Minister Pascal Smet dumpt Brussels meertalig bicultureel-onderwijs

Facebooktwittergoogle_plusmail

Minister van Onderwijs Pascal Smet stopt de financiering van zes projecten voor meertalig onderwijs in Brussel. Het gaat om projecten rond ‘Onderwijs in Eigen Taal en Cultuur’ (OETC). Het Brussels integratiecentrum Foyer startte zo’n 30 jaar geleden met dergelijke projecten waarbij kleuters en lagere schoolkinderen ook lessen in de moedertaal (Turks, Italiaans, Spaans) krijgen. Zo worden in de basissschool Sint-Joost-Aan-Zee in Sint-Joost-ten-Node bijvoorbeeld lessen Turks gegeven.

Hieronder volgt een reactie van Foyer op de beslissing van de minister.

Het Brussels meertalig OETC-onderwijs bestaat 30 jaar. Elk jaar opnieuw, 30 jaar lang, geloven een 500-tal allochtone ouders, waaronder telkens een 40 – 50-tal nieuwe, in de droom van meertalige en pluriculturele openheid van de Vlaamse gemeenschap te Brussel voor het onderwijs van hun kinderen. Medewerkers worden regelmatig in internationale kaders uitgenodigd om het project voor te stellen en het project krijgt aandacht in heel wat (ook internationale) publicaties.

Minister Pascal Smet, Vlaams minister van onderwijs, bereidt een meertaligheidsnota voor. Bij die gelegenheid schrapt hij per 30 juni 2011 het meertalig OETC-onderwijs te Brussel. Een beslissing van heel de Vlaamse regering, zo deelt hij ons op 9 mei 2011 mee (na een eerste informele mededeling op 29 april).

Even ter herinnering, uit het verleden

In 1982 krijgt het bicultureel onderwijs (van “Werkgroep Immigratie vzw” van Foyer) de eerste NCC-prijs (NCC= Nederlandse Cultuur Commissie) voor de culturele uitstraling van Vlaanderen te Brussel (samen met het Willemsfonds). VIA (Vlaanderen in Actie), zou je denken… met tegelijk een goede weerklank in allochtone Brusselse middens én met een heel hoge successcore voor de leerlingen aan het eind van het secundair onderwijs.
In de jaren ‘90 krijgt een vertegenwoordiger van het project ook nog eens de Visser Neerlandia-prijs, alweer om de culturele uitstraling van het project in de verf te zetten.

Algemeen erkende en onweerlegbare output van het project

1. Hoe men theoretisch en praktisch ook over meertaligheidsonderwijs en de meertalige OETC-projecten van Foyer moge oordelen, één zaak staat vast: het afmaken van de studies tot/met in het secundair onderwijs door de leerlingen ligt binnen het project beduidend hoger dan waar ook elders gemiddeld in Vlaanderen. De minister heeft dit niet betwist. De OETC-leerlingen (voor 60% GOK-leerlingen) die ‘afstuderen’ in het Nederlandstalig onderwijs doen dat voor 90% met een volwaardig diploma secundair onderwijs. Ze doen het veel beter dan de doorsnee allochtone jongeren waarbij 30% van de jongens en een kwart van de meisjes het secundair verlaat zonder diploma.
De OETC-kinderen stromen duidelijk beter door naar het ASO dan andere anderstalige kinderen in Brussel: 40% tegenover 35%.
Een kleine 80% van de kinderen behaalt jaarlijks een A-attest en stroomt dus zonder problemen door. Kinderen doen succeservaringen op. Dit is belangrijk voor het individuele kind maar kan op termijn ook binnen de gemeenschap het positieve geloof in de slaagkansen van hun kinderen versterken.

2. Naast het begeleiden van de ouders, wordt er binnen het project ook ernstig werk gemaakt van de aanmaak van materialen en er worden vormingen ter beschikking gesteld. Zo werden het voorbije schooljaar 70 vormingssessies verzorgd en deden 20 Brusselse scholen beroep op het centrum voor het ontlenen van materialen. 450 leerkrachten zijn ingeschreven op een on-line netwerk waarlangs ze lessuggesties ontvangen om het omgaan met culturele diversiteit op school concreet vorm te geven. In de ‘tevredenheidsmetingen’ komt als meest sterke punten altijd weer naar voor: de expertise van de vormgevers en de praktijkgerichtheid.

Mededeling van minister Smet aan Foyer (9 mei 2011)

Op vrijdag 29 april 2011 heeft Foyer een eerste maal informeel vernomen dat het project gestopt moet worden. Op maandag 9 mei worden we door de minister mondeling geïnformeerd op zijn kabinet. Op 9 mei was er geen tijd voor een inhoudelijke bespreking. Op 11 mei is nog altijd geen schriftelijke brief aangekomen.

