Een onderzoek naar de Nederlandse en Franse leesvaardigheid in het Stimulerend Meeertalig Onderwijs in Brussel (STIMOB)

Facebooktwittergoogle_plusmail

Dat ongeveer twee derde van de leerlingen in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel geen Nederlands spreekt buiten de schoolmuren, heeft allerlei gevolgen van organisatorische, sociaalpsychologische en natuurlijk ook didactische aard. Aangezien het Nederlandstalig onderwijs zich uitsluitend op moedertaalsprekers van het Nederlands richt, staan leerlingen die die instructietaal (nog) niet beheersen voor een enorme leeruitdaging. De vraag rijst welke effecten die situatie heeft op hun schoolse prestaties.

Gwen Muylaert maakte hierover een scriptie voor het behalen van de graad van master “taal- en letterkunde: Nederlands” aan de VUB (juni 2012). Promotor van deze thesis was professor Piet Van de Craen (Vrije Universiteit Brussel), een autoriteit op het vlak van meertalig onderwijs en een groot promotor van Content and Language Integrated Learning (CLIL).

CLIL betekent dat men een deel van het curriculum in een andere taal dan de gebruikelijke onderwijstaal aanbiedt. Een vreemde taal wordt dus niet (alleen) als vak op zich aangeboden, maar wel als medium om andere leerstof te verwerven. De resultaten die het meertalig onderwijs boekt zijn over het algemeen erg positief.

Een van de vele mogelijke vormen die CLIL aan kan nemen is het zogenoemde STIMOB-project, dat intussen ruim tien jaar loopt in enkele Nederlandstalige basisscholen in Brussel. In STIMOB-scholen wordt met name ongeveer 10% van de zaakvakken (i.c. wereldoriëntatie of wiskunde) in het Frans onderwezen.

Deze scriptie is een onderzoek naar de Nederlandse en Franse leesvaardigheid in het vierde leerjaar in drie Nederlandstalige scholen in Brussel, i.c. twee STIMOB-scholen en een traditionele school (Hendrik Conscience, De Zonnewijzer en De Wimpel). Lezen is zowat de belangrijkste vaardigheid die in de lagere school verworven wordt, en onderzoek naar leesvaardigheid biedt heel wat informatie over de cognitieve ontwikkeling van kinderen.

Een eerste vaststelling is dat de STIMOB-leerlingen zowel op de Nederlandse als op de Franse leesvaardigheidstest gemiddeld hoger scoren dan hun leeftijdsgenoten in het reguliere onderwijs, hoewel dat verschil uitsluitend in het Frans significant is.

Vervolgens worden de leerlingen afhankelijk van hun thuistaal/talen in groepen verdeeld (i.c. Nederlandstalig, Franstalig, tweetalig Nederlands/Frans of anderstalig). Binnen de groep Franstaligen in het bijzonder blijkt er een enorme discrepantie te bestaan tussen de leesvaardigheid in het meertalige onderwijs enerzijds en het traditionele onderwijs anderzijds. Zowel in het Nederlands als in het Frans scoren de Franstaligen significant hoger in het STIMOBonderwijs. De resultaten duiden kortom op het grote belang van moedertaalondersteuning voor de leerlingen. Franstalige leerlingen kunnen in het STIMOB-onderwijs immers op (een bescheiden vorm van) moedertaalonderwijs rekenen en scoren bijgevolg aanzienlijk hoger in hun beide leestalen.

Daarnaast wordt onderzocht of er leesverschillen tussen jongens en meisjes bestaan. Hoewel meisjes zowel in het Nederlands als in het Frans gemiddeld hoger scoren dan jongens, zijn die verschillen allerminst significant. De vraag naar genderverschillen wordt bijgevolg negatief beantwoord.

Het laatste deel van de kwantitatieve analyse behelst de mogelijke samenhang tussen de Nederlandse en de Franse leesscores. Globaal gezien is er inderdaad een significante, positieve correlatie tussen de Nederlandse en de Franse leesvaardigheid. Dat verband tussen leesscores is bovendien het sterkst in de anderstalige leerlingengroep.

