Op zoveel miserie op de speelplaats was ik niet voorbereid

Facebooktwittergoogle_plusmail

Lotte Beckers is journalist bij de krant “De Morgen”. Ze volgde afgelopen jaar een bacheloropleiding lager onderwijs. In “De Morgen” (25 augustus 2015) schreef ze een aangrijpend opiniestuk over de (kans)armoede in sommige scholen. Haar opiniestuk werd digitaal 30.000 maal gelezen op twee dagen tijd. Op 26 augustus was ze te gast in het Canvas-programma “De afspraak”. Daar maakte ze dit statement: “Er is discussie over of de school opvoedkundige taken moet overnemen. Maar mijn oordeel is dat je als school niet anders kan. Je kan een kind geen dt-regels aanleren als het ’s morgens niet gegeten heeft. Je kan het geen meetkunde aanleren als de moeder in de psychiatrie zit en het kind geen opvang heeft. Je moét als school een manier vinden om basisbehoeften in te vullen. Anders kan je met die kinderen niet aan de slag.” Hieronder volgt het opiniestuk.

Een maandagochtend in maart, een zesde leerjaar in Antwerpen. De secundaire scholen hebben tijdens het weekend de inschrijvingen geopend, hier en daar werd gekampeerd. De klasjuf wil weten wie al een plekje gevonden heeft. (Bijna) alle leerlingen steken hun vinger in de lucht. Geroezemoes in de klas, voor deze kinderen breken spannende tijden aan.

Joris heeft, als enige, zijn vinger niet opgestoken. Zijn moeder verblijft in een psychiatrisch ziekenhuis, vader en stiefvader zijn dood. Oma woont krap en redt het niet met haar kleine uitkering. Joris slaapt er op de zetel, om onduidelijke redenen heeft hij geen propere kleren. Binnenkort verhuist hij naar een opvangcentrum. Niemand heeft Joris dit weekend ingeschreven.

Het afgelopen schooljaar liep ik stage in een Antwerpse basisschool. Gemotiveerd en geëngageerd, en met een oprecht vertrouwen in de emanciperende kracht van het onderwijs. Elk kind kan boven zichzelf uitstijgen, het is maar een kwestie van geduld, aandacht en een persoonlijke aanpak. Dacht ik. Maar het duurde niet lang of ik botste frontaal op de dagelijkse realiteit van het klaslokaal.

Jarenlang schreef ik voor deze krant over armoede en andere sociale problemen. Ik woon in Borgerhout. Om maar te zeggen dat ik heus wel besefte dat mijn blank middenklassenleventje niet overal de norm is. Toch was ik totaal niet voorbereid op de omvang en de ernst van de miserie die ik op de speelplaats aantrof.

De mama van Jana is heroïneverslaafde en vindt het te vermoeiend om haar dochter naar school te brengen. Dus zit Jana zelden in de klas. De vier kinderen van het gezin Idrissi zijn al aan hun vijfde basisschool en zoveelste stiefvader toe. Ze vertellen dat ze thuis op de grond slapen en dat mama hen soms dagenlang alleen achterlaat. De moeder ontkent.Het lijkt er op dat ze verhuist elke keer dat een (sociale) instantie te dicht bij komt.

Jasmijn loopt al maanden rond met luizen, in de brooddoos van Simon zitten elke middag vette, koude worstenbroodjes. Mono is illegaal in het land, Dorian masturbeert in de klas (vijfde leerjaar!) en lacht dan de ontredderde leerkracht uit. Sofia (elf jaar) komt met blauwe oogschaduw en rode lippenstift naar school en pocht over de jongens die ze via het internet leert kennen.

Elif zit hele nachten in het café van zijn vader en kan in de klas amper zijn ogen openhouden. Niemand tekent de schoolagenda van Anne en haar zusjes. Een gezin is onlangs vertrokken, na een geval van ouderontvoering. Waar ze nu verblijven, dat weet niemand.

Leerkrachten als sociaal werkers

De namen zijn verzonnen, de verhalen niet. Dit is de context waarin sommige scholen elke dag dt-regels en meetkunde proberen aan te leren. En dan hebben we het nog niet gehad over de sliert aan leerproblemen, taalachterstand of simpelweg zwakbegaafde kinderen, die al te vaak in dit soort scholen terecht komen. Voor deze schoolpoort wordt niet gekampeerd.