Standpunt van de minister, zoals ons meegedeeld (9 mei 2011):

1. Het project haakt minder goed in op de huidige meertalige Brusselse realiteit in het Nederlandstalig onderwijs.

2. De talen in het project zijn minder belangrijk, waarmee hij vooral het Italiaans en het Spaans zegt te bedoelen.

3. De minister oordeelt dat we hadden moeten vermoeden dat het project zou stopgezet worden, omdat er immers meerdere evaluatierapporten opgesteld geweest waren, “die echter niet toelieten om in de een of andere richting te beslissen” (zijn woorden).

4. Wat Foyer had moeten kunnen bewijzen, volgens de minister en blijkbaar ook volgens de interkabinettenwerkgroep die het project beoordeelde, is dat eenzelfde kind dat het bicultureel onderwijs niet zou gevolgd hebben, er slechter zou aan toe geweest zijn precies door het niet gevolgd te hebben. Dit blijkt de kern van het probleem te zijn.

Ons commentaar: Op zich lijkt ons zoiets heel moeilijk strikt wetenschappelijk bewijsbaar, voor om het even wie en voor om het even welk project. Maar de vraag is dan, waarom de evaluatie-rapporten die positieve effecten toonden bij de OETC-kinderen, en zeer positieve tevredenheidsmetingen over het aanbod (vormingen en dergelijke), plotseling niet meetellen? Inspectieverslagen wezen op werkpunten maar waren verder positief. Heeft men ooit trouwens dergelijke metingen uit kunnen voeren bij andere beleidsopties zoals GOK en ZORG, in dat geval hadden we graag dezelfde wetenschappelijke ondersteuning gehad om dit ‘te meten’.

5. De beslissing van minister Smet is een beslissing die besproken werd in de gehele regering.

6. De stelling van de minister is dat hij de expertise door Werkgroep Immigratie vzw opgebouwd, liefst niet ziet verloren gaan. (Ons commentaar: wij hebben de indruk op Foyer dat we heel lang een pioniersfunctie in meertaligheid hebben mogen vervullen, internationaal erkend, maar dat nu het thema aan populariteit wint, de minister alle expertise van tafel veegt om zelf iets nieuws op te starten.)

Vragen die we op 9 mei van onze kant aan de minister voorgelegd hebben

We hebben – gelet op de beperkte discussietijd die voorzien was – vooral onze verwondering geuit over de manier en timing van bekendmaking

1. Op 12 juli 2010 heeft Foyer immers in een persoonlijk gesprek met de minister hem erop gewezen dat nieuw in de projecten instappende ouders dit in het voorjaar 2011 doen. Door ons niet tijdig te verwittigen, heeft de minister bekomen dat directies en ouders die OETC-onderwijs voor hun kinderen wensen, op het verkeerde been zijn gezet.

Bemerk: vanaf 1 januari 2011 heeft de directie van Foyer haast wekelijks hetzij de administratie hetzij het kabinet van de minister van onderwijs gecontacteerd met de vraag welke nu de beslissing is die de minister zou nemen.

2. Sommige ouders hebben kinderen reeds in het tweede of derde of vierde leerjaar zitten. Op minder dan twee maanden voor het einde van het lopende schooljaar moeten we hen meedelen dat het project met ingang van volgend schooljaar stopt. Vindt de minister dit normaal? Is dit een vorm van goed bestuur?

3. Vindt de Vlaamse regering het normaal dat Foyer de uitbetaling van de leerkrachten en medewerkers, waaronder sommigen 15 à 20 jaren dienst hebben, nu vandaag allemaal in één klap integraal op zich neemt, terwijl ze zelf een beslissing kenbaar maakt die slechts één maand ruimte laat voor een vooropzeg? We hebben de minister daar reeds op 12 juli 2010 op gewezen en de minister heeft toen op 12 juli 2010 geantwoord dat hij dit besefte, maar dat als zijn beslissing positief zou zijn, dit dan voor zijn gehele termijn zou gelden.
Als antwoord heeft de minister ons op 9 mei 2011 meegedeeld dat hij Foyer woensdag 11 mei zou laten weten wat hij met die vragen van onze kant zal doen.

4. Mogen we nog een laatste vormelijke bedenking formuleren? Men heeft Foyer in totaal drie verslagen laten schrijven van in totaal ongeveer 300 bladzijden. Daar zitten dagen werk in… Tot op heden is nooit op papier gezet geweest, toch niet bij ons, wat de bezwaren zijn… en welke onze reacties op die bezwaren zijn. Er is ons geen enkele geschreven evaluatie van de minister van onderwijs bekend, waar na opgave van plus- en minpunten een logisch opgebouwde conclusie uitgeschreven staat. We hebben éénmaal slides ter inzage gekregen (op 23 februari 2011) waarop we mondeling mochten reageren, maar zonder dat bvb op één slide, die we onjuist vonden, onze opmerking genoteerd werd, en zonder dat uit het geheel een conclusie opgebouwd stond. Er heeft nooit een ander gesprek plaatsgehad waarbij het dossier inhoudelijk kon worden besproken.

