Succesvolle staking en 1500 betogers

Facebooktwittergoogle_plusmail

Op woensdag 23 maart staakte het personeel van het stedelijk onderwijs Antwerpen. De staking werd goed opgevolgd. In het basisonderwijs waren vele scholen dicht. In de secundaire scholen werd weinig of geen les gegeven. Een stoet met ongeveer 1500 manifestanten vertrok van de Vogelenmarkt naar de “Toren”, het administratief gebouw van het Stedelijk Onderwijs. Daar sprak Walter Hens, provinciaal secretaris ACOD-onderwijs de betogers toe. Hij waarschuwde de leiding van het autonoom gemeentebedrijf dat “we hier zullen terug staan en nog talrijker dan vandaag” als de plannen voor de verhoogde prestatieregeling niet worden herzien.

Verleden jaar werd het stedelijk onderwijs van Antwerpen overgeheveld naar een autonoom gemeentebedrijf (AG). De vakbonden waren gekant tegen deze verzelfstandiging van het openbaar onderwijs en manifesteerden in mei 2010. De inrichtende macht probeerde te sussen en beloofde dat er voor het personeel niets zou wijzigen na de overgang naar een autonoom gemeentebedrijf.

In januari 2011 overhandigde de inrichtende macht aan de vakbonden een document met een aantal intenties naar de wijziging van het huidige arbeidsreglement. Korte lezing ervan leerde dat er geen verbeteringen van arbeidsomstandigheden beoogd werden. Integendeel.

Breekpunten

ACOD-Onderwijs formuleerde vier breekpunten.

1. Aantasting van de minimumprestatie.

De onderwijswetgeving schrijft een mogelijke prestatiespanning in voor bijna alle ambten. Dat is de vork tussen de minimumprestatie en de maximumprestatie. Wanneer we zouden evolueren naar een rechtlijnige maximumprestatie, dan betekent zulks dat automatisch de schoolopdracht onder druk komt te staan.

Met eenvoudige woorden: meer lesgeven betekent automatisch minder tijd voor alle mogelijke randprestaties die men vandaag van het personeel verwacht. Hierdoor zou de schoolorganisatie behoorlijk kunnen ontwricht worden. Dat weet de inrichtende macht (IM) ook en daarom stond in dezelfde tekst dat men uitgaat van een schoolopdracht van 38u. (schoolopdracht=aanwezigheid op school) Dat is uiteraard onaanvaardbaar/onmogelijk. De IM zag dat ook wel in denken we, maar de toon was gezet.

In het stedelijk onderwijs hebben we een ‘gentlemen’s agreement dat zoveel mogelijk iedereen aan de minimumprestatie werkt. Die overeenkomst willen we herbevestigd zien.

2. Aantasting van uw vrije tijd.

Het document spreekt van een ongelimiteerde mogelijkheid om je buiten de lesuren (weekend, ’s avonds,…) taken te kunnen opdragen zelfs op school of elders. Dit is uiteraard syndicaal onverdedigbaar.


3. Aantasting van de prestatieregelingen.

Voor elk ambt schrijft de wetgever een prestatieregeling voor. Dat is de essentie van onze rechtspositie. Door collega’s die in leerlingvrije uren opdrachten opnemen, te verplichten een omzetting van hun prestatieregeling te aanvaarden naar 36/36e zet men dat formeel op de helling. Het syndicaal principe is: 1 = 1. Eén lesuur is één lesuur.

De Vlaamse overheid vertikt het om voor extra taken ook extra middelen te voorzien. De lokale overheid lost dat op door het in uw bakje te schuiven. Dit kan echt niet. Wanneer men door een tekort aan middelen, in extra omkadering wil voorzien door het lesurenpakket oneigenlijk te gebruiken, dan kunnen wij daar niet akkoord mee blijven gaan.

4. Aantasting van de vakantieregeling(en).

De inrichtende macht heeft een rooster voorgelegd waarbij de vakantieregelingen aangepakt worden, verschillend per niveau en per ambt. Zo stelt men voor de onderwijzer in het basisonderwijs voor: ‘kunnen gevraagd worden de laatste 5 werkdagen voor 1 september ifv inschrijvingen of personeelsvergadering’. Voor directies,adjunct directeurs en TAC’s in alle niveau’s: ’10 dagen beschikbaar en 10 dagen bereikbaar’.

Toegevingen?

Tijdens een overleg met de vakbonden op 3 maart leek het er op dat de inrichtende macht onder druk van de stakingsdreiging toegevingen wou doen. Maar het ging om een gedeeltelijke terugtrekking van de aangekondigde maatregelen en bovendien wou de inrichtende macht niets op papier zetten. ACOD-Onderwijs was bereid om nog te onderhandelen tot 16 maart waarna een algemene ledenvergadering ’s avonds alsnog kon beslissen al dan niet te staken op 23 maart. De inrichtende macht nam geen initiatief om te onderhandelen. Op de ledenvergadering van 16 maart werd dan met quasi-unanimiteit beslist tot staking en betoging.