De doos van Darwin

Facebooktwittergoogle_plusmail

Voor Karel De Gucht is het duidelijk: in de eindtermen hoort creationisme niet thuis. Nergens. Hij reageert daarmee (in een vrije tribune van De Standaard, 16 augustus 2007) op de ruimte die Luc Van den Brande en Cathy Berx mogelijk willen laten.

De discussie rond het creationisme was tot voor kort een uniek Amerikaans fenomeen, weinig relevant en dus niet bedreigend voor het Vlaamse onderwijs. Gelukkig maar, zou je denken, als je bekijkt welke geloofwaardigheid dergelijke pseudo-wetenschappelijke theorieën over het ontstaan van de mens in de VS genieten. Volgens een recente Gallup-peiling is 43 procent van de Amerikanen ervan overtuigd dat God de mens eigenhandig geschapen heeft, min of meer zoals die nu bestaat. Daarnaast gelooft 38 procent van de ondervraagden dat de mens doorheen de tijd geëvolueerd is, maar dat God dit proces begeleid heeft.

Vlaams parlementslid Luc Van den Brande (CD&V) lijkt het creationisme echter een ernstige discussie waard te vinden (DS 13 augustus). Hij vindt het afwijzen van creationisme indoctrinerend tegenover onze kinderen en wil ze ‘leren openstaan voor verschillende opvattingen’. Van een dovemansgesprek tussen de wetenschap en zij die haar negeren valt echter weinig goeds te verwachten.

Aanleiding voor deze discussie is een rapport van de parlementaire vergadering van de Raad Van Europa dat de opkomende invloed van creationistische theorieën als een gevaar voor ons onderwijs ziet, dat mogelijk zelfs onze democratische basiswaarden ondergraaft. Het rapport roept onderwijsautoriteiten op wetenschappelijke kennis over de evolutie te promoten en de wetenschappelijke pretenties van het creationisme tegen te gaan.

Van den Brande, voorzitter van de EVP-fractie bij de Raad van Europa, vroeg uitstel van het rapport omdat het zou ‘verhinderen dat mensen vanuit hun geloofsopvatting ook aannemen dat er buiten de evolutieleer of het wetenschappelijke aspect, wellicht nog een andere creator kan bestaan die aan de oorsprong van het leven ligt.’

In zijn repliek op een parlementaire vraag van Annick De Ridder (Open VLD) over mogelijk gebruik van een creationistisch boek in een Vlaamse school – een boek dat bovendien het verband legt tussen ‘geloof’ in de evolutietheorie enerzijds en de Holocaust en de aanslagen van 11 september anderzijds -maakte de CD&V-fractie in het Vlaams Parlement eigenaardige bokkensprongen. ‘In het kader van de eindtermen moeten we goed bekijken op welke plaats deze zaken worden aangereikt’, besloot Luc Van den Brande. ‘Wat in de eindtermen en vooral in de evolutieleer ook staat,’ stelde zijn collega Cathy Berx, ‘leerlingen moeten worden geconfronteerd met teksten die daar misschien haaks op staan om er dan kritisch mee om te springen.’

Als de CD&V-woordvoerders beweren dat zij ‘niet tot diegenen behoren die als integristische creationisten beschouwd worden,’ impliceert dat dat er volgens hen ook iets als ‘ruimdenkende creationisten’ bestaat. Een gevaarlijke misvatting. De theorieën van intelligent design verwerpen zonder meer de wetenschappelijke consensus rond de kern van de evolutietheorie, hoewel ze zelf niet van wetenschappelijke feiten uitgaan en geen wetenschappelijke methode aandragen om de zogezegd broodnodige kritische confrontatie aan te gaan. Een dergelijk dovemansgesprek brengt de lessen wetenschap niks bij, net zomin als alternatieve theorieën over ooievaars en savooikool onze jongeren kritisch denken bijbrengen over het wonder van de geboorte.

Het naast elkaar, op gelijke hoogte, bespreken van creationisme en evolutietheorie is een logische onmogelijkheid. We moeten dit niet verder bekijken om te zien hoe we dit in het kader van de eindtermen aanbrengen. In de eindtermen – de basisvaardigheden, kennis en inzichten waarover iedere leerling van eender welk net bij het afstuderen moet beschikken – hoort dit duidelijk niet thuis. Nergens.

Het afwijzen van deze pseudo-wetenschap heeft ook geen enkele invloed op het evenwicht tussen wetenschap en godsdienst waar Van den Brande zich op beroept. Zoals minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke (SP.A) in deze discussie al opmerkte, houdt de overheid zich niet bezig met de inhoud van de leerplannen godsdienst. In de levensbeschouwelijke lessen kunnen dus verhalen aan bod komen die haaks staan op wat de les biologie aanleert.

Dat hoeft geen probleem te zijn, zolang we erkennen dat zingeving en wetenschap van een andere orde zijn. Beide door elkaar halen, zoals creationisme het doet, opent een doos van Pandora waar enkel verwarring en wetenschappelijk analfabetisme uit te voorschijn komen.

Terwijl dit ook voor gelovigen nergens voor nodig is. Natuurkundige en overtuigd christen Gerard Bodifée schreef zijn bewondering voor de wetenschap ooit toe aan het feit dat hij ‘niet alleen de authenticiteit, maar ook de begrenzing ervan’ inzag. ‘De wetenschap is de waarheid,’ vat hij het samen, ‘maar niet de volle waarheid.’ Dat lijkt me, of je nu vrijzinnig, christen of moslim bent, een zinniger uitgangspunt voor onze jongeren dan het creatief omspringen met wetenschap waar Van den Brande en Berx ruimte voor willen laten.

Karel De Gucht (Open VLD) is minister van Buitenlandse Zaken.

Deze vrije tribune verscheen in De Standaard , 16 augustus 2007