Tot slot worden er in de kwalitatieve foutenanalyse drie soorten fouten onderscheiden, m.n. lexicale, fonologische en grammaticale fouten. De foutenverdeling blijkt bepaald te worden door de taal waarin gelezen wordt, en niet door het taalonderwijstype of de thuistaal van de leerlingen. In het Nederlands worden er in verhouding significant meer fonologische fouten gemaakt, omdat er meer decoderend gelezen wordt. In het Frans daarentegen trachten lezers grotere woordcomponenten ineens te herkennen en worden er significant meer grammaticale fouten gemaakt. Dat laatste is te verklaren door de aanwezigheid van enkele moeilijk te onderscheiden paren van functiewoorden in het Frans (m.n. qui/que, les/le, du/de). Het aandeel lexicale fouten is ten slotte in beide talen gelijk.

Hieronder volgt een samenvattend artikel

Leren, lezen en leren lezen in twee talen: leesvaardigheid in het meertalig onderwijs

Franstalige kinderen in het Nederlandstalig onderwijs die ook (een beperkte vorm van) onderwijs in het Frans volgen, lezen opmerkelijk beter in het Frans én in het Nederlands dan Franstalige kinderen die van meet af aan uitsluitend op het Nederlands gericht worden. Dat is de voornaamste bevinding van een onderzoek naar de Nederlandse en Franse leesvaardigheid van 46 basisschoolleerlingen in drie Nederlandstalige scholen in Brussel.

Hoewel Nederlandstalige scholen zich op moedertaalsprekers van het Nederlands richten, spreekt vandaag ongeveer twee derde van de leerlingen in het Nederlandstalig lager onderwijs in Brussel met geen van hun beide ouders Nederlands. Voor de meerderheid van de Brusselse leerlingen – die thuis bijvoorbeeld Frans, Turks of Arabisch spreken – is het Nederlands bijgevolg een typische schooltaal. Zij staan voor een enorme leeruitdaging: naast de inhoudelijke vakkennis moeten zij zich ook de onderwijstaal zien eigen te maken, en dit zonder enige vorm van specifieke ondersteuning. De aanwezigheid van niet-Nederlandstalige leerlingen in de klas wordt immers vaak als een probleem beschouwd dat “opgelost” moet worden, het liefst door een remediërende aanpak die de leerlingen een zo intensief taalbad aanbiedt in de onderwijstaal.

Dat is overigens precies de visie die in de recentste Vlaamse talenbeleidsnota naar voren komt, die opgesteld is door Vlaams Minister van Onderwijs Pascal Smet. Deze talennota laat ruimte voor onderwijs in een andere taal dan het Nederlands, maar dat mag uitsluitend een van de officiële EU-talen zijn. Voor andere vaak voorkomende thuistalen is er geen plaats binnen het schoolcurriculum.

Alle leerlingen in het eerste leerjaar leggen verplicht een taaltest Nederlands af. Wie onvoldoende scoort, wordt verplicht bijgespijkerd na de schooluren. Ook cursussen in niet-Europese thuistalen mogen enkel na de lesuren ingericht worden, tegen betaling, en alleen voor leerlingen die al goed Nederlands spreken. Kortom: een degelijke kennis van het Nederlands moet onderwijs in elke andere taal voorafgaan.

Deze opvatting is wellicht niet de meest aangewezen methode om leerlingen snel een goede kennis van het Nederlands bij te brengen. Talloze studies hebben inmiddels aangetoond dat de kennis die kinderen van hun moedertaal hebben een sterke indicator en voorspeller is voor hun ontwikkeling in een tweede taal. Dat komt omdat de twee talen wederzijds afhankelijk zijn van elkaar en elkaar stimuleren – er vindt met andere woorden een soort kennistransfer plaats tussen beide talen. Dat proces verloopt in beide richtingen: moedertaalkennis heeft een gunstig effect op de kennis van de tweede taal, maar ook het omgekeerde is het geval.

Vanuit de academische wereld en vanuit Europa gaan er de laatste jaren steeds meer stemmen op voor meertalig onderwijs, een alternatieve pedagogische aanpak waarbij een vreemde taal als onderwijstaal ingeschakeld wordt. In een Franstalige school in Wallonië kan bijvoorbeeld les wiskunde in het Nederlands gegeven worden, of in een Nederlandstalige school in Vlaanderen volgen leerlingen geschiedenis in het Frans. Talenkennis is dus niet langer het doel op zich, maar een middel om andere leerstof te verwerven. De nadruk ligt op communicatie en betekenisoverdracht, en niet – zoals in het traditionele taalonderwijs – op het aanleren van allerlei grammaticale regels en uitzonderingen. De resultaten die het meertalig onderwijs boekt zijn over het algemeen erg positief (onder meer wat betreft talenkennis, inhoudelijke kennis en taalleermotivatie en –attitudes), vooral wanneer op jonge leeftijd van start gegaan wordt.

