Parabel. Het jaar 2114

Facebooktwittergoogle_plusmail

2114. Na lange en bitse discussies is in het parlement de wet aangenomen over de GGM, de genetisch gemanipuleerde mens. Wetenschappers hebben, na lang sleutelen aan het menselijk genoom, een mens ontwikkeld, die tot zijn 70ste gezond blijft en bijna nooit ziek wordt, maar in de week na zijn 70ste verjaardag versneld aftakelt en binnen de week sterft.

Een parabel, geschreven door een leraar latijn.

De lobby van de superrijken was lyrisch over het voorstel om dit type mens verder te ontwikkelen, want zo was voor hen het gevaar van een tax-shift zeker geweken. Ze kregen hierbij belangrijke steun van hun politieke medestanders, de nationaal-liberalen, in de volksmond ook wel nali’s genoemd. Ook vanuit tal van jongerenorganisaties was er veel druk om het voorstel toch maar aan te nemen: ze waren het beu op te draaien voor de torenhoge pensioenkosten van hun ouders.

Na een soms hevige discussie in het parlement werd de wet meerderheid tegen minderheid aangenomen.

De eersten die niet zo gelukkig waren met de nieuwe wet, waren de bejaardentehuizen en hun personeel. Op één dag was hun reden van bestaan verdwenen. Ze zouden zich moeten omscholen; ze konden misschien de kinderopvang overnemen?

Geneesheren en verplegend personeel stonden ook al niet echt te juichen: ze realiseerden zich dat de jaren waarin ze het meest verdienden aan de ziekten van de mensen, gemiddeld de 5 laatste levensjaren, nu ineens niet meer bestonden. Sommigen volgden een specialisatie diergeneeskunde, maar niet iedereen vond dit een aantrekkelijk alternatief en de meesten  van hen werden werkloos, wat de werkloosheidscijfers niet echt ten goede kwam.

De culturele sector, theaters  en  musea en al wat daar rond hangt, liet als volgende protest horen. De belangstelling voor wat ze aanboden, viel op weekdagen grotendeels weg.

Als vierde groep protesteerden de cafés: op weekdagen konden ze beter sluiten, zeker als ze gelegen waren op één van de vele fietsroutes die bejaarde fietsers wel eens frequenteerden.

Ronduit belabberd was het voor de reissector: buiten 3 maanden hoogseizoen konden ze de rest van het jaar beter sluiten, want niemand was nog geïnteresseerd in hun reisaanbod.  Vele reisbureaus en hotels en restaurants moesten noodgedwongen de deuren sluiten of gingen failliet.

Op dit punt gingen de eerste alarmbelletjes af bij de overheid: ze realiseerden zich dat ze plots heel wat minder inkomsten uit belastingen hadden en dat de werkloosheid piekte. Van de enorme besparing die ze dachten te realiseren, bleek al snel niet zo veel meer over. En ze herinnerden zich dat ze enkele jaren daarvoor iets gelijkaardigs hadden gedaan: ze hadden toen bij wijze van besparing alle eindejaarspremies afgeschaft, maar de gevolgen voor de koopjesperiode waren ronduit dramatisch geweest. Slechts met moeite was een opstand van de middenstand voorkomen. Hadden ze misschien met de GGM dezelfde fout gemaakt?

De eersten die echt op straat kwamen waren de organisaties die tot dan toe ruim beroep hadden kunnen doen op vrijwilligers. Van de ene op de andere dag viel dit aanbod bijna volledig weg. In hun wanhoop richtten ze zich tot de overheid, maar deze liet weten dat het lot van culturele en sociale organisaties hen geen moer kon schelen; op geld moesten ze al zeker niet rekenen: geld was er niet en trouwens, de overheid moest besparen.

Een echte volksopstand werd het pas toen ook de jongeren op straat kwamen; de ene ondervond dat hij geen beroep meer kon doen op zijn papa, voor een klusje hier  of een klein karweitje daar; nog anderen realiseerden zich dat ze geen beroep meer konden doen op hun ouders om  eens een dagje op de kinderen te passen of bij hen te blijven als ze ziek waren en dan moesten ze dus zelf een dagje thuis blijven. Maar al te dikwijls mocht je dat toch ook niet doen en als de kinderen ernstig of langdurig ziek waren, had je wel een probleem:  je kon namelijk niet zo maar verlof nemen om op je kinderen te passen. De overheid had namelijk kort daarvoor ook nog de thematisch gemotiveerde verloven afgeschaft.

De protesten hielden weken aan. Er waren betogingen en stakingen, er werd gesproken over een hete herfst.

Onder druk van de straat  en na al even verbeten discussies in het parlement, werd ten slotte de wet op de GGM’s ingetrokken.

Johan Van Laer

De auteur is leerkracht Latijn