Dagboek van een onderwijzer in projectschool (deel 3)

Facebooktwittergoogle_plusmail

“Net één week projectwerk achter de rug. Inderdaad, we waren gestopt bij het bepalen van het project én … de kinderen waren het weekend ingestuurd met de opdracht om al één activiteit te bedenken en zeker en vast ook al één tastbaar iets mee te brengen. Uit ervaring weten ze wat we bedoelen : een boek over het onderwerp, een adres voor hulp, een artikel, een spel, spulletjes die met het onderwerp te maken hebben (bv. verband)”.

Het is maandag

Maandag is altijd een dag waarbij wij weinig aandacht schenken aan het projectwerk. Ja, ook bij ons krijgen kinderen taken mee naar huis! Iedere maandag worden die samen bekeken, worden die besproken en worden de nieuwe taken voor de komende week opgegeven en ingeleid.

Toch gaan we even kijken wat de kinderen meebrachten voor het komende project. Wie nog niets bij heeft, kan inspiratie vinden bij anderen. Dat tonen van materiaal is geen wedstrijd ‘om het meest’. Iedere keer benadruk ik dat het ene kind veel sneller en gemakkelijker aan materiaal geraakt dan de andere. Maar … toch wil ik van eenieder inzet zien om iets mee te nemen. De gezamenlijke bespreking, het tonen van wat we al verzamelden … is ook zo opgebouwd dat het een instrument is waarbij de groep tips levert hoe kinderen die nog niets mee hadden ook aan materiaal kunnen geraken. Er wordt op persoonlijke inzet gerekend, maar ook door de solidariteit van de anderen te gebruiken. Ook hier ligt het accent op het collectief vooruit gaan met het project.

Het is dinsdag

We knopen nu aan bij het project. In feite moeten we steeds nagaan of elk kind nog steeds goed weet waar we mee bezig zijn, wat de plannen zijn en waar we uitkomen. Met kinderen van 9 tot 11 jaar is het zeker belangrijk steeds na te gaan of iedereen dat verloop nog kan volgen. Hier gebruiken we vaak de oudsten – er is een leeftijdsverschil van drie jaren tussen de oudsten en de jongsten – om nog eens in eigen woorden het tot nu toe gevolgde proces te verwoorden.

We vervolgen met een gesprek dat eindigt in een duidelijk bordschema met de doelstellingen en het eindproduct . Dat eindproduct stellen wij steeds voor als een ‘cadeautje’. We moeten een duidelijk eindresultaat bepalen. Zo weten de kinderen heel duidelijk waar we willen uitkomen. Het vergemakkelijkt ook om de juiste doelstellingen naar voor te schuiven en om die zelf te formuleren en … daarna zal het ons ook vereenvoudigen om de juiste activiteiten te bedenken.

Je merkt het : er wordt wat ‘afgepraat’. Daarom zoeken we wel om daarin enige variatie te bedenken : al eens in kleine groepjes samenzitten en kort nadenken over één aspect, dan weer eens iets schriftelijk noteren en daarna rapporteren enz. Maar … is het niet belangrijk om in deze fase alle kinderen te laten meedenken, mee naar de juiste formulering te zoeken. Het gaat om ONS project. En…ook dat is taalbeschouwing!

Wat kwam uiteindelijk op het bord en werd door iedereen in de projectmap genoteerd?

DOELEN

1. Om een goed JOS-team te vormen (JOS = Jongerenhelpers Op School) moeten we …

  • de theorie en de praktijk van EHBO zelf beheersen
  • voorlichting kunnen geven aan jongere kinderen, kinderen ook kunnen verzorgen

2. Om een eigen ziekenkamertje te hebben moeten we …

  • een concreet plan opstellen en uitwerken
  • het plan kunnen uitvoeren

EINDPRODUCT

  1. een JOS-team vormen
  2. een ziekenkamertje inrichten

Dinsdagnamiddag waren we gaan turnen. In onze school geven wij deze lessen zelf. Wij hebben en willen geen aparte vakleerkracht hiervoor. Wij vinden het nog altijd zeer verrijkend om alle activiteiten van onze kinderen te delen. Zo beleven wij onze kinderen en zij ons ook in alle omstandigheden. En … we kunnen ook hier verder met het project.

Na het ‘vuile bacteriënspel’ (gevonden via website van Rode Kruis) wisten de kinderen al spelend wat je eerst moet aanvangen als iemand een wonde heeft. Ze hadden immers fel gecrost om te ontsnappen aan de ‘vuile bacterie’ of waren al hollend eens ‘verzorgingsmiddel”, ‘zeep’ of ‘wonde’ geweest. Spelenderwijze kan je veel leren en … al dat hollen is nog gezond ook. Twee keer prijs!

Ook beeldend kan je leren : Goran en Céline zijn twee kunstenaars die in het kader van een samenwerking over de netten heen tussen de vier basisscholen van de wijk ook in onze scholen af en toe kunnen meehelpen. Zij waren intussen gestart om met groepjes kinderen levensgroot spijsvertering, geraamte en bloedsomloop uit te werken. Op het einde van de week stelden de kinderen deze levensgrote beeldende werken voor. Reeds mooie resultaten om een plaats te geven in onze ziekenkamer, naast andere informatieve posters. Ik was verwonderd hoeveel ze al wisten – zonder lesje wetenschappen – door die ‘kunstwerkjes’ te maken. Door actief aan de slag te gaan, zoeken kinderen ook naar antwoorden op concrete vragen. Door de opdracht zelf moeten ze naar de kennis grijpen en die opzoeken.of opvragen. Je kan dus ook zo werken!

Woensdag

Woensdag konden we met de kinderen eerst individueel, daarna in kleine groepjes, op zoek gaan naar de activiteiten die nuttig waren om in de komende twee weken in de planning op te nemen. We kregen een hele lijst als we alles bijeenbrachten. Maar … is alles dan nodig, bruikbaar, goed gekozen? De kinderen gingen met deze vraag terug in discussie in kleine groepjes. De bedoeling is duidelijk : je moet weten wat activiteiten zijn die passen binnen de doelstellingen en welke niet. Kinderen kunnen dat heel goed analyseren. Ze kunnen zeer logisch denken en elkaar met de juiste argumenten op het goede spoor houden. Wij zijn er trouwens ook nog om de puzzel in elkaar te laten passen.

Eens de keuzes vastgelegd is het ook wel mogelijk om een volgorde te steken in die activiteiten : wat moeten we eerst doen, wat dan en dan …

Weer zo’n denkoefening. Weer iets vastgesteld dat echt wel leuk is om kinderen ermee te confronteren. De redenering die elke groep maakte, zat vrij goed in elkaar. Er waren onderlinge verschillen en na overleg zag de ene groep wel in waarom een andere groep een betere keuze maakte. Toch hebben we moeten ingrijpen : “Ik kan niet akkoord gaan met het feit dat jullie het ‘contacteren van mensen om ons EHBO-cursus te geven, om ons te helpen,…’ zo naar achter plaatsen in de planning. Waarom niet?” Als begeleider moet je soms wel tussenkomen en bijsturen. Ik kon ook voorbeelden uit het verleden aanhalen waarbij we rijkelijk te laat waren om de hulp van mensen te kunnen krijgen : je moet ze snel contacteren. Toch een mooi leermoment? Je moet toch leren organiseren, plannen, voorzien, …
De planning staat op punt. We hebben onze kalender al kunnen aanvullen…

Donderdag en vrijdag zijn de werkzaamheden op gang gekomen : contacten zijn gelegd, briefjes voorbereid om op te sturen, mee te geven of om mensen via een telefonisch gesprek om hulp te vragen. De meegebrachte boekjes worden doorsnuffeld op zoek naar antwoorden op vraagjes die wij formuleerden : je moet als begeleider de zoektocht naar informatie kanaliseren. Anders zoeken ze zich vaak verloren of zijn ze doelloos bezig.