Het decreet “Sociale mix” in het Franstalig onderwijs

Facebooktwittergoogle_plusmail

Minister van Onderwijs Christian Dupont heeft een nieuwe regeling ingevoerd voor de inschrijvingen in het eerste jaar van het secundair onderwijs in de Franse Gemeenschap. Dit decreet kreeg de naam “sociale mix” (“mixité sociale”) en vervangt het decreet “inschrijvingen” (“inscriptions”) van zijn voorgangster Marie Arena.

Onder Arena gold de regel dat wie eerst kwam eerst was ingeschreven. Het gevolg was dat er voor de meest gegeerde scholen, vooral in Waals-Brabant en Brussel, lange wachtrijen stonden. Met het nieuwe decreet zouden de wachtrijen moeten verdwijnen maar zijn zeker niet alle problemen van de baan.

Prioritaire leerlingen, voorrangsgroepen en lottrekking

Volgens het nieuwe decreet verlopen de inschrijvingen voor het volgend schooljaar in drie fases. Tijdens een eerste fase (van 3 tot 14 november 2008) moet elke secundaire (midden)school de inschrijvingen noteren van alle leerlingen die prioriteit hebben in de betreffende school. Wie zijn deze prioritaire leerlingen? Leerlingen met een broer of zus in de school. Kinderen van personeelsleden van de school. Leerlingen die nu les volgen in een lagere school die verbonden is (via een conventie) met de secundaire school. Er zijn nog een aantal bijzondere gevallen: leerlingen die slechts op bepaalde scholen terecht kunnen omdat ze een handicap hebben of omdat ze immersie-onderwijs (taalonderdompeling) volgen.

Tijdens de tweede fase (van 17 tot 28 november 2008) mogen alle leerlingen zich aanmelden in de school of in meerdere scholen van hun keuze (of die van hun ouders). Vooraf hebben alle scholen bij het Ministerie van Onderwijs moeten melden hoeveel plaatsen zij volgend schooljaar ter beschikking hebben in hun eerste jaar secundair. Als, eind november, blijkt dat het totale aantal aanmeldingen van leerlingen lager ligt dan de opgegeven capaciteit, kan iedereen worden ingeschreven. De overblijvende plaatsen worden eventueel ingevuld door leerlingen die zich later komen inschrijven, in chronologische volgorde.

Wat gebeurt er als eind november blijkt dat het aantal aanmeldingen groter is dan het aantal beschikbare plaatsen? Dan komt er een derde fase om onder de aangemelde leerlingen te bepalen wie kan worden ingeschreven. De “prioritaire” leerlingen (aangemeld tussen 3 en 14 november) zijn zeker van een plaats.

Voor de andere aangemelde leerlingen moet de school een schifting doorvoeren waarbij twee verplichtingen gelden. Eerste verplichting: de school moet minstens 15% leerlingen inschrijven uit lagere scholen die bezocht worden door vooral kansarme leerlingen. Tweede verplichting: er moeten een minimaal aantal leerlingen wonen in de gemeente waar de school zich bevindt. In feite wordt gevraagd dat het aantal van deze leerlingen min of meer stabiel blijft: er mag hoogstens een afwijking van 5% zijn, naar boven of naar onder, in vergelijking met het schooljaar 2007-2008. Eenmaal aan deze twee verplichtingen voldaan, worden de overblijvende plaatsen toegewezen via een lottrekking. De ouders worden tegen half december verwittigd als hun kind in de school mag worden ingeschreven. Zo niet, komt het op een wachtlijst te staan of kunnen de ouders op zoek gaan naar een school waar nog plaats is.

Het doel van minister Dupont is lovenswaardig

Deze nieuwe procedure roept bij heel wat ouders angst en woede op. Terecht? Laten we eerst eens kijken waarom dit decreet goedgekeurd is. In het Franstalige onderwijs is er nogal wat ongelijkheid. Het verschil tussen de “beste” leerlingen en de “minder goede” leerlingen is er groter dan elders. Ook tussen de scholen is er een grote ongelijkheid. En wat in het bijzonder stuitend en onrechtvaardig is, is dat die verschillen sterk gelinkt zijn aan sociale afkomst: de “goede” leerlingen zijn vaak afkomstig uit de meer geprivilegieerde klasse.

