Irrationele angst tegenover islam en moslims slaat over in vijandigheid tegenover alle moslims en ‘allochtonen’

iftar
foto: wikipedia commons
Facebooktwittergoogle_plusmail

We ontvingen volgend standpunt van Marc Laquière, pedagogisch raadgever Federatie Marokkaanse Verenigingen (FMV). Het werd geschreven voordat op 11 september een algemeen hoofddoekenverbod werd ingevoerd in het Gemeenschapsonderwijs èn in alle scholen van de vier grootste netten (katholiek, Stedelijk, GO!, Provinciaal) in Antwerpen.

Alle kinderen gelijk voor de grondwet

De grondwet (art. 24, §1) bepaalt dat alle leerplichtige kinderen recht hebben op een morele of godsdienstige opvoeding. Officiële scholen moeten tot het einde van de leerplicht de keuze aanbieden tussen onderricht in één van de erkende godsdiensten of de niet-confessionele zedenleer. (1)

Wanneer een ouder zijn leerplichtig kind voor het eerst in het officieel lager onderwijs inschrijft, moet hij/zij schriftelijk meedelen of zijn kind een cursus in één van deze godsdiensten óf een cursus niet-confessionele zedenleer zal volgen. Bij het begin van elk schooljaar en bij elke schoolverandering kan een ouder zijn keuze wijzigen.

In de Omzendbrief van het Departement onderwijs (laatste versie van 27 juni 2006) staat uitdrukkelijk vermeld dat de keuze van de levensbeschouwelijke vakken steeds moet geëerbiedigd worden en dat het ‘eenieder verboden is enige dwang uit te oefenen’.
Schooldirecties die deze keuze niet naleven maken zich schuldig aan een inbreuk op de reglementaire verplichtingen van de school (cf. Schoolpactwet, inspectiedecreten, decreet basisonderwijs en regelgeving secundair onderwijs). Daar staan sancties op.

De keuze van de ouders voor onderricht in één van de erkende godsdiensten of de niet-confessionele zedenleer gebeurt bij de eerste inschrijving op een ‘keuzeformulier’ dat – ondertekend – binnen de acht kalenderdagen (te rekenen vanaf de dag van inschrijving of vanaf de eerste schooldag van september) afgegeven moet worden aan de directie van de school. De keuzeverklaring geldt voor de volledige duur van de studies.

Op de eerste schooldag van september blijft de keuze van het vorige schooljaar, tenzij de ouders of meerderjarige leerlingen hun keuze wijzigen. Ze moeten dan een nieuw keuzeformulier aanvragen. Dit nieuw keuzeformulier moet eveneens binnen de acht kalenderdagen (te rekenen vanaf de eerste schooldag van september) aan de directie afgegeven worden.

Uit getuigenissen van ouders blijkt dat sommige directies onvolledige of foutieve informatie gaf over de keuzemogelijkheden voor de levensbeschouwelijke vakken, druk uitoefenen om niet te kiezen voor godsdienstonderricht en zeker niet voor islamonderricht. Ouders moesten dikwijls aanhoren dat er geen islamleerkrachten beschikbaar zijn, dat het heel lang kan duren vooraleer er een islamleerkracht kan aangeworven worden, dat veel islamitische leerkrachten fundamentalistische sympathieën hebben, dat de islam een intolerante godsdienst is … uiteindelijk worden ze aangespoord om te kiezen voor niet-confessionele zedenleer.

In het secundair onderwijs moesten leerlingen, die een jaartje islam wilden volgen – omdat ze kennis wilden maken met deze godsdienst, hun keuze bij de directie verantwoorden. Ze kregen daarenboven de – ongezouten – mening van de directie te horen over de islam.

Leden van de onderwijsinspectie bevestigen ons dat sommige directeurs ouders beïnvloeden en manipuleren om niet te kiezen voor islamonderricht.