Aan dit onderzoek naar leesvaardigheid nemen drie Nederlandstalige lagere scholen in Brussel deel. Twee van de scholen bieden meertalig onderwijs aan (2 à 3 uur per week heeft de les wereldoriëntatie in het Frans plaats), terwijl de derde school kiest voor regulier taalonderwijs Frans. De 46 deelnemende leerlingen zitten allen in het vierde leerjaar. Om de individuele leesvaardigheid te bepalen, wordt met twee factoren rekening gehouden: de leessnelheid en het aantal gemaakte fouten.

De deelnemers worden op basis van de taal of talen die ze met hun ouders spreken in vier categorieën verdeeld: Nederlandstaligen, Franstaligen, tweetaligen (Nederlands/Frans), en anderstaligen (kinderen die thuis noch Nederlands, noch Frans spreken). Vooral de Franstalige en de anderstalige leerlingen zijn in relatief groten getale aanwezig in alle drie de scholen.

De leerlingen in het meertalig onderwijs lezen gemiddeld heel wat beter in het Frans dan de leerlingen die regulier taalonderwijs volgen. Het is dan ook precies het Franse onderwijs dat op een andere manier ingericht wordt. Hoewel de leerlingen die meertalig onderwijs volgen ook in het Nederlands iets hoger scoren, zijn de verschillen kleiner – althans wanneer de volledige klas beschouwd wordt.

Opvallender is echter dat vooral de Franstalige leerlingen aanzienlijk beter lezen in het meertalig onderwijs dan in het traditionele taalonderwijs, en dit zowel in het Frans als in het Nederlands. Dit betekent dat de eerste groep leerlingen, ondanks het feit dat zij meer les in het Frans krijgen, toch beter lezen in het Nederlands dan de leerlingen die uitsluitend op het Nederlands gericht worden. Met andere woorden: meer Nederlandse les leidt niet noodzakelijk tot een betere kennis van die taal.

De gemiddelde leesresultaten van de anderstalige leerlingen daarentegen liggen ongeacht het type taalonderwijs dat ze volgen vrij dicht bij elkaar. Deze waarneming bevestigt het belang van moedertaalonderwijs. De Franstaligen krijgen dankzij een meertalig onderwijsprogramma immers ook les in hun moedertaal (waardoor ze niet alleen in het Frans maar ook in het Nederlands beter lezen), terwijl de moedertaal van de anderstalige kinderen in geen enkele school erkend wordt (waardoor hun leesscores onderling weinig verschillen). Dit laatste betekent niet dat meertalig onderwijs geen geschikte leermethode voor anderstalige kinderen is, want ook in deze thuistaalgroep liggen de scores in de meertalige klassen iets hoger.

Het mag niet verbazen dat de leesresultaten in het algemeen hoger liggen in het Nederlands dan in het Frans. Het overgrote deel van de schoolcarrière van de deelnemende leerlingen speelt zich immers in het Nederlands af. De enige opvallende uitzondering hierop vormt de groep Franstaligen in het meertalig onderwijs, die spectaculaire resultaten in het Frans (en in iets mindere mate ook in het Nederlands) behalen. Daarenboven is er in het algemeen een positieve samenhang tussen de Nederlandse en de Franse leesvaardigheid. Dit betekent dat, wanneer een leerling goed Nederlands leest, er met vrij grote zekerheid voorspeld kan worden dat h/zij ook in het Frans goed zal lezen, en omgekeerd.

Het enorme belang van (een beperkte vorm van) moedertaalonderwijs kan tot slot niet genoeg benadrukt worden. Een betere kennis van de moedertaal leidt tot een betere kennis van alle andere talen die (later) geleerd worden. Door Franstalige kinderen slechts enkele uurtjes per week les in het Frans te geven, lezen zij ook beter in het Nederlands – en is het bijbrengen van een goede kennis van het Nederlands tenslotte niet de voornaamste opdracht van het Nederlandstalig onderwijs?

