Debat op Gentse Feesten rond onderwijs en sociale ongelijkheid

De Gentse Feesten, dat zijn ook tien dagen debatten rond relevante maatschappelijke thema’s. Op 22 juli was onderwijs aan de beurt. Is onderwijs nog altijd een sociale hefboom? Hoe en kan onderwijs de sociale verschillen kleiner maken of reproduceert ze de ongelijkheid? Eric Goeman, organisator van de debatten, herinnert er ons aan dat er zeventien jaar geleden eenzelfde debat met dezelfde stelling plaatsvond. Het is goed om een oude rot in ons midden te hebben die kan terugblikken op 37 edities!

Het panel is gevarieerder dan ooit. Een voormalige gevangenisdirecteur (Hans Claus) die ook betrokken is bij de krijtlijnen van een nieuwe samenleving (www.novemberverklaring.eu), een syndicaliste (Hilde Willaert, voorzitster ACOD Onderwijs Oost-Vlaanderen), een onderwijseconoom (Ides Nicaise), leerkrachten met de voeten in de modder (Frank D’Hanis, Emine Isçu Gul) en een ex-leerkracht (Marc Vandepitte).

Sociale segregatie

Emine Isci Gül bijt de spits af en benoemt meteen scherp het plaatje: sociale segregatie of opdeling van groepen volgens sociale afkomst is een dagelijkse realiteit maar wordt niet erkend door het huidige beleid. Een van de codewoorden is excelleren maar het lijkt enkel op te gaan voor leerlingen die Latijn volgen.

Ides Nicaise vult aan. Leerlingen worden in ons land al heel vlug in hokjes geduwd. Er vindt een sortering plaats op 12 jaar. Daarbovenop zijn er ook ongelijkheden tussen scholen: scholen in volksbuurten met een grote groep (kans)armere leerlingen en meer uitval van leerkrachten en scholen in residentiele buurten die daar allemaal veel minder mee te maken hebben. De sociaaleconomische omgeving van scholen is dus een erg bepalende factor voor kansen van kinderen en jongeren. We tellen veel meer leerlingen in het buitengewoon secundair onderwijs dan gemiddeld in de rest van Europa, proportioneel heel veel kinderen worden dus in aparte circuits ondergebracht (voor alle duidelijkheid: waar goed werk wordt geleverd). Kinderen en jongeren in die aparte scholen hebben een blijvende achterstand en tellen een concentratie van leerlingen met een thuiscontext van armoede en kinderen met een etnisch-cultureel diverse achtergrond. Nog een laatste gegeven waar we triest in koplopen: in ons land bereiken we bijna het dubbele van het OESO-gemiddelde aan zittenblijvers. Kinderen uit gezinnen met de tien procent laagste inkomens hebben negen keer meer kans op zittenblijven dan kinderen uit gezinnen met de tien procent hoogste inkomens. Zittenblijven is trouwens op termijn meestal geen goede remedie, noch op vlak van presteren, noch voor het welbevinden. Zo blijkt uit onderzoek.

Hilde Willaert is getentakeld bij ACOD en de lerarenopleiding HoGent. Het personeelsstatuut komt ter sprake. Leraars in arme concentratiescholen vallen gemiddeld veel meer uit. Noodzakelijke vorming voor een erg uitdagend beroep in erg uitdagende contexten wordt door minister Demir afgeschaft. Hoe kan personeel standhouden in een weinig stabiele omgeving?

Nieuwkomers op de vloer 

Frank D’ Hanis kan je bezwaarlijk een nieuwkomer noemen maar evengoed is hij niet zeker na zoveel onderwijsjaren om in september te kunnen starten. Als je niet vastbenoemd of geen TADD-er (tijdelijke aanstelling van doorlopende duur) bent, heb je nauwelijks rechten, bij elk conflict met een directeur sta je zo op straat. Veel leraars zitten vaak voor langere tijd in vier à vijf scholen. Stress, economische onzekerheid … geen wonder dat veel leerkrachten andere stabiele oorden opzoeken.

Over de arbeidsmarkt en onderwijs

Marc Vandepitte neemt het woord. De arbeidsmarkt en de link met onderwijs zal regelmatig terugkeren in het debat. Grosso modo zijn er twee uiteenlopende profielen op die markt: zij met stielkennis en de meer theoretische profielen en een grote groep die daartussenin zit. In het onderwijs zie je die tweedeling terugkeren. Wie ASO volgt komt vaak in leidinggevende posities terecht, voor wie BSO doet wordt de lat veel te laag gelegd, de eindtermen op vlak van taal en wiskunde stralen geen enkele ambitie uit.

