Allochtonen verlaten massaal pabo

Facebooktwittermail

Allochtone studenten voelen zich niet thuis op de lerarenopleidingen in Nederland. Meer dan de helft van de allochtone pabo-leerlingen (52 procent) houdt het na een jaar voor gezien. Ze ervaren het klimaat op de pabo (= pedagogische academie beroeps opleiding) als negatief, missen begeleiding en hebben moeite met de lage status van het beroep.

Dat blijkt uit een studie van de Erasmus Universiteit in opdracht van het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt (SBO).
Volgens de onderzoekers ontbreekt het op de pabo’s aan een ‘diversiteitsvriendelijke’ omgeving. Van de allochtone uitvallers zegt 76 procent anders te worden benaderd dan autochtone leerlingen. Ze mengen moeilijk met andere studenten, en ook op de stageplek voelt 54 procent van de allochtone studenten zich anders behandeld.

De cijfers zijn pijnlijk, gezien het grote lerarentekort waar Nederland op af koerst. In 2015 zijn er naar schatting honderdduizend docenten te weinig. ‘Meer kleur voor de klas’ is een doelstelling van de politiek. In het basisonderwijs is op dit moment 5 procent van de onderwijzers allochtoon.

Het aantal allochtone uitvallers op de pabo is in korte tijd sterk gestegen. Van de studenten die in 2000 begonnen, hield 38,2 procent het na een jaar voor gezien. Van de allochtone leerlingen die in 2005 begonnen, haakte 52,4 procent na een jaar af. Autochtone eerstejaars stopten in 28 procent van de gevallen. De onderzochte groepen zijn begonnen vóór in 2006 de taal- en rekentoets op de pabo’s werd ingevoerd. Sindsdien is de uitval onder eerstejaars extra gestegen.

Naast de zachtere factoren speelt ook de vooropleiding mee. Allochtone pabo-studenten komen vaker uit het mbo (= middelbaar beroepsonderwijs) , in plaats van havo (hoger algemeen vormend onderwijs) of vwo (= voortgezet wetenschappelijk onderwijs) . Ook is er een groot verschil in de voorbereiding op de beroepskeuze en de hulp die ze daarbij ontvangen. Ze bezoeken minder vaak open dagen en doen minder vaak een beroepskeuzetest. Ook krijgen ze minder hulp van familie, vrienden en school. Een verkeerde studiekeuze is vaak het argument om te stoppen.

SBO (Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt) noemde vorig jaar daarnaast het gebrek aan stageplaatsen als reden voor de hoge uitval. Vooral christelijke scholen zouden allochtone stagiairs weren.

Uit het onderzoek blijkt opnieuw dat meisjes op de lerarenopleidingen beter gedijen dan jongens. Van de mannen (autochtoon plus allochtoon) is na een jaar 45 procent met de opleiding gestopt. Onder meisjes is de uitval 28 procent. Mannen doen het daarmee op de pabo slechter dan in het hbo (= hoger beroepsonderwijs) als geheel. In het totale hogerberoepsonderwijs houdt 35 procent van de mannelijke eerstejaars het voor gezien.

(Bron: Volkskrant, 29 oktober 2007)