Gwen Muylaert

Lees ook:

Professor Van de Craen pleit voor meertalig onderwijs

Bibliografie

Aarnoutse, C. (1998). Lezen in ontwikkeling. Nijmegen: Katholieke Universiteit Nijmegen.

Aarnoutse, C. (2004). Ontwikkeling van beginnende geletterdheid. Nijmegen: Katholieke Universiteit Nijmegen.

Aarnoutse, C., Mommers, M., Smits, B. & Van Leeuwe, J. (1986). De ontwikkeling en samenhang van technisch lezen, begrijpend lezen en spellen. In: Pedagogische Studiën 63, 97-110.

Baarda, D.B. & De Goede, M.P.M. (2006). Basisboek methoden en technieken. Handleiding voor het opzetten en uitvoeren van kwantitatief onderzoek. Groningen/Houten: Noordhoff.

Baarda, D.B., De Goede, M.P.M. & Van Dijkum, C.J. (2007). Basisboek statistiek met SPSS. Handleiding voor het verwerken en analyseren van en rapporteren over (onderzoeks)gegevens. Groningen/Houten: Wolters-Noordhoff.

Baetens Beardsmore, H. (2009). Language promotion by European supra-national institutions. In: García, O. Bilingual education in the 21st century: a global perspective (pp. 197-217). Chichester: Wiley-Blackwell.

Beheydt, L. (1993). Second language learning in Belgium. In: Ager, D., Muskens, G. & Wright, S. (eds.) Language education for intercultural communication (pp. 15-22). Clevedon: Multilingual Matters.

Bialystok, E. (2001). Bilingualism in development. Language, literacy, and cognition. Cambridge: Cambridge University Press.

Bialystok, E. (2005). The impact of bilingualism on language and literacy development. In: Bhatia, T. & Ritchie, W. (eds.) The handbook of bilingualism (pp. 577-601). Oxford: Blackwell.

Bialystok, E. (2009). Bilingualism: the good, the bad, and the indifferent. In: Language and Cognition 12 (1), 3-11.

Blakemore, S.J. & Frith, U. (2005). The learning brain. Lessons for education. Malden/Oxford/Carlton: Blackwell Publishing.

Blondin, C. & Mattar, C. (2005). De eerste stappen van éveil aux langues in de Franse Gemeenschap in België. In: Top, L. & De Smedt, H. (red.) Zin voor talen: talensensibilisering en de taalportfolio in een meer talig onderwijs (pp. 69-93). Antwerpen: Garant.

Bogaert, N., Devlieghere, J., Hacquebord, H., Rijkers, J., Timmermans, S. & Verhallen, M. (2008). Aan het werk! Adviezen ter verbetering van functionele leesvaardigheid in het onderwijs. Den Haag: Nederlandse Taalunie.

Bosman, A.M.T. & De Groot, A.M.B. (1994). Waarom spellen moeilijker is dan lezen. Over de asymmetrische relatie tussen lezen en spellen. In: Spektator 23 (4), 302-311.

Chopey-Paquet, M. (2007). Belgium (French-speaking). In: Maljers, A., Marsh, D. & Wolff, D. (eds.) Windows on CLIL. Content and Language Integrated Learning in the European Spotlight. Graz: European Centre for Modern Languages.

Cummins, J. (2003). Bilingual education: basic principles. In: Dewaele, J.M., Housen, A. & Wei, L. (eds.) Bilingualism: beyond basic principles. Festschrift in honour of Hugo Baetens Beardsmore (pp. 56-66). Clevedon: Multilingual Matters.

De Bleyser, D., Housen, A., Mettewie, L. & Pierrard, M. (2001). Taalvaardigheid en attitudes van Nederlandstalige en Franstalige leerlingen in het Nederlandstalige secundair onderwijs in Brussel. In: Witte, E. & Mares, A. (red.) 19 keer Brussel (pp. 359-374). Brussel: VUB Press.

De Groot, A.M.B. (1991). Verschillen in leesvaardigheid. In: Thomassen, A.J.W.M., Noordman, L.G.M. & Eling, P.A.T.M. (red.) Lezen en begrijpen: de psychologie van het leesproces (pp. 201-222). Amsterdam: Swets & Zeitlinger.