Er zijn – volgens dezelfde bron – op het huidige ogenblik voldoende gekwalificeerde leerkrachten islamitische godsdienst beschikbaar.

FMV raadt ouders en de leerlingen die kiezen voor islamitische godsdienst aan het keuzeformulier in te vullen en zich niet te laten afschepen met bijvoorbeeld de argumentatie dat er geen leerkrachten islamitische godsdienst zouden beschikbaar zijn. Ouders moeten zich wel bewust zijn dat – indien zij onder druk van de directeur hun keuze voor islamonderricht niet aanhouden – er dan ook officieel geen vraag meer bestaat naar een leerkracht Islamitische godsdienst. Ouders vragen best een kopie van het – door hen ingevulde – keuzeformulier met vermelding van de datum van de aanvraag en de handtekening van de directie.

Als ouders kiezen voor een islamonderricht voor hun kinderen, zijn schooldirecties verplicht om de inspectie islamonderricht te contacteren en naar een leerkracht islamonderricht te vragen. De omzendbrief stelt duidelijk dat: ‘de lessen van de levensbeschouwelijke vakken in een eigen levensbeschouwelijk vaklokaal worden gegeven, waar het levensbeschouwelijk teken/zinnebeeld of symbool permanent wordt aangebracht.’ en dat ‘dit vaklokaal voldoende ruim is om alle leerlingen op een pedagogisch verantwoorde wijze les te kunnen geven’ Uiteraard kan het zijn dat de omstandigheden het niet altijd mogelijk maken voor de school om hierin te voorzien. Als dat het geval is dient – aldus de omzendbrief – de inspectie hiervan op de hoogte gebracht te worden.

Verschillende ouders meldden ons dat sommige islamleerkrachten in onmogelijke omstandigheden moeten lesgeven. Terwijl er nochtans voldoende mogelijkheden zijn om de lessen islam op een comfortabele en pedagogisch verantwoorde manier te laten doorgaan.

Ouders die van oordeel zijn dat hun rechten geschonden worden, kunnen steeds terecht bij de inspectie levensbeschouwelijke vakken.

Achterstand en achterstelling van ‘allochtone leerlingen’

In onderwijsmiddens stelt men zich de vraag hoe het komt dat de prestaties van ‘allochtone’ leerlingen achterblijven. Al te graag schuift men dit af op de opvoeding die in ‘allochtone’ gezinnen te kort schiet. Ook de kennis van de Nederlandse taal wordt aangeduid als cruciale oorzaak. Ondersteuning door de ouders en taalkennis zijn belangrijke factoren. Het FMV is van oordeel dat de oorzaak in de eerste instantie elders moet gezocht worden. Ouders en leerlingen hebben voor het FMV te weinig inspraak bij de gang van zaken op school. Op hun ervaring, kwaliteiten en inspanningen wordt onvoldoende beroep gedaan, vaak vanuit de idee dat ‘allochtone’ ouders weinig of niet betrokken willen worden bij de school van hun kinderen. FMV heeft met haar onderwijsproject ‘IQRA-Vlaanderen’ totaal andere ervaringen.

Veel scholen maken te weinig onderscheid tussen ‘allochtone gezinnen’. Ze nemen al te gemakkelijk de ruim verspreide maatschappelijke en politieke gedachte over dat ‘allochtone’ ouders en hun kinderen zich volledig moeten schikken naar de waarden en normen van de school en de Vlaamse samenleving. Wat die waarden en normen precies zijn, is vaak helemaal niet duidelijk. Ouders voelen zich daarenboven vaak niet begrepen, voelen zich niet welkom …

Debat rond de hoofddoek in Antwerpen

Het recente debat rond de hoofddoek in Antwerpen moet in dezelfde context gezien worden. Van democratische inspraak bij het tot stand komen van deze beslissing was nauwelijks sprake. Erger nog: in het debat dat uitvoerig in de media aan bod kwam, moeten de moslims die tegen deze beslissing protesteerden het ontgelden. In opinies en lezersbrieven wordt de suggestie gewekt dat moslims niet deugen. Op die manier hoeft men geen rekening te houden met de argumenten van de tegenstanders van het hoofddoekenverbod.

