Anne Morelli en Nico Hirtt: verontwaardiging en solidariteit

Facebooktwittergoogle_plusmail

De tweejaarlijkse “zes uren voor de democratische school” werden zaterdag 22 oktober bijgewoond door 300 (toekomstige) leerkrachten uit het Vlaams en het Franstalig onderwijs. In de voormiddag en namiddag konden de deelnemers kiezen tussen 13 (Nederlandstalige of Franstalige) workshops. ’s Middags was er een plenair gedeelte met toespraken van Anne Morelli (auteur, professor ULB) en Nico Hirtt (stichtend lid Ovds).

In de komende dagen zullen we enkele verslagen van deze workshops publiceren.

Hieronder volgen de toespraken van Anne Morelli en Nico Hirtt

Toespraak van Anne Morelli (prof. ULB)

“Zorg er voor dat je niet alleen staat”

Terwijl de beweging van de verontwaardigden wereldwijd in omvang toeneemt, hebben wij, leraars, hier en nu, talloze redenen om “verontwaardigd” te zijn.
Verontwaardigd omdat ze ons geld stelen, het geld van onze belastingen en sociale bijdrage, om er speculanten mee te betalen terwijl dat geld eigenlijk zou moeten dienen, en zelfs op de eerste plaats zou moeten dienen, voor onderwijs en gezondheid.
In alle scholen waar ik kom, in de verschillende netten, stel ik eenzelfde gebrek vast aan elementaire financiële middelen, maar in haar propaganda heeft de regering het over slaagkansen voor iedereen, over cyberscholen en topscholen.

Talrijke gezinnen worden meer en meer geraakt door het geweld van de crisis. Tegenover deze kinderen hebben wij vaak als enig wapen onze goede wil. We zijn gedwongen werkomstandigheden te aanvaarden die geen enkele bank of verzekeringsmaatschappij zou durven voorstellen. In lokalen die soms op het randje af onleefbaar zijn.

Van Chili tot België horen we dezelfde eisen van leraars en leerlingen: de onderwijsinstellingen zijn GEEN ondernemingen, wij hebben GEEN managers nodig, wij WEIGEREN ons onderwijs af te stellen op de noden van een bedrijf. Winstlogica en privatisering zijn niet aan onderwijs besteed. Onderwijs moet een openbare DIENST blijven.
Wij kunnen niet herleid worden tot simpele “human resource” wier loopbaan eindeloos aan het wankelen kan gebracht worden of op losse schroeven kan gezet worden. Wij hebben er met een meerderheid en bewust voor gekozen om het algemeen belang te dienen en te vechten voor gelijke kansen in de toegang tot kennis.
Onderwijs moet verder betaald worden door de belastingbetaler. Zo blijft het een algemeen goed waarop elke burger inzagerecht heeft want hij financiert het zelf met zijn belastingen.

Ons collectief project is een project van lange duur met als enige doel de intellectuele vorming van leerlingen en studenten, maar we krijgen nooit de noodzakelijke middelen om het project waarvoor wij gekozen hebben tot ontwikkeling te brengen.

Als jullie denken dat het universitair onderwijs een voetje voor heeft, kom dan een kijkje nemen in de overbevolkte auditoria (1300 studenten in mijn cursus “Historische kritiek”), in oude gebouwen met gebroken vensters en met soms zelfs een lekkend dak (behalve wanneer je bent ingeschreven in de “Business School”), kom kijken naar het gebrek aan omkadering voor de studenten voor praktische oefeningen, de toenemende onzekerheid in de universitaire loopbaan in naam van de “topkwaliteit”.

Winst wordt langzamerhand het enige meetinstrument en de enige manier van denken van een handelsmaatschappij.
Van de universiteiten wordt gevraagd om bekwame maar volgzame werkkrachten te leveren die de ondernemingen nodig hebben. Cursussen die aanzetten tot nadenken, en niet echt nuttig zijn voor de productiviteit, worden uit de opleidingen geweerd en vervangen door cursussen die volgzame techneuten kneden.
Ook aan de unief kloppen de professoren, die wel eens doorgaan voor bedriegers en luiwammesen, heel wat uren en overuren. Ze worden meer en meer streng gecontroleerd en geëvalueerd. Hun onderzoek moet vooral “nuttig” zijn en de universiteit bijkomende punten opleveren in de onderlinge concurrentie.

“Zorg ervoor dat je niet alleen staat” zei de progressieve pedagoog Célestin Freinet aan zijn leerlingen, en vooral aan de leerkrachten.
Om na te denken, zich uit te drukken, eisen te stellen, te analyseren en te handelen telt uiteindelijk alleen de algemene mobilisatie.

De Ovds-dag, het rendez-vous bij uitstek van leraars die weigeren om in hun beroepsleven de onrechtvaardige dictaten te aanvaarden van een failliet systeem, is één van deze “doorgangen” van het verontwaardigde individuele “ik” naar het “wij”, klaar om niet langer de greep van de marktlogica op het onderwijs te aanvaarden en om ertegen te reageren.

Anne Morelli

Toespraak van Nico Hirtt (Ovds)

Deze dag van Ovds-Aped is nog om een andere reden belangrijk: het is een unieke ontmoetingsplaats voor progressieve leerkrachten van alle netten en niveaus en – vooral – van alle gemeenschappen, om ervaringen uit te wisselen en te dialogeren.

Ik wil hier even in herinnering brengen hoe onze organisatie is ontstaan. Het was op een zonnige herfstdag in 1995. Een kleine vonk kan soms tot een groot project leiden.

