Québec: manifest van de leerkrachten tegen de verhoging van het inschrijvingsgeld

Facebooktwittergoogle_plusmail

“Wij, leerkrachten, die kennis willen doorgeven aan eenieder die wil bijleren, ondersteunen de studenten in staking in hun democratische verdediging van de toegang tot de universitaire studies en in hun gerechtvaardigd verzet tegen de commercialisering van het onderwijs.
Deze staking ligt in het verlengde van de talrijke conflicten rond het ondergeschikt maken van publiek goed aan privébelangen en dit met de schandalig welwillende medewerking van de staat”. Zo begint een petitie (15 maart 2012) van professoren ter ondersteuning van de studentenprotesten in Québec.

Een verhoging die het onderwijs armer maakt

De meest directe inzet van het huidige conflict is uiteraard de verhoging van het inschrijvingsgeld. Deze verhoging van 70% volgt op deze van 30% in 2007. Deze verhogingen passen in de privatiseringslogica van de financiering van onze openbare diensten. Onder de meest evidente gevolgen kan men een substantiële stijging van de schuldenlast van de studenten voorzien, zoals nu reeds het geval is in de rest van Canada en in de totaliteit van de Angelsaksische wereld. Ook een ingrijpende beperking van de toegang tot de studies valt te vrezen.

Deze privatisering van de financiering van de universiteit, die berust op een neoliberale premisse, bezorgt de student het statuut van klant. Om zijn investering rendabel te maken, zal hij/zij geneigd zijn een studiedomein te kiezen in functie van zijn financiële draagkracht en van de mogelijkheden die zijn vorming hem biedt op de arbeidsmarkt. De logica van het schulden maken brengt hem de facto onder in het financiële domein en onderwerpt zijn beslissingen aan de bankier. Zo zal de student iemand worden die de sociale orde reproduceert, veel maar dan iemand die volop meewerkt aan de evolutie van de maatschappij. De academische vrijheid en de kritische dimensie van de universitaire opleiding worden bedreigd.

Volgens het discours van de liberalen en de universiteitsadministratie kan deze verhoging het probleem van de “onderfinanciering” van de universiteiten oplossen. Men moet echter veeleer spreken van een “slechte financiering” als men de enorme transfer ziet van fondsen, die vroeger aan onderwijs werden besteed, naar investeringen in immobilieën naar privéonderzoek, naar publiciteit en de financiering van een zeer machtige bureaucratie. In die zin heeft de centrale inzet minder te maken met de onderfinanciering maar eerder met de vraag wat we wensen te financieren in onze universiteiten.

Van de ene revolutie naar de andere

In het debat over het inschrijvingsgeld komt duidelijk de tegenstelling tussen verschillende onderwijsmodellen naar voor. De minister van Financiën, Raymond Bachand, heeft het over een “culturele revolutie”. als hij uithaalt naar de verworvenheden van de stille Revolutie en het inschrijvingsrecht opkrikt naar het niveau van voor 1968 toen de universiteit hoofdzakelijk was voorbestemd voor een mannelijke elite. Het tot stand brengen van een meer egalitair onderwijs, zoals we het hebben gekend tot in de jaren ’90, was het resultaat van een breed collectief debat dat tot stand was gekomen door de Commissie Parent en door de levendigheid van de toenmalige studentenbeweging.

We stellen vandaag vast dat aan de conservatieve revolutie, tot stand gebracht door de liberale regering, geen enkel debat voorafging en dat ze ons wordt voorgesteld als een fataliteit. Symptomatisch in dit opzicht is het Pact over de dooi van het inschrijvingsgeld, dat werd voorgesteld in 2010. Dit pact was gestoeld op een schijnbare consensus, opgevoerd door vertegenwoordigers van de Kamer van koophandel, het patronaat en de neoliberale think tanks (IEDM, CIRANO). Het negeren van elke vorm van tegenstand en dialoog, maakte de weg vrij voor de budgetaire politiek van Raymond Bachand net zoals de dictaten van de “banksters” zowat overal ter wereld een besparingspolitiek hebben opgedrongen.

We moeten de studenten beweging en haar verzuchtingen beschouwen als een stem van verzet. Sinds meerdere jaren maken de studenten een intelligente analyse van het belang van het post-secundair onderwijs en ze eisen een breed maatschappelijk debat over de toekomst van het onderwijs. Hun verzuchtingen werden beantwoord met een dogmatische weigering om de dialoog te openen en om de studenten te erkennen als legitieme gesprekspartners. Deze vastberaden houding heeft ervoor gezorgd dat het debat vandaag op straat wordt gevoerd. De gewelddadige politierepressie tegenover de studenten is het beste bewijs van het misprijzen voor zij die strijden, soms met veel fantasie, voor iets waarvan ze overtuigd zijn dat het kostbaar goed is voor elk van ons: onderwijs als openbaar bezit.

Allen verenigd tegen de verhoging

De verhoging van het inschrijvingsgeld betekent een feitelijke privatisering van de financiering van de universiteiten. Ze stelt ook de universaliteit voor de toegang tot hoger onderwijs in vraag en maakt van de instellingen voor kennis pure commerciële organisaties. We denken dus dat de algemene en onbeperkte staking in deze omstandigheden een gerechtvaardigd middel is en dat de studenteneisen voor de bevriezing van het inschrijvingsgeld en gratis onderwijs gerechtvaardigd zijn.

In dit perspectief beschouwen we hun oproep tot algemene mobilisatie niet alleen als een recht op hoger onderwijs maar ook tot een burgerlijke draagkracht van de universiteit. In onze functie van professoren antwoorden we: we zijn allemaal studenten!

AUTEURS

  • Benoit Guilmain, Collège Édouard-Montpetit
  • Anne-Marie Le Saux, Collège de Maisonneuve
  • Stéphane Thellen, Cégep du Vieux Montréal