Besparingen boven en in de klassen

Facebooktwittergoogle_plusmail

In het Vlaams onderwijs wordt in 2010 72 miljoen Euro en in 2011 142 miljoen Euro bespaard. Gaat het hier om besparingen “boven de klassen en niet in de klassen”, zoals minister Pascal Smet beweerde? Dat klinkt weinig geloofwaardig. In vakbondsmiddens hoort men dat er (minstens) 1000 jobs verloren gaan, voormalig onderwijsminister Marleen Vanderpoorten spreekt over 1500 jobs.

We overlopen hier de belangrijkste maatregelen die de Vlaamse regering in het onderwijs neemt. We concretiseren ze a.d.h.v. standpunten van minister Smet en van reacties uit het onderwijsveld. Een overzichtstabel van de besparingen vind je onderaan dit artikel.

Besparingen in de ambtenarij (apparaatskredieten) 20 miljoen euro

Deze maatregelen hebben betrekking op de inspectie, de pedagogische begeleiding en de werking van het ministerie van Onderwijs.

Minister Smet: “De maatregelen met betrekking tot de apparaatskredieten zijn uitgevoerd, zoals afgesproken tijdens de formatie. Dat wil zeggen dat we op het overheidsapparaat 5% besparen op de niet-loonkredieten en 2,5% op de loonkredieten. Deze besparingsmaatregel geldt voor het hele overheidsapparaat, dus ook voor de Vlaamse Onderwijsraad, Agion (infrastructuur) en het UZGent.” (1)

Maatregelen met effect op tewerkstelling: 1500 jobs verdwijnen

COC (Christelijke Onderwijs Centrale): “De Vlaamse Regering heeft bij haar oprichting gesteld dat de tewerkstelling voor haar prioritair is terwijl de besparingen die ze doorvoert meer dan duizend jobs zal doen verdwijnen.” (2)

Oud- minister van onderwijs Marleen Vanderpoorten schat dat met de besparingen 1500 banen op de helling staan (blog, 27-11-2009):

– De afschaffing van de pedagogische coördinatie in het BSO (Beroeps Secundair Onderwijs): 390 jobs

– Het afschaffen korte vervangingen in Secundair Onderwijs en het schrappen van de mentorenuren: 450 jobs

– Het stopzetten van de herstructureringen in SO en programmatiestop en aanpassen aanwendingspercentage in Deeltijds Kunst Onderwijs: 115 leerkrachten

– De niet-indexering van de werkingsmiddelen: 225 ontslagen

– De aanpassing van de deelbudgetten Hoger Onderwijs: 290 jobs

De afschaffing pedagogische coördinatie in secundair onderwijs (15,5 miljoen euro)

Deze besparing behelst de volledige afschaffing van de maatregel dat leraars die ten minste 60% van hun volledige opdracht in de B-stroom (beroepssecundair onderwijs) presteren, één uur pedagogische coördinatie toegekend krijgen. Dat uur valt buiten het gewone pakket uren-leraar en moet derhalve als een extra omkadering worden opgevat.” (Memorie van toelichting, programmadecreet 2010, art 10)

Deze maatregel zorgt voor heel wat beroering in beroepsscholen. Leraars praktijkvakken presteren voltijds 29 lesuren per week. Door het uur pedagogische coördinatie werd dit 28 lesuren. Nu dit wegvalt moeten velen bovenop de 29 uren een plage-uur presteren (tot 30 lesuren) omdat er geen één-uur-vakken voorradig zijn.

Schrappen van omkadering voor mentorschap (14 miljoen euro)

Dit wordt als volgt verantwoord: “Immers, mentorschap ten aanzien van nieuwe of kandidaat-personeelsleden wordt tot de kerntaken beschouwd van elke onderneming of organisatie, dus ook een onderwijsinstelling. Binnen de opdrachten van het normaal beschikbare personeelskader moet een taakdifferentiatie worden ingebouwd waardoor een aantal onder hen, omwille van ervaring en bekwaamheden, al dan niet deeltijds met op- en begeleiding van nieuwe personeelsleden kunnen worden belast.” (Memorie van toelichting, programmadecreet 2010, art. 32)

Uit reactie op de besparingsmaatregel denken sommige scholen eraan het aantal stagiairs uit de lerarenopleiding in de toekomst te beperken. Sinds het nieuwe decreet op de lerarenopleiding van 2006 is echter het volume van de stageopdrachten fors toegenomen. Zal dit de minister een zorg wezen?

