Recht op gratis onderwijs en behoud van de wettelijke pensioenleeftijd op 65 jaar vormen één geheel

Facebooktwittergoogle_plusmail

Dat onze welvaart is toegenomen, komt vooral doordat we meer produceren. Niet doordat we langer werken. Het optrekken van de pensioenleeftijd tot 67 jaar is dus klinkklare economische onzin, zegt Patrick Deboosere, demograaf aan de VUB. In volwassen economieën is het zelfs zaak die gestegen productiviteit om te zetten in minder arbeidstijd.

Minder werken is minder winst voor de hoge vermogens

Werk minder lang, denk aan uw kinderen en aan uzelf

Ironisch. Uitgerekend op de dag dat De Standaard op de voorpagina de oproep publiceert van enkele bekende medeburgers voor een CO2-arme economie, houdt econoom Gert Peersman er een pleidooi voor langer werken (DS 2 december, ‘Werk langer, denk aan uw kinderen’). Het wordt hoog tijd om de problemen waarmee we de komende decennia te maken krijgen, in hun samenhang te zien. Een goed begrip van het verleden kan ons daarbij helpen.

De welvaart die we produceren – doorgaans uitgedrukt in bruto binnenlands product (bbp), de goederen en diensten die we op jaarbasis produceren –, is het resultaat van het volume aan tewerkstelling en de productiviteit per werknemer. De toename van de welvaart is vooral het gevolg van productiviteitsgroei en niet van langer werken.

Tot de crisis van 2008 kende ons land, op korte periodes van crisis na, een forse groei van het bbp. Tussen 1960 en vandaag is onze rijkdom meer dan verviervoudigd. Dat heeft zich vertaald in aanzienlijk meer comfort, grotere woningen met betere verwarming en sanitair, culturele centra in elke gemeente, betere infrastructuur en betere gezondheidszorg. Tegelijk hebben we onze arbeidsduur met één derde verminderd. De Belgische werknemers werkten in 1960 gemiddeld meer dan 2.300 uur per jaar, vandaag is dat 1.550 uur. België staat hierin niet alleen, die dalende trend vinden we in de hele industriële wereld.

Ook het aantal arbeidsjaren in de loop van ons leven is gereduceerd. De gemiddelde leeftijd van intrede in de arbeidsmarkt is opgeklommen van zestien tot ruim 21 jaar. Door onze groeiende productiviteit kunnen we jongeren steeds langer laten studeren.

Kunnen we de vergrijzing aan?

De toename van onze welvaart is ook de motor geweest van de toegenomen levensverwachting en dus van de vergrijzing. De stijging van het aandeel ouderen in onze samenleving is al lang aan de gang. Vóór de Tweede Wereldoorlog maakten 65-plussers 7,5 procent van de bevolking uit. Vandaag is hun aandeel opgeklommen tot 17,5 procent. Kon onze economie dat niet aan? Integendeel. Zullen we het niet langer aankunnen wanneer het aandeel 65-plussers tot 25 procent zou stijgen?

De economieën van de geïndustrialiseerde wereld spuwen steeds meer producten uit met minder arbeid. De essentiële opdracht zal erin bestaan arbeid en inkomen te blijven herverdelen. Tegelijk moeten we ons dringend beraden over de verdere groei van onze economie. In volwassen economieën, waar de jaarlijkse productie van goederen en diensten ruim de noden van de bevolking dekt, moeten we de toename in productiviteit omzetten in minder arbeidstijd. Langer studeren en minder lang werken. Zeker als we het fysiek en psychisch moeilijker hebben. Dat kan ook tijdens het actieve leven door tijdskrediet, door een kortere werkweek of door de werkdruk te verminderen.

In de jaren dertig was Keynes ervan overtuigd dat onze werkweek tegen 2030 nog vijftien uur zou bedragen. Keynes’ toekomstvisie was wellicht te rooskleurig, maar alle welvaartseconomieën vertonen wel dezelfde trend.

Tegen die logica hebben neoliberale economen de aanval ingezet. Hun verhaal zet de werkelijkheid op haar kop en weigert de gerealiseerde vooruitgang te zien. Het is een verhaal dat spoort met de belangen van hoge vermogens. Herverdeling van productiviteit in meer vrije tijd betekent inderdaad minder winst. Minder werken is ook minder omzet en opnieuw minder winst.

Vanuit de Angelsaksische wereld heeft dat economische denken een meerderheid binnen de Europese Commissie ingepalmd. De absurde logica waarbij elke lidstaat een door de Commissie verordende activiteitsgraad zou moeten nastreven (de zogenaamde Lissabon-norm), is daar een uitloper van. Net zoals het dogma dat we de pensioenleeftijd moeten optrekken. Vóór de crisis van 2008 was het argument om langer te werken de vrees voor een ‘tekort aan arbeidskrachten’. Dat argument bestaat niet langer, maar men blijft op dezelfde nagel kloppen.

Rijkdom herverdelen

Nochtans is het optrekken van de pensioenleeftijd tot 67 jaar economische onzin. Er zijn meer dan 600.000 werklozen in ons land. Als we effectief twee jaar langer zullen werken, moeten er nog eens 300.000 arbeidsplaatsen bijkomen. Hoeveel nieuwe banen wil de regering scheppen?

Vanaf het einde van de 19de eeuw werd dankzij de opkomst van de arbeidersbeweging de geproduceerde rijkdom herverdeeld. Van meet af aan ijverde de syndicale beweging voor een kortere arbeidstijd. De strijd voor de achturige werkdag, tegen de kinderarbeid en voor een volwaardig pensioen vormden één geheel.

Dat is ook de reden waarom recht op gratis onderwijs en behoud van de wettelijke pensioenleeftijd op 65 jaar vandaag nog steeds één geheel vormen. Voor ons eigen welzijn en dat van de toekomstige generaties moeten we inzetten op een duurzame economie, op onderwijs en onderzoek om onze productiviteit intelligent te verhogen én op meer vrije tijd, nu en in de toekomst. En dat kunnen we alleen maar door de arbeid te herverdelen en de arbeidsdruk te verminderen.

Patrick Deboosere

Deze opinie verscheen in De Standaard van 4 december 2014