De Vlaamse kwalificatiestructuur

Facebooktwittergoogle_plusmail

In april 2009 werd het decreet rond de Vlaamse kwalificatiestructuur (VKS) in het Vlaams Parlement goedgekeurd. Het decreet werd uitgewerkt door minister Vandenbroucke, in uitvoering van het Europees raamwerk voor kwalificaties, het EQF (European Qualification Framework). Het belang van de VKS kan niet onderschat worden. De VKS houdt o.a. in dat de arbeidsmarktgerichte opleidingen, ook in het leerplichtonderwijs, veel meer dan tot nu toe door de bedrijven kunnen worden geconcipieerd. De VKS is ook een noodzakelijk vehikel om – volgens VOKA en andere patronale lobbygroepen – commerciële opleidingsverstrekkers de plaats op de “opleidingsmarkt” te bieden die ze verdienen. Over de toepassing van het decreet rond de Vlaamse kwalificatiestructuur zal nog veel discussie zijn.

In zijn beleidsnota Onderwijs 2009-2014 schrijft minister van onderwijs Smet:
De kwalificatiestructuur bevat een beschrijving en ordening van de beroepskwalificaties en de onderwijskwalificaties in acht niveaus (van basisonderwijs tot doctoraat, nvdr). De kwalificatiestructuur ondersteunt een competentiegericht onderwijs en competentiegerichte training en opleiding door de kwalificaties in competenties te beschrijven. De beroepscompetentieprofielen die de sociale partners ontwikkelen, zullen de basis leveren om beroepskwalificaties te maken. Door de beroepsgerichte opleidingen daarop af te stemmen, zullen ze aansluiten bij de behoeften op de arbeidsmarkt.” (1)

De Vlaamse Onderwijsraad (VLOR) uit haar bezorgdheid over de VKS:
De raad is van mening dat vooraleer het decreet over de kwalificatiestructuur kan worden geïmplementeerd, dit decreet op zijn haalbaarheid en uitvoerbaarheid moet worden getoetst. Voor de VLOR blijft het wenselijk om een vertaalslag te kunnen maken tussen inzetbaarheidseisen zoals verwoord in de kwalificaties enerzijds en de opleidingen in het onderwijs anderzijds.” (2)

Tijdens de hoorzitting over de kwalificatiestructuur in de onderwijscommissie van het Vlaams Parlement, kwamen de woordvoerders van de VLOR vrij kritisch uit de hoek:
Onderwijs is volgens de VLOR breder dan de inzetbaarheidseisen vanuit de arbeidsmarkt. Brede basisvorming, een inzetbaarheid die een leven lang duurt, levenslang en levensbreed leren en een kritische reflectie over ethische en maatschappelijke waarden zijn overwegingen die moeten meespelen bij een omzetting van de beroepscompetentieprofielen naar onderwijsdoelen.
Het advies van de VLOR pleit voor een vertaling van de beroepscompetentieprofielen naar onderwijskwalificaties of onderwijsdoelen. Niet alle doelen zijn namelijk te leren in een schoolse context. Sommige eisen vanuit inzetbaarheid kunnen persoonskenmerken zijn of zo gespecialiseerd zijn dat ze niet overeenstemmen met het begrips- en leervermogen van leerlingen in het secundair onderwijs. In dat geval kan ook overwogen worden ze pas aan te leren op de werkvloer.
” (Vlaams parlement, VLOR, hoorzitting betreffende de kwalificatiestructuur, 3 april 2009)

Ook in een recent advies over “educaties” vindt de VLOR dat de doelstellingen van onderwijs en vorming niet terug te voeren zijn tot de “economische inzetbaarheid”:

De samenleving is in toenemende mate onderhevig aan economisering. Economische argumenten worden doorslaggevend voor het nemen van beslissingen. Verwacht wordt dat de stijgende dominantie van het economisch denken ook het onderwijs steeds meer zal raken. Een ander gevolg van de toenemende economisering is de impact van het denken in termen van inzetbaarheid van mensen. Talenten dienen ontdekt, competenties ontwikkeld en gevaloriseerd … om ze maximaal te benutten voor een competitieve economie.” (3)

Ook de evolutie naar meer competentieontwikkelend onderwijs sluit goed aan bij dit begrip van educaties. Competenties mogen dan wel een ‘elastisch’ begrip zijn, experts zijn het wel eens over een aantal veel voorkomende kenmerken: contextgebonden; verenigen vaardigheden, kennis, inzichten, attituden en eigenschappen; kunnen in de tijd veranderen; moeten worden geleerd of ontwikkeld; staan in verbinding met andere competenties en conditioneren elkaar. De raad stelt vast dat dit abstracte begrip van competenties in zijn concrete invulling dikwijls verengd wordt tot het perspectief van ‘inzetbaarheid op de arbeidsmarkt’. Het begrip ‘educaties’ kan dit openbreken door competentieontwikkeling breed in te vullen als gericht op een harmonische ontplooiing van de persoon als geheel.” (3)

Hugo Van Droogenbroeck

(1) Pascal Smet, Beleidsnota Onderwijs 2009-2014

(2) VLOR, Advies over de ontwerpbeleidsnota onderwijs 2009-2014, 12 november 2009.

(3) VLOR, Raamadvies over educaties, 26 november 2009.