Wij, Franstalige leerkrachten, waren die septemberdag voor de zoveelste keer aan het manifesteren, in de straten van Namen, tegen de besparingsmaatregelen van de toenmalige regering van de Franse Gemeenschap. Tijdens deze betoging botsten we op 5 of 6 leerkrachten met een spandoek “Vlaamse leerkrachten solidair”. Ze kwamen uit Antwerpen, Gent, Kortrijk, Halle-Vilvoorde of ik weet niet meer van waar. Wij waren ontroerd. Maar zij nog veel méér: ze hadden niet verwacht dat ze van het begin tot het einde van de manifestatie zouden bedolven worden onder applaus en begroetingen van de betogers.
Want in elk van ons leeft een diepe overtuiging: we hebben steun en solidariteit nodig van onze collega’s.

Na de manifestatie zijn we bij pot en pint bijeen gaan zitten en tien dagen later hebben we de “oproep voor een democratische school” gelanceerd.

In 1995 leek het er op dat de macht van de leraarsbeweging van dit land reeds 5 jaar was gebroken door de communautarisering van het onderwijs. In de jaren ’80 worstelde België met een budgettaire crisis die niet veel minder erg was dan wat Griekenland nu beleeft. De openbare schuld liep op van 40% van het BBP in 1975 tot 100% tien jaar later. Het ging er aan toe zoals vandaag. Regeringen maakten ruzie en vielen over de communautaire kwestie terwijl de echte politiek “en stoemelings” werd gevoerd – buiten elke democratische controle – door kabinetten van lopende zaken of met volmachten.

In tien jaar tijd, tussen 1979 en 1989, waren de uitgaven voor onderwijs teruggevallen van 7% van het BBP naar 5% van het BBP, terwijl het aantal studenten in het hoger onderwijs bleef stijgen. De besparingen in het onderwijs liepen nochtans niet van een leien dakje. Tijdens die periode ontplooiden de leerkrachten en andere werknemers uit het noorden en het zuiden van ons land grote protestbewegingen. Vlamingen en Franstaligen vonden elkaar vaak in dezelfde manifestaties en stakingen.

Deze eenheid moest gebroken worden en werd verbroken door de communautarisering van het onderwijs in 1989.

Sindsdien is ons land het enige in Europa zonder een federale (nationale) minister van Onderwijs. Ons land is het enige in de Europese Unie waar de omkaderingsgraad en de uitgaven per leerling zo sterk verschillen naargelang de regio. Naargelang een kind in Leuven of in Waver naar school gaat, zal het 20% méér of minder middelen voor zijn onderwijs ter beschikking hebben.

Ons land is ongetwijfeld het enige in de wereld met een tweetalige hoofdstad maar quasi zonder tweetalig onderwijs. In Toronto kun je naar een tweetalige Frans-Engelse school gaan. In sommige indianendorpen in Canada kunnen kinderen tweetalige programma’s Engels-Inuktitu, Engels-Blackfoot, Frans-Mohawk, Engels-Eskimo volgen. In het Grootherdogdom Luxemburg leren alle kinderen Luxemburgs, Duits en Frans in de lagere school. In Tibet gaan de leerlingen naar gemengde scholen waar Mandarijns en Tibetaans wordt gesproken. In Hong Kong worden de lessen afwisselend gegeven in het Engels, Kantonees en Mandarijns. In Brest heb je Frans-Bretoense scholen, in Ierland, Schotland en Wales tweetalige scholen met Engels en de regionale taal. In Andalousië, Baskenland, Navarra, Catalonië en Galicië heb je tweetalige scholen. Op het eiland Hokkaido heeft men scholen opgericht waar de lessen afwisselend in het Japans en de lokale taal Ainu worden gegeven.
In Libanon, Syrië, Egypte hebben de meeste scholieren tweetalige of drietalige programma’s. In Arizona, Georgia en Californië kunnen de leerlingen sommige lessen in het Spaans volgen, met leerkrachten die in Monterrey (Mexico) zijn gevormd. En dan spreken we nog niet over de Afrikaanse landen waar bijna alle kinderen op school les volgen in een andere taal dan hun moedertaal.

Maar in Brussel, de hoofdstad van Europa en van een klein tweetalig land, waar het onderwijs wordt geleid door minstens 2 ministers en 8 inrichtende machten, in Brussel en zijn Rand, komen we er niet toe om een meertalig onderwijs voor allen op te zetten. Hier moet men kiezen: men is Franstalig of Nederlandstalig, alsof de combinatie van de twee niet mogelijk is.

En als we nu eens weigerden om te kiezen? Mijn moedertaal is een dialect van het Duits. Ik heb lager en secundair onderwijs gevolgd in het Nederlands. Ik woon en werk in Wallonië. Ik heb de dubbele nationaliteit: Luxemburger en Belg. Waarom zou ik dan mijn identiteit en die van mijn kinderen moeten herleiden tot enkel Vlaming of Waal?

Toen wij jullie hebben ontmoet in Namen, op die herfstdag in 1995, Hugo, Annemie, Dirk, Katrien, Pros, Lieve, met jullie spandoek, hebben we begrepen dat er identiteiten bestaan die sterker zijn dan de nationalistische en separatistische onzin, de taalarrogantie, het enggeestig hokjesdenken te behoren tot een natie of een cultuur. Solidariteit betekent niet medelijden met een slachtoffer. Solidariteit is niet de Vlaamse leerkracht die de Waalse leerkracht beklaagt omdat die in nog meer penibele arbeidsomstandigheden werkt. Solidariteit is het diepe gevoelen te behoren tot een grotere collectiviteit dan zijn familie, school, streek, taalgroep of land. Onze solidariteit omvat al diegenen die zich inzetten voor een betere wereld, tegen diegenen die zich vastklampen aan de verdediging van hun egoïstische privileges.

In 1995 hebben jullie in Namen een klein vlammetje aangestoken. Een vlam die niet zal uitdoven, als we het succes van deze dag zien.

Nico Hirtt