Uit de klaspraktijk (van een onderwijzer in een ervaringsgerichte basisschool)

Facebooktwittergoogle_plusmail

In onderstaand stuk “dagboek” laat Ludo Merckx, onderwijzer in “De Buurt” (Gent) , ons proeven van zijn aanpak met leerlingen van het vierde, vijfde en zesde leerjaar.

Het schooljaar was nog maar net begonnen en …we stelden aan de kinderen de vraag : “Wat gaan we dit jaar aanpakken?”. Die mijmering staat op de website van Ovds (Oproep voor een democratische school). We lieten alles wat bezinken.

Een eerste project

Nu zijn we drie weken verder. Intussen kwamen andere belangrijke zaken ook aan bod : leren wennen aan elkaar, samen regels en afspraken opstellen, aanpassen, goedkeuren en … zich inwerken : de werkbundels, de verwachtingen,… Iedereen wat kansen geven om het ritme te vinden. Belangrijk om dat toch samen met de kinderen te doen.

Vandaag terug de draad opgepakt bij die eerdere vraag – “Wat als groep aanpakken?” – die moet leiden tot een eerste project.
Nou ja, we zouden het ons gemakkelijk kunnen maken en de steeds maar luxueuzer wordende handboekjes en hapklare handleidingen van A tot Z kunnen volgen. Maar … zou je er dan op dezelfde manier je ziel nog in kunnen leggen? Vandaag blz. één en volgende maand wellicht blz. 50, mooi ‘op schema’, jaar na jaar. Toegegeven : het zijn prachtige, goed onderbouwde werkstukken, die van alle kanten de scholen binnenwaaien. Geënsceneerde levensechte situaties, probleempjes worden aangekaart in wiskundige, taalkundige en ruimere opdrachten. Zo goed kan ik ze allemaal niet bedenken. Commerciële pareltjes. Net ‘iets té perfect’ om niet enig scepticisme bij mij op te roepen.

Zo kom ik ook weer bij die ene vraag: “Wat gaan we aanpakken?” Die vraag staat niet in een handboek of handleiding en toch lijkt ze me zo essentieel als uitgangspunt : de kinderen betrekken bij wat je in het komende jaar vooral aan bod wil laten komen. Zingeving.
Ik moet eerlijk toegeven. Ik was helemaal niet zo tevreden met de antwoorden die na die eerste bevraging konden verzameld worden. Neen, niet iedere keer leidt de gekozen aanpak naar een overweldigend succes. Niet altijd slaag je er in een geestdrift over te brengen in de groep. Elke groep is ook weer anders.…
Met pictogrammen en via korte opdrachten sprokkelden we antwoorden. Vooral onze jongste kinderen – we werken met leerlingen van het vierde tot het zesde leerjaar binnen één klas – bleven te sterk plakken aan de pictogrammen zelf, zonder ‘links’ te leggen naar mogelijke onderwerpen die ze echt nodig vonden om aan te pakken. Niet voldoende ingecalculeerd. Hoe dan ook moesten we het doen met dit materiaal.

Soms zie je ook dat meerdere kinderen liever de gemakkelijke, minder veeleisende voorstellen op de agenda plaatsen : dingen waarmee ze vertrouwd zijn, die ze in feite al door en door kennen of die ze gewoon graag doen. Voor mij en mijn collega’s dus zoeken hoe we die gemakzuchtige, vaak persoonlijke ‘goesting’ doorprikken en hoe we toch kunnen komen tot een gezamenlijke uitdaging voor een eerste project – drie werkweken gemiddeld – van dit schooljaar.
Het wordt dus in de eerste plaats een zoektocht naar datgene dat zij nodig vinden om samen aan te pakken. Waarmee kunnen wij als groep iets realiseren dat echt knap is; waarmee we echt iets nuttigs realiseren, omdat we er een probleem mee oplossen of waarmee we iets doen dat ook nut heeft voor anderen?