Openbaarheid van bestuur? Een lachertje.

Enkele inhoudelijke bedenkingen van de kant van Foyer

1. Dit project is gestart in 1981, bestaat dus 30 jaar, en is nooit negatief geëvalueerd geweest, meestal zelfs uitgesproken positief, ook bij internationale evaluaties. Op een ogenblik dat Brussel bij uitstek een multiculturele en meertalige grootstad is, wordt een onderwijsproject aan Vlaamse zijde dat daar positief op scoort tot in het buitenland (Québec en elders), zo maar gedumpt. Dit gebeurt daarenboven op een moment dat vanuit de Vlaamse Regering, zij het door een andere minister en via een studie van Kind en Gezin, zonet gepleit wordt voor een positieve benadering van de thuistaal. Dit is een logica die ons ontgaat.

2. Er zullen in Vlaanderen niet veel projecten bestaan die zo sterk de evoluties op Europees vlak inzake onderwijs en meertaligheid concreet integreren: de doelstellingen zijn afgesteld op het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader (“Common European Framework of Reference”) en er wordt gewerkt met portfolio’s. Zelfs in die mate dat men op het ECLM (European Centre for Modern Languages) wordt gevraagd om mee projecten te leiden.

3. We begrijpen niet dat de minister, precies te Brussel, een project zo maar laat beëindigen dat heel aanwijsbaar zeer goed scoort op de factor: geen spijbelen, geen ‘drop outs’, met effecten tot aan het eind van het secundair onderwijs. Want daar is nu echt iedereen het over eens, zelfs wie het project niet gunstig gezind is… Is ‘drop out’ en spijbelen dan plots weer niet belangrijk voor de Vlaamse regering?

4. Enige tijd lang is de kostprijs als grootste kritiek tegen het project ingebracht geweest. Die kritiek werd in zijn mondelinge mededeling door de minister niet weerhouden. Waarschijnlijk zag hij zelf in dat de reële besparing met het schrappen van het project lachwekkend klein is, immers de grootste kost in het project ging naar leerkrachten (en hun anciënniteit) en niet naar begeleiders.

5. Een bezorgdheid van het beleid ging ook steeds uit naar de OETC-leerkrachten en hun integratie in de scholen omdat men in een ver verleden soms negatieve ervaringen had met ambassade-leerkrachten.
De scholen kunnen echter, vanuit de praktijk, getuigen over de waardevolle inzet van het OETC-team van Foyer op school en hoe ze als volwaardig teamlid meedraaien. Bij de vorige twee inspectiebezoeken werd vermeld dat leerkrachten goed inspelen op het actuele taalvaardigheidsonderwijs en een sterke betrokkenheid van de kinderen realiseren. Dit jaar eiste men plots een taalproef van de leerkrachten om te bewijzen dat ze voldoende Nederlands kenden. Ze slaagden allemaal met glans maar de resultaten werden niet meer opgevraagd.

6. De minister zegt dat nu alles van tafel geveegd is, hij nieuwe initiatieven zal nemen. Zullen deze nieuwe minder duur uitvallen? Zal het efficiënter werken? Zal het een betere kwaliteit en meer engagement waarborgen? Een goed meertalig OETC-project opbouwen vraagt jaren van zeer intensief werk. Het doen stoppen, doe je met één pennentrek. Expertise opbouwen zonder dat er projecten aan de basis leven, waaruit geput kan worden, maakt ons zeer sceptisch. Precies het feit dat we in de praktijk van de scholen stonden, was onze sterkte.

Grondige terreinkennis? Goed bestuur? Warme samenleving?

Stellen dat het project haaks staat op de realiteit te Brussel, terwijl niet eens alle kandidaat-ouders en -leerlingen aanvaard kunnen worden en er dus plaatsen te weinig gevonden kunnen worden… getuigt dit van grondige terreinkennis?

Is het probleem van het beleid niet dat het niet wil beseffen dat vandaag en zeker in de toekomst ‘maatwerk’ de meest adequate aanpak is?

Foyer heeft geen probleem met het erkennen dat de overheid het recht heeft om een beleid om te buigen, andere accenten te leggen en eventueel lopende projecten te stoppen en te vervangen door ander beleid, ook al delen we dezelfde analyse niet. Maar draagt beleid dan geen verantwoordelijkheid om gedane investeringen, zeker als die positief zijn, niet verloren te laten gaan ?
En mensen verwittigen begin mei 2011 dat een onderwijsinitiatief onherroepelijk moet stoppen, zonder dat een schriftelijke motivatie gegeven wordt (laat staan tegensprekelijk debat), een onderwijsinitiatief dat al 30 jaar bestaat, dat nooit negatief geëvalueerd werd en jaarlijks 500 gezinnen en 6 scholen impliceert… is dat allemaal wat de Vlaamse regering bedoelt met ‘goed bestuur’ en de ‘warme samenleving’ die ons staat te wachten?