De Schutter, H. (2001). Taalpolitiek en multiculturalisme in het Brussels Nederlandstalige onderwijs. In: Witte, E. & Mares, A. (red.) 19 keer Brussel (pp. 375-421). Brussel: VUB Press.

De Standaard (2011). Minister Smet stopt meertalig onderwijs in Brussel. In: De Standaard, 13/05/2011. Geraadpleegd op 28/05/2012 via http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20110513_094.

Duverger, J. (2005). L’enseignement en classe bilingue. Paris: Hachette.

Edulex (2004). Omzendbrief betreffende het tweedetaal- en vreemdetalenonderwijs in het gewoon basisonderwijs, 11/06/2004. Geraadpleegd op 29/05/2012 via http://www.ond.vlaanderen.be/EDULEX/database/document/document.asp?docid=13480, met bijlage via edulex.vlaanderen.be/edulex/ozb/13480_bijlage.doc.

García, O. (2009). Bilingual education in the 21st century: a global perspective. Chichester: Wiley-Blackwell.

Geva, E. (2006). Learning to read in a second language: research, implications, and recommendations for services. In: Tremblay, R.E., Barr, R.G. & Peters, R.D.V. (eds.) Encyclopedia on early childhood development (pp. 1-12). Montreal: Centre of Excellence for Early Childhood Development. Geraadpleegd op 17/02/2012 via http://www.child-encyclopedia.com/documents/GevaANGxp.pdf.

Geva, E. & Siegel, L.S. (2000). Orthographic and cognitive factors in the concurrent development of basic reading skills in two languages. In: Reading and writing 12 (1), 1-30.

Goswami, U. (2003). Phonology, learning to read and dyslexia: a cross-linguistic analysis. In: Csépe, V. (ed.) Dyslexia. Different brain, different behavior (pp. 1-40). Dordrecht/Boston/ London: Kluwer Academic.

Goswami, U. (2008). Reading, complexity and the brain. In: Literacy 42 (2), 67-74.

Goswami, U. (2009). Mind, brain and literacy: biomarkers as usable knowledge for education. In: Mind, brain and education 3 (3), 176-184.
Grosjean, F. (1997). Processing mixed language: issues, findings and models. In: De Groot, A.M.B. & Kroll, J.F. (eds.) Tutorials in bilingualism: psycholinguistic perspectives (pp. 225-254). Mahwah: Lawrence Erlbaum.

Halleux, J.M., Rixhon, G., Lambotte, J.M. & Mérenne-Schoumaker, B. (2007). Les navettes scolaires en Belgique: situation en 2001 et évolution 1991-2001. Statistics Belgium working paper. Geraadpleegd op 3/05/2012 via http://orbi.ulg.ac.be/bitstream/2268/66527/1/workingpaper.pdf.

Harris, M. & Coltheart, M. (1986). Language processing in children and adults. An introduction. London: Routledge & Kegan.

Hubo, B. (2011a). Uitgelicht: bicultureel onderwijs na dertig jaar stopgezet. In: Brussel Deze Week, 18/05/2011. Geraadpleegd op 28/05/2012 via http://www.brusselnieuws.be/artikel/uitgelicht-bicultureel-onderwijs-na-dertig-jaar-stopgezet.

Hubo, B. (2011b). Uitgelicht: talennota focust op Nederlands en Europese voertalen. In: Brussel Deze Week, 3/08/2011. Geraadpleegd op 29/05/2012 via http://www.brusselnieuws.be/artikel/uitgelicht-talennota-focust-op-nederlands-%C3%A9n-europese-voertalen.

Hulme, C. (1989). Working memory and learning to read. In: Aaron, P.G. & Malatesha Joshi, R. (eds.) Reading and writing disorders in different orthographic systems (pp. 329-339). Dordrecht/Boston/London: Kluwer Academic Publishers.

Janssens, R. (2001). Over Brusselse Vlamingen en het Nederlands in Brussel. In: Witte, E. & Mares, A. (red.) 19 keer Brussel (pp. 43-83). Brussel: VUB Press.

Janssens, R. (2003). Meertalig onderwijs in Brussel? In: Ons Erfdeel 46 (5), 665-671.

Janssens, R. (2008). Taalgebruik in Brussel en de plaats van het Nederlands. Enkele recente bevindingen. In: Brussels Studies 13. Geraadpleegd op 7/02/2012 via http://brusselsstudies.be/medias/publications/NL_51_BruS13NL.pdf.

