatie tegen te gaan en moslimkinderen gelijke kansen te geven.

Wanneer een aanzienlijk deel van de moslimleerlingen zou vertrekken, zou dat voor het katholieke net een serieuze kwantitatieve aderlating betekenen. Bovendien blijft het katholiek onderwijs dan achter met een duidelijk minder “gelovig” publiek, waardoor zijn eigen “katholieke” identiteit de facto nog meer dreigt verloren te gaan.

Het katholiek onderwijs profileert zich daarom voortaan als Katholieke dialoogschool. Het ’nodigt iedereen – christenen, moslims, joden, andersgelovigen, niet-gelovige humanisten – uit om in dialoog met elkaar op zoek te gaan naar het volle mens- en medemens-zijn. Vanuit haar opdracht brengt de school zelf in woord en daad op eigentijdse-tegendraadse wijze de christelijke stem in dit gesprek binnen.’

Met dat concept meent het katholiek onderwijs een gemeenschappelijke noemer te vinden – een “school van gelovigen”-, waarmee het katholiek onderwijs de moslims probeert te paaien, maar tegelijkertijd het katholiek karakter wel wil veilig te stellen (geen islamitische godsdienst lessen in het curriculum, maar eventueel wel na de schooluren, eigen moslim gebedsruimte, enz.). Doel is immers het “versterken van de eigen katholieke identiteit” (Rik Torfs).

Evolutie naar meer pluralistisch onderwijs

Deze operatie van het katholiek onderwijs toont aan dat er in de samenleving een evolutie is naar meer pluralisme in onderwijs. Maar tegelijkertijd zien we ook dat de moslimgemeenschappen hun eigen identiteit tot uiting willen brengen.
Ons onderwijslandschap is opgedeeld in enerzijds het officieel onderwijs dat door openbare besturen wordt ingericht: het GO!, en het gesubsidieerd officieel onderwijs van de steden en gemeenten, en van de provincies.

Anderzijds is er het gesubsidieerd vrij onderwijs, dat door een private instantie wordt ingericht. Daar vinden we het vrije confessionele onderwijs (aan een godsdienst gebonden), waarvan de katholieke scholen de grootste groep vormen. Daarnaast is er het vrije niet-confessionele onderwijs, dat zijn scholen die niet aan een godsdienst gebonden zijn, zoals methodescholen.

De evolutie naar pluralisme speelt objectief in de kaart van het officieel onderwijs.
De levensbeschouwing in het gemeenschapsonderwijs is verplicht (volgens de grondwet) “neutraal“, maar is eigenlijk “pluralistisch” van karakter. Het GO! bv. wil ’bijdragen tot het wederzijds begrip tussen mensen met verschillende levensbeschouwelijke en maatschappelijke visies.(…)Het neemt iedere gelegenheid te baat om de leerlingen en cursisten de waarden van het actief pluralisme bij te brengen en te verhelderen:

  • eerbied voor de Rechten van de Mens en voor de specifieke Rechten van het Kind
  • zin voor beredeneerde verantwoordelijkheid en zorg voor rechtvaardigheid en eerlijkheid
  • inzet voor het algemeen welzijn en voor solidariteit
  • verdediging van de democratie en eerbied voor de rechten van minderheden
  • eerbiediging van en inzet voor de actieve verdraagzaamheid, de vrijheid van meningsuiting, de scheiding van Kerk en Staat, de gelijkwaardigheid van man en vrouw, het zelfbeschikkingsrecht van het individu, en het vrij wetenschappelijk onderzoek.’ Het personeel ’kan en mag zijn persoonlijk engagement bekendmaken als de opvoedings- of onderwijssituatie daartoe aanleiding geeft.’ (zie de neutraliteitsverklaring van het GO!).

Het GO! vertrekt vanuit een democratisch humanistisch en pluralistisch opvoedingsconcept waarin waardenopvoeding ten grondslag ligt.

Het gesubsidieerd officieel onderwijs moet openstaan voor alle levensbeschouwingen. Het biedt alle godsdiensten en zedenleer aan. De keuze van een opvoedingsconcept en de daaraan gekoppelde opvoedingsmethode is vrij.

Voor meer informatie hierover zie: Willy Vermorgen (2009), Neutraliteit, openbaar onderwijs en levensbeschouwing.1

De pluralistische school komt het best tegemoet aan de levensbeschouwelijke, godsdienstige en filosofische diversiteit, waarbij leerlingen van diverse levensbeschouwelijke achtergrond leren samenleven en samenwerken.

Een inschrijvingsbeleid, dat de sociale mix in ALLE scholen op het oog heeft, veronderstelt dat alle scholen dezelfde regels volgen. Als er verschillende onderwijsnetten met verschillende leerplannen zijn, betekent dat dat een leerling die van schoolnet verandert problemen kan hebben om in te pikken op de lessen. Eén onderwijsnet is beter voor een rationele planning van o.a. infrastructuur, aanbod studierichtingen, verdeling van het personeel, enzovoort.

