Het respect moet terugkeren

Facebooktwittergoogle_plusmail

Patrick Loobuyck. Wie? Moraalfilosoof (UGent en UA), samen met onder anderen Jean-Luc Dehaene, Frank Beke en Mark Eyskens. Wat? Hoofddoekendebat dreigt alleen maar verliezers op te leveren. Waarom? Het tast de maatschappelijke cohesie ernstig aan.

Met groeiende bezorgdheid hebben wij het hoofddoekendebat van de afgelopen weken gevolgd. We betreuren dat de gebeurtenissen wonden hebben geslagen in onze samenleving.

Het goedbedoelde hoofddoekenverbod in twee Antwerpse athenea heeft verontrustende gevolgen gekend. Opgejaagd door een advies van de auditeur van de Raad van State werd op 11 september een algemeen verbod voor het hele gemeenschapsonderwijs (GO!) goedgekeurd. In Antwerpen is er een netoverschrijdende overeenkomst die de hoofddoek op school verbiedt. Het is pijnlijk dat dergelijke beslissingen in overweging genomen werden zonder overleg met en inspraak van de betrokkenen. Op deze manier dreigt de beslissing bij te dragen aan datgene wat men wilde vermijden: radicalisering en polarisering, zowel bij moslims als niet-moslims. Dit verhaal staat haaks op waardevolle Belgische en Vlaamse politieke tradities, zoals het levensbeschouwelijke pluralisme en het overlegmodel. België heeft een eigen manier om de kerk-staat-verhouding in te vullen en verschilt daarin van landen als Frankrijk of Turkije. In België krijgen levensbeschouwelijke uitingen en initiatieven in het openbare leven relatief veel ruimte. Denk aan de erkenning en ondersteuning van verschillende levensbeschouwingen, de subsidiëring van het confessionele onderwijs, de financiering van lessen in één bepaalde levensbeschouwing en de mediazendtijd. Dat in deze context de hoofddoek voorwerp wordt van zo’n grimmig debat, roept vragen op. We mogen niet in de val trappen om het principe van de radicale lekenstaat nu vooral op één levensbeschouwing toe te passen. Dan is het niet verwonderlijk dat de moslims zich geviseerd en ongelijk behandeld voelen.

Een centraal opgelegd verbod is een nederlaag voor het GO!, dat sinds 2006 het actief pluralisme in zijn vaandel draagt. In het pedagogische project van het GO! lezen we dat mensen van alle overtuigingen welkom zijn en dat hun eigenheid er gerespecteerd wordt. Het GO! beschouwt het actief omgaan met diversiteit ‘als een meerwaarde en als een pijler van zijn onderwijs’. Het is onduidelijk hoe dit strookt met hun recente beslissing. Een verbod is niet niks en zou eerder de uitzondering moeten zijn dan regel. De vrijheid van mensen moet pas beknot worden als de vrijheid van anderen in het gedrang komt. Vrijheidsbeperkende maatregelen mogen bovendien niet op een drafje genomen worden. Ze vergen op zijn minst uitgebreid overleg met alle betrokkenen.

Clash of civilizations

Wat we nu hebben, is een onrechtvaardige vorm van collectieve bestraffing. Nu wordt de veelgenoemde en niet goed te keuren sociale druk om een hoofddoek te dragen vervangen door een systeemdwang om er geen te dragen. De neveneffecten zijn niet min: wat met het volwassenenonderwijs van het GO! waar heel wat allochtone vrouwen met hoofddoek onderwijs genieten? Hoe reageren op de initiatieven om werk te maken van islamscholen die minder bevorderlijk zijn voor de integratie en haaks staan op de zinvolle tendens tot ontzuiling? Wij roepen het GO! en de Antwerpse scholennetten op hun beslissingen te herzien en in overleg te treden met leerlingen, ouders en organisaties. Zo zou nagegaan moeten worden of op die sociale druk geen ander antwoord mogelijk is, namelijk een beleid dat degenen die druk uitoefenen, aanpakt. Hierbij zullen ook de allochtone jongens en ouders geresponsabiliseerd moeten worden.

Wij hebben ook bedenkingen bij de rol van de Staatsveiligheid. Het is vreemd dat een veiligheidsdienst in een maatschappelijke discussie wordt ingezet, laat staan uit individuele dossiers voorleest. Het hoofddoekendebat heeft op zich niets met de veiligheid van de staat te maken. Ook dit incident heeft wonden geslagen en het vertrouwen van mensen geschokt, en niet alleen bij de vrouw van imam Taouil.
De kwestie heeft ook de discussie over de plaats van de islam in onze samenleving op de spits gedreven.

Het discours van de clash of civilizations haalt het steeds meer op een discours van overleg en dialoog. Al te vaak wordt de hele moslimbevolking zonder onderscheid voorgesteld als ondemocratisch en onwillig om zich te ‘integreren’, en dit terwijl de meesten onder hen een normaal leven willen leiden in onze moderne democratische samenleving. Deze veralgemening is niet meer het monopolie van extreemrechts. Dergelijk discours voedt de verbittering en het radicalisme aan alle kanten en bemoeilijkt het interne debat, zowel binnen de moslimgemeenschap als in de bredere samenleving. Wij roepen alle maatschappelijke verantwoordelijken op zich hiertegen veel uitdrukkelijker uit te spreken.

