“Ik zou Ovds bij de jongeren willen bekend maken”

Facebooktwittergoogle_plusmail

In september 2007 kregen we een telefoontje. “Goeiedag, ik ben Florent Verstraeten. Ik ben student en ik zou een decreet willen ontwerpen omtrent onderwijs voor het Jongerenparlement van de Franse Gemeenschap. Ik wil me baseren op jullie 10-puntenprogramma. Kunnen we elkaar ontmoeten?”

Zo’n voorstel kan je natuurlijk niet weigeren. Enkele maanden later, een nieuwe boodschap van Florent: “Hallo, ’t is om te zeggen dat mijn decreet met een meerderheid van stemmen is aanvaard!” Nu willen wij hem wel eens ontmoeten…

Florent is 22 en perfect tweetalig. Hij zit in z’n tweede Lic Rechten (de laatste van de pre-Bologna-generatie) aan de UCL. Hij weet nog niet precies welk beroep hij wil uitoefenen. Als student is hij vooral bezig met een projectenkot. Zo organiseert hij o.a. sporttornooien voor studenten. We laten hem zelf aan het woord.

Wat is het Jongerenparlement?

Het is een vzw die 12 jaar geleden werd opgericht op initiatief van een jonge Luikenaar die enige tijd in Quebec verbleef. Daar bestaat dat initiatief al 60 jaar. Bij zijn terugkeer wou hij hier hetzelfde op poten zetten en we zijn ondertussen aan de twaalfde editie. Concreet komen 100 jongeren samen in de week van karnaval en organiseren zij een parlementair rollenspel. Ieder speelt zijn rol. Er zijn ministers, fractieleiders, afgevaardigden. Er is ook een groep journalisten die de vorderingen volgt. We komen samen in het Parlement van de Franse Gemeenschap, dus in het echte halfrond. ’s Avonds verblijven we in een jeugdherberg in het centrum van Brussel. Echt een gezellige bedoening dus.

Hoe worden de 100 jongeren gekozen?

Heel het jaar wordt er reclame gemaakt voor het project (affiches, flyers, aankondigingen in de krant…). De jongeren kunnen zich inschrijven op onze website. Ze sturen ons hun gegevens en waarom ze willen meedoen. Op basis van deze motivatie maken we een selectie, rekening houdend met hun geslacht, sociale afkomst, woonplaats en studies voor wie studeert (het merendeel trouwens).


Hoe ben jij erbij betrokken geraakt?

Ik heb vorig jaar eerder toevallig als afgevaardigde deel genomen. Het was een geweldige ervaring. Ik heb dus dit jaar voor de post van minister gepostuleerd. Ik wou een project onderwijs verdedigen, een materie de me trouwens al langer ligt.


En je vond het dus echt leuk?

Zeker, ook al was het niet makkelijk. Als minister moest ik een heel jaar lang een decreet uitwerken. Daar komt heel wat opzoekwerk bij kijken, een beetje zoals een thesis schrijven. Ik heb veel boeken en artikels gelezen. Heel wat dossiers van Ovds. Ik heb ook deelgenomen aan jullie studiedag op 3 maart 2007 in Brussel. Daaruit is een eerste versie gegroeid (een voorontwerp van het decreet) die ik aan een aantal mensen heb laten lezen. Na alle kritieken, opmerkingen en nieuwe lezingen ben ik dan tot de eindversie gekomen die ik tijdens de zitting heb voorgelegd aan de afgevaardigden.


Is het niet een beetje raar dat een student Rechten minister van Onderwijs speelt?

A priori word ik geen leraar. Maar ik ben wel door onderwijs geboeid. Als de Franse Gemeenschap of Vlaamse Gemeenschap ooit van plan is cursussen filosofie of burgerzin in te richten, zou ik wel graag mijn bijdrage leveren. Maar om op uw vraag te antwoorden: ik heb zelf het geluk gehad om op “goede” scholen gezeten te hebben in het middelbaar. Maar ik wist dat het elders anders was. Op een goeie dag las ik de krant een vrije tribune die door de Aped (Franstalige Ovds) was ingestuurd. Daarin vond ik mijn eigen ideeën terug. Zo kreeg ik dan ook zin om me nog meer te verdiepen in deze materie.


