6. Een brede school

Facebooktwittergoogle_plusmail

A. Wat zegt ons programma?

6. Een brede school

Als we de kinderen uit de volkse milieus willen verzoenen met de school, moet de school een centrale plaats in hun leven innemen. Waar men samen kookt en eet, waar ruimte is voor spel en ontspanning, film en andere culturele activiteiten, sport, technische hobbyclubs…Sommige activiteiten vinden plaats ’s avonds, tijdens het weekend of op vakantiedagen. Zo kan echte burgerzin aan bod komen: onderricht en opvoeding worden nauw verbonden met het sociale leven en de productieve activiteit. Je ontwikkelt er waarden als samenwerking, solidariteit, creativiteit, liefde voor de wetenschappen, de techniek, de kunst, fysieke activiteit, de natuur, enz.

De gemeenschapsschool staat open voor de andere actoren van de opvoeding: de socioculturele verenigingen, de jeugdbewegingen, de sportclubs, de lokale feestcomités…

De school kan voor bepaalde projecten ook een beroep doen op de ouders. Als de concurrentielogica wegvalt, die inherent verbonden is met het bestaan van de semi-onderwijsmarkt, evolueert de verhouding ouders-school van een commercieel getinte naar een democratische relatie.

Om ervoor te zorgen dat de activiteiten van de “brede” school niet alle tijdens de lesuren vallen, is extra schooltijd en extra omkadering nodig. Ook mag de school niet te grootschalig zijn.

B. Uw vragen, onze antwoorden

6. Een brede school

Wat betekent nu precies dat de school moet openstaan voor andere actoren?

Wij willen de school opnieuw een plaats geven in het rijke sociale en verenigingsleven, om de jongeren te “politiseren” – in de goede betekenis van het woord – om hen in contact te brengen met de realiteit van de wereld die hen omringt, om hen een kritische visie bij te brengen, om hen te leren samenwerken voor een rechtvaardiger wereld. Theater, concerten, tentoonstellingen, musea bezoeken. Mee een wijkfeest organiseren, naar een stakerspost gaan, een brief schrijven naar de burgemeester omdat het voetpad slecht aangegeven is, het initiatief nemen voor een buurtvergadering over het afvalprobleem, een project starten voor de aanleg van een fietspad, daarvoor een plan opstellen, een avond animeren in een home, een steunactie voor een vluchtelingencentrum enz… Al die zaken gebeuren al, maar kunnen versterkt en gesystematiseerd worden.

Moeten de scholen open ‘s avonds en in de weekends? Jullie willen toch dat het kind tijd heeft voor zichzelf?

‘s Avonds en in de weekends moeten de leerlingen niet op school zijn om cursussen te volgen of om een vastgelegd programma te volgen. Dan is er theater, film, uitstappen, een activiteit in de mediatheek of in de bibliotheek…. De jongere moet, in functie van zijn leeftijd en interesse, kunnen kiezen uit een aantal voorstellen.

In de weinig bemiddelde gezinnen zijn de mogelijkheden voor zo’n activiteiten vaak beperkt om financiële redenen. Soms ook wordt het kind thuis niet gestimuleerd om aan dergelijke activiteiten deel te men omdat de ouders er zelf niet mee vertrouwd zijn Op school zal een kind die “tijd voor zichzelf” beter kunnen invullen dan thuis, als er een goede omkadering is.

Gaat de school de plaats van de ouders innemen in jullie project? Wanneer kunnen de ouders zich nog met hun kinderen bezighouden?

Natuurlijk willen we de ouders niet uitsluiten. Maar niet alle ouders hebben dezelfde mogelijkheden om hun kinderen op te voeden (omwille van socio-economische, culturele, medische redenen…). Daarom moet de school een centrale plaats innemen in het leven van de kinderen. Trouwens, een rechtvaardiger onderwijssysteem, met veel minder mislukkingen, zou in veel gezinnen heel wat spanningen en zorgen voorkomen.

