Reportage van “Koppen” doet veel stof opwaaien

Facebooktwittergoogle_plusmail

Een reportage van “Koppen” (VRT-televisie, 5 september) laat zien dat sommige scholen sjoemelen met de wachtlijst van leerlingen waarvoor (voorlopig) geen plaats is.

Undercoverjournalisten van het tv-programma belden eind augustus dertig scholen met de vraag of zij het kind van een alleenstaande vrouw konden inschrijven. Het ging om scholen die reeds vol zaten. Alle scholen antwoordden dat ze de rangorde op de wachtlijst dienden te respecteren en dat het kind niet kon ingeschreven worden. Toen een “begoed echtpaar” zich aanbood, gingen plots wel deuren open. Ten minste in twee scholen. In de lagere school van het Onze-Lieve-Vrouwecollege in Antwerpen stelde de directeur voor het kind eerst zogezegd thuisonderwijs te geven, terwijl het al wel de lessen bijwoonde. Na 10 oktober, wanneer de wachtlijst wegvalt, zou dan de inschrijving kunnen volgen.

Dit gesjoemel deed veel stof opwaaien. “Rijk kind steekt andere kindjes op wachtlijst voorbij” (De Standaard, 6 september). “Rijke kinderen kunnen nog altijd voorrang krijgen” (Gazet van Antwerpen, 6 september).

Onderwijsminister Pascal Smet (sp.a) noemt het onderscheid rijk-arm bij inschrijvingen onaanvaardbaar. Eerder kreeg hij van de Commissie inzake Leerlingenrechten het verwijt niets te hebben gedaan met drie eerdere meldingen van overtredingen.

De verantwoordelijken van de onderwijsnetten (Katholiek onderwijs, Gemeenschapsonderwijs, OVSG) veroordeelden de omzeiling van de regelgeving. Patriek Delbaere van OVSG, de koepel van het onderwijs van steden en gemeenten, stelde dat de betrokken scholen moeten gesanctioneerd worden met de wettelijk voorziene straf, zijnde een vermindering van (maximaal) 10% van de werkingsmiddelen. Men kan zich de vraag stellen of het niet correcter is de verantwoordelijke(n) van dergelijk gesjoemel te straffen in plaats van een hele schoolbevolking ervoor te laten opdraaien. Minder werkingsmiddelen betekent immers duurdere facturen voor de ouders en slechtere werkomstandigheden voor leerlingen en personeel.

Het Onze-Lieve-Vrouwecollege in Antwerpen reageerde in een persbericht. De reportagemakers wordt “vakkundig verknippen van een persoonlijk gesprek van de directeur met ouders in moeilijkheden” verweten. De reportagemakers van “Koppen” verwierpen deze beschuldiging.

Een meer diverse schoolpopulatie

In zijn perscommuniqué als reactie op de reportage in “Koppen”, benadrukt het jezuïetencollege dat ze een school is waar “iedereen welkom is”.

We vangen kinderen op die door het gerecht geplaatst worden, we betrekken allochtone ouders zo dicht mogelijk bij het schoolgebeuren, we geven taallessen Nederlands aan anderstalige ouders, we ondersteunen gezinnen – ook financieel – en begroeten de diversiteit in onze school als een verrijking.(…) Wij zijn een brede school en dat blijkt duidelijk uit onze huidige samenstelling. Het SES-percentage (socio-economische situatie) ligt vandaag op 37 procent voor heel de school en zelfs op 45 procent voor het eerste leerjaar”, luidt het bericht.

Er is vandaag geen enkele school meer in Antwerpen waar de sociologische realiteit niet is doorgedrongen. Alle scholen in het centrum van Antwerpen tellen vandaag, in vergelijking met 30, 10 of zelfs 5 jaar geleden, aanzienlijk meer leerlingen die thuis geen Nederlands spreken. Al die scholen recruteren hun leerlingen vandaag hoofdzakelijk uit buurten waar de schoolse vertraging veel hoger ligt dan het Vlaams gemiddelde. Als de directie van het Onze-Lieve-Vrouwecollege in haar reactie benadrukt dat ze een “brede” school is, is dat niet gelogen. Haar schoolpopulatie is veel diverser dan vroeger. De tijd dat een jezuïetencollege enkel “witte” kinderen uit de meest begoede bevolkingslagen aantrok, ligt achter ons.

