Meertalige scholen: vloek of zegen?

Facebooktwittergoogle_plusmail

“Waarom leren Franstalige kinderen zo moeilijk Nederlands en waarom leren Nederlandstaligen steeds minder graag Frans?” Rond deze vraag heeft Laurence Mettewie gedoctoreerd aan de VUB. Vandaag doceert ze aan de universiteit van Namen. Laurence Mettewie geeft Nederlandse taal en taalkunde aan studenten Germaanse. In haar vrije tijd werkt ze mee met TIBEM (Tweetaligheid in Beweging/Bilinguisme en Mouvement), een beweging die meertalig onderwijs in België promoot.

We zien in Brussel meer en meer Franstalige kinderen naar school gaan in het Nederlands, waarom?

Laurence Mettewie. De ouders zijn zich enorm bewust van het belang van meertaligheid en van kwalitatief goed onderwijs. Kinderen moeten de kans krijgen meertalig te worden, juist om een toekomst te kunnen uitbouwen. De werkgevers leggen zelf de nadruk op tweetaligheid om aan werk te geraken. De toestroom wordt met zorg bekeken door de onderwijsinstanties van de Nederlandstalige gemeenschap. Waarom? De kinderen komen uit de sociaal economische mindere klasse, het zijn meertalige kinderen, maar ze hebben niet de ‘juiste’ meertaligheid.

Wat bedoelt u met niet de ‘juiste’ meertaligheid?

Laurence Mettewie. Het gaat vaak om de kinderen van allochtone afkomst, de 2de, 3de of 4de generatie migranten die thuis ook Arabisch of Turks spreken. Heel wat kinderen uit deze allochtone families gaan naar het Nederlandstalig onderwijs, om tweetalig te worden… Met tweetalig bedoel ik dan de twee belangrijkste landstalen.

U pleit voor meertalige scholen in plaats van enkel onderwijs in het Frans of in het Nederlands. Vlaams minister van Onderwijs Vandenbroucke zegt echter dat meertaligheid leidt tot zerotaligheid. Is dat dan wel een goed idee?

Laurence Mettewie. Je leert een taal het best op school door in die taal te leren. De vreemde taal wordt zo de toegangsdeur om te leren lezen, rekenen, knutselen, om de wetenschap te ontdekken,… Dat wil zeggen dat bepaalde leerstof, buiten de taallessen, gegeven worden in de ‘vreemde tweede taal’. Zo krijg je bijvoorbeeld in een Nederlandstalige school les wiskunde in het Frans. Dus je vangt twee vliegen in één klap: je leert een vak (bijvoorbeeld geschiedenis ) en tegelijk leer je een taal. Het leren van die taal is dus ook onmiddellijk nuttig, want je hebt die taal nodig om de les te kunnen volgen. Je leert die taal niet meer ‘voor later’, om later werk te kunnen vinden. Neen, je leert die taal voor nu, om andere zaken te kunnen leren en doen.

En die taal leer je niet enkel tijdens de ‘taalles’ maar je leert die ook te gebruiken bij wiskunde , wereldoriëntatie, tekenen of knutselen… op een veel rijkere manier dus. En als diezelfde taal onderwezen wordt tijdens de taalles zelf, dan zullen de leerlingen daar meer aandacht voor hebben, om beter de andere lessen in die taal te kunnen volgen. Verder blijft ook de eerste schooltaal ruime aandacht krijgen. Dit zorgt er dus voor dat leerlingen beide talen vrij vlot ontwikkelen.

Vraagt meertalig onderwijs geen groot engagement van de leerkrachten?