Bovendien is er een ruimtelijke segregatie: leerlingen van de ene bubbel komen haast nooit met die andere groep in contact. Zo zijn scholen een voorafspiegeling van de arbeidsmarkt. Een groep die maatschappelijk weinig waardering krijgt gaat ook zichzelf negatief framen als dom en onbekwaam.

Daarbovenop: een verwachtingseffect die de zaken nog meer op scherp stelt. Het watervaleffect wordt vergroot doordat leraars lagere verwachtingen stellen naar BSO-leerlingen en leerlingen uit ASO eerder gaan aanporren, oppeppen, wel extra motiveren en ondersteunen. Eén op 7 leerlingen in het secundair onderwijs krijgt een B- of C-attest omwille van tekorten voor wiskunde. Men doet te weinig inspanningen om leerlingen bij te houden. Het is nochtans geen fataliteit dat een leerling die in het vijfde jaar is geraakt, niet zou kunnen slagen voor wiskunde.

Een kijk vanop de maan 

We verlaten de aarde. Hans Claus kijkt graag met een grote verrekijker en ook op afstand naar de samenleving. In de onderwijsverklaring van de Novemberverklaring waar Claus bij betrokken is staat te lezen dat onderwijs dienstbaar moet zijn aan de behoefte van de mens om te leren en zich te ontwikkelen. Ik grasduin in het pamflet en onder punt 4 lees ik: onderwijs is een vrijplaats waar de samenleving onderzocht en verbeeld wordt in plaats van gereproduceerd.

De samenleving zoals we die vandaag kennen  is in crisis geraakt, ze is noch min noch meer onhoudbaar, we lopen volop tegen de planetaire grenzen en zitten gevangen in een groeidwang. We zagen de tak af waarop we zitten.

Claus gooit de knuppel in het hoenderhok van het debat: moet er wel sociale mobiliteit zijn? Welk onderwijsmodel is er nodig en wenselijk voor een radicaal andere samenleving? Naar analogie met het niet gelijkstellen van straf en gevangenis dienen we school en onderwijs ook niet gelijk te schakelen. De vragen voor Claus mogen dus veel fundamenteler worden gesteld. Kennis wordt volgens Hans Claus overgewaardeerd. Gaat het niet veeleer over leren mede-mens worden en je zinvolle plek vinden in het grotere geheel?

Emine stelt hiertegenover dat ze binnen het Deeltijds Beroepsonderwijs – waar zij actief is – jongeren willen vormen die als poetser, lasser, bediener in een snackbar … hun mens (M/V/X) kunnen staan na de schooltijd.

Waarover het veel te weinig gaat …

Vandaag is er een hevige en eenzijdige nadruk op kennis, op gespecialiseerd én algemeen weten. Niets mis met kennis stelt Frank D’Hanis maar waarom gaat het zo weinig over ontvoogding, over jezelf vinden, over emotionele doelen? Is het niet ontzettend zinvol dat de jongen uit de villawijk leert dat zijn wieg en maatschappelijke positie veel te maken heeft met de plek waar hij is opgegroeid en de plek waar zijn wieg in dit deel van de wereld stond?

Ides Nicaise vult aan met onderzoeksgegevens die stellen dat we het in ons land niet zo goed doen op vlak van aankweken van democratische waarden en attitudes in het onderwijs. Hij haalt veel mosterd uit de Lucernacolleges als plekken van hoop en tegennarratief. Krachten binnen de Turkse samenleving hebben intussen vijf scholen opgericht die tien jaar na datum duidelijk hebben bewezen dat ze goed scoren op vlak van doorstroming naar hoger onderwijs, aanleren van burgerschap en maatschappelijke inzet.

Er is bij de debaters wel eensgezindheid over de stelling dat onderwijs nu veel te veel een afvallingskoers is waardoor onderwijs veel leerlingen degouteert. Het vooruitzicht van een genadeloze rat race die wenkt is een weinig fraai toekomstbeeld voor jongeren …

Voor Marc Vandepitte is het schrijnend dat 1 op 8 van de leerlingen een diploma van secundair onderwijs niet haalt. Dat zijn bijna 1 miljoen mensen in België.

Ides Nicaise vindt dat een kwalificatie op het niveau van het secundair onderwijs een minimum zou moeten zijn in Europa en België. Naast dit minimum aan basiskennis is het ook essentieel om bij jongeren de goesting om te leren – die eigen is aan de mens als lerend wezen – niet te ontnemen.