Aan het eind van dit verhaal wenst Foyer uitdrukkelijk volgende mensen te danken:

– De voormalige ministers Daniel Coens (gest.), Hugo Weckx, Luc Vandenbossche, Marleen Vanderpoorten en Frank Vandenbroucke. Deze laatste stelde zich weliswaar vragen bij het project. Maar hij begreep dat de eis die men Foyer stelde, nl. dat Foyer moest kunnen bewijzen, dat eenzelfde kind dat het bicultureel onderwijs niet zou gevolgd hebben, er slechter aan toe zou zijn geweest, een onmogelijk te leveren bewijs was, terwijl hij het belang o.m. van het aspect ‘community building’ in het project begreep.

– De universitaire experten van de KU Leuven, de UGent en de VUB die op 22 juni 2010 de inspectieverslagen en evaluaties voor de minister van onderwijs doorgenomen hebben en zich unaniem positief over het project uitspraken.

– De directies van de scholen, de ouders, de voormalige leerlingen en de leerlingen vandaag… ook al de mensen die ons altijd gesteund hebben.

– En absoluut niet te vergeten: de collega’s die zich al die jaren, sommigen bijna 30 jaar lang, voor het project ingezet hebben. Wij hopen dat zij, en ook de directies van de scholen en de leerkrachten, vooral mogen onthouden dat ze al die jaren heel nuttig werk geleverd hebben en voor heel veel kinderen een heel mooie toekomst hebben helpen mee uittekenen.

Wat wil Foyer de minister op 13 mei beleefd maar dringend vragen?

1. Tot heden 13 mei 2011, staat niets van wat Foyer (Werkgroep Immigratie vzw) gehoord heeft, op papier: alles wordt per telefoon geregeld, buiten 20’ gesprek op zijn kantoor. Kan hij zo vriendelijk zijn om de stopzetting en de omlijstende voorwaarden op papier te laten zetten en aan Foyer te laten geworden?

2. In totaal bestaan meer dan 300 bladzijden evaluatierapporten… Daar steekt dagen werk in. Wil de minister zo vriendelijk zijn om aan te duiden op basis van welke passages in deze rapporten hij zijn beslissing baseert om het meertalig OETC onderwijs te Brussel stop te zetten? En als die stopzetting niet gebaseerd is op gegevens in de evaluatierapporten, wil hij dan op papier aangeven op welke gegevens hij die stopzetting dan wel baseert, en ons dit op Foyer laten geworden?

3. Veel ouders hebben hun kinderen op school geplaatst op basis van de aanwezigheid van een meertalig OETC onderwijsprogramma. Wil hij die ouders per school laten bijeenroepen om hen persoonlijk of minstens via een medewerker over zijn beslissing in te lichten en hen uit te leggen hoe hij het vervolg voor hun kinderen ziet? Of mochten die ouders niet de legitieme verwachting koesteren dat hun kinderen effectief meertalig OETC onderwijs gingen krijgen tot aan het eind van het lager onderwijs? Wil hij hen uitleggen waarom hij oordeelt dat dit niet eens een onderhandeling of het zoeken naar een vergelijk.

Foyer

Teken de onlinepetitie van “Foyer”

op http://www.petitions24.com/petitie_tegen_de_stopzetting_van_de_6_meertalige_onderwijsproject.

U vindt verduidelijkende artikels, een videoboodschap van de directies en reacties op onze site www.foyer.be

We zullen al jullie opmerkingen en handtekeningen bundelen en aan de minister overmaken.

Op woensdag 25 mei 2011 verzamelen we om 12u voor het Ministerie van Onderwijs, Koning Albert II-laan 15, 1210 Brussel om ons ongenoegen te uiten en om onze solidariteit te betuigen met de betrokken ouders en kinderen. Wij rekenen echt op u en uw aanwezigheid.

Hartelijk dank voor uw steun!

Het onderwijsteam van Foyer

Sofie Jonckheere

Medewerkster Onderwijs en Meertaligheid

Integratiecentrum Foyer

Werkhuizenstraat 25

1080 Brussel

02 609 55 63

e-mail: sofie.jonckheere@foyer.be

www.foyer.be

[
Filmpje over de protestactie voor het Departement Onderwijs->http://www.foyer.be/spip.php?page=article&id_article=9480&lang=nl&id_rubrique=17]

Lees hier een artikel over Onderwijs in eigen taal. De ervaring van de Foyer.