Laurence Mettewie. Inderdaad. De leerkrachten in dergelijke scholen zullen veel taalbewuster te werk gaan. Voor elke taal zijn er specifieke leerkrachten. Dat is noodzakelijk. De kinderen gaan de taal identificeren met de leerkracht die in die taal onderwijst. De taal krijgt een gezicht, de taal gaat leven voor de kinderen… Om in die “vreemde taal” les te geven, zal de leerkracht dan veel meer zoeken naar methodes en instrumenten om de leerstof zo visueel mogelijk, zo concreet mogelijk over te brengen. De leerkracht zal telkens weer nagaan of de leerlingen wel degelijk begrepen hebben wat in de “vreemde taal” onderwezen wordt.
Nu bestaan er nauwelijks meertalige scholen, waar in twee talen les wordt gegeven (nvdr. 84 lagere en kleuterscholen en 40 secundaire scholen in heel het land, waarvan 12 in Brussel). Wist je dat bijvoorbeeld de tweetalige school in Woluwe al is volgeboekt tot 2011?

Tot 2011? Is er dan zoveel vraag naar tweetalig onderwijs?

Laurence Mettewie. Zodra een kind wordt geboren, moet het bijna al worden ingeschreven, wil het in een tweetalige school terecht komen. Het zijn doorgaans enkel voornamelijk beter gegoede ouders die deze (lange termijn) stappen zetten. Daarom is het zo belangrijk meertalig onderwijs flink uit te bouwen. En dat is juist het streefdoel van TIBEM: een einde stellen aan tweetaligheid voorbehouden voor een beperkt aantal kinderen, een einde stellen aan het tegenhouden van projecten voor meertalig onderwijs. Deze projecten mogen niet langer enkel als pilootprojecten beschouwd worden, zo verhindert men dat ze de norm worden.

Waarom is Vandenbroucke dan tegen het oprichten van meertalige scholen?

Laurence Mettewie. Eigenlijk begrijp ik de minister helemaal niet. Wist je dat meertaligheid de methode is die door Europa wordt aanbevolen om de doeleinden van de ‘perfecte Europese burger’ te kunnen realiseren? Zo staat in de Europese richtlijnen dat elk kind, naast zijn moedertaal, twee vreemde talen moet kennen, liefst de taal van de buurlanden. Dat kan het best, volgens Europa, via meertalig onderwijs dat EMILE genoemd wordt, wat staat voor ‘Enseignement d’une Matière par Intégration d’une Langue Etrangère’ (Onderricht in een vak door middel van een vreemde taal).

Waarom zou het voor Europeanen goed zijn (inclusief leerlingen in Franstalig België) en niet goed voor leerlingen in Vlaanderen of Brussel? In bijna alle Europese landen bestaan vormen van meertalig onderwijs, behalve in 8 landen of regio’s zoals Portugal, Lichtenstein, Litouwen, Denemarken… Vandenbroucke ziet nog altijd spoken uit het verleden. Het lijkt alsof het Frans, zoals in het begin van de 20ste eeuw, het Nederlands zou bedreigen. Toen werd er in alle scholen, behalve de basisscholen, les in het Frans gegeven. En het Frans was de taal van de sociale onderdrukker. Vandenbroucke wil nu de machtspositie van het Nederlands waarborgen… Maar de vraag is of het Nederlands vandaag bedreigd wordt? Neen, toch. Het verbod op meertalig onderwijs heeft als gevolg dat tweetaligheid (Nederlands/Frans) voorbestemd blijft voor een elite.

Een elite?

Laurence Mettewie. Ik bedoel daarmee de ouders die het zich kunnen veroorloven hun kinderen taalstages, taalkampen en bijlessen te betalen. Hoe kan een kind echt tweetalig worden door slechts enkele uurtjes per week taalles te volgen in overvolle klassen? Die situatie is dus sociaal onrechtvaardig. Zo zet de minister een domper op de toekomst van die kinderen die de middelen niet hebben om meer talen te leren, want op vlak van tewerkstelling wordt in Brussel op bijna alle niveaus tweetaligheid vereist. Ook van een loodgieter eist men nu dat hij Nederlands en Frans kent. En jammer genoeg zijn er in het technisch en het beroepsonderwijs onvoldoende taallessen, terwijl ook die jongeren meertaligheid hard nodig hebben. Meertalig onderwijs mag dus geen probleem zijn, maar moet een troef worden.

Meer info: www.tibem.be