Een “SES-percentage” van 37% betekent dat 37% van de leerlingen van de basisschool aan minstens één van de indicatoren van kansarmoede voldoen.

Sociale segregatie blijft (belangrijk)

Betekent dit nu dat het jezuïetencollege een volkse school is geworden? Een blik op de tabel “Leerlingenkenmerken basisonderwijs” (zie onderaan dit artikel) leert ons dat deze school ook vandaag nog relatief sterk recruteert in de meer begoede en goed opgeleide bevolkingslagen. Om een ernstige vergelijkingsbasis te hebben bevat de tabel alle basisscholen van 2000 Antwerpen (een deel van het centrum van Antwerpen met postnummer 2000), de totaalcijfers voor de verschillende onderdelen van Antwerpen (volgens postnummer, wat gedeeltelijk overeenkomt met de districten Borgerhout, Hoboken, Deurne …) en van een aantal andere gemeenten van de provincie Antwerpen, alsook de totaalcijfers van de provincies. De cijfers slaan op de schoolbevolking in het Vlaams basisonderwijs. De teldatum is 1 februari 2011.

De lagere school van het Onze-Lieve-Vrouwecollege van de Frankrijklei in 2000 Antwerpen telde (in 2012) 20% leerlingen met een moeder met een lager diploma dan het secundair onderwijs. Voor Antwerpen is dit een uitzonderlijk laag cijfer. In 2060 Antwerpen, meestal arme wijken van Antwerpen-Noord, bedraagt dit percentage 77%, in Borgerhout (waar het armere intra-muros en het rijkere extra-muros hier zijn samengeteld) 54%.(zie kolom: “indicator diploma moeder”)

Het Jezuïetencollege telde (in de lagere school) 18% leerlingen waarvan het gezin een schooltoelage ontvangt. De indicator “schooltoelage” wijst op een laag gezinsinkomen. Opnieuw een uitzonderlijk laag cijfer in de Antwerpse context. Zelfs de basisschool van het prestigieuze “De Dames” (“Les dames de l’instruction chrétienne”) in de Lange Nieuwsstraat scoort hier 40%. (zie kolom: “indicator schooltoelage”)

Het Onze-Lieve-Vrouwecollege telt 22% leerlingen waarvan de thuistaal niet het Nederlands is. Naar West-Vlaamse of Kempense normen is dat een hoog percentage, maar voor Antwerpen vrij laag: 67% in 2060 Antwerpen, 57% in 2018 Antwerpen, 47% in Borgerhout. (zie kolom: “indicator thuistaal”)

Ook voor de indicator “buurt” scoort het college(58%) hoog in vergelijking met de rijkere en minder verstedelijkte onderwijszones in Vlaanderen, maar laag in de Antwerpse context. In 2060 Antwerpen recruteren de basisscholen bv 93% van hun leerlingen uit een buurt waar het percentage 12-jarige leerlingen met een schoolachterstand beduidend hoger ligt dan het Vlaams gemiddelde.(zie kolom: “indicator buurt”)

Kortom: de directie van het Onze-Lieve-Vrouwecollege mag dan al de toenemende diversiteit van haar schoolpopulatie in de verf zetten, ze blijft in de sociologische realiteit van Antwerpen een rijke concentratieschool.

Bijlage:

De tabel in bijlage  (in Excel) vergelijkt basisscholen volgens het percentage leerlingen die voldoen aan één van volgende indicatoren:

  • opleiding moeder: de moeder heeft geen diploma secuundair onderwijs
  • schooltoelage: het gezin van de leerling ontvangt een schooltoelage
  • thuistaal: de thuistaal is niet het Nederlands
  • buurt: de leerling woont in een buurt waar het percentage 12-jarige jongeren met minstens één jaar schoolachterstand veel hoger ligt dan het Vlaams gemiddelde

(Bron van de tabel: Departement Onderwijs; teldatum: 1 februari 2011)

Sur le même sujet

Reportage “Koppen” toont noodzaak ander inschrijvingsbeleid Het gesjoemel in verband met de wachtlijsten dat in “Koppen” (vrt-tv, 5 september) werd getoond, laat vermoeden hoe het er vroeger aan toe ging bij de inschrijvingen, toen nog geen enkele regelgeving ...