Pleidooi voor kleinere kleuterklassen

Facebooktwittergoogle_plusmail

Bij leerlingen met migrantenouders zijn de schoolresultaten slechter dan bij autochtone leerlingen. In het Vlaams onderwijs is die kloof groter dan elders. Dat blijkt uit het rapport “Where immigrant students succeed – a comparative review of performance and engagement in PISA 2003” dat de OESO op 15 mei 2006 publiceerde.
“Moreel onaanvaardbaar”, noemde de Vlaamse minister van Onderwijs, Frank Vandenbroucke, dit trieste record. Een van de maatregelen die hij voorstelt, is meer allochtone kinderen op jongere leeftijd in het kleuteronderwijs brengen en de kleuterklassen kleiner maken.

In een opiniestuk in “De Morgen” schrijft minister Vandenbroucke:
“Een kritische succesfactor is vroege participatie. We moeten alles in het werk stellen om de aanwezigheid van kleuters in het onderwijs te bevorderen. Veel aandacht gaat nu naar de verlaging van de wettelijke leerplichtleeftijd tot 5 jaar, een complexe ingreep die meer symbolische dan praktische betekenis heeft. De kleuters moeten immers effectief en regelmatig aanwezig zijn, en liefst vanaf 2,5 of 3 jaar. En vooral, met die kleuters moet vaak gepraat worden, in het Nederlands. Ze moeten ook vaak aan het woord zijn. Dus mogen ze niet in te grote groepen zitten. Dus is extra omkadering nodig. Dat zal geld vragen van de Vlaamse overheid en daar wil ik voor gaan. Meer kleine kleuters in kleinere klassen, dat is de prioritaire doelstelling”. (De Morgen, 20 mei 2006)

Een logopediste, Mia Van Laethem, sluit zich vanuit haar ervaring hierbij aan.
“Ik werk als logopediste ruim twintig jaar in het buitengewoon onderwijs, waar ik steeds meer allochtone kinderen over de vloer krijg met een grote taalachterstand, die hun toekomstkansen ernstig belemmert. Het begint al met een scheefgetrokken beeldvorming door de IQ-tests die bij deze kinderen niet of slechts gedeeltelijk afgenomen kunnen worden door hun beperkte kennis van het Nederlands. Het buitengewoon onderwijs is vaak de enige oplossing voor die kinderen, omdat alleen wij beschikken over een bredere omkadering van paramedici (waaronder logopedisten) en orthopedagogen. Daar loopt het dus al fout. Ik ben ervan overtuigd dat meer anderstaligen zich zouden kunnen handhaven in het gewoon onderwijs als het kleuteronderwijs beter uitgebouwd en omkaderd zou worden. Ik zou willen pleiten voor deskundig omkaderde kleuterscholen waarin Vlaamse en anderstalige kleuters dezelfde taal leren begrijpen en spreken. Laat ons daarbij niet vergeten dat ook vele Vlaamse kleuters logopedie volgen vanwege taal- en spraakproblemen. Eveneens van fundamenteel belang is het aanleren van sociale vaardigheden op kleuterleeftijd. Er bestaan in Vlaanderen sublieme programma’s omtrent sociale vaardigheden, waarmee in het kleuteronderwijs begonnen kan worden. Het probleem is dat veel leerkrachten onvoldoende onderlegd zijn in die materie. Misschien wordt het tijd om ook de opleiding van leerkrachten te herbekijken.” (De Morgen, 23 mei 2006)

Vandenbroucke kan ook rekenen op steun van voormalig minister van Onderwijs, Marleen Vanderpoorten. In “De Standaard” schreef ze een vrije tribune onder de titel “De kloof dichten, van jongs af aan”.

“Om de onderwijskloof tussen autochtone en allochtone leerlingen te kunnen dichten moeten alle andere onderwijseisen nu eventjes wijken. Dat is de enige mogelijkheid om er komaf mee te maken. (…) De kloof en de achterstand tikken immers meer dan ooit als een tijdbom onder de Vlaamse samenleving. (…) Daarnaast is veel meer aandacht nodig voor het kleuteronderwijs. Vaak zijn de klasjes er veel te groot om kinderen goed op te volgen. En ondersteunde initiatieven voor achtergestelde kinderen kunnen niet vroeg genoeg beginnen. Al van bij de start van het kleuteronderwijs moet er bijzondere aandacht gaan naar kansarme kinderen en andere zorgkinderen, want al vanaf die start kunnen risicofactoren geïdentificeerd worden. Verlaging van de leerplichtleeftijd, vanaf 5 jaar in een eerste fase, en heel veel taalstimulering om achterstand te voorkomen zijn daarom een absolute must”.(De Standaard, 18 mei 2006)

Lees ook: Kleinere klassen werken beter