Het debat wordt gekenmerkt door vooroordelen, veralgemeningen, wij-zij denken en stereotypering.(2) Tegenover een dergelijke manier van het voeren van een debat staan ontgoocheling, moedeloosheid, vervreemding, gevoelens van niet begrepen te worden, onmacht, woede …
Hoe dan ook, de beslissing van de directies van het Atheneum van Antwerpen en Hoboken om de hoofddoek te verbieden (3) moest gerechtvaardigd worden en daar werden (bewust of onbewust) de bekende technieken gebruikt. (4)

Het hoofddoekenverbod wordt gretig aangegrepen om aversie ten aanzien van islam en bij afgeleide de ‘allochtonen’ te ventileren. Er wordt Ingespeeld op bestaande angsten. Het zal ons dan ook niet verbazen dat de hetze rond het hoofddoekenverbod de beeldvorming en de houding van de modale Vlaming ten aanzien van ‘allochtonen’ niet ten goede zal komen. Dertig procent van de Vlamingen staat – aldus de Vlaamse Regionale Indicatoren, editie 2009 – ‘(heel) negatief’ tegenover moslims. Uitspraken zoals:‘Drie radicale moslimmannen van tussen de dertig en veertig riepen mij in Borgerhout toe dat ik zweepslagen hoorde te krijgen en dat ik moest worden opgehangen (Karin Heremans in De Standaard van 19 augustus 2009) zullen ongetwijfeld bij de ‘bange blanke man’ de idee oproepen dat de Taliban al aan hun achterdeur staan.

Het is de vraag of men met een dergelijke uitlatingen de gevaren van het aanwakkeren van de verdeeldheid van de samenleving wel onder ogen ziet. Als mensen zich verstoten voelen, niet gerespecteerd voelen, onvoldoende kansen krijgen in bijvoorbeeld onderwijs en arbeidsmarkt, zich niet thuis voelen in de samenleving waarvan ze deel uitmaken, dan is dat funest voor de realisatie van een harmonieuze samenleving.

Respect?

De islam is een door de grondwet erkende godsdienst. Het organiseren van het islamitisch godsdienstonderricht, het respecteren van religieuze gebruiken en praktijken – zoals het dragen van de hoofddoek – wordt door een aanzienlijk aantal moslims beschouwd en ervaren als een religieuze praktijk voor gelovige vrouwen en meisjes. Een verbod belemmert de betrokkenen in het beleven van hun godsdienst en dit strookt niet met de verworvenheden van een democratisch georganiseerde samenleving.

Als Vlaanderen een harmonieuze samenleving wil en een moderne, humanistische islam wil bevorderen, dan is het nodig dat de ‘meerderheid’ in Vlaanderen een echte dialoog met de moslims en ‘allochtonen’ in het algemeen aangaat. Dan is een constructief debat meer dan ooit aangewezen. Moet er in de eerste plaats keihard gewerkt worden aan de sociaal-maatschappelijke situatie van de ‘allochtonen’. Aan thema’s zoals armoede, werkloosheid, achterstand en achterstelling en discriminatie. Moet een einde komen aan de bevoogding en het paternalisme die het debat vergiftigen.

Zolang men de ‘allochtonen’ ‘buiten de samenleving’ situeert en niet ‘daarbinnen’, als medeburgers die zo nodig geïntegreerd worden (zeg maar geassimileerd) moeten worden), die men straffeloos kan beschimpen, zitten we met zijn allen met een ernstig samenlevingsprobleem.

(1) Meer dan 70 % van de leerlingen van het secundair onderwijs gaan naar het gesubsidieerd onderwijs en kan niet kiezen voor islamonderricht.