De socioloog Bernard Delvaux (UCL) beschrijft dit fenomeen in Brussel: “Meer dan in andere steden kent Brussel een uitgesproken residentiële segregatie. Met wat men de “halve maan van de armoede” noemt die van Anderlecht tot Molenbeek loopt. En met een rand in het zuidoosten van de agglomeratie die duidelijk rijker is, evenals de rand op Vlaams grondgebied. Een zesde van de leerlingen in het Brussels leerplichtonderwijs komen uit deze Rand. De leerlingen uit de Rand gaan vooral naar de meest gereputeerde scholen. Het zijn deze scholen, en enkel deze scholen, waar het aantal inschrijvingen de capaciteit overtreft”.(La Libre Belgique, 17 november 2008, “A Bruxelles, les ravages de la dualisation”) Delvaux voegt er aan toe dat dit fenomeen zich in alle netten voordoet en besluit: “We zitten met een sterke dualisering van het onderwijs, met enerzijds scholen waar men weg wil en anderzijds fel gegeerde scholen”

Meerdere studies hebben al aangetoond dat het ultraliberale inschrijvingssysteem aan de basis ligt van deze onrechtvaardigheid. Waarom? Omdat niet alle ouders over dezelfde troeven beschikken om hun vrije schoolkeuze uit te oefenen. Degenen die hun weg goed kennen in het systeem, zijn er vroeg bij om een plaatsje te reserveren in een school met een “goede reputatie”. Bovendien zijn er tal van mechanismen die ervoor zorgen dat de lagere klassen niet in bepaalde scholen terecht komen. Sommige scholen maken bijvoorbeeld dure uitstapjes die niet iedereen kan betalen. Op die manier worden er bij wijze van spreken scholen gecreëerd voor “de rijken” en scholen voor de “armen”. In deze laatste categorie is er vaak zo’n grote concentratie van problematische omstandigheden dat het moeilijk wordt om er iets te leren. We zien dat in landen waar de inschrijving in scholen minder onderworpen is aan de regels van de vrije markt, er juist meer gelijkheid is in het onderwijs. Het doel van minister Dupont om te streven naar een grotere sociale mix is dus zeker lovenswaardig.

Ouders hebben schrik

Tegen het nieuwe decreet wordt door een aantal organisaties, zoals de vzw “Elèves” fel gereageerd vanuit een elitaire visie. Politiek krijgen zij de steun van de liberale MR die in de Franse Gemeenschap in de oppositie zit. Deze ouders verstaan onder “vrije schoolkeuze” het recht om hun kinderen in een school te plaatsen waar enkel kinderen van dezelfde hogere klasse zitten.

Maar ook heel wat andere ouders vrezen dat ze in het nieuwe systeem moeilijk een school zullen vinden. Objectief is deze vrees ongegrond want alle scholen van de Franse Gemeenschap samen hebben in het eerste jaar van het secundair onderwijs minstens 10.000 plaatsen méér dan er leerlingen zijn. De scholen die zullen vol zitten, vormen een kleine minderheid. Maar de complexiteit van het systeem, met de lottrekking zorgt voor onrust. Het gevolg is dat wellicht veel ouders hun kinderen in meerdere scholen gaan inschrijven, wat kan leiden tot dubbele inschrijvingen en veel administratieve overlast voor de scholen.

Voorstel Ovds

Het voorstel van Ovds om aan de leerlingen een school in de buurt voor te stellen en de sociale mix te sturen (zie artikel van Nico Hirtt) zou tegemoet komen aan deze vrees van gewone ouders en van de scholen. De ouders hoeven dan geen schrik meer te hebben moeilijk een school te vinden want er wordt er hen een voorgesteld. De scholen moeten niet vrezen voor te weinig of te veel leerlingen. Bovendien zou het een betere sociale mix tot stand brengen dan wat minister Dupont nu voorstelt. Want bij nader toezien pakt dit nieuwe decreet, waartegen sommige ouders zo fel te keer gaan, het liberalisme van de inschrijvingen slechts marginaal aan. Een liberalisme dat vandaag ravages aanricht in de economie en dat ook in het onderwijs zijn sporen heeft nagelaten. België, het Franstalig onderwijs op kop, onderscheidt zich in de internationale vergelijkende onderzoeken als het land met de grootste onderwijsongelijkheid.

Jean-Pierre Kerckhofs