“Een hoofddoek kan ook bevrijden”

Facebooktwittergoogle_plusmail

Als antwoord op de petitie “de plaats van de filosofische overtuigingen op school ” (1) , die zowel in Nederlandstalig als Franstalig België circuleert, schreef Nadine Rosa-Rosso volgend opiniestuk.

“Ik onderteken de petitie over “de plaats die filosofische overtuigingen op school toekomt” niet. Ondanks alle omzichtigheid die in de tekst in acht genomen wordt, richt deze petitie zich uitsluitend tegen de hoofddoek van de moslimmeisjes en tegen bepaalde opvattingen, die exclusief aan de islam toegedicht worden.
Staat er vandaag in België één ànder ‘ostentatief filosofisch of religieus teken’ ter discussie? Maar om het niet rechtstreeks over de hoofddoek en de islam te moeten hebben, is de petitie een beetje de pedalen kwijtgeraakt.

Beperkte de Franse wet van 15 maart 2004 over dit onderwerp zich tot : ‘In de openbare scholen, de colleges en de lycea is het verboden tekens of kleding te dragen waardoor de leerlingen openlijk een religieus lidmaatschap kenbaar maken’, dan gaat de Belgische petitie veel verder.

Zij spreekt niet alleen over religieuze opvattingen, maar ook over filosofische. Ze spreekt niet alleen over publieke scholen, maar over alle scholen die door de staat gesubsidieerd worden.

Naar een nieuwe schooloorlog?

De wet, waar de petitie om vraagt, zal een grote kuis teweegbrengen in alle door de staat gesubsidieerde katholieke scholen: gedaan met de kruisbeelden, gedaan met affiches met uitspraken van de paus. Want hoe zou men aan de leerlingen en aan de leerkrachten kunnen verbieden om religieuze tekens te dragen, als die wel aan de muren van de instelling mogen prijken?

Anders gezegd: deze petitie steekt het vuur aan de lont voor een nieuwe schooloorlog. De voorzitter van de Interdiocesane Lekenraad, Paul Löwenthal, heeft dit goed begrepen. In een opiniestuk in Le Soir van 18 juni 2007 stelt hij : ‘De petitie geeft geen plaats aan de godsdiensten, maar vraagt eenvoudigweg om ze uit te sluiten. Ze stelt het bestaan zelf van confessionele scholen in vraag’. Zijn interpretatie is volledig legitiem.

De petitie zou moeten klare taal spreken over wat er verstaan wordt onder een ‘ostentatief filosofisch of religieus teken’. Een beginnend baardje op de kin van jongens? Een geschoren schedel of een rastakapsel? Een hangertje met de Davidster? Jongeren hebben een grenzeloze verbeelding om hun overtuiging uit te drukken. En dat is maar goed ook.

Zou men, in plaats van tekens van filosofische of religieuze overtuigingen te verbieden, jongeren niet eerder moeten aanmoedigen om de verscheidenheid van zowel hun overtuigingen als van hun twijfels naar voor te brengen? Is het niet zo dat we artikel 24 van onze grondwet moeten begrijpen: ‘De gemeenschap organiseert een onderwijs dat neutraal is. De neutraliteit houdt meer bepaald in : eerbied voor de filosofische, ideologische of godsdienstige opvattingen van de ouders en de leerlingen’? De neutraliteit wordt niet door verboden gerealiseerd, maar door de verscheidenheid van de opvattingen en door het respect voor elk individu.

Gedaan met de contestatie!

De petitie stelt dat men niet langer ‘de inhoud van de cursussen mag bewisten’. Dit soort formuleringen is gevaarlijk. Er is inderdaad het verplichte leerprogramma van de cursussen, maar er is ook het noodzakelijke debat met de jongeren over wat ze denken over de inhoud van de lessen. Men moet de jongeren precies aanmoedigen om hun meningsverschillen met de inhoud van de lessen naar voor te brengen, anders zullen ze afhaken in de lessen, iets waar niemand iets bij wint.