Realisaties van sociaal nut

Als groep iets verwezenlijken. Dat idee wil ik dit jaar nog gretiger op de agenda plaatsen. De school is geen talentenjacht voor individuele ontplooiing op zich. Natuurlijk wil ik dat ieder zijn talenten breed ontwikkelt en kan proeven van een zeer algemene, brede vorming : artistieke, polytechnische, socio-emotionele, cognitieve competenties zijn echter maar middelen en geen doelen op zich.

Je kan er een persoonlijke carrière mee ontwikkelen ten koste van anderen. De vraag : “Waarvoor dient die scholing?” moet altijd centraal staan. Vanuit mijn gedrevenheid wil ik hun talenten en bekwaamheden ontwikkelen om ze bewust te maken dat we ermee in de sociale context iets moois mee kunnen doen : gebruik je talenten om realisaties van sociaal nut uit te werken.. In dit steeds terugkerend verhaal is het ook belangrijk voorbeelden uit de dagdagelijkse strijd tegen onderdrukking aan te kaarten : mensen kunnen hun kennis aanwenden om sociale veranderingen te realiseren. In een maatschappij van ongelijkheid is dit nog steeds dé taak van een progressief onderwijs.

Terug naar de praktijk

Vandaag vormden we kleine groepjes van vijf kinderen, jongens en meisjes van verschillende leeftijd door elkaar om uit de voorstellen ideeën te zoeken van wat nut heeft om als groep uit te werken. De kinderen kregen een blad waarop alle voorstellen van vorige keer kris kras door elkaar genoteerd stonden.

Vertrekpunt : we nemen de kinderen ‘ au sérieux’. “Jullie zullen ook wel merken dat sommige voorstellen minder geschikt zijn om als groep aan te pakken. Enkele voorstellen op het blad zijn dan ook weinig uitdagend voor jullie om er iets uit te leren en nog andere zijn wellicht erg snel, niet ernstig afgewogen, op papier gezet.

Sommige voorstellen zitten dicht bij elkaar. Cluster ze. Geef ze een code :

P = Als we dit aanpakken, als we dit realiseren … dan hebben we iets nuttigs gerealiseeerd.

I = Dit zijn niet direct problemen die we als groep aanpakken, maar het zijn wel degelijk interessante, leerrijke inhouden. Ze kunnen zeker en vast – misschien door kinderen als individuele taak in de loop van het jaar – uitgediept worden.

G = Dit zijn voorstellen die meer met ‘goesting’ te maken hebben. Je maakt bekend wat je wel eens graag doet, maar dit voorstel is niet ingegeven met de bedoeling echt te willen bijleren en oplossingen te bedenken. Ze horen thuis in het rijtje ‘leuk om doen’ en kunnen wel eens bij een speciale gelegenheid aan bod komen als ‘beloning’.

O = Binnen onze groep is niemand die dit kan of wil verdedigen. Prullenbak, want het ‘zegt niets’.
In elke groep van kinderen zit een gespreksleider (in een leeftijdsdoorbrekende klas kan je zo de oudsten een andere sociale rol geven!), een tijdsbewaker, een rusthouder en een verslaggever.

P3: pesten, klimaatproblematiek, gezondheid

Uiteindelijk hielden we een drietal voorstellen over die we met een ‘P’ codeerden en die samenvattend het volgende inhielden:

