Veiligheid-boven-alles op school? New York komt ervan terug…

Facebooktwittergoogle_plusmail

Een gelukkig toeval wil dat net op het moment dat wij dit dossier schreven, het maandblad Le Monde diplomatique een artikel publiceerde over de ervaring met het zerotolerantiebeleid in het onderwijs in de stad New York! Wij kunnen er wat van opsteken!

Dit is niet zomaar een anekdote: het onderwijs in New York, met 1,1 miljoen leerlingen, is het belangrijkste van de Verenigde Staten. En men weet hoe de Europese beleidsmakers zich maar al te graag laten inspireren door het Amerikaanse “boegbeeld”.

In 1998 wordt de republikeinse burgemeester Giuliani geconfronteerd met geweld op school. Trouw aan zijn electorale strategie – de man die van aanpakken weet -, en helemaal in de lijn van zijn theatrale neigingen, laat hij de veiligheid op scholen met een “lastige” reputatie over aan de plaatselijke politie (NYPD). Voortaan moeten de 4500 beveiligingsagenten in het onderwijs, het politiepersoneel, zich niet langer verantwoorden bij het onderwijzend personeel of de schooldirectie, maar bij de NYPD.

Uiteraard houden Giuliani en ook zijn opvolger Bloomberg – die het contract verlengd heeft – vol dat hun methodes de criminaliteit in de gevoeligste scholen hebben weten te verminderen. Maar volgens deskundigen werden deze statistieken bijgewerkt in functie van de beoogde doelstellingen en zijn ze erg betwistbaar. Het rapport 2007 van de algemene inspectie van de stad heeft het trouwens over een forse onderschatting van de gewelddaden.

Maar het disciplinaire systeem dat de scholen opgelegd werd, en de blunders die er onvermijdelijk uit voortkomen, daar krijg je pas koude rillingen van. Oordeel zelf. Voor de ordehandhaving wordt laaggekwalificeerd personeel ingezet. Deze bewakers, vaak amper ouder dan middelbare scholieren, zijn voortaan de hoogste gezagsdragers in de instellingen, in plaats van leerkrachten en schooldirectie. Maar zij zorgen juist voor nieuwe vormen van geweld. Zo worden kinderen van 4 en 5 jaar (!) in de boeien geslagen omdat ze weigeren een middagdutje te doen of wegens “wangedrag”. Eentje werd zelfs met geweld naar het psychiatrisch ziekenhuis afgevoerd voor “evaluatie”. Tussen 2005 en 2007 werden maar liefst 309 leerlingen aangehouden die voor de strafrechter moesten verschijnen. Anderen werden voor korte tijd in de boeien geslagen. Typisch pubergedrag, van oudsher aangepakt met een strafmaatregel of een persoonlijke berisping door het schoolhoofd, kan nu een jongere de strafrechtelijke molen injagen.

Ook het onderwijzend personeel ontkomt niet aan deze vlaag van superveiligheid. Zo worden leerkrachten bedreigd met arrestatie als ze durven ingaan tegen sancties die zij overdreven streng of willekeurig achten. Ter illustratie: tijdens de aanhouding van een uitmuntende leerlinge die vóór openingstijd de school wilde binnenkomen voor een gesprek met één van haar docenten, werd ook haar schooldirecteur, die probeerde tussen te komen, de boeien omgedaan en in voorhechtenis geplaatst. Een overhaaste aanhouding, maar lang geen losstaand geval. Het schoolpersoneel klaagt erover gebukt te gaan onder het gezag van jonge, in allerijl opgeleide bewakers, die elk incident enkel vanuit het oogpunt van criminaliteit aanpakken.

De installatie van detectiepoortjes roept vele vragen op. In de eerste plaats wegens de stigmatisering van scholieren in de volkswijken. In hun scholen worden immers deze technologische voorzieningen geïnstalleerd, terwijl dat zelden in rijkere voorsteden het geval is.

Vervolgens komt ook de vraag hoe doeltreffend het systeem voor de veiligheid is: de poortjes geven immers slechts een vals gevoel van veiligheid (wie echt een voorwerp in het gebouw wil binnenbrengen vindt altijd wel een manier). Erger nog is dat er ogenblikkelijk een sfeer van spanningen wordt gecreëerd. Blijft tenslotte de kwestie van de meerwaarde op educatief vlak: hoe kan het feit dat men kinderen als criminelen behandelt de beste manier zijn om het leerklimaat te bevorderen en geweld te bestrijden? Het helaas beruchte lyceum Columbine, in de welvarende voorstad Littleton, heeft trouwens de stap nog niet gezet: de ouders willen er niet van weten. Maar niet allen beschikken over de noodzakelijke politieke hefbomen en over de invloed om weerstand te bieden aan het veiligheidsopbod. Het gevolg is dat de ouders van de volkswijken in New-York een systeem ondergaan dat hen opgelegd werd. Een laatste vraag nog: hoeveel openbaar geld werd door gespecialiseerde privé bedrijven geïncasseerd ter gelegenheid van deze grootse technologische veiligheidsoperaties? Toch zijn er andere uitwegen, waarvan sommige met succes uitgeprobeerd zijn in middelbare scholen van arme wijken. Ze staan beschreven in het rapport waar M. Madar een bijdrage aan leverde. Het betreft alternatieven op basis van een heldere definiëring van de respectievelijke rollen (de discipline valt onder de verantwoordelijkheid van leerkrachten en surveillanten), participatie van leerlingen bij het opstellen van regels (in een geest van wederzijds respect en zelfdiscipline), en de garantie dat overtredingen intern bestraft worden en niet aan de politie of aan het gerecht doorgegeven.

Is dan wellicht het einde in zicht van die “superveilige” school? Jammer genoeg niet. Al is er reden tot hoop, dit wordt een gevecht van lange adem. Want “eens men de politie binnen de schoolpoort gehaald heeft, is het bijzonder moeilijk om ze naar buiten te werken”.

Noten

(1) Chase Madar, New York remet en cause le tout-sécuritaire à l’école, Le Monde diplomatique, juni 2010. Madar is advokaat burgerrecht en co-auteur van het rapport “Safety with dignity: Alternatives to the over-policing of schools”, NY, juli 2009

(2) Vijftien leerlingen gedood in 1999 tijdens een schietpartij, onderwerp van een film van M. Moore, Bowling for Columbine.

(3) . Deze hypothese wordt niet expliciet uitgesproken door Chase Madar maar lijkt ons voor de hand liggend