Janssens, R. (2009). Onderzoeksverslag. Onderzoek naar de capaciteit van het Nederlandstalig basisonderwijs in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Brussel: BRIO. Geraadpleegd op 1/05/2012 via http://www.briobrussel.be/assets/onderzoeksprojecten/eindrapportcapaciteitbo.pdf.

Janssens, R., Carlier, D. & Van de Craen, P. (2009). Synthesenota nr. 5. Het onderwijs in Brussel. In: Brussels Studies, Staten-Generaal van Brussel. Geraadpleegd op 7/02/2012 via www.brusselsstudies.be/medias/publications/NL_73_SGB5.pdf.

Kempen, G. (1994). De mythe van het woordbeeld. Spellingherziening taalpsychologisch doorgelicht. In: Spektator 23 (4), 292-301.

Kurvers, J. & Van der Zouw, K. (1996). Alfabetisering in het Nederlands als tweede taal. In: Hulstijn, J. (red.) Nederlands als tweede taal in de volwasseneneducatie. Handboek voor docenten (pp. 215-236). Amsterdam: Meulenhoff.

Kurvers, J., Van Hout, R. & Vallen, T. (2009). Print awareness of adult illiterates: a comparison with young pre-readers and low-educated adult readers. In: Reading and writing: an interdisciplinary journal 22, 863-887.

Lecocq, K., Kolinsky, R., Goetry, V., Morais, J., Alegria, J. & Mousty, P. (2009). Reading development in two alphabetic systems differing in orthographic consistency: A longitudinal study of French-speaking children enrolled in a Dutch immersion program. In: Psychologica Belgica 49 (2&3), 111-156.

Lecocq, K., Mousty, P., Kolinsky, R., Goetry, V., Morais, J. & Alegria, J. (2007). Évaluation de programmes d’immersion en Communauté française: une étude longitudinale du développement des compétences orales et écrites d’enfants francophones immergés en néerlandais. Geraadpleegd op 7/02/2012 via www.enseignement.be/index.php?page=24855.

Loureiro, C.S., Braga, L.W., Souza, L.N., Filho, G.N., Queiroz, E. & Dellatolas, G. (2004). Degree of illiteracy and phonological and metaphonological skills in unschooled adults. In: Brain and language 89, 499-502.

Maes, M. (2012). Meertalig onderwijs in GO Brussel – stand maart 2012. Geraadpleegd op 1/05/2012 via http://www.bocobrussel.be/index.php?option=com_content&view=article&id=171:meertalig-onderwijs-brussel-overzicht&catid=1:nieuws-artikels&Itemid=2

McCoach, D.B., O’Connel, A.A., Reis, S.M. & Levitt, H.A. (2006). Growing readers: a hierarchical linear model of children’s reading growth during the first 2 years of school. In: Journal of educational psychology 98 (1), 14-28.

Mettewie, L. (2008). De taal van de andere gemeenschap leren. De invloed van contact op taal(leer)attitudes t.a.v. het Nederlands en het Frans in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel. In: Vanhooren, S. & Mottart, A. (red.) Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (pp. 66-71). Gent: Academia Press.

Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, departement onderwijs (2005). Gelijke Onderwijskansen voor elk kind… scholen maken er werk van! Brussel: Hendrix.

Moka (2006). Mon loup. Paris: L’école des loisirs.

Morais, J., Cary, L., Alegria, J. & Bertelson, P. (1979). Does awareness of speech as a sequence of phones arise spontaneously? In: Cognition 7, 323-331.

Morais, J. & Kolinsky, R. (2001). The literate mind and the universal human mind. In: Dupoux, E. (ed.) Language, brain and cognitive development. Essays in honor of Jacques Mehler (pp. 463-480). Cambridge/London: The MIT Press.

Moss, G. (2008). Gender and literacy. In: Street, B.V. & Hornberger, N.H. (eds.) Encylopedia of language and education, vol. 2 Literacy (pp. 95-105). Boston: Springer Science + Business Media LLC.

Noordman, L., Eling, P. & Thomassen, A. (1991). Lezen en begrijpen: een overzicht van de psychologische processen. In: Thomassen, A.J.W.M., Noordman, L.G.M. & Eling, P.A.T.M. (red.) Lezen en begrijpen: de psychologie van het leesproces (pp. 15-40). Amsterdam: Swets & Zeitlinger.

