Sport op school verbetert ook de intellectuele capaciteiten

Facebooktwittermail

Carlos Perez werd geboren in 1960. Zijn vader kwam in de jaren’50 uit Spanje naar België om er als mijnwerker in de Borinage te werken. Via zijn vader beoefent Carlos reeds op jonge leeftijd allerlei sporten in arbeiderssportclubs. Op zijn 22ste opent hij zelf een sportcentrum in Jette: de Fire Gym. Hij doet aan body-building op het hoogste niveau, wordt tweemaal Europees vice-kampioen in de categorie 70 kg, in 1987 (Italië) en in 1988 (Joegoslavië). Vandaag is hij technisch commisaris bij de Koninklijke Bond van gewichtheffers. Deze verantwoordelijkheden beletten hem niet zich bezig te houden met Fire Gym en zijn wijkcentrum voor jongeren te openen. Ik wilde hem ontmoeten om zijn mening te horen over de sport op school.

Welke bedoelingen heb je met je sportcentrum?
Carlos Perez. Aanvankelijk was de bedoeling dezelfde als elders: kampioenen kweken. Onder andere in disciplines zoals body. Gaandeweg hebben we ons gerealiseerd dat wij een taak hadden ten overstaan van de kinderen. Wij zijn stilaan van een elitistische naar een sociale opvatting overgeschakeld. Onze belangrijkste bedoeling nu is sport voor ieder toegankelijk te maken.

Aangezien alle jongeren naar school gaan zou je denken dat de school daarvoor moet zorgen. Hoeveel uren lichamelijke opvoeding moeten de leerlingen volgen?

Carlos Perez. Twee uur per week in het lager en in het secundair onderwijs. Zowel in het Franstalig als in het Vlaams onderwijs. Er is geen verschil tussen de netten.

Is dat voldoende?

Carlos Perez. Vandaag zeker niet. De wereld is veranderd. Er is veel stress thuis en op het werk (flexibiliteit, wisselende uren). De vrije tijd van de jongeren is ook veranderd. Ze zitten meer stil. De groene zones in de steden zijn verminderd. Er is meer lawaai. Voedingsgewoontes zijn veranderd. In die nieuwe situatie is het aangetoond door een Duitse studie dat twee uur per week zeker onvoldoende is. Een Witboek van de Koning Boudewijnstichting besloot meer dan vijf jaar geleden reeds dat de fysieke conditie van de jongeren te wensen overlaat. De school vervult haar rol dus niet. Met het centrum hebben we dit probleem willen aanpakken zonder de families te culpabiliseren. We willen de jongeren helpen een maximum aan sport te doen.

Zijn er objectieve gegevens over de lichaamlijke conditie van de jeugd in België?

Carlos Perez. Er is die studie van de Koning Boudewjnstichting. Ik heb hier een meer recent document van de COCOF (de Franse Gemeenschapscommissie, nvdr). Daarin staat: « De algemene lichamelijke conditie van de jongeren is beneden alle peil. Dat wordt alarmerend voor de gezondheid ». Als de overheid dit al erkent, betekent het dat de situatie ernstig is.

Zijn er landen waar de sport op school beter georganiseerd is ?

Carlos Perez. In Frankrijk kent men de « namiddagen zonder boekentas ». De resultaten zijn positief. De gezinnen doen mee, de kinderen eten beter, hun lichamelijke gezondheid gaat er op vooruit. Er is meer creativiteit en de schoolse arbeid gaat beter. Maar deze experimenten kosten geld. Ook in België heeft men studies en experimenten gedaan. Als men de sport op school verhoogt, zijn er enkel positieve effecten ! Er is geen enkel tegenvoorbeeld bekend.
Men ziet meer en meer kinderen met zekere pathologieën. Bijvoorbeeld hyperkinesie. Er is meer en meer geweld op school.

Zou meer sport aan die problemen iets kunnen verhelpen?

