Schoolasiel in gemeenschapsschool

Facebooktwittergoogle_plusmail

Begin 1999 lag onze school, Freinetschool De Appeltuin in Leuven, aan de basis van de Actie Schoolasiel. Een groep asielzoekers werd een week lang in onze school gehuisvest en opgevangen door leerkrachten, ouders en kinderen. In de daaropvolgende weken nam telkens een andere school de fakkel over. Dhr. Lavigne was in die periode de (overigens gewaardeerde) directeur van de scholengroep waartoe onze basisschool van het gemeenschapsonderwijs behoort

Dat hij toen in de overtuiging verkeerde dat wij de groep asielzoekers louter als “didactisch materiaal” beschouwden (zie website Kifkif en Walter Pauli in DM van 13/9), berustte duidelijk op een misverstand. Ons engagement ging echt wel verder dan dat, zoals mag blijken uit het persbericht dat we toen verspreidden: “… Er zal dus intensief geleerd en gewerkt worden, maar met deze actie wil onze school zich in de eerste plaats solidair verklaren met de mensen zonder papieren. Hun uitzichtloze situatie gaat ons aan het hart. De volle omvang van het migratieprobleem zal pas echt duidelijk worden over enkele decennia. Dan zullen de kinderen van vandaag volwassen zijn. Zij zullen met creatievere oplossingen moeten komen dan de huidige op eigenbelang gebaseerde aanpak. Hopelijk zullen zij dan beseffen dat menselijke waardigheid en sociale rechtvaardigheid de hoofdingrediënten moeten zijn van een écht toekomstgerichte politiek.”

De Actie Schoolasiel en de mediabelangstelling errond hebben trouwens mee de aanzet gegeven voor de grote regularisatiecampagne in 2000. De meeste asielzoekers die we in onze school onderdak hadden geboden (verscheidene verbleven al meer dan tien jaar in ons land), zijn zo aan hun ‘papieren’ geraakt.

Heeft onze school aan politiek gedaan? Kan zijn, maar als onderwijzer onderzoek ik samen met de kinderen hoe de wereld in elkaar zit. Die wereld is prachtig, maar er gaat ook vanalles behoorlijk fout. We stellen vragen, zoeken antwoorden en proberen daarbij de onbevangen kijk te bewaren die kinderen eigen is. Als ‘vertrouwen in mijn overheid’ of ‘wiens brood men eet, diens woord men spreekt’ daarbij onze leidmotieven moeten zijn, dan pas ik. Dat is mijn beroep onwaardig.

Een school is een vooruitgeschoven post in de maatschappij en krijgt te maken met alle maatschappelijke fenomenen en problemen. Het is mijn verantwoordelijkheid als leerkracht, maar ook mijn verdomde plicht, om daarbij niet aan de kant te blijven staan. Zo staat het trouwens in het Pedagogisch Project van het Gemeenschapsonderwijs: “Het gemeenschapsonderwijs voedt op tot sociaal engagement, verantwoord gebruik van de ruimte, wereldsolidariteit, verdraagzaamheid en brede belangstelling voor het culturele gebeuren hier en elders.”

Onze school – de eerste Freinetschool in Vlaanderen – vierde dit jaar haar dertigste verjaardag. In 1997 beslisten we na rijp beraad om een school van het gemeenschapsonderwijs te worden. In het zog van De Appeltuin maakten vele Freinet- of andere ervaringsgerichte scholen de overstap. De ARGO ging ook de omvorming stimuleren van bestaande gemeenschapsscholen tot ‘methodescholen’. Het gemeenschapsonderwijs profileerde zich de laatste jaren op die wijze als vernieuwend en ondernemend. De leerlingenwinst waarmee het onlangs kon uitpakken, kwam niet uit de lucht vallen.
Op die manier waren we toch wel trots om in dat net thuis te horen.

Het is dan ook bijzonder ontgoochelend om te moeten vaststellen dat dhr. Lavigne nu een visie op het gemeenschapsonderwijs verdedigt die dat nieuwe elan tenietdoet. Wij, en vele collega’s met ons, zullen ondanks de uitspraken van dhr. Lavigne blijven werken aan een school die niet kleurloos en steriel is. Walter Pauli hoeft zich als ouder van kinderen in dat net dan ook niet te schamen.

Ronni Hermans, voor BSGO De Appeltuin

(overgenomen uit De Morgen, 15 september 2006)