Pesten : we zitten in het begin van een schooljaar en de kinderen vinden dat de groep nog goed aaneenhangt en er niet echt sprake is van ‘pesten’, maar … zo moet het blijven. We moeten wellicht een soort code opstellen en ondertekenen, activiteiten ontplooien om de vriendschap en de samenwerking te ontwikkelen. Er waren al verschillende suggesties : de kinderen hebben de voorbije week ook in hun dagboekje genoteerd wat de eigen kwaliteiten zijn en wat de eigen werkpunten zijn. Hun kwaliteiten hebben ze in groep voorgelezen en alle andere kinderen mochten er bij ieder kind nog vijf aan toevoegen. Dan lieten we stemmen wat het meest passende bijkomende compliment was. Dat kon elk kind dan ook in zijn dagboek toevoegen. Enkele kinderen kregen een mooi compliment : “Jij laat me niet zitten als ik troost nodig heb”. In dit gesprek opperde iemand het voorstel om kinderen met zo’n compliment aan te stellen als aanspreekpunt als er een conflict zou zijn. Bemiddelaars. Mooi voorstel, toch? Dit probleem kan wel aangepakt worden binnen een korte termijn. We zoeken uit wanneer we het in ons jaarplan plaatsen.

Klimaatproblematiek. De discussie leidde tot het besluit dat wij die problemen niet kunnen oplossen, maar dat het zeker zinvol is om zelf inzicht te krijgen in die problemen. Ebbe had tijdens het actualiteitsuurtje al een krantenknipsel meegebracht met de ‘tien alarmbelletjes’ van het klimaat. We zullen dit ook aanpakken via de toonmomenten. Tien kinderen kunnen onderzoeksmateriaal bijeenzoeken en een individueel werkstuk maken – toonmoment – waarbij ze de resultaten van hun onderzoek presenteren aan de groep. Daarvoor krijgen ze wekelijks ook op school een uurtje tijd om daaraan te werken en vanaf november/december kunnen de eerste toonmomenten voorgesteld worden aan de groep. Interesses worden zo uitgediept. Wij zullen de kinderen ook helpen in de selectie en keuze van het informatiemateriaal en in de keuze van verwerking en presentatie. (google : ‘FF-zoeken’ is een goede bron en handleiding in dit proces van individuele projecten)

Gezondheid. Met de ongerustheid omtrent Mexicaanse griep belandden we bij een ander maatschappelijk probleem. Toch kon je aanvoelen dat deze groep niet direct enthousiast was : “Wij kunnen die pandemie toch niet tegenhouden! Wat kunnen wij hier aanpakken? Toch niets?” ’t Was net dezelfde bemerking als bij die problematiek van het klimaat. Gevaarlijke momenten, want zo kan je ook mooie ideeën afschieten nog voor ze kunnen bloeien. We hadden het kort daarvoor al meegemaakt. “Oma’s en opa’s” stonden eerst ook in het lijstje, maar in het gesprek had een sterke meid van het zesde leerjaar met veel invloed in de groep in feite het denkwerk afgeblokt en ervoor gezorgd dat het onderwerp in de prullenbak verdween. We zagen het zo gebeuren en … we hebben het spel meegespeeld, ook al zagen we hier zeker en vast kansen verloren gaan : een project waarbij we hun grootouders betrokken, had zeker tot een mooi resultaat kunnen leiden dat een maatschappelijk nut had. Nadat de kinderen het onderwerp afgevoerd hadden, brainstormden wij even rond dit onderwerp om hun te laten zien en aanvoelen dat ze zich zomaar niet van de wijs hadden mogen laten brengen door bepaalde ‘invloedrijke’ personen in de groep. Het was meteen een oproep om bij dit voorstel samen op zoek te gaan hoe we dit nuttig en zinvol konden maken. Het uiteindelijk voorstel waarmee we het weekend introkken : dit wordt ons nieuwe project de komende weken. Wij, kinderen van de vierde leefgroep (vierde, vijfde en zesde leerjaar), zullen allerhande activiteiten bedenken met in feite als doel op te kunnen treden als een ‘gezondheidsteam’ : de kleinere kinderen sensibliseren over hygiëne, gezond leven en noodzaak van sport en beweging, en met de bekwaamheid bij kleine ongelukjes gepast te kunnen ingrijpen en verzorgen.

Nu maar hopen dat de kinderen na het weekend een pak suggesties voor de uitwerking meebrengen en vanaf maandag starten we ermee. Ik kijk er al naar uit.