Het is waar dat leerkrachten zich soms overrompeld voelen door de huidige situatie in vele scholen. De toekomst die de maatschappij voor onze kinderen in petto heeft, is het belangrijkste probleem dat om een oplossing vraagt en de leerkrachten beseffen dit maar al te goed. Men zal de moeilijkheden in de scholen niet oplossen door nog meer verboden op te leggen, het zal het er daardoor alleen maar erger op worden. Laat ons veeleer meer onderwijzend personeel eisen, meer opvoeders, meer tijd om na te denken en aan uitwisseling te doen over een pedagogische aanpak.

De petitie nodigt de jongeren uit om ‘hun filosofische overtuigingen te verinnerlijken’. De jongeren hebben dus het ‘recht om een overtuiging te hebben’, alleen moeten ze die voor zichzelf houden. Als het recht om overtuigingen te hebben, niet gekoppeld wordt aan het recht om die te uiten, dan gaat het niet om een recht, maar om een frase. Dit supplementair verbod maakt de kloof tussen leraars en leerlingen nog dieper.

Een voorbeeld. Volgens de petitie is is ‘de sociale en seksuele gemengdheid een waarde die aan de basis ligt van onze maatschappij’. Gaat men de leerlingen verbieden om dit standpunt te betwisten? Als ‘sociale gemengdheid’ wil zeggen dat de rijken zich vermengen met de armen, kan men er dan ook bijzeggen waar deze ‘waarde’ wordt toegepast? In het onderwijs? In de wijken? In de ondernemingen? In het uitgaansleven? Ga dit als lerares of leraar maar eens vertellen aan de 60.000 jongeren, die beroepsonderwijs volgen: ‘Onze maatschappij is gebaseerd op sociale gemengdheid; jullie worden verondersteld dit idee niet te betwisten, maar tolerant als we zijn hebben jullie wel het recht om te denken, maar dan wel alleen om te denken, dat er niet één dochter of zoon van de bourgeoisie in jullie klas zit’.

Er bestaan niet meer wetenschappelijke argumenten om te stellen dat de sociale gemengdheid de basis is van onze maatschappij dan er bestaan om te stellen dat God haar geschapen heeft. Laten we er mee ophouden om onze maatschappij idyllisch voor te stellen en onszelf als de grootste slimmeriken, terwijl we eenvoudigweg bezig zijn elementaire rechten te liquideren.

De verwarring tussen rechten en waarden

.

De feministen verwerpen de hoofddoek in naam van de bevrijding van de vrouw. Maar kan men mensen bevrijden tegen hun wil en, meer nog, door hen een recht af te nemen? Voor een democraat gaat het recht op het dragen van een hoofddoek vanzelfsprekend samen met het recht om er géén te dragen. Een recht toekennen betekent geenszins dat men ook opkomt voor de uitoefening van dat recht. Het recht op echtscheiding of het recht op zwangerschapsonderbreking opeisen staat op geen enkele manier gelijk aan het propageren van echtscheiding of van het plegen van abortus.

De maatschappij legt de rechten vast voor het samenleven van de mensen en de individuen oefenen dan deze rechten uit volgens hun eigen waarden. Het is in de discussie over de migranten dat onze maatschappij is afgegleden naar het bepalen van ‘waarden’. Het gevolg daarvan is dat het Frankrijk van Sarkozy nu over een ministerie van ‘nationale identiteit en immigratie’ beschikt. In Nederland leidde de herontdekking van de ‘nationale waarden’ een linkse partij als de SP naar het herontdekken van de weldaden van de monarchie en haar beschavingsopdracht in de kolonies. En dan zijn er de atheïsten, die een strijd tegen de hoofddoek leveren in naam van de strijd tegen de godsdienst. Maar men doet de religiositeit van de mensen niet verminderen door hen te verbieden om hun geloof te manifesteren. Ik vrees dat men juist het tegenovergestelde resultaat bereikt.