COC: “De Vlaamse Regering is niet geloofwaardig daar waar ze enerzijds stelt dat er dringend werk moet gemaakt worden van een beter statuut voor de beginnende leraar, maar anderzijds dat statuut ondergraaft omdat ze niet meer investeert in middelen voor het mentorschap.” (2)

ACOD Onderwijs: “Wij betreuren de afschaffing van de mentoruren. Wij zijn ervan bewust dat heel wat personeelsleden zich hebben ingezet om deze functie naar best vermogen in te vullen. Dat door de afschaffing een deel van de opgebouwde expertise verloren dreigt te gaan, is een terechte vrees. Maar ACOD Onderwijs (via de afgevaardigden in iedere school) wil er op toekijken dat de uren die vandaag aangewend worden om mentoren vrij te stellen, volgend schooljaar niet uit het urenpakket gehaald worden via BPT-uren. Want als dit wel gebeurt, leidt dit tot een werkdrukverhoging voor de personeelsleden die nog lesgeven!

VSOA-onderwijs:
Het is moeilijk uit te leggen dat de Vlaamse Regering op diverse platformen ‘orakelt’ dat er hoogdringend werk moet gemaakt worden van een beter statuut voor de beginnende leraar, maar anderzijds de zeer beperkte ondersteuning die ze nu voorzag niet meer wenst te investeren in middelen voor het mentorschap.

De Sociaal-economische Raad van Vlaanderen:
De SERV heeft in een eerder advies (advies beroepsprofiel leraar) het belang van de uitbouw en ondersteuning van dat mentorschap en begeleiding van beginnende leraars sterk onderlijnd en gesteld dat hiervoor voldoende middelen dienen te worden gereserveerd.”

Niet-indexering van de werkingsmiddelen voor basis- en secundair onderwijs: 34,5 miljoen euro

Om tegemoet te komen aan de klacht dat de werkingsmiddelen ontoereikend zijn werd zowel in het kleuteronderwijs als in het lager onderwijs vanaf het schooljaar 2007-2008 het werkingsbudget verhoogd met 45 euro per leerling.

Door de werkingsmiddelen niet te indexeren bespaart de regering volgende bedragen per leerling:

Gewoon Basisonderwijs: 20,86 €

Buitengewoon Basisonderwijs: 26,66 €

Gewoon Secundair Onderwijs: 33,93 €

Buitengewoon Secundair Onderwijs: 24,48€

Nochtans blijft het principe van kracht: “Vanaf 1 september 2007 moet in alle basisscholen de decretale kosteloosheid van wat nodig is om de ontwikkelingsdoelen na te streven en de eindtermen te bereiken, strikt gerespecteerd worden.” (Omzendbrief BaO/2007/05)

Het budget nascholing wordt met 20 % verminderd: 3 miljoen euro

Recent internationaal vergelijkend onderzoek (Teaching and Learning International Survey – TALIS) toont aan dat behalve voor vakinhoudelijke bijscholingen, de Vlaamse leerkracht weinig behoefte heeft aan andere bijscholing zoals ICT-vaardigheden, lesgeven aan leerlingen met bijzondere noden, discipline en gedrag van leerlingen, lesgeven in multiculturele setting, enz. 19% van de leerkrachten betaalde zelf volledig of gedeeltelijk de bijscholing. Bovendien zijn vele van die bijscholingen duur en wegen ze zwaar door op het nascholingsbudget van de school. Men zou dus verwachten dat de minister hier een stimulerings- en ondersteuningsbeleid zou voeren. Maar …

P. Smet: “Maatschappelijke ontwikkelingen en nieuwe inzichten in het onderwijs (andere en nieuwe onderwijs- en leervormen, nieuwe pedagogisch-didactische theorieën, het grote belang van levenslang leren, …) vragen om andere bekwaamheden van leraren en dus om permanente nascholing. Het beleidsdomein Onderwijs en Vorming is één van de weinige sectoren waar de nascholing van het personeel volledig gesubsidieerd wordt. We denken echter niet dat die nascholing volledig ten laste van de gemeenschap moet worden betaald aangezien dit eigenlijk inherent aan de loopbaanontwikkeling is. Daarom besparen we 20% op alle nascholingsbudgetten. Ook op de budgetten voor nascholing op initiatief van de pedagogische begeleidingsdiensten. Op dit moment bedraagt het jaarlijks bedrag voor nascholing op initiatief van de pedagogische begeleidingsdiensten 2,7 miljoen Euro. Een besparing van 20% hierop bedraagt 542.000 Euro.“ (1)