Hilde Willaert vindt dat het inschrijvingsbeleid de segregatie en ongelijkheid in de hand gewerkt. Zij pleit voor het voorstel van Ovds (Oproep voor een democratische school) om het inschrijvingsbeleid om te keren. In plaats dat de ouders op zoek moeten gaan naar een plaats voor hun kind, zou de overheid een plaats moeten aanbieden in een sociaal gemengde en toegankelijke (qua afstand) school. Ouders die het voorstel aanvaarden, zouden dan gespaard blijven van de stress om een school te zoeken en zeker zijn dat hun school niet in een concentratieschool terecht komt. Maar ouders zouden het recht hebben om de voorgestelde school af te wijzen en zelf op zoek te gaan naar een school. Waarom zou men zo’n systeem niet eens kunnen uittesten op het niveau van een stad, vraagt Hilde.

Over het einddoel van de N-VA

Wat is het einddoel van de N-VA met onderwijs, vraagt moderator Eric Goeman. De N-VA wordt door Frank D’Hanis gedefinieerd als een partij die twee centrale kenmerken heeft: neoliberalisme en exclusief nationalisme. De partij die de voorbije twee legislaturen de onderwijsminister levert,bouwt aan een elitair onderwijs: ze combineert hoge verwachtingen zonder veel middelen te willen investeren.Zo weinig mogelijk in onderwijs investeren past in het mantra van de minimale en efficiënte staat. In haar nationalistische kramp is ze dan bovendien nog huiverig voor meertaligheid op de speelplaats, in de klas, thuis …

Andere debaters vullen aan: onderwijs wordt te veel als een kost gezien terwijl het een investering is waar we allemaal beter van worden. En tot slot is de N-VA bezeten van het meetbare.

Marc Vandepitte maakt een kanttekening. Het is niet omdat N-VA over “excellent” onderwijs spreekt en in feite “elitair” onderwijs bedoelt (met behoud van segregatie, te grote klassen, te weinig middelen …) dat links schrik moet hebben om te spreken over kennis(niveau). Een democratisch onderwijs wil alle leerlingen een ambitieuze en brede vorming bieden. Het niveau verlagen is geen oplossing.

Hans Claus gaat in het verweer: moeten we niet vooral een andere samenleving willen? In welke scheve opgefokte dolgedraaide samenleving en op welke uitgeputte planeet zetten we leerlingen af?

Onderwijs raakt aan veel …

Voor en na de pauze blijven de grote vragen zich opstapelen. Willen zowel linkse als conservatieve ouders niet dat hun kinderen aan werk geraken en hun boterham kunnen verdienen? Waarom wordt er zo een moraliserende taal naar ouders aangeslagen door Demir en haar partij? Demir lijkt aan te sturen op goede en slechte ouders …

Privatisering, commercialisering

Co-moderator Conchita Belay vraagt of het onderwijs bedreigd wordt door privatisering en commercialisering. Hoe moeten we de tendens analyseren om uit te besteden?

Hilde Willaert geeft het voorbeeld van het zwemmen. Het lager onderwijs slaagt er minder en minder in om de eindterm rond zwemmen waar te maken, waardoor kansrijke ouders massaal privé-zwemleerkrachten inschakelen om hun kroost drijvende te houden. Marc Vandepitte vermeldt hoe de markt van bijlessen enorm is toegenomen. Een ouder getuigt dat ze bedragen kent van 75 euro per uur voor Franse bijles. Verder gaat het over de commerce rond de invulboeken (en de slechte kwaliteit van sommige handboeken), het vele geld dat naar consultancy, Smartschool en sommige weinig kwaliteitsvolle ICT-toepassingen vloeit.

Voor Hans Claus moet onderwijs zich ver houden van de vrije markt. Hij maakt een sterke parallel met ziekenhuizen en gevangenissen.  Leerwinst, efficiëntie , excelleren? Alleen al de terminologie is ziekmakend en opdelend. Hij maakt wel een onderscheid tussen commercialisering en privaat initiatief. Hij vindt het bijvoorbeeld een stap vooruit dat vzw’s een deel van de strafuitvoering kunnen organiseren tegenover commercieel uitgebate transitiehuizen.

Tegenmacht vormen, andere narratieven poneren …

Hoe kunnen we ouders politiek mee mobiliseren voor beter onderwijs? En hoe duidelijk maken dat onderwijs over zoveel meer gaat dan de positie van leerkrachten?

Marc Vandepitte suggereert vanuit zijn 30-jarige ervaring als hoofddelegee (van COC) in een grote secundaire school in Mechelen twee verbeterpunten. De vakbonden en de leerkrachten moeten hun eisen beter uitleggen aan de ouders en aantonen dat de brede samenleving er voordeel bij heeft bij goed onderwijs. De communicatiestrategie van de vakbonden, vooral naar jongere leerkrachten, kan veel beter.