Oakhill, J.V., Cain, K. & Bryant, P.E. (2003). The dissociation of word reading and text comprehension: Evidence from component skills. In: Language and cognitive processes 18 (4), 443-468.

Read, C., Yun-Fei, Z., Hong-Yin, N. & Bao-Qing, D. (1986). The ability to manipulate speech sounds depends on knowing alphabetic writing. In: Cognition 24, 31-44.

Reitsma, P. (1991). De ontwikkeling van leesvaardigheid. In: Thomassen, A.J.W.M., Noordman, L.G.M. & Eling, P.A.T.M. (red.) Lezen en begrijpen: de psychologie van het leesproces (pp. 177-199). Amsterdam: Swets & Zeitlinger.

Scollon, R. (1992). Literacy. Writing systems and literacy. In: Bright, W. (ed.) International encyclopedia of linguistics, vol. 2 (pp. 349-351). Oxford: Oxford University Press.

Seegers, G., Aarnoutse, C. & Mommers, M. (1987). Lezen: een taalkundig-psychologische benadering. Tilburg: Zwijsen.

Selleslach, G. (2004). Het leven zoals het is: onderwijs in Brussel. In: Samenleving en politiek 11 (2), 13-22.

Seymour, P.H.K., Aro, M. & Erskine, J.M. (2003). Foundation literacy acquisition in European orthographies. In: British Journal of Psychology 94, 143-174.

Snowling, M. (2004). Reading development and dyslexia. In: Goswami, U. (ed.) Childhood cognitive development (pp. 394-411). Oxford: Blackwell.

Strobbe, L. & Sercu, L. (2011). Wetenschappelijke begeleiding en evaluatie van de CLIL-projecten in het secundair onderwijs in Vlaanderen. Samenvatting van de onderzoeksresultaten en de aanbevelingen. Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. Geraadpleegd op 29/05/2012 via http://www.ond.vlaanderen.be/obpwo/rapporten/clil/ER.pdf.

Tellegen, T. (1996). Brieven aan niemand anders. Antwerpen: Querido.
Van de Craen, P. (2001a). Content and language integrated learning, culture of education and learning theories. In: Bax, M. & Zwart, J.W. (eds.) Reflections on language and language learning. In honour of Arthur van Essen (pp. 209-220). Amsterdam/Philadelphia: John Benjamins.

Van de Craen, P. (2001b). Meertalig (speerpunt)onderwijs te Brussel. Een scenario. In: Witte, E. & Mares, A. (red.) 19 keer Brussel (pp. 423-431). Brussel: VUB Press.

Van de Craen, P. (2002). Honderd jaar meertalig onderwijs in België. In: Leman, J. & Top, L. (red.) Intercultureel en meertalig onderwijs, burgerschaps- en vredesopvoeding (pp. 17-29). Antwerpen: Garant.
Van de Craen, P. (2007). Mensentaal. Een inleiding tot de algemene taalwetenschap. Brussel: VUB Press.

Van de Craen, P., Allain, L., De Wagter, L. & Smits, E. (2004). Meertalig onderwijs in Nederlandstalige basisscholen in Brussel. In: Aarts, R., Broeder, P. & Maljers, A. (red.) Jong geleerd is oud gedaan (pp. 121-131). Den Haag: Europees Platform voor het Nederlandse Onderwijs.

Van de Craen, P. & Ceuleers, E. (2005). Meertalig onderwijs: wanneer? Voor welke doelgroepen? Welke methodes? Ideeën voor een meertalig taalbeleid in België. In: Hilligsman, P., Janssens, G. & Vromans, J. (red.) Woord voor woord. Zin voor zin. Liber amicorum voor Siegfried Theissen (pp. 389-399). Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.

Van de Craen, P., Ceuleers, E. & Allain, L. (2005). Vier jaar stimulerend meertalig onderwijs in Brussel (STIMOB). Resultaten en toekomstvisie. In: School en Samenleving 10, 43-57.

Van de Craen, P., Ceuleers, E., Mondt, K. & Allain, L. (2008). European multilingual language policies in Belgium and policy-driven research. In: Lauridsen, K. & Toudic, D. (eds.) Languages at work in Europe. Festschrift in honour of Professor Wolfgang Mackiewizc (pp. 139-151). Göttingen: V&R Press.