Minister Hilde Crevits wil een netoverschrijdend stageregistratiesysteem voor de lerarenopleiding uitbouwen. De belangrijkste hinderpaal daarbij is juist het bestaan van verschillende onderwijsnetten, die bemoeilijken dat stagiairs van een ander net stageplaatsen innemen in het éne net.

De rectoren van de universiteiten Gent en Brussel vragen zich trouwens af: ‘Is het vandaag nog zinvol afzonderlijke netten op basis van levensbeschouwing te hebben in het onderwijs in Vlaanderen? Zouden we niet beter evolueren naar één groot netwerk waar alle levensbeschouwingen tot hun recht kunnen komen? ‘

Het katholiek onderwijs op zoek naar eigen identiteit

Maar het pluralistisch onderwijs wordt door het katholiek onderwijsals een “eenheidsworst” zonder duidelijk profiel afgewezen. Het katholieke net is op zoek naar een nieuw pedagogisch concept dat haar onderscheidt van het officiële onderwijs.

Bart De Wever (N-VA) verwijt het katholiek onderwijs dat het met de dialoogscholen de moslims te veel ruimte geeft en daardoor ’zichzelf de facto opheft’. Bovendien ligt zijn partij al lange tijd op ramkoers met het katholiek onderwijs, door de hervorming van het secundair onderwijs. De Wever gaat er prat op dat hij die hervorming naar zijn hand heeft kunnen zetten: “Er komt geen brede eerste graad, er is geen uitstel van de studiekeuze, we behouden het aso, in de lagere school introduceren we vakleraars: voor mij is dat een perfecte hervorming.”

Het privé initiatief inzake onderwijs veiligstellen?

In reactie op het voorstel van de rectoren stelt Lieven Boeve, directeur-generaal van het katholiek onderwijs: ’het Katholiek Onderwijs Vlaanderen is in beginsel niet tegen één net, als dit maar het vrije net is.’

Jean-Jacques De Gucht (Open VLD) pikt hierop in en lanceert het idee van seculiere vrije scholen: ‘Door zoveel mogelijk vrije, seculiere onderwijsinitiatieven aan te moedigen, vrijwaren we het maatschappelijke debat en voeden we de vooruitgang van onze samenleving.’ Blijkbaar is het er vooral om te doen het privé initiatief inzake onderwijs veilig te stellen.

Wordt L.E.F. (levensbeschouwing – ethiek – filosofie) deel van het curriculum?

Het gemeenschapsonderwijs en het gesubsidieerd officieel onderwijs bieden de erkende godsdiensten én niet-confessionele zedenleer aan. Maar die worden gescheiden van mekaar gegeven. In het curriculum is er weinig specifieke ruimte waarin de verschillende levensbeschouwingen mekaar ontmoeten. Hoogleraar levensbeschouwing Patrick Loobuyck (UA) pleit terecht voor het opnemen van het vak L.E.F. (levensbeschouwing – ethiek – filosofie) in het curriculum van het so. Dat vak zou aan deze leemte tegemoet komen. De eindtermen en inhoud van L.E.F. zouden wel door de overheid bepaald worden.

Het katholiek onderwijs verzet zich tegen het invoeren van het vak L.E.F. in het curriculum. Het argumenteert dat het leerplan katholieke godsdienst reeds informatie over de andere levensbeschouwingen biedt. Het katholiek onderwijs net wil niet dat de overheid de kaders vastlegt.

Wij pleiten er juist wel voor dat dat het de taak van de overheid is deze kaders vast te leggen en één gemeenschappelijk pluralistisch net voor alle leerlingen te organiseren. Daarbinnen hebben de scholen de vrijheid zelf hun pedagogische methode te bepalen en democratisch zelfbestuur van alle betrokkenen (leerkrachten, ouders, leerlingen…) te organiseren.

Het katholiek onderwijs beklemtoont vooral het recht en de vrijheid om als private instantie katholiek onderwijs in te richten, dat wel – liefst met zo weinig mogelijk inmenging, ook van het eigen personeel – door de overheid gefinancierd moet worden.
Voor veel leerkrachten uit het vrij katholiek onderwijs veroorzaakt het idee, dat hun vertrouwd katholiek onderwijsnet als net zou verdwijnen, koudwatervrees. Het feitelijk naast elkaar bestaan van de verschillende netten, het niet vertrouwd zijn met elkaars stijl, … veroorzaakt wantrouwen. Het mag ons echter niet beletten om reeds bruggen te slaan. We werken immers allen vanuit eenzelfde doel en motivatie: de opgroeiende generatie de werkelijkheid te leren kennen, haar plaats erin te laten ontdekken en samen te werken aan een leefbare en rechtvaardige samenleving.

Sur le même sujet

Katholieke dialoogscholen, de nieuwe open pluralistische scholen? In mei zorgde Lieven Boeve, de topman van het Katholiek Onderwijs Vlaanderen voor enige beroering door de katholieke scholen uit te roepen tot ’dialoogscholen’, met respect voor andere religies en...

References   [ + ]