P. Smet: “De vzw SNPB staat voor Samenwerkingsverband Netgebonden Pedagogische Begeleidingsdiensten en stelt zich tot doel een netoverschrijdende samenwerkingsstructuur uit te bouwen binnen de toegewezen projecten van kleuterparticipatie, Rand en Taal, nascholing trajectbegeleiders Leren en Werken en ondersteuning volwassenenonderwijs. Omdat we vooral hebben willen besparen op structuren en niet rechtstreeks willen raken aan de kern van het onderwijsproces, besparen we 214.000 Euro op de subsidie aan deze vzw.” (1)

Consortia volwassenenonderwijs min 20 %: 0,75 miljoen euro

P. Smet: “Een gelijkaardige redenering hebben we gevolgd bij de consortia voor volwassenenonderwijs. Deze consortia zijn de structuren die de verschillende centra voor volwassenenonderwijs en het centrum voor de basiseducatie per regio overkoepelen. We besparen op deze structuren 754.000 Euro. Zij behouden evenwel 3,8 miljoen Euro.” (1)

In het programmadecreet 2010 is evenwel slechts sprake van een globale subsidie van 3.017.000 euro (art 76). Die subsidie omvat middelen voor personeelskosten, werkingskosten en investeringen.

Afschaffing niet-verworven salarisschalen in selectie- en bevorderingsambten

Vanaf 1 september 2010 worden de betreffende vergoedingen alleen nog toegekend voor wie fungeert in een wervingsambt.

COV (Christelijk Onderwijzers Verbond). “De overheid stelt dat de diploma’s en getuigschriften waaraan de extra verloning wordt toegekend, nog stammen uit de tijd dat lerarenopleidingen beperkt waren in duur en bijgevolg ook in inhoud. De overheid is van mening dat ondertussen de lerarenopleidingen grondig veranderd zijn en dat de verdere professionalisering een permanente opdracht is voor iedere werknemer. Ze acht de extra verloning voor een beperkt aantal nascholingstrajecten niet langer verdedigbaar. De overheid heeft ongelijk.
Het COV heeft jarenlang geijverd voor de erkenning van de professionalisering van de leraar en de ontwikkeling van zorgcompetenties en de erkenning van de individuele inzet van de personeelsleden om zich professioneel te bekwamen. De lerarenopleidingen kunnen nog helemaal niet garanderen dat de wel erg noodzakelijke bijkomende bekwaamheden tijdens de opleiding kunnen worden verworven.
” (COV, Basis, nr. 19, november 2009)

Aanwendingspercentage van 98,73 procent op werkingsuitkeringen Hoger Onderwijs (16,2 miljoen euro)

Na onderhandelingen werd de voorgestelde wijziging in het kliksysteem van het financieringsmechanisme voor het hoger onderwijs vervangen door een besparing op de werkingsuitkeringen van de hogescholen en universiteiten van 1,27% vanaf 2011 geplafonneerd op 16,2 miljoen euro.

P Smet: “De middelen voorzien voor de ondersteuning van de rationalisatie van het opleidingsaanbod worden vanaf 2009 afgeschaft. Dit levert voor 2009 een besparing op van 5 miljoen euro, vanaf 2010 stijgt de besparing tot 6 miljoen euro.” (1)

De Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (VRWB) herinnert eraan: “De doelstelling om de basisfinanciering voor het hoger onderwijs te verhogen tot het Europese streefcijfer van 2 % van het BRP, hebben we in Vlaanderen nog lang niet bereikt (vandaag haalt Vlaanderen 1,2%). Het meerjarenplan voor de noodzakelijke inhaalbeweging van deze basisfinanciering, zoals aangekondigd in het regeerakkoord en bevestigd in de beleidsnota van minister van Onderwijs Pascal Smet, blijft een cruciale randvoorwaarde voor de uitbouw van een performant hoger onderwijs.

De Vlaamse regering belooft het budget voor het hoger onderwijs in deze regeerperiode met 10 % te laten stijgen … maar begint met een vermindering met 1,5 %.

VRWB: “In het nabije verleden (o.m. in 2008) werd reeds beknot op de indexering van de basisfinanciering voor het hoger onderwijs. Dit, gecombineerd met een nulindexering in 2010, riskeert de financiële leefbaarheid van hoger onderwijsinstellingen in gevaar te brengen.”
“Tot slot betreurt de VRWB dat dergelijke structurele en ingrijpende maatregelen via een programmadecreet worden geregeld. De snelheid waarmee dergelijke programmadecreten de parlementaire procedure doorlopen, laten geen voldoende onderbouwing en consultatie van het werkveld toe. Dergelijke structurele maatregelen moeten, in het kader van een kwaliteitsvolle regelgeving, het voorwerp vormen van een meer diepgaand debat. De VRWB/VRWI is graag bereid in de toekomst dergelijk debat te voeren.”

