Mediëren en remediëren

Facebooktwittergoogle_plusmail

In deze opinie wil ik even stilstaan bij de roep naar ‘remediëren’ in onderwijsvoorstellen. ‘Remediëren’ is een meer dan ingeburgerd woord binnen ons onderwijssysteem. Het is de passe-partout om alles waarin we tekort schieten mee op te vangen en zo te sussen waar er gedonder is over uitval, over het niet behalen van een vooropgesteld niveau

We stellen in ons onderwijs vast dat er altijd maar meer, sneller en vroeger kinderen uitvallen. De terechte ongerustheid daarover is heel groot. We zien daarbij ook neveneffecten. Allerlei therapeuten staan klaar om dit gat in de markt op te vangen. Privé-instanties richten initiatieven op met namen als ‘Leren te leren’. Heb je de koopkracht dan kan je bijeen shoppen wat je in de catalogi van het buitenschools aanbod vindt: cultuur, sport, therapie, …. Intussen maken heel wat gemeenten en steden het aanbod aan verruimende en vormende initiatieven binnen de reguliere schooltijd onbetaalbaar of onbestaande.Denk maar aan het afschaffen van zwemlessen, bosklassen.Wie het reilen en zeilen kent, zelf een goede scholing genoot ende middelen heeft, vindt voor zoon of dochter wel de weg naar remediërende oplossingen bij achterstand. Maar er zijn er zoveel anderen ….

Wat stoort me?

Het stoort me dat het reguliere onderwijssysteem en -aanbod te weinig inzet op het voorkomen van uitval. Uitval kan niet geduld worden.Het stoort me dat de focus niet gericht is op wat een kind kan en vanuit het geloof in ieders sterkte. In plaats van direct naar de tekorten en achterstand te wijzen.

Nochtans weet iedereen dat elk kind het best vordert als het voelt dat iemand in zijn kracht gelooft, hem aanmoedigt, stimuleert, bevestigt wat hij kan. Dat is wat er in de klas moet gebeuren. De voorwaarden daarvoor moeten in de klas en school aanwezig zijn en mogelijk gemaakt worden.

Elk kind start vanaf zijn geboorte een ontdekkingstocht: rondkijken, reageren op prikkels, reageren op gezichten, op woorden,op wat zich op en rond de wieg afspeelt, op de speelmat, in de kamer, tijdens de eerste kruiptochten. Ieder kind is nieuwsgierig, wil ontdekken en leren. Dat is het uitgangspunt voor een andere benadering.

Onderwijs moet inzetten op mediëren

Van nature uit gaat een kind op ontdekking, doet het ervaringen op. Maar dat volstaat niet. Het is nodig om in contact te staan met anderen om zich heen.Het heeft iemand nodig om vragen aan te stellen , om reactie uit te lokken, om feedback te krijgen, om duiding te geven, …

We weten dat het aanwezig zijn, het reageren, het aanmoedigen, bevestigen, communiceren van ons met dat kind stimulerend werkt. Het kind wordt aangemoedigd en bevestigd om zijn zoektocht verder te zetten. Wij, leerkrachten,zijn er om die stimulans, dat aanmoedigen … te geven en zo een kind te helpen zich verder te ontwikkelen.

Dan krijgen ervaringen een surplus: het worden gemedieerde ervaringen. Wel, onderwijs moet inzetten op mediëren. Mediëren is hét woord dat we ineen goed onderwijsbeleid moeten koesteren. Mediëren vervangt en voorkomt grotendeels het remediëren. Inzetten op ‘mediëren’ is werken aan de voorwaarden voor een onderwijssysteem dat geen uitval aanvaardt.Inzetten op ‘mediëren’ is offensief: we leggen ons niet neer bij een onderwijs dat kiest voor gemiddelde normen en zo jaarlijks een grote uitval aanvaardt. Dat is een falend systeem!

Wie A zegt, moet ook B zeggen

Overtuigd dat inzetten op ‘mediëren’ een meer brongerichte aanpak is dan het focussen op de ‘remediëring’? Ja, dan zal er inderdaad ook een andere kijk en praktijk in het onderwijsbeleid moeten opgezet worden.

Er zal in andere getallen moeten gesproken worden als we het hebben over het omkaderen van kinderen. Vooral bij de peuters en kleuters volstaat het niet om dan te blijven spreken over 1 juf voor 20 of in het beste geval 15 kinderen. Het leerproces aanmoedigen, stimuleren, volgen … moet in een directe wisselwerking met het kind, met oogcontact, met meevoelen en mee beleven… Zet hier in de klas maar een multidisciplinair team klaar. Laat de therapeuten hier hun rol spelen. Voor elk kind, zonder onderscheid!

Misschien moeten we nog andere structurele veranderingen in overweging nemen. Nu groeperen we meestal kinderen per leeftijd. Er is al veel onderzoek gedaan naar andere groepssamenstellingen zoals het bijeen zetten van kinderen van verschillende leeftijden. Een klasje van 15 kinderen zou net zo goed kunnen gevormd worden door 5 eerstejaarskleuters, 5 tweedejaarskleuters en 5 derdejaarskleuters.

Het werken in zo’n leefgroep heeft tal van voordelen. Zelf ben ik er erg mee vertrouwd.Kinderen leren veel van en aan elkaar. Een ‘oudste’ kan leren zorgen voor een ‘jongste’, kan ook zich bewust worden dat het voor een ‘jongste’ niet altijd evident is hoe iets moet uitgevoerd worden, enz. Elk kind zal binnen een leefgroep instappen als een kleine snotter maar ook evolueren tot ‘ancien’. Die wisselende sociale functie heeft ook voordelen: je zal niet altijd het sukkeltje zijn, de zwakste, de stoerste of stilste,…

Een derde piste : zorg voor goed opgeleide onderwijzers en geef ze de kans om van elkaar te leren, geef ze kansen om zich verder te vormen en te verdiepen om efficiënt te kunnen werken.

Met deze drie ingrepen en de voortzetting ervan in de lagere school zouden we al een heel eind op weg zijn.Remediëren zal wel altijd nodig blijven maar komt slechts op het einde. Remediëren is ook kijken naar de tekorten. Mediëren is inspelen op de kansen. Klaarstaan om de kansen te grijpen.Het is meer dan een discussie over cijfers na de komma. Het gaat om het kiezen voor een ander uitgangspunt, een andere positie innemen.

Ludo Merckx