Fidel Castro: Het is een schande als 1% mensen niet kunnen lezen of schrijven

Facebooktwittergoogle_plusmail

Vriend en vijand zijn het er over eens dat het Cubaanse onderwijs zijn verdiensten heeft. In de vergelijkende onderzoeken van de UNESCO komt Cuba steevast als het beste onderwijsland van Latijns-Amerika naar voor, “buiten categorie”.

In het verleden heeft Ovds (Oproep voor een democratische school) meerdere keren een studiereis georganiseerd om het Cubaans onderwijs te leren kennen. Na de studiereis van 2005 werd een heuse brochure uitgegeven. Deze brochure kun je hieronder downloaden. Hieronder vind je ook de link naar enkele artikels over het Cubaans onderwijs.

We beginnen met een (ingekorte) toespraak van Fidel Castro over het Cubaans onderwijs.

” Vinden jullie dan die maatschappijen veel menselijker, waar als gevolg van het neokolonialisme en imperialisme 50 procent van de bevolking – als het er geen 60 is – noch lezen noch schrijven kan? En zelfs als het maar gaat om 30, 20 of 1 procent is dat nog genoeg. 1 procent op een bevolking van 10 miljoen inwoners, dat zijn 100.000 mensen. Het is een schande als 100.000 mensen niet kunnen lezen of schrijven (….).

Is dergelijk systeem dan beter? Is het menselijker? Betekent het dan niets als men analfabetisme heeft uitgeroeid, een hoge scholingsgraad heeft bereikt en gelijke kansen heeft gegeven aan alle inwoners? Betekent het dan niets als een zoon van een boer of arbeider een uitstekend chirurg kan worden, of een briljant onderzoeker, dat hij toegang krijgt tot alle mogelijke functies? (…)

Kan men echt volhouden dat een maatschappij niets waard is, onmenselijk is, wanneer ze de intelligentie van miljoenen mensen stimuleert en mobiliseert? Is het soms menselijker en democratischer dat men enkel aan een kleine minderheid van geprivilegieerden de kans geeft een universitaire opleiding te volgen, cultuur te scheppen en ervan te genieten?

Is het niet veel menselijker als 10 miljoen Cubanen de kans krijgen om te studeren, om de mooiste verwezenlijkingen op geestelijk en cultureel vlak te waarderen? Of verkiest men, zoals meestal het geval is, deze kans enkel te geven aan een handvol middelmatigen, diegenen die het geluk hebben toegelaten te worden tot het onderwijs? ”

Fidel Castro
(toespraak in Havana, 17 september 1987)