5. Door voldoende omkadering zorgen dat geen leerlingen afhaken

Facebooktwittergoogle_plusmail

A. Wat zegt ons programma?

5. Door voldoende omkadering zorgen dat geen leerlingen afhaken

De sleutelidee is dat een (klas)groep leerlingen samen vooruit gaat, in het bijzonder tijdens de eerste jaren van de gemeenschappelijke basisvorming. Tijdens de eerste drie leerjaren (van 6 tot 9 jaar) zitten de leerlingen met hoogstens 15 in de klas, daarna met hoogstens 20.
Het werk gebeurt essentieel in de klas maar je kan diverse strategieën gebruiken om leerlingen die hulp nodig hebben te ondersteunen: begeleide studie na de lessen, collectieve of individuele inhaallessen – eventueel met gespecialiseerde leerkrachten -, extra taallessen voor migrantenleerlingen, individuele begeleiding, een documentatiecentrum in elke school.

B. Uw vragen, onze antwoorden

5. Door voldoende omkadering zorgen dat geen leerlingen afhaken.

Is 15 leerlingen per klasgroep, de enige manier om de klas samen te doen vooruitgaan?

Ons programma vormt een geheel. Kleine klassen alleen volstaat niet om de problemen op te lossen. Maar het is een belangrijke maatregel. Veel van onze voorstellen, zoals de moeilijkheden snel opsporen, waarde hechten aan de productieve arbeid, de sportieve vorming, vernieuwde pedagogische methodes … kan je niet realiseren met een groot aantal leerlingen per klas.

We herinneren ook even aan de resultaten van het Amerikaanse STAR-onderzoek. Deze studie toont aan dat het ideale aantal schommelt rond 15. Ideaal, zowel voor het gemiddelde niveau per klas als om de verschillen tussen de leerlingen naar boven te nivelleren. Dit onderzoek bewijst eveneens dat precies de leerlingen uit de minst gegoede milieus meest baat hebben bij de kleine klassen.

Hebben de anderstalige nieuwkomers geen speciale opvang en vorming nodig?

Natuurlijk! De anderstalige nieuwkomers moeten snel de schooltaal leren, door specifieke programma’s en opvang. En alle kinderen uit de migratie moeten hun moedertaal kunnen leren, want dit is een voorwaarde om hun leesvaardigheid te ontwikkelen.

Iedereen slaagt? Wie zal dan nog gemotiveerd zijn om te studeren ?

In het begin is een kind nieuwsgierig, het leert graag. Maar het systeem waarin het opgroeit – sociaal, cultureel, op school – onderdrukt dit spontaan verlangen om te leren. Het project voor een gemeenschappelijke basisschool wil juist deze spontane belangstelling om dingen te ontdekken (opnieuw) opwekken, deze zin om dingen uit te proberen, om je te leren ontplooien en emanciperen, dit verlangen om de wereld te begrijpen en er greep op te hebben.
De verhouding tot de school wordt dus helemaal anders: je moet er niet meer – verplicht – komen om te “presteren”.

En de leerlingen met specifieke moeilijkheden? Slagen die ook?

Ja, behalve de leerlingen die bijzonder onderwijs nodig hebben.
Ons project concentreert de inspanningen vooral op de eerste schooljaren. Dat zou al heel wat problemen voorkomen. Daarna rekenen we op een systeem van evaluatie en snelle remediëring. Het kind blijft tien jaar samen met dezelfde medeleerlingen: ook dat biedt een voordeel. Het leert meer in een hoger jaar dan wanneer het overzit.


Maar met al jullie remediëringen gaan die leerlingen gekazerneerd zijn op school!

Die extra uren willen een probleem oplossen dat een hypotheek kan leggen op de hele schoolcarrière van het kind. Ze zijn niet altijd nodig. Met een goede omkadering zijn ze efficiënt en zo kort mogelijk.

De kinderen zullen die extra uren accepteren omdat ze daardoor makkelijker kunnen volgen in de klasgroep. In feite gaat het hier om geleide studie en remediëring, meer dan om extra werk. Wij willen de pedagogische omkadering, waarvan de kinderen uit geprivilegieerde milieus thuis genieten, op school organiseren.

Daarom willen wij ook dat de school een plaats wordt waar men samenleeft: waar een kind zich echt kan ontspannen, genieten van een lekker en gezond vieruurtje vóór het aan zijn taken en (inhaal)lessen begint. Een plaats ook voor collectieve projecten: een feest organiseren, affiches maken voor een solidariteitscampagne met de Derde Wereld, de groentetuin van de school omspitten, een proef van fysica ineenknutselen, de route uitstippelen voor een fietstocht…. Vandaag zitten veel kinderen thuis “opgesloten” voor hun PC of tv, wij zouden hen graag zien leven op school.

[
TERUG NAAR OVERZICHT->749]