Je hebt dus heel wat inspiratie gevonden bij Ovds voor je project. Leg eens uit…

Het was niet mijn bedoeling een pleitbezorger te worden van de ideeën van Ovds, maar wel van mijn eigen ideeën. Naast alle kritiek die Ovds op het onderwijs heeft, heeft ze natuurlijk ook talrijke voorstellen. Verschillende elementen van jullie 10-puntenprogramma vond ik heel interessant. Sommige minder, andere helemaal niet, en die heb ik dan ook niet overgenomen. We debatteerden over het principe, niet over details zoals bv. hoe remediëring organiseren. Maar bepaalde punten uit het Ovds-programma heb ik dus wel verdedigd omdat ik vond dat we daar op dezelfde golflengte zaten!

Hoe ging het er in die debatten aan toe?

’t Was moeilijk in ’t begin om me erin te gooien. Ik dacht dat mijn voorstel nooit zou aanvaard worden. Ik kreeg enorm veel aanmoediging van een vriend en heb dus toch doorgebeten. Naarmate de beslissende week naderde, dacht ik: “Er komt een debat van, en dat is het belangrijkste!” In het begin van de debatten waren er enkele ernstige vraagtekens bij de afgevaardigden over bepaalde punten. Ik heb ze kunnen beantwoorden en heb in de loop van de discussies hun vrees kunnen wegnemen. Ik had natuurlijk geen specialisten onderwijs of politiek voor me zitten, maar jongeren. Het was een zeer interessant debat, maar na mijn eerste antwoorden, was de vlam eruit, dat is jammer. Ik had eigenlijk wat meer weerstand gewild. Want dan had ik mijn argumenten nog meer kunnen ontwikkelen. Nu had ik wel een FAQ voorbereid die een antwoord bood op veel van de mogelijke tegenwerpingen.

Sommige punten van uw project betekenen echt een “culturele revolutie” voor België : fusie van de netten, regeling van de inschrijvingen, gemeenschappelijke stam tot 16 jaar. Ben je dan echt niet op tegenstand gestoten voor die punten?

De fusie van de netten is er vrij makkelijk doorgekomen. Het feit dat we allemaal jongeren tussen 17 en 25 waren, heeft daar natuurlijk veel mee te maken. Voor ons is die discussie helemaal niet zo emotioneel geladen want we zijn geboren in andere tijden. De generatie van mijn ouders is deze van de verzuiling van de maatschappij: ziekenfonds, vakbond, school enz. Jongeren zijn daar veel minder gevoelig voor. Zij gaan bv. naar een katholieke middelbare school maar daarna naar een Vrije Universiteit.

Tot mijn grote verbazing heeft de plenaire vergadering de levensbeschouwelijke vakken zelfs verworpen (terwijl ze in de Commissie nog gehandhaafd werden). Persoonlijk had ik ook voorgesteld om ze te behouden en bij de stemming heb ik me onthouden. Ik was dus echt aangenaam verrast. Godsdienst behoort tot de privé-sfeer, vond men. Maar we hebben wel gestemd voor het inrichten van een cursus over de verschillende godsdiensten: hun geschiedenis, achtergrond, …

Wanneer ik zeg dat de fusie van de netten er makkelijk door is gekomen, betekent dat niet met eenparigheid van stemmen. Maar toen ik vroeg: “Kan iemand me het verschil uitleggen tussen de twee netten? Is er een verschil in pedagogische aanpak, in leerkrachten, in leerlingen?”, was dat een schot in de roos. Wie nog om emotionele of ideologische redenen tegen de fusie van de netten was, kon niet antwoorden op mijn vraag. Zo schaarde zich dus een duidelijke meerderheid achter mijn voorstel.

Voor de gemeenschappelijke stam en de toewijzing van de leerlingen was er wat tegenwerking in het begin. Sommigen zeiden: “Men kan leerlingen van een verschillend niveau toch niet zo lang bij elkaar laten zitten”. Maar als we dan uitlegden wat er elders gebeurt, dat het precies de kansarme jongeren zijn die moeilijkheden hebben, begonnen de mensen na te denken. Hetzelfde voor de verplichte toewijzing. Je kon horen zeggen: “Het is toch normaal dat men een goede school voor zijn kind wil kiezen”. Ik heb geantwoord: “Juist. Maar waarom hebben niet alle ouders dit recht? Alle scholen moeten goede scholen worden.” En zo kreeg ik ze dus mee.

Wat was het eindresultaat van de stemming?

