Een derde leerlingen in Nederlanstalig basisonderwijs in Brussel spreekt thuis Nederlands

Facebooktwittergoogle_plusmail

Het Nederlandstalig basisonderwijs in Brussel telde op 1 februari 2011 méér leerlingen dan vorig schooljaar: 11.505 kleuters (73 meer), 14.431 leerlingen in de lagere school (366 leerlingen meer). In het secundair is er een daling met 56 scholieren tot 12.551. De cijfers werden meegedeeld door Brussel minister Jean-Luc Vanraes, die binnen het College van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) bevoegd is voor Onderwijs.

In de kleuterscholen spreekt 31,4 procent van de kleuters met minstens een ouder Nederlands, 32,5 procent spreekt thuis Frans en 36,1 procent is anderstalig. Een op de drie kleuters in het Nederlandstalig kleuteronderwijs komt uit een Nederlandstalige voorschoolse instelling.

In de lagere scholen spreekt 36 procent van de leerlingen met minstens één ouder Nederlands, 31,7 procent is Franstalig en 32,4 procent anderstalig. Negen op de tien leerlingen die naar het eerste leerjaar gaan, komen uit een Nederlandstalige Brusselse kleuterklas.

In het secundair spreekt “iets meer dan de helft van de leerlingen thuis met een van de ouders Nederlands”.