De leerkrachten doen, als ze er niet uitgeblust de brui aan geven, doorgaans hun stinkende best. Ze differentiëren (voor zover dat kan met 25 kinderen inde klas), volgen bijscholingen, verplichten de leerlingen om tijdens de speeltijd fruit te eten en proberen deze lieve maar vaak drukke en soms moeilijke kinderen in toom te houden.

Het zorgteam springt hier en daar een uurtje bij of haalt haperende leerlingen af en toe uit de klas voor wat extra oefeningen. Ze engageren zich voor naschoolse taallessen voor anderstalige ouders, blijven vrijwillig na om Joris te helpen met zijn huiswerk en laten hem de schoolcomputer gebruiken. Ze schakelen sociale organisaties of gezinshulp in, melden problematische afwezigheden en krijgen regelmatig telefoon van de politie.

Ondertussen is het pijnlijk om vast te stellen dat Ibrahim op het einde van het derde leerjaar nog steeds sukkelt met de maaltafel van vier omdat thuis niemand met hem oefent. Of dat Saar, die zelden naar school komt als ze om de week bij haar wat labiele vader verblijft, in het eerste leerjaar al hopeloos achterop hinkelt. Ik ben doorgaans nogal optimistisch van aard, maar ik vraag me af of dit kind van amper zes die achterstand ooit nog ingehaald krijgt. Bij deze trouwens een welgemeende middenvinger aan de malafide huisartsen die achteloos en op eenvoudig verzoek tientallen ziektebriefjes uitschrijven voor schoolgaande kinderen, zolang het consult maar betaald wordt.

Het zijn verdomd briljante leerkrachten (en noodgedwongen halve sociaal werkers) die er in deze omstandigheden in slagen om hun leerlingen aan boord te houden. Door de beperkte middelen blijft de extra ondersteuning al te fragmentarisch, sociale hulporganisaties zijn over- bevraagd en nu worden de al verzuipende scholen door het M-decreet ook nog eens verplicht om elke leerling met open armen te ontvangen, ongeacht zijn of haar beperking. Op zich valt er veel te zeggen voor deze inclusieve maatregel, maar het blijft bang afwachten of de beloofde ondersteuning echt iets voorstelt. Terwijl het voor Joris, Saar en al die andere kinderen die gewoon pech hebben in het leven, zo belangrijk is om kort op de bal te spelen.

Hoe het beter kan? Ik weet het ook niet. Meer ondersteuning en twee leerkrachten per klas om de steken die thuis vallen weer op te rapen. Dat lijkt me alvast een begin. Hulp en ademruimte voor de overbevraagde leerkrachten die nu al te vaak afhaken omdat de klas te moeilijk en overweldigend is. Meer en diepgaande aandacht voor de grootstedelijke context tijdens de lerarenopleiding. Performantere sociale diensten die niet vier jaar na de eerste hulpvraag besluiten eens te kijken naar ‘hoe het allemaal begon’.

Maar mijn hart slaat een slag over als ik lees dat er geknipt wordt in de middelen voor de ondersteuning van kansarme leerlingen. Ik vraag me af of onderwijsminister Hilde Crevits (CD&V) ook maar enig benul heeft wat in deze school speelt als ze overweegt om het extra geld voor deze leerlingen te ‘herschikken’, zonder dat ze met een duidelijk alternatief afkomt.

En ik zucht diep wanneer ik tijdens mijn opleiding voor het vak ‘Zorg voor diversiteit’ verplicht op rondleiding moet in mijn eigen wijk, en daar moet aanhoren dat Chinezen vaak restaurants openhouden, de nachtwinkels door Pakistani gerund worden en dat je veel exotische kruiden vindt in de Turkse supermarkt.

Lotte Beckers

Deze Opinie verscheen in De Morgen, 25 augustus 2015

Lees ook:
Dossier herverdeling van de werkingsmiddelen van arm naar rijk

Hoeveel werkingsmiddelen verliezen (winnen) de secundaire scholen als de leerlingenkenmerken worden afgeschaft?

Veel protest tegen de afschaffing van de leerlingenkenmerken bij de toekenning van de werkingsmiddelen

Een minister op bezoek

Rapport van het Rekenhof over de toekenning van de werkingsmiddelen