(2) ‘Want thuis moeten ze die (hoofddoek) dragen onder druk van hun familie’ (Karin Heremans in De Standaard 19 augustus 2008).‘Die radicalisering die toen aan het licht is gekomen …’ ‘De radicalisering nam echt wel stevige proporties aan’ (Karin Heremans in De Standaard van 19 augustus 2009)

‘Maar hoofddoeken hebben, net als korte of lange jurken, met religie niet veel te maken. Wel met cultuur en groepsgedrag … Het dragen van een hoofddoek is een vorm van sociaal gedrag dat niet zelden met druk wordt opgelegd en waar steeds nadrukkelijker een politieke boodschap achter schuilt … En aan de moslimgemeenschap: tóón respect voor je begint te roepen over respect. De moslims mogen hun kinderen zo wel eens opvoeden … Na twee generaties zou het toch vanzelfsprekend moeten zijn dat de inspanningen van beide kanten komen? Dus pleit ik er ook voor dat de moslimgemeenschap vaker deelneemt aan activiteiten en aan het sociale leven. Maar dat lukt niet als moeders onmondig worden gehouden, en de volgende generatie opnieuw omdat moslimjongens van hier hun bruid in Turkije halen. Daardoor spreken hun kinderen in het begin geen Nederlands en moeten de leerkrachten in de kleuterschool weer van vooraf aan beginnen. Er moet maar eens een duidelijk signaal komen van de moslimgemeenschap dat ze ook met ons verder wil … Geef met je kleding gerust uiting aan je geloof, maar accepteer ook dat er grenzen zijn. En die grens is dat je er niemand anders mee belast. Punt. Zo simpel is dat.’ (Monica Van Paemel in de De Standaard van 22 augustus 2009)

(3) Uit een bevraging van het LOP-secundair onderwijs Antwerpen blijkt dat slechts 3 scholen de hoofddoek toelaten: het Lucerna College, het Leonardo Lyceum Pestalozzi (Jan De Voslei), De Middelbare Rudolf Steinerschool ‘De Es’. Vier scholen gaven geen antwoord op de bevraging. Eerder hebben de directies van bijna alle Antwerpse secundaire scholen het hoofddoekenverbod ingevoerd. Hoe deze beslissing tot stand kwam in de verschillende scholen is ons niet bekend. In ieder geval werd er weinig ruchtbaarheid aan gegeven. Voor de leerlingen die de twee Athenea willen verlaten zijn er in Antwerpen zo goed als geen mogelijkheden. Daarenboven staan blijkbaar scholen in andere steden en gemeenten weigerachtig om deze leerlingen op te nemen. Er is zeer weinig informatie beschikbaar over scholen die al dan niet leerlingen met de hoofddoek toelaten. Veel ouders en leerlingen zijn niet op de hoogte dat scholen bij weigering van inschrijving verplicht zijn een regeringsdocument af te leveren.

(4) Zoals bijvoorbeeld de techniek van ‘guilty by association’: Iemand deugt niet omdat hij of zij (verre) familie heeft die niet deugt, een dubieuze vriend heeft of ooit op een bijeenkomst is geweest die door een dubieuze organisatie werd georganiseerd of waar een omstreden spreker sprak. Het gevolg hiervan is onder andere dat van iedere moslim wordt verwacht nadrukkelijk afstand te nemen van iedere wandaad die door andere moslims waar ook ter wereld wordt begaan. Of: de techniek van het vastpinnen van Moslims op één enkel interpretatie van de islam: Het is essentieel voor het debat over islam dat je ieder individu de ruimte geeft er zijn of haar eigen opvattingen en interpretaties van de islam op na te houden.
Door de tegenstanders van het hoofddoekenverbod het label te geven van fundamentalist, moslim, extremist, radicaal, plaats je die persoon, afhankelijk van de context, bij voorbaat in een bepaalde hoek. (met dank aan een artikel van E. Butter:’De mening van een moslim deugt niet tot het tegendeel is bewezen.)