De politieke inzet: het voorbeeld van Frankrijk

Het is het extreemrechtse blad Minute dat in Frankrijk de aanval tegen de hoofddoek inzette door in 1983 het beeld van een ‘gesluierde Marianne’ te verspreiden. Het is een rechtse burgermeester (RPR) die in Creil op 4 oktober 1989 de confrontatie aanging met drie gesluierde meisjes. Het rechtstreekse gevolg hiervan was dat hun aantal heel snel steeg.

Over de wet van 15 maart 2004, die uiteindelijk het dragen van een hoofddoek wettelijk verbood, schrijft de historicus Gérard Noiriel: ‘Het succes was totaal, want de tekst die door rechts werd voorgesteld, werd door links gestemd en veroorzaakte bovendien binnen links erg grote verdeeldheid.‘ Noiriel onderlijnt dat de meisjes, die voor het dragen van een hoofddoek aangeklaagd werden, tot de onderdrukte klassen behoorden. Met de sociale afkomst van die meisjes is nooit rekening gehouden, net zo min als met het verschil tussen de situatie van de vrouw in een islamitisch land en in een land als Frankrijk. Het Franse voorbeeld verdient onze aandacht. Het heeft slechts twintig jaar geduurd om, vertrekkende van een karikatuur van extreemrechts tot een door heel de politieke klasse gestemde wet te komen, die een echte ‘ommekeer is in de geschiedenis van de manier waarop men over de immigratie spreekt’. En jammer genoeg is dit niet het enige thema waar de meest rechtse opvattingen bijna de gehele politieke klasse hebben veroverd.

En als het geloof nu eens bergen kon verzetten?

Toen ik deze tekst aan het afwerken was, zag ik op de RTBf een reportage over de hoofddoek. Een groep meisjes, die de hoofddoek droegen, begonnen hun studies geneeskunde aan de ULB, de Université Libre de Bruxelles. Alleen al hun aanwezigheid op deze faculteit weerlegt de vooroordelen die deze petitie met zich meevoert. Deze meisjes dragen bij tot de sociale vermenging op de universiteit. Veertig jaar na mei ‘68 zijn de kinderen van het volk daar nog altijd in de minderheid. Om er te geraken moeten ze heel wat meer hindernissen overwinnen dan andere kinderen. Die meisjes dragen ook bij tot de vermenging van de seksen. Zij bewijzen ook dat de moslimgodsdienst op zich geen handicap is voor de deelname van meisjes aan hogere studies. Hun geloof belet hen niet om biologie te studeren en het geloof in een schepper te combineren met de studie van wetenschappelijke methodes.

Het Vrij Onderzoek zou aan deze meisjes het onvoorwaardelijk recht moeten toekennen om hun studies verder te zetten. Maar neen, men verplicht hen om hun hoofddoek af te doen voor ze een labo binnen mogen. Omdat ze dat weigeren, worden ze bij een hoge verantwoordelijke van de faculteit op het matje geroepen. En welk rationeel argument geeft de officiële vertegenwoordiger van het Vrij Onderzoek en van de wetenschappelijke methode? ‘We zijn hier niet in de Club Med’. Einde citaat.

Van in de kleuterklas tot aan de universiteit heb ik alleen maar in de ‘goede scholen’ van de Stad Brussel en in de tempel van het Vrij Onderzoek gezeten. Ik ben nooit gelovig geweest, maar ik heb altijd de zwakheid gehad om in de goedheid van de mensen te geloven. Zijn wij, de atheïsten, de Vrije Onderzoekers, niet in staat om over deze jonge meisjes een hypothese te formuleren die precies de omgekeerde is van die die in de petitie wordt geformuleerd? En wel dat het misschien juist hun geloof is, dat deze meisjes geholpen heeft om alle hindernissen te overwinnen op de weg van hun emancipatie? Als dit geloof het dragen van een hoofddoek inhoudt, wat gaat ons dat aan?

Nadine Rosa-Rosso, lerares.

Reacties zijn welkom op
rosa-rosso@coditel.net

(1) Zie de petitie [“De plaats van de filosofische overtuigingen op school”
->875]