Van de Craen, P. & D’hondt, A. (1998). Tweetalig en versterkt taalonderwijs in de Brusselse Nederlandstalige scholen. In: Witte, E. & Mares, A. (red.) Brusselse Thema’s 6. Twintig jaar onderzoek over Brussel (pp. 155-167). Brussel: VUB Press.

Van de Craen, P., Mondt, K., Ceuleers, E. & Migom, E. (2010). EMILE a douze ans. Douze ans d’enseignement de type immersif en Belgique. Résultats et perspectives. In: Synergies Monde 7, 127-140.

Van Elsäcker, W. (2002). Begrijpend lezen: een onderzoek naar de invloed van strategiegebruik, leesmotivatie, vrijetijdslezen en andere factoren op het begrijpend lezen van eerste en tweede taalleerders in de middenbouw van het basisonderwijs. Amsterdam: Stichting Lezen.
Van Mensel, L. (2007). Onderwijs in een meertalige samenleving. Het oversteken van grenzen tussen taalgemeenschappen: niet-Nederlandstalige ouders in het Nederlandstalig onderwijs. BRIO-onderzoeksrapport. Geraadpleegd op 7/02/2012 via http://www.briobrussel.be/assets/onderzoeksprojecten/crossing.pdf.

Vandersmissen, C. (2010). CLIL en lezen: onderzoek naar leesvaardigheid in meertalig onderwijs. Niet-gepubliceerd masterproefschrift. Brussel: VUB.

Verhoeven, L. (2000). Components in early second language reading and spelling. In: Scientific studies of reading 4 (4), 313-330.
VGC (2012). Onderwijs en Vorming. Over het Brussels Nederlandstalig onderwijs. Geraadpleegd op 1/05/2012 via http://www.vgc.be/Onderwijs/Onderwijsbeleid+van+de+VGC/Over+het+Brussels+Nederlandstalig
+onderwijs/cijfers.htm.

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming (2007a). Meertalig onderwijs binnenkort uitgetest. Toelichting bij randvoorwaarden van proefprojecten. Persmededeling Kabinet Vlaams minister van Onderwijs en Vorming, 9/05/2007. Geraadpleegd op 29/02/2012 via http://www.ond.vlaanderen.be/nieuws/archief/2007/2007p/0509-CLIL.htm.

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming (2007b). Negen secundaire scholen testen meertalig onderwijs uit. Persmededeling Kabinet Vlaams minister van Onderwijs en Vorming, 5/07/2007. Geraadpleegd op 29/05/2012 via http://www.ond.vlaanderen.be/nieuws/archief/2007/2007p/0705-CLIL.htm.

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming (2010). Curriculum basisonderwijs. Lager onderwijs – Frans – Uitgangspunten. Geraadpleegd op 3/06/2012 via http://www.ond.vlaanderen.be/curriculum/basisonderwijs/lager-onderwijs/leergebieden/ frans/uitgangspunten.htm.

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming (2011). Talennota wil kinderen voor het Europa van morgen klaarstomen. Persbericht Kabinet Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, 26/07/2011. Geraadpleegd op 29/05/2012 via http://www.ond.vlaanderen.be/nieuws/2011/0726-talennota.htm.

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming (2012a). Vlaamse onderwijsstatistieken en publicaties. Overzicht leerlingkenmerken basisonderwijs schooljaar 2010-2011. Geraadpleegd op 2/05/2012 via http://www.ond.vlaanderen.be/wegwijs/agodi/pdf/gok/ overzicht_2010_bao.pdf.

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming (2012b). Vlaamse onderwijsstatistieken en publicaties. Veelgestelde vragen over leerlingkenmerken. Geraadpleegd op 2/05/2012 via http://www.ond.vlaanderen.be/wegwijs/agodi/pdf/gok/FAQ_Leerlingkenmerken.pdf.

Vogl, U. & Hüning, M. (2010). One nation, one language? The case of Belgium. In: Dutch crossing 34 (3), 228-247.

Willemyns, R. (2003). Het verhaal van het Vlaams. De geschiedenis van het Nederlands in de Zuidelijke Nederlanden. Antwerpen: Standaard Uitgeverij.