Het Scandinavisch onderwijs: een alternatief?

Facebooktwittergoogle_plusmail

Het Scandinavisch onderwijs haalt veruit betere resultaten dan ons onderwijs. Hoe komt dat? Deze vraag dreef ongeveer veertig deelnemers naar het atelier rond Marcel Crahay, prof in pedagogische wetenschappen aan de universiteit van Luik en expert in deze materie.

Eerst werd er een video getoond, afkomstig van de RTBF-uitzending “Autant Savoir”. Hierin werd het mislukken op school in België vergeleken met het Zweeds onderwijssysteem. Toen reeds wezen de journalisten en getuigen op wat de kwaliteit van het Zweeds systeem uitmaakt: er is een eenheidsstructuur vanaf 7 jaar tot (minstens)16 jaar, zonder zittenblijven, met gecentraliseerde examens en efficiënte systemen van bijwerken van leerlingen.

Integratie of differentiatie?

Marcel Crahay pikte erop in met een uiteenzetting over het onderzoek dat hij samen met Arlette Delhaxhe voerde, in het kader van het project Eurydice van de Europese Unie. Hij vergeleek in grote lijnen het lager secundair onderwijs in de onderwijssystemen van de verschillende Europese landen. Hij onderscheidde grosso modo twee diametraal tegengestelde culturen. Die van de integratie, geliefd in de Scandinavische landen, een gemeenschappelijk studieprogramma aan alle kinderen aanbiedt. De opties verschijnen pas later (bv. in Zweden rond 16 jaar). Die van de differentiatie, in de mode in Duitsland… en in België, wil de kinderen zeer vroeg, na de lagere school, oriënteren naar hiërarchisch geordende onderwijsvormen.De cultuur van integratie biedt duidelijk betere resultaten, terwijl die van de differentiatie de sociale ongelijkheden doet toenemen.

Debat

De discussie in het atelier ging vooral over het mislukken op school in België en het zittenblijven als een van de courante vormen ervan. Het zittenblijven is bron van ellende voor de jongeren en hun familie en vaak vanuit pedagogisch oogpunt inefficiënt. Marcel Crahay had het bij deze gelegenheid over een hervorming in de Franse Gemeenschap die op sterven na dood is: namelijk het feit dat je niet kan blijven zitten in de 1ste graad van het secundair onderwijs. Een maatregel die van bij het begin gedoemd was om te mislukken, zolang de voorwaarden om hem uit te voeren ontbraken. In het atelier tekende zich een consensus af om te stellen dat dit nochtans een echte, broodnodige ‘revolutie’ in het Belgisch onderwijs betekent, die zelfs de rol van de school in de maatschappij herziet.
Wij sluiten ons daarmee aan bij de recente analyses van de OVDS over de oorzaken van de Belgische schoolmislukking, het thema van het laatste boek van Nico Hirtt, L’école de l’inégalité, en bij de eisen van het platform tegen het mislukken op school van Franstalige organisaties als de Liga van de Rechten van het Kind, de Gezinsbond, de Franstalige federatie van huiswerkscholen, ATD-Vierde wereld, de CODE (Coördinatie van NGO’s voor de rechten van het kind), de CgE (Changements pour l’Egalite) en de OVDS.