Proeftuinen en projecten

P. Smet: “Er zijn op dit moment 40 proeftuinen die aflopen op 31 augustus 2010. Deze proeftuinen krijgen extra omkadering. Aangezien deze projecten recurrent in de begroting staan, brengt het einde ervan een automatische besparing mee. Dat wil niet zeggen dat de proeftuinen niet kunnen verder werken. Dat kunnen ze wel. Het einde van de projecten laat enkel de extra omkadering, die diende om het project in goede banen te leiden, uitdoven.” (1)

Dit heeft betrekking op :

– de tijdelijke projecten Accent op Talent die lopen tot en met het schooljaar 2010-2011 behouden tijdens het laatste schooljaar de voorziene omkadering en werkingsmiddelen;

– voor de tijdelijke projecten werkplekleren en studie- en beroepskeuze worden, bij eventuele verlenging vanaf het schooljaar 2010-2011 de bijkomende omkadering, ondersteuning en werkingsmiddelen stopgezet;

– voor totaal nieuwe tijdelijke projecten vanaf het schooljaar 2010-2011 worden (tot zolang deze besparingsmaatregel van kracht is) geen middelen meer aan de projectscholen toegekend.

– het project duurzaam naar school, “wordt stopgezet met ingang van schooljaar 2010-2011 omdat het niet behoort tot de kerntaken van onderwijs.” (4,8 miljoen euro)

– de projecten van de VLOR worden afgeslankt. Het project ‘samenwerking tussen HBO-partners’ wordt daardoor niet verlengd.

Over het GOK-Steunpunt zegt de minister: “De werking van het steunpunt GOK wordt herkaderd. De gedwongen fusie van de drie oude steunpunten heeft nooit geleid tot enige echte synergie. Beleidsondersteunend studiewerk (met inbegrip van onderzoeksdaden) is nuttig en zal op contractbasis binnen de facultatieve subsidies verder voorzien worden. Het reeds door het steunpunt ontwikkelde materiaal zal door een onderwijsagentschap ter beschikking gesteld worden van alle scholen. De concrete begeleiding van leerkrachten en scholen moet opgenomen worden door de pedagogische begeleidingsdiensten wiens opdracht dit is.”(1)

Nieuwe inkomstenbronnen aanboren

COC stelt vast dat de Vlaamse Regering, niettegenstaande haar vele mooie woorden, een regering is die op onderwijsvlak, en meer bepaald op het personeelsvlak, geen beleids- en investeringsbakens uitzet op langere termijn. In het kader van een beleids- en investeringsdenken op langere termijn stelt COC trouwens dat een begroting in evenwicht niet alleen kan bewerkstelligd worden door besparingen, maar dat de Vlaamse Regering ook nieuwe inkomstenbronnen moet durven aanboren. Dat impliceert niet alleen dat zij haar eigen fiscale instrumenten maximaal benut, maar ook dat zij nieuwe inkomsten gaat bepleiten op federaal niveau gezien de voorspelde fikse bevolkingsgroei tussen 2010 en 2020 die o.a. onderwijs zwaar onder druk zal zetten.”

COC aanvaardt ook het principe niet dat een deel van de in beide decreten voorliggende besparingen nodig zijn om de Vlaamse Regering toe te laten een nieuw beleid (inclusief sociaal beleid) te voeren. Een Vlaamse Regering kan maar een nieuw beleid voeren als voor dat nieuwe beleid nieuwe middelen voorhanden zijn of als na een tegensprekelijk onderzoek vaststaat dat voor andere doeleinden aangewende middelen niet het effect opleveren dat verwacht werd en dat de middelen daaraan besteed dus herbesteed kunnen worden. COC stelt vast en juicht toe dat armoedebestrijding en investeren in een sociaal beleid deze Vlaamse Regering nauw aan het hart liggen, maar brengt de Vlaamse Regering ook in herinnering dat blijvend investeren in onderwijs én onderwijspersoneel de krachtigste hefboom van sociale vooruitgang is.” (2)

Hugo Van Droogenbroeck

(1) Pascal Smet, Opmaak van de onderwijsbegroting 2010, 16 november 2009

(2) COC, Protocol van niet-akkoord (18 november 2009)

Zie ook: [Nieuwsbrief van de democratische school (18 november 2009) over de besparingen
->1039]