Na de debatten en het wegnemen van bepaalde angsten, stemden 80 % voor, 10 % tegen en zo’n 10 % onthield zich. Dat is enorm. Toen ze niet meer terug konden, toen ze vertrokken waren van de feiten, de ongelijkheden en toen ze nagedacht hadden, was het merendeel ervan overtuigd dat er iets gedaan moest worden. En wel in de richting van het voorstel.

Kan je eens vergelijken met andere stemmingen in jullie parlement?

Op de vier wetsvoorstellen, is er één verworpen, een ander aangenomen met een heel goede score (maar toch minder dan het mijne) en het laatste is er doorgekomen met 60 %.


Heeft die goede score je verbaasd?

Ik was heel aangenaam verrast. Nog eens, ik geloof dat het feit dat ik de tijd heb genomen om goed te argumenteren, om de maatregelen goed uit te leggen, een belangrijke rol heeft gespeeld. Ik ben vertrokken van de feiten. Dan zijn we overgegaan tot een analyse van de oorzaken. En dan de voorstellen. Er waren verschillende amendementen, die ik positief vind en die ook aangenomen zijn.

Er zijn ook enkele nieuwe ideeën ontstaan, zoals het vormen van een tussenniveau tussen het gewoon en het buitengewoon onderwijs. Voor de jongeren die niet gehandicapt zijn, maar die mogelijk problemen hebben om de voorziene gemeenschappelijke stam te volgen. Dat moeten er normalerwijze niet veel zijn, maar ze zullen wel bestaan. Daarover zullen we misschien volgend jaar discussiëren.

Ik speel nu even advocaat van de duivel: waartoe dient dat allemaal? Uw wetsontwerp is toch pure fictie?

Die vraag hoor ik wel vaker. Ik antwoord dan dat het niet onze roeping is om te zeggen: “De jongeren hebben gezegd…” want we zijn nooit echt vertegenwoordigd, zelfs niet als we proberen. Het doel is komen tot een debat. De deelnemers leren op vlak van vorm en methode (compromissen ed.). Maar ook dat ze daar weggaan met enkele ideeën over vier verschillende onderwerpen.

Wanneer ze nu over onderwijs zullen horen praten op het nieuws of ze lezen er een artikel over of horen erover discussiëren, hebben ze al een basis. Op zich ben je niets met ideeën alleen. Je moet ze ergens voor gebruiken. Eén week na onze debatten organiseerde OXFAM een ontmoeting over de ongelijkheid in het onderwijs. Er werden mails verstuurd en een tiental jongeren zijn erop afgekomen. Dat vind ik positief. Zo geraken we op termijn vooruit.

En wat wil je nu gaan doen?

Het beroep van leraar trekt me wel aan. Maar waarschijnlijk niet voor mijn hele leven of niet full-time. Maar ik ben wel gesterkt in mijn overtuigingen en mijn passie voor de onderwijspolitiek. Ik zou Ovds bij de jongeren willen bekend maken want ik stel vast dat zij zich momenteel vooral tot de leerkrachten richt.

En toch, vele jongeren horen over de ongelijkheden op school tijdens hun opleiding aggregatie. Maar dat blijft heel theoretisch. En dan worden ze er plotseling tijdens hun stages mee geconfronteerd. Het zou goed zijn als ze er vooraf al eens over nagedacht hadden. Daarom zou ik graag debatten willen organiseren aan de uniefs, debatten voor de jongeren, maar met politici, vorsers, leden van Ovds, enz.

Voor mij is het onmogelijk om de maatschappij te veranderen zonder het onderwijs te veranderen. In deze zin zijn de hervormingen die Ovds voorstelt en die ook in ons decreet zitten dat door het Jongerenparlement is gestemd, revolutionair, ook al heeft men schrik van dat woord.

Vind jij dan dat we de maatschappij moeten veranderen?

Zeker. Wanneer ik naar het nieuws kijk, merk ik dikwijls op: “Dat zou niet gebeurd zijn als we een goed onderwijssysteem hadden.” Ik denk bv. aan de talrijke jongeren die in de gevangenis zitten. Ze hebben bijna allemaal de school verlaten zonder diploma.
Nog een punt. Ik zou er alles voor doen dat onderwijs hét thema bij uitstek wordt voor de verkiezingscampagne van 2009. Ik ben bereid hiervoor mijn steentje bij te dragen binnen Ovds…

Interview afgenomen door Jean-Pierre Kerckhofs