Hierbij nog: de school moet openstaan voor haar omgeving, ze moet naar buiten treden. Maar ook omgekeerd: al wie een rol speelt in de opvoeding kan activiteiten organiseren in de school of eraan deelnemen (ouders, sportclubs, socioculturele verenigingen, syndicaten enz.). En we nodigen de ouders die tijd hebben uit om naar de school te komen, en er samen met hun eigen en andere kinderen leuke en interessante dingen te doen.

Loop je dan niet het risico dat de ouders druk uitoefenen op de school en de inhoud van het onderwijs willen bepalen? (zoals in de VS waar het creationisme terugkomt in de scholen, om Darwin te doen verdwijnen) ?

In geen geval: de overheid legt de verplichte leerinhouden vast. Het zou onaanvaardbaar zijn dat particuliere groeperingen de inhoud van de leerplannen zouden bepalen.


De rijke, geprivilegieerde ouders zullen het voor het zeggen hebben in de scholen !

Dat risico bestaat. Maar het lijkt ons minder erg dan de huidige situatie waar de families van de gegoede klassen maximaal voordeel halen uit de vrije schoolkeuze. Zo concentreren ze zich in de inrichtingen die ze verkiezen. Ze hebben er invloed, ook op de inhoud van het onderwijs. Trouwens, waarom zou een werknemersbeweging geen invloed kunnen uitoefenen op de school? Denken we bijvoorbeeld aan de KWB, die sinds lang ouders voorbereidt op hun rol in oudercomités.
Nu zijn de ouders klanten. In ons project nemen zij actief deel aan het opvoedingsproces, samen met andere (verenigingen, vakbonden, wijkcomités, vormingsinstellingen) actoren. Ze hebben allen een plaats in de school, met onderscheiden verantwoordelijkheden.

Jullie zijn tegen de autonomie van de scholen. Maar voeren jullie die op deze manier niet opnieuw in?

Wij zijn niet tegen de autonomie op zich, maar tegen de autonomie als hefboom om het onderwijs te dereguleren, om de concurrentie in te voeren, om de wetten van de vrije markt te doen spelen op de school. Nu concurreren de scholen, en er heerst een totale schoolvrijheid (om zelf je school te kiezen, om zelf je school op te richten). Onder die voorwaarden dient de toenemende autonomie om de openbare of halfopenbare (= gesubsidieerde) scholen te onderwerpen aan de concurrentie en om ze af te stemmen op de vragen van de economische milieus, van de arbeidsmarkt. Deze autonomie is te verwerpen, want ze bevordert de onderwijsmarkt, ze vergroot de sociale breuk tussen de instellingen, ze bevordert de aanpassing van de school aan de economie. Ze leidt ertoe dat de school haar hoofdopdracht niet meer vervult: leerlingen vormen tot kritische burgers, vóóraleer ze bruikbare arbeiders worden.

Maar als de concurrentielogica wegvalt, dan zullen autonomie, openheid naar de ouders en naar de omgeving, en pedagogische vrijheid geen sociale dualisering meebrengen. Ze zullen vernieuwing en onderzoek stimuleren, pedagogisch enthousiasme en sociale betrokkenheid opwekken.

Het project is mooi, maar als de maatschappij zelf in een neoliberale logica baadt, kan de school toch niet op een kunstmatige manier, los daarvan, evolueren. Veronderstelt de democratische school niet dat het systeem in zijn geheel verandert, indien niet voorafgaandelijk, dan toch minstens tegelijkertijd.

Als instelling kan de school zich enkel inschrijven in het dialectisch proces van politieke en sociale veranderingen, die in de maatschappij plaatsvinden (door stakingen, door echte sociale hervormingen, door de energie- en de ecologische crisis enz.) Maar de school zelf is een belangrijke factor van socialisatie en als dusdanig kan ze een rol spelen in het verwerven van normen en waarden.

TERUG NAAR OVERZICHT