Het is een debat met reliëf en dat doet deugd. Over de woorden investeren en rendement lopen de meningen uiteen. Claus wil er zo ver mogelijk vanaf blijven, Nicaise is er niet vies van. Voor Vandepitte en Nicaise moeten we aan de politieke beleidstafels uitleggen dat we met onderinvesteren in onderwijs in onze eigen Vlaamse voet schieten. Zelfs VOKA is daarvan doordrongen stellen ze. En als 1 op de 8 leerlingen afhaakt is dat ook economische waanzin. Waarom gaat het nooit over de maatschappelijke kost van scholieren maar ook kinderen van het lager onderwijs die schoolmoe zijn?

Marc Vandepitte vindt dat de draagwijdte van de stijgende uitgaven voor defensie (20 miljard euro extra per jaar tegen 2030) en de militarisering nog niet overal is doorgedrongen .

Ides Nicaise vindt het een positief signaal dat meer dan 1000 schoolhoofden een protestbrief schreven naar de minister van Onderwijs. Misschien moeten scholieren en studenten zelf op straat komen. Hij verwijst ook naar de strijd van de Franstalige leerkrachten.

Hilde Willaert vindt dat de eis voor kleinere klassen essentieel is. Gentse onderzoekers toonden recent nog maar eens aan dat de aandacht die kleuterleerkrachten aan de kinderen kunnen besteden toeneemt bij een kleinere klas. Frank D’Hanis illustreert het belang van een kleinere klas met een voorval in zijn school. Een collega werd zodanig geconfronteerd met een problematische leerling in een beroepsklas van 22 leerlingen dat ze overwoog het onderwijs te verlaten. Een andere collega stelde voor die klas te splitsen en was bereid een halve klas onbezoldigd over te nemen. Binnen de vier weken waren de problemen in die klas opgelost.

Ter afsluiting 

Op het einde krijgt de zaal de micro. Het meest hoopgevende in het Belgisch onderwijs is de indrukwekkende strijd van de Franstalige leerkrachten, zegt iemand van Ovds. Sinds vijf jaar verzetten ze zich tegen elke besparing, binnen een budgettaire context die veel moeilijker ligt dan in Vlaanderen. Vooral de laatste 7 weken van afgelopen schooljaar waren heftig met ontelbare acties vanuit de vakbonden en leraarscollectieven waar ook niet-gesyndiceerden actief zijn. Op de Zevende Dag verklaarde Demir met een verwijzing naar de protesten in het Franstalig onderwijs dat zij niet aan de vaste benoeming zal raken en dat zij er niet aan denkt om de leerkrachten vanaf het vierde jaar secundair onderwijs twee lesuren extra te laten geven zonder loonsverhoging. Je zou warempel hopen dat de Vlaamse leerkrachten even goed als de minister de strijd in het Franstalig onderwijs volgen.

Een vrouw getuigt over een anderstalige nieuwkomer die naar 1B werd georiënteerd maar door inspanningen van een leerkracht terug naar 1A kwam … en op 18 jaar in het hoger onderwijs zat. Conchita, zelf betrokken, bevestigt de mogelijkheden van opstroom.

Leerlingen worden van school tot school vaak heel verschillend benaderd, beoordeeld, er is pijnlijke willekeur.

Personeelsbeleid in scholen is vaak een complete ramp, veel aanwervingen zijn gedrenkt in nepotisme. Er zijn uit de zaal heftige getuigenissen van startende leerkrachten die aan hun lot worden overgelaten, de moeilijkste klassen krijgen …

Marc Vandepitte repliceert met zijn ervaringen als mentor van startende leerkrachten in zijn school waar daarvoor de nodige middelen werden uitgetrokken. De resultaten waren positief. De startende leerkrachten bleven op post. Hij pleit er voor om startende leerkrachten de eerste twee jaren een lichtere lesopdracht te geven (met behoud van het volle loon) zodat ze zich kunnen inwerken. Op termijn zal dit het lerarentekort helpen oplossen. Hilde Willaert verwijst naar de vervangingspool die 25 jaar geleden door minister Vanderpoorten werd opgericht (maar later werd afgeschaft). Zij beklemtoont dat de vakbonden er niet enkel zijn voor de rechten van vastbenoemden maar van alle leerkrachten. Zij pleit ook voor een klokkenluidersstatuut ter bescherming van personeelsleden die wantoestanden aanklagen.

Het is over halfzes, er lijkt wel materiaal en gespreksstof voor tien debatten.

Stefaan Segaert