Carlos Perez. Je moet de zaken globaal zien. De wereld is veranderd. E is meer en meer stress. Dat heeft een effect op de kinderen. Men spreekt inderdaad over hyperkinesie. Men tracht het probleem te medicaliseren. In de VS zijn er zogezegd 9 miljoen kinderen met hyperkinesie. Men geeft hen amfetaminen (prozac …). In sommige steden gaat het om 7% van de bevolking. In Europa zijn er tussen 1995 en 1999 250% méér voorschriften voor deze medicamenten uitgeschreven. Voor de farmaceutische industrie gaat het om een winstgevende markt met een enorm groeipotentieel. Ik denk dat men het probleem moet socialiseren. Door het gebrek aan geld, het gemis aan omkadering laat de school de zorg aan de ouders om de ontwikkeling van hun kinderen op zich te nemen. Zij die het kunnen betalen, doen aan sport. De anderen zitten in speciale scholen want ze worden beschouwd als debielen terwijl het probleem voortkomt van stress. Om het nemen van medicamenten te vermijden denk ik dat de school de jongeren zou moeten toelaten zich lichamelijk te ontwikkelen. Om hun creativiteit te bevorderen ook. Eerder dan hen de godganse dag op een stoel te immobiliseren moet men streven naar een veelzijdige ontwikkeling. De sport heeft daar een belangrijke rol in te spelen. Het is een interessant alternatief voor het nemen van medicamenten. Maar we moeten ons bewust zijn dat de bron van stress en geweld terug te vinden is in de maatschappij.

Als we de uren sport op school verhogen, kan dat ten nadele zijn van de algemene vakken. Is die keuze niet moeilijk?

Carlos Perez. Als de jongeren door sport kunnen genieten van een evenwichtige ontwikkeling verhogen vaak ook hun intellectuele capaciteiten. In Cuba bvb. geeft men meer sport in de plaats van medicamenten voor stress en spanning. En dat land van de Derde Wereld komt tot buitengewone sportieve prestaties (4de plaats op de OS van Barcelona, 7de op de OS van Atlanta) terwijl het ook een groot aantal intellectuelen produceert. Er zijn in Cuba in verhouding méér dokters en leraars dan in andere derde wereldlanden of zelfs industrielanden.

Wat zou uw concrete vraag zijn betreffende de sport op school?

Carlos Perez. Verscheidene specialisten stellen tenminste twee namiddagen per week voor waar de leerlingen ‘iets anders’ doen. Onder andere sportactiviteiten. Voor iedereen uiteraard. Dat zou al een goed begin zijn en men hoeft ervoor heel het systeem niet door elkaar te schudden.. Nu slaat men een tegenovergestelde richting in. De scholen stellen zelf woensdagnamiddag voor of andere momenten. Wie het zich kan veroorloven, doet aan tennis. Anderen doen andere dingen. Wie het geld niet heeft, doet niets. De dualisering in het onderwijs zet zich ook door in de sport. Een schooldirecteur heeft zelfs voorgesteld om de scholen te ontlasten van het organiseren van sport. Die twee uren lichamelijke opvoeding vindt hij al te veel. Hij stelt voor op het einde van het jaar het getuigschrift voor lichamelijke opvoeding te laten uitreiken door sportcentra, waar de leerlingen uiteraard moeten betalen. Dat is een vorm van privatisering van de sport. Het enige middel om dat te vermijden is er voor zorgen dat de scholen meer middelen krijgen voor omkadering en voor sportinfrastructuur. Zoniet, dan ziet het er voor de volgende tien jaren niet goed uit. Ik ben er zeker van dat we dan moorden krijgen op school. Van tijd tot tijd gebeurt dat al, maar het gaat toenemen. We stevenen af op het systeem van de Verenigde Staten. Daar zijn de moorden op school al banaal geworden.

Jean Pierre Kerckhofs

(Dit interview verscheen in De democratische school, nr.10, juni 2002

1 REACTIE

  1. Sport op school verbetert ook de intellectuele capaciteiten
    Bij een cursus van mijn universitaire studie, moest ik een artikel ‘jonger dan 10 jaar’, vergelijken met een artikel ‘ouder dan 50 jaar’. Hiervoor heb ik uw artikel gebruikt. Zou u mij informatie kunnen geven of ik het originele tijdschrift (democratische school, juni 2002), waarin het artikel ‘Sport op school verbetert ook de intellectuele capaciteiten’ ergens kan vinden?

Comments are closed.