Door te focussen op de hoofddoek dreigt ook het echte inhoudelijke debat niet gevoerd te worden. Religies dreigen immers wel op meer punten op gespannen voet te staan met de erfenis van de Verlichting en ook die discussie moet gevoerd worden. Het moet echter gaan om een debat met elkaar, niet over elkaar. En het is duidelijk dat op een aantal verworvenheden niet kan worden toegegeven: de mensenrechten (ook de godsdienstvrijheid, die de vrijheid inhoudt om die in het openbaar te beleven, om géén godsdienst te hebben of om van levensbeschouwing te veranderen; de vrijheid van meningsuiting en de gelijkheid tussen man en vrouw, hetero en homo), de autonomie van de wetenschap (geen creationisme in de biologieles), de autonomie van de democratische rechtsstaat. Maar tegelijk moet duidelijk worden dat de islam in deze een gesprekspartner is en dat de islam een plaats heeft in onze samenleving.

Stigmatiserend

De islam zal hoe dan ook deel blijven uitmaken van onze samenleving. We erkennen dat immigratie en multiculturaliteit tot spanningen kunnen leiden en dat samenleven in die context niet altijd een gemakkelijke oefening is. Deze moeilijkheden moeten openlijk aangekaart worden, maar tegelijk moeten we bruggen bouwen. Elke vorm van emancipatorisch denken binnen de islam moet worden ondersteund. In plaats van alle moslims over één stigmatiserende kam te scheren, moeten we zorgvuldig onze gesprekspartners kiezen binnen de moslimgemeenschap en samen aan de slag gaan. De gevaarlijke tendensen binnen de islam mogen niet verzwegen worden. In een sfeer van respect moeten alle discussiepunten op tafel kunnen komen.

De huidige hoofddoekendiscussie dreigt alleen maar verliezers op te leveren. Het vertrouwen van mensen in de overheid en de samenleving is geschaad. Dit is niet voor herhaling vatbaar. Afgelopen woensdag vond in Brussel op initiatief van minister Joëlle Milquet (CDH) de evaluatie plaats van wat er met de aanbevelingen is gebeurd van de Commissie voor de Interculturele Dialoog (mei 2005). Hoewel deze Commissie inzake de hoofddoek geen eenduidige aanbevelingen formuleerde, is het wel duidelijk dat wat we op dit moment in Vlaanderen meemaken, radicaal indruist tegen de intentie en het opzet van de Interculturele Dialoog. Die is er namelijk op uit om meer sociale cohesie tot stand te brengen, ondanks de religieuze en culturele verschillen die er nu zijn en zullen blijven. In plaats van dergelijke ontsporingen, hebben we nood aan politieke verantwoordelijken die duidelijk het signaal geven dat medeburgers met een moslimachtergrond er voor eens en voor altijd bij horen. In onze diverse samenleving en mondialiserende wereld is dat de enige duurzame weg.

Woordvoerder: Patrick Loobuyck.

Ondertekenaars: Johan Ackaert (UHasselt), Herman Balthazar (Eregouverneur O-Vlaanderen, voorz .Stichting G. Kreveld), Frank Beke (Ereburgemeester Gent), Eva Brems (UGent), Mohamed Chakkar (Voorzitter Federatie voor Marokkaanse Verenigingen), Rik Coolsaet (UGent), Jean-Luc Dehaene (Europarlementslid), Paul De Hert (VUB), Henk de Smaele (UA), Patrick Develtere (KU Leuven, HIVA), Carl Devos (UGent), Jan De Volder (Tertio), Mark Elchardus (VUB), Mark Eyskens (Minister van Staat), Jos Geysels (Minister van Staat), Gie Goris (Hoofdredacteur Mo*), Rosalie Heens (Motief vzw), Marleen Heysse (Dir. Vlaams Minderhedencentrum), Dirk Holemans (Hoofdredacteur Oikos), Meryem Kaçar (Gewezen senator en gemeenteraadslid Gent), Ceylan Kara (Voorzitter van FZO-Vl, Federatie van Zelforganisaties in Vlaanderen), Herman Lauwers (Voorzitter Stichting Lodewijk de Raet), Johan Leman (KU Leuven), Dries Lesage (UGent), Guy Liagre (Synodevoorzitter van de Verenigde Protestantse Kerk), Dany Neudt (Kif Kif), Ides Nicaise (KU Leuven, HIVA), Walter Nonneman (Associatievoorzitter Universiteit en Hogescholen Antwerpen (AUHA)), Rik Pinxten (UGent), Patrick Vander Weyden (UGent/hoofdredacteur Samenleving en Politiek), Bruno Vanobbergen (Kinderrechtencommissaris), Jan Renders (Algemeen Voorzitter ACW), Dave Sinardet (UA), Daniël Termont (Burgemeester Gent), Guido Vanheeswijck (UA, voorzitter Centrum Pieter Gillis), Walter Van Herck (UA), Marc Vervenne (ererector KU Leuven), Sami Zemni (UGent), Walter Zinzen (Journalist), Steve Stevaert (Eregouverneur Limburg), Ann Demeulemeester (algemeen secretaris ACW).

Deze vrije